Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:BY8997

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29-01-2013
Datum publicatie
29-01-2013
Zaaknummer
11/04315
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BY8997
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Verdachte n-o verklaard in h.b. HR herhaalt HR LJN BJ7810 m.b.t. de eisen waaraan de schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens verdachte h.b. in te stellen en HR LJN BV6999 m.b.t. het feit dat indien ttz. in h.b. wel de verdachte of een door hem ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar heeft verklaard dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen er onvoldoende grond bestaat voor de n-o van het appel wegens een verzuim in de schriftelijke volmacht. Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen hetgeen door de gemachtigde raadsman ttz. in h.b. is aangevoerd kunnen de door het Hof genoemde gronden waarop de n-o van verdachte in zijn h.b. steunt, die beslissing niet dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/244
NBSTRAF 2013/111
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/04315

Mr. Aben

Zitting: 27 november 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. De enkelvoudige kamer van het gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 12 september 2011 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Utrecht van 20 januari 2011, waarbij de verdachte wegens "eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening" is veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.

2. Namens de verdachte heeft mr. J. Zandberg, advocaat te Zevenaar, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel behelst de klacht dat het hof de verdachte ten onrechte en ontoereikend gemotiveerd niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep.

4. De verdachte is in eerste aanleg bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Utrecht van 20 januari 2011 op tegenspraak(1) veroordeeld. Een - zich bij de stukken van het geding bevindende - akte rechtsmiddel houdt in dat op 3 februari 2011 ter griffie van de rechtbank te Utrecht is verschenen [betrokkene 1], ambtenaar ter griffie van die rechtbank, die - daartoe gemachtigd blijkens de aan deze akte gehechte volmacht - heeft verklaard namens de verdachte hoger beroep in te stellen tegen het eindvonnis van 20 januari 2011. Het aan de akte gehechte faxbericht van 3 februari 2011, dat namens mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, "p.o." is ondertekend en dat is gericht aan [betrokkene 1] van de strafgriffie van de rechtbank te Utrecht, vermeldt dat mr. Schuurman door middel van dit faxbericht [betrokkene 1] heeft verzocht hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van de politierechter in de zaak van de verdachte. Voorts bevinden zich bij de stukken een "grievenformulier" en een daaraan gehechte toelichting van mr. Schuurman van 17 februari 2011, inhoudende de grieven van de verdachte tegen het vonnis van de politierechter.(2) Ten slotte heeft de voorzitter van het hof bij beschikking van 2 mei 2011 op grond van art. 410a, derde lid, Sv bevolen dat de zaak in hoger beroep ter terechtzitting aanhangig wordt gemaakt.

5. Op de terechtzitting in hoger beroep van 12 september 2011 is de verdachte zelf niet verschenen maar is zijn raadsman (mr. Schuurman), die heeft verklaard uitdrukkelijk door de verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren, wel verschenen. Zoals blijkt uit de op die terechtzitting overgelegde pleitnota heeft de raadsman verzocht de verdachte te ontvangen in het ingestelde hoger beroep, nu de verdediging begrip vraagt op basis van het vertrouwen dat is ontleend aan de jarenlange gehanteerde werkwijze. De raadsman heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verdachte heeft de raadsman gemachtigd om namens hem hoger beroep in te stellen. De griffier heeft tot het instellen van hoger beroep klaarblijkelijk niet noodzakelijk geacht dat de uitdrukkelijke machtiging door de verdachte van de raadsman en de machtiging van de griffier uitdrukkelijk in de brief werden vermeld. De desbetreffende griffiemedewerker heeft de appelakte naar het kantoor van de raadsman gefaxt, waaruit kon worden afgeleid dat alles akkoord was. De griffier heeft in de akte vermeld dat de griffiemedewerker uitdrukkelijk gemachtigd was door de raadsman door middel van de brief waarin de raadsman heeft verzocht hoger beroep in te stellen, terwijl de griffier de griffiemedewerker niet heeft gewezen op het feit dat een bijzondere schriftelijke volmacht om een akte op te stellen ontbrak. Bovendien heeft de verdediging gedacht dat was voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in HR 22 december 2009, LJN BJ7810, NJ 2010/102, m.nt. Borgers. Gelet op de toevoegingen aan de standaard appelakte had de griffier kennis van de gang van zaken en heeft hij bevonden dat de brief van de raadsman afdoende was. Een advocaat kan los van zijn eigen verantwoordelijkheid bescherming inroepen tegen fouten van griffiepersoneel. Er wordt met twee maten gemeten, nu de gerechtshoven na HR 24 mei 2011, LJN BP4479, NJ 2011/261 hun beleid ten aanzien van het instellen van hoger beroep hebben aangepast (een op een dergelijke wijze ingesteld hoger beroep wordt thans niet-ontvankelijk verklaard), terwijl het wel is toegestaan het hoger beroep in te trekken zonder dat is voldaan aan de criteria van de Hoge Raad. Volgens Knigge (in zijn conclusie voor het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009) is het denkbaar dat de vereiste volmachtverklaring in het schrijven van de advocaat wordt "ingelezen", indien aannemelijk is geworden dat de verdachte met het ingestelde hoger beroep heeft ingestemd.

