Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:BZ6519

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
09-04-2013
Datum publicatie
09-04-2013
Zaaknummer
11/03535
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BZ6519
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR trekt het arrest van 29 november 2011 waarbij de verdachte n-o is verklaard in. Verzuim weergave in arrest van een ttz gevoerd verweer? Het p-v van de tz. in h.b. van 28 februari 2011 houdt niet in dat door de raadsvrouwe van verdachte een pleitnota is overgelegd en evenmin dat m.b.t. een gevoerd verweer, waarop een met redenen omklede beslissing moet worden gegeven, een verzoek is gedaan a.b.i. art. 326.4 Sv i.v.m. art. 326.3 Sv. Het p-v van de tz. vermeldt alleen dat verdachte en de raadsvrouwe het woord tot verdediging hebben gevoerd en de raadsvrouwe daarbij verweer heeft gevoerd als verwoord in het arrest. In aanmerking genomen dat uit genoemd p-v blijkt dat het ottz. gericht was op de vraag naar de betrokkenheid van verdachte bij het tlgd., moet worden aangenomen dat de raadsvrouwe in aansluiting op de verklaring van verdachte bij pleidooi een bewijsverweer heeft gevoerd dat door het Hof in de “Nadere bewijsoverweging” is weergegeven en dat gemotiveerd is verworpen. Het middel mist derhalve feitelijke grondslag zodat het niet tot cassatie kan leiden. Conclusie AG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 11/03535

Mr. Vellinga

Zitting: 5 februari 2013

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 62 dagen. Voorts heeft het Hof de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard.

2. Namens verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt dat het Hof in weerwil van hetgeen in het proces-verbaal van de terechtzitting is vermeld de verweren die de raadsman ter terechtzitting heeft gevoerd niet in zijn arrest heeft weergegeven.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in voor zover hier van belang:

"De verdachte en de raadsvrouw voeren het woord tot verdediging. De raadsvrouw voert daarbij verweer als verwoord in het arrest."

5. In het onderhavige geval bevat het arrest van het Hof in weerwil van de aankondiging in het proces-verbaal van de terechtzitting niet de weergave van enige verweer van verdachtes raadsvrouw. Dit verzuim is zozeer in strijd met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de uitspraak meebrengt.(1)

6. Het middel slaagt.

7. Het tweede middel houdt in dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bewezenverklaarde medeplegen van diefstal met braak.

8. De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat verdachte en zijn twee medeverdachten 's nachts zijn aangetroffen terwijl tenminste twee van hen, waaronder verdachte, zich op handen en voeten bewogen tussen geparkeerde motorvoertuigen, dat zij toen agenten ter plaatse kwamen alle drie wegrenden, dat op het parkeerterrein waarop die motorvoertuigen stonden een groot aantal motorvoertuigen stond waarvan een of meerdere ruiten waren vernield, dat uit enkele van die motorvoertuigen goederen waren gestolen en dat deze zich (ten dele) bevonden in een Volkswagen, type Golf, rood van kleur en voorzien van het kenteken [AA-00-BB]. Het Hof heeft de verklaring van verdachte voor zijn aanwezigheid ter plaatse ongeloofwaardig geacht.

9. In aanmerking genomen dat naar het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld verdachte en zijn medeverdachten blijkens de wijze waarop zij zich tussen de geparkeerde auto's bevonden betrokken waren bij iets wat het daglicht niet kon verdragen en de verdachte voor zijn aanwezigheid ter plaatse geen geloofwaardige verklaring heeft kunnen geven, kan het bewezenverklaarde uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid, ook voor zover in het bewezenverklaarde besloten ligt dat de verdachte zo bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt dat van medeplegen kan worden gesproken.(2)

10. Het tweede middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 13 juni 2006, LJN AV7162, NJ 2006, 368, rov. 3.3.

2 Vgl. HR 5 oktober 2010, LJN BN1713.