Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:BY8985

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
22-01-2013
Zaaknummer
11/03616 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BY8985
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. Persoonsverwisseling. De HR verklaart de aanvraag tot herziening gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/215
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/03616 H

Mr. Vegter

Zitting 20 november 2012

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. Aanvrager van herziening is bij verstekvonnis van de Rechtbank te Breda van 3 april 2007 wegens 1. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod" en 2. "Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Tegen dit vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld, als gevolg waarvan het vonnis onherroepelijk is geworden.

2. Namens aanvrager heeft mr. W.P.R. Peeters, advocaat te Rijsbergen, herziening gevraagd van het onherroepelijke vonnis van de Rechtbank.

3. De aanvrage steunt op de stelling dat er sprake is van een persoonsverwisseling. Aangevoerd wordt dat een ander bij zijn aanhouding de persoonsgegevens van aanvrager heeft opgegeven.

4. Uit de stukken van het geding blijkt het volgende. Op 16 december 2006 hielden verbalisanten in het kader van een verkeerscontrole op de rijksweg A16 de bestuurder aan van een Mazda met een Frans kenteken. Desgevraagd overhandigde de bestuurder een 'op zijn naam gesteld' rijbewijs. De bestuurder bleek te zijn genaamd [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats].(1) Bij onderzoek aan de auto werd in de kofferbak een pakket met drugs (ruim een kilo heroïne en bijna een kilo hennep) aangetroffen.

Vanwege niet tijdige verlenging van de inverzekeringstelling heeft de rechter-commissaris op 19 december 2006 de onmiddellijke invrijheidstelling van de aangehouden persoon bevolen. De dagvaarding voor de terechtzitting van 22 februari 2007 is op diezelfde dag in persoon uitgereikt. Op 22 februari 2007 is geen verdachte ter zitting verschenen. In verband met een wijziging van de tenlastelegging is de zaak toen aangehouden. Op 3 april 2007 is [aanvrager] bij verstek veroordeeld.

5. Aanvrager werd op 6 januari 2010 bij een grenscontrole staande gehouden door de politie. Op 29 januari 2010 heeft de Officier van Justitie zijn onmiddellijke invrijheidstelling bevolen. Dit nadat - zoals blijkt uit een brief van de Officier van Justitie aan de raadsman van de aanvrager van 27 april 2010 - van de Franse liaison informatie was verkregen op grond waarvan het zeer wel mogelijk was dat hij niet de persoon is geweest die in 2006 is aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet.(2)

6. Aanvrager stelt dat hij inderdaad niet degene is geweest die de overtredingen van de Opiumwet heeft begaan, maar iemand anders. Bij de aanvrage is gevoegd een proces-verbaal waaruit blijkt dat aanvrager op 26 juni 2007 bij de Franse politie aangifte gedaan van identiteitsdiefstal. Aanvrager heeft bij die gelegenheid verklaard dat hij in september 2005 slachtoffer is geweest van een autodiefstal, waarbij zijn rijbewijs is gestolen. Blijkens een proces-verbaal van 26 februari 2008 heeft aanvrager op 20 februari 2008 te horen gekregen dat [betrokkene 1] in het bezit was van zijn rijbewijs. Aanvrager heeft daarop aangifte gedaan tegen deze [betrokkene 1] wegens identiteitsdiefstal.

Bij de aanvrage is voorts gevoegd een kopie van een uittreksel uit de notulen van de griffier van de arrondissementsrechtbank te Parijs. Daaruit blijkt dat op 22 februari 2008 uitspraak is gedaan in een zaak tegen [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1956, alias [naam aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1958. [betrokkene 1] is veroordeeld wegens onder meer het onrechtmatig in het bezit zijn van valse administratieve documenten, waaruit een recht, een identiteit of een hoedanigheid blijkt, het gebruik van dergelijke documenten, het aannemen van een valse naam en het verborgen houden van een ontvreemd goed. Uit een vertaald document met de kop 'Hoorzitting' lijkt te volgen dat het valse document een rijbewijs op naam van [aanvrager] betrof, dat [betrokkene 1] dit in zijn bezit had en dat hij de naam van [aanvrager] heeft gebruikt.

Tenslotte bevindt zich bij de aanvrage een proces-verbaal forensisch technisch onderzoek van 21 september 2010, waaruit blijkt dat een Frans dactyloscopisch signalement ten name van [betrokkene 1] en een Nederlands dactyloscopisch signalement ten name van [aanvrager] afkomstig zijn van twee verschillende donoren.

7. De hierboven genoemde stukken geven steun aan de stelling dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling en dat de op 16 december 2006 ter zake van overtredingen van de Opiumwet aangehouden persoon niet de aanvrager was maar wel diens personalia heeft opgegeven.

8. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Rechtbank, ware deze met de bovenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

9. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 In het dossier komen twee adressen voor: [a-straat 1] te Parijs en [b-straat 1].

2 Deze informatie betrof het volgende:

"- the document with which [aanvrager] has asked for a "national id card" in France in October 2008

- a photo and fingerprints from the french police established in 2006 about [betrokkene 1],

- a photo and fingerprints from february 2008 about a certain "[aanvrager]", but which correspond in fact to [betrokkene 1],

- and finally, the judgement of the court in Paris in february 2008, by which [betrokkene 1] had been convicted inter alia for having unduly used the identity of "[aanvrager]".

I can also tell you that we checked for sure that [aanvrager]'s driving license was stolen in 2005. The facts that have lead to a conviction by the court in BREDA were committed in december 2006, possibly by [betrokkene 1] using the identity of [aanvrager].

You may have now in jail the real [aanvrager], but all these informations show that he wsa not the one who was arrested in december 2006."