Voorts heeft de raadsman blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in aanvulling op zijn pleitnota en naar aanleiding van hetgeen de advocaat-generaal had aangevoerd nog het volgende betoogd. In de praktijk ging het indienen van appel na het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009 gewoon door op de oude manier. Beleid moet met het oog op de rechtszekerheid duidelijk zijn, terwijl die duidelijkheid er pas echt is sinds het arrest van de Hoge Raad van 24 mei 2011. Het valt niet goed uit te leggen dat een op een dergelijke manier ingesteld hoger beroep bij het ene gerechtshof wel ontvankelijk is en bij het andere gerechtshof niet. Ten slotte is in deze zaak door het hof reeds een beslissing genomen in het kader van een verlofprocedure.

6. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, op de grond dat de brief van de raadsman tot het instellen van het hoger beroep niet voldoet aan de vereisten van art. 450, derde lid, Sv. Het hof heeft daartoe in de bestreden uitspraak onder het hoofd "ontvankelijkheid van het hoger beroep" het volgende overwogen. In zijn verzoek om hoger beroep in te stellen heeft de raadsman de personalia van de verdachte vermeld maar heeft hij niet vermeld dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep. In dit verzoek heeft de raadsman evenmin vermeld dat de verdachte heeft ingestemd met het door de griffiemedewerker in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep. Bovendien ontbrak ook een opgave van een door de verdachte opgegeven adres voor toezending van het afschrift van de appeldagvaarding.

7. Ook een advocaat kan schriftelijk hoger beroep instellen op de wijze die is voorzien in art. 450, derde lid, Sv. De daartoe vereiste schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker moet het volgende inhouden: (i) de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep; (ii) de verklaring dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep; en (iii) het door de verdachte opgegeven adres voor toezending van het afschrift van de appeldagvaarding.(3) In aanmerking genomen dat het faxbericht van 3 februari 2011 van mr. S. Schuurman niet inhoudt dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd hoger beroep in te stellen, is in het onderhavige geval niet voldaan aan de eerste voorwaarde. Dat geldt overigens ook voor de andere twee vereisten waaraan de schriftelijke volmacht moet voldoen.

8. Gelet op de ratio achter de eisen waaraan een door een advocaat verstrekte volmacht moet voldoen - te weten de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep, die tot doel heeft problemen met betrekking tot de betekening van de appeldagvaarding te voorkomen althans te verminderen - bestaat evenwel onvoldoende reden voor de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep op de grond dat de volmacht niet aan alle voormelde voorwaarden voldoet in het geval de verdachte of een gemachtigde raadsman is verschenen op de terechtzitting in hoger beroep en deze aldaar - zo nodig desgevraagd - heeft verklaard dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) op te komen in hoger beroep. In zo'n geval kan een dergelijk verzuim voor gedekt worden gehouden.(4)

9. In aanmerking genomen dat op de terechtzitting in hoger beroep de raadsman van de verdachte is verschenen en deze aldaar onder meer heeft aangevoerd dat de verdachte hem had gemachtigd om namens hem hoger beroep in te stellen, kunnen de door het hof genoemde gronden waarop de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep steunt die beslissing niet dragen.(5)

10. Het middel slaagt.

11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Arnhem teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Blijkens de aantekening mondeling vonnis is mr. S. Schuurman als gemachtigde raadsman ter terechtzitting in eerste aanleg verschenen.

2 Dit formulier en deze toelichting zijn op 17 februari 2011 in opdracht van mr. Schuurman verzonden naar de strafgriffie van de rechtbank te Utrecht. Blijkens de op deze stukken geplaatste stempels zijn de stukken op 18 februari 2011 ingekomen bij de rechtbank en vervolgens op 22 februari 2011 ingekomen bij het ressortsparket in Arnhem.

3 Vgl. HR 24 mei 2011, LJN BP4479, NJ 2011/261, rov. 2.4.1 en HR 22 december 2009, LJN BJ7810, NJ 2010/102, m.nt. Borgers, rov. 3.6.

4 Vgl. HR 20 maart 2012, LJN BV6999, NJ 2012/426, m.nt. Bleichrodt, rov. 2.5-2.7.

5 Vgl. HR 20 maart 2012, LJN BV6999, NJ 2012/426, m.nt. Bleichrodt.