Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:BY8327

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
22-01-2013
Zaaknummer
11/02148
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BY8327
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De dagvaarding in h.b. is niet betekend overeenkomstig art. 588.2 Sv (vgl. HR LJN AD5163). Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat verdachte in h.b. behoorlijk is gedagvaard is in het licht hiervan niet z.m. begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/02148

Mr. Hofstee

Zitting: 20 november 2012

Conclusie inzake:

[Verzoeker = verdachte]

1. Verzoeker is bij arrest van 7 juli 2010 door het Gerechtshof te Arnhem bij verstek wegens "Medeplegen van opzettelijk inbreuk maken op eens anders auteursrecht, terwijl hij van het plegen van het misdrijf zijn beroep maakt" veroordeeld tot een geldboete van € 50.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 285 dagen hechtenis, en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

2. Namens verzoeker heeft mr. C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt dat art. 349, eerste lid, Sv en art. 588, tweede lid, Sv zijn geschonden doordat het Hof heeft geoordeeld dat de appeldagvaarding op geldige wijze is betekend, terwijl deze niet naar het juiste, van verzoeker bekende adres in het buitenland is gezonden. Volgens de steller van het middel is het oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding op een geldige wijze is betekend onbegrijpelijk, nu in de appeldagvaarding de straatnaam ontbreekt en deze dus is verzonden naar een onvolledig adres.

4. De stukken van het geding houden in, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang:

i) Blijkens de "Dagvaarding van verdachte in hoger beroep" is verzoeker op 2 april 2010 door de advocaat-generaal gedagvaard om op 23 juni 2010 te 11.00 uur ter terechtzitting van het Hof te verschijnen;

ii) Uit de GBA-overzichten van 2 april 2010 en 22 juni 2010 blijkt dat verzoeker zich niet in detentie bevond en dat verzoeker vanaf 22 juni 2007 stond ingeschreven op een adres in de Dominicaanse Republiek, te weten "[adres]";

iii) Blijkens de "Akte van uitreiking", gehecht aan het dubbel van de "Dagvaarding van verdachte in hoger beroep", is de appeldagvaarding op 2 april 2010 uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank te Arnhem, omdat van verzoeker geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Uit deze akte blijkt tevens dat de advocaat-generaal in het Ressortsparket Arnhem op 2 april 2010 heeft verklaard dat de gerechtelijke brief als gewone brief is verzonden aan het adres van verzoeker in het buitenland, dat wil in dit verband zeggen: "[adres]";

iv) Een (teruggezonden) enveloppe voorbedrukt met de gegevens van de afzender "Ressortsparket Arnhem" en de mededeling "GERECHTELIJK SCHRIJVEN". Aan deze enveloppe is gehecht de "Dagvaarding van verdachte in hoger beroep", welke dagvaarding kennelijk in deze enveloppe was verzonden. De gegevens van deze dagvaarding die via het doorkijkvenster van de enveloppe kennelijk zichtbaar zijn geweest, zijn als volgt:

"naam [verdachte]

voornamen [voornamen verdachte]

geboren [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

adres [adres]"

Op de enveloppe is tweemaal een stempel geplaatst met de mededeling "Devuelvase al Remitente". Blijkens een op de enveloppe geplakte sticker respectievelijk een aan de enveloppe gehecht TNT-bericht is de enveloppe aangetekend verzonden naar voornoemd adres.

5. Voor zover hier relevant, houdt het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 23 juni 2010 in:

"De verdachte genaamd:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

wonende te [woonplaats],

is niet verschenen.

De voorzitter deelt mede de korte inhoud van de brief van mr E.J.M. de Wild van 15 juni 2010, waarin zij aangeeft dat verdachte geen contact heeft opgenomen met het advocatenkantoor waar zij werkzaam is en dat verdachte in verband daarmee niet door één van de kantoorgenoten ter terechtzitting van het hof zal worden vergezeld.

(...)

Na gehouden beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat tegen de niet verschenen verdachte verstek wordt verleend en dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan."

6. Alvorens verstek tegen de niet verschenen verzoeker te verlenen was het Hof gehouden ambtshalve de geldigheid van de appeldagvaarding te onderzoeken. Ik meen dat het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding op een geldige wijze is betekend door toezending daarvan door het Openbaar Ministerie aan het adres [adres], zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is. Daarbij neem ik in aanmerking dat blijkens de GBA-overzichten het volledige adres van verzoeker in de Dominicaanse Republiek bekend was, dat (niettemin) in de adresgegevens op de appeldagvaarding juist de straatnaam "[straatnaam]" ontbreekt en dat de door het Openbaar Ministerie als gewone brief naar dit onvolledige adres verzonden dagvaarding kennelijk als onbestelbaar is teruggezonden aan de afzender.

7. Het middel is mijns inziens terecht voorgesteld.

8. Het tweede middel klaagt dat het onderdeel van de strafmotivering van het Hof ten aanzien van de hoogte van de opgelegde geldboete onbegrijpelijk is, waardoor de strafoplegging verbazing wekt.

9. Het Hof heeft ter motivering van de strafoplegging het volgende overwogen:

"De politierechter heeft verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 10.000,- subsidiair 85 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete van € 10.000,- subsidiair 85 dagen hechtenis. Bij het formuleren van zijn eis heeft de advocaat-generaal meegewogen dat een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, niet goed valt te executeren, aangezien verdachte in het buitenland woonachtig is.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het op grote schaal illegaal kopiëren van dvd's. Dergelijk handelen leidt tot concurrentievervalsