Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:BZ6506

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
09-04-2013
Datum publicatie
09-04-2013
Zaaknummer
11/02025
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BZ6506
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Het meewegen in de strafmotivering van het feit dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling is i.c. onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 11/02025

Mr. Knigge

Zitting: 12 februari 2013

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem heeft bij arrest van 19 april 2011 verdachte wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van € 400,-, subsidiair acht dagen hechtenis.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.(1)

3. Namens verdachte heeft mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel

4.1. Het middel klaagt over de strafoplegging.

4.2. Het Hof heeft de opgelegde geldboete als volgt gemotiveerd:

"Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte maakte deel uit van een groepje vriendinnen, dat openlijk geweld heeft gepleegd door [slachtoffer] aan te vallen en te slaan en te schoppen. Bovendien heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling door het uit de gestolen tas van [slachtoffer] weggenomen paspoort bij zich te steken en mee te nemen zonder dat terug te geven. Het gaat om twee ergerlijke en niet te accepteren feiten waarvan het eerste veruit het zwaarste weegt.

Bij de straftoemeting is voorts gelet op een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 maart 2011, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk delict.

Met het oog op het tijdsverloop van de totale procedure (waarbij de redelijke termijn niet is overschreden) zal het hof de strafsoort aanhouden, die door de politierechter is opgelegd. Het hof is echter van oordeel dat - gelet op de ernst van het feit en in weerwil van dat tijdsverloop- (toch) een verdubbeling van de door de politierechter opgelegde geldboete passend en geboden is."

4.3. Blijkens de toelichting klaagt het middel in de eerste plaats over 's Hofs overweging dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Het middel klaagt daarover terecht, aangezien ten laste van de verdachte slechts bewezen is verklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging en uit de stukken van het geding niet blijkt dat opzetheling ad info ten laste is gelegd. Mogelijk is sprake geweest van verwarring met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte 2], die zowel voor openlijke geweldpleging als opzetheling is veroordeeld.

4.4. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld en behoeft derhalve voor het overige geen bespreking.

5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.(2)

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 1] (11/02026) en [medeverdachte 2] (11/02028), in welke zaken ik vandaag eveneens concludeer.

2 Wel merk ik op dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als "meermalen gepleegd". Daarin zou de Hoge Raad, mede gelet op de strekking van deze conclusie, aanleiding kunnen vinden het arrest in zoverre verbeterd te lezen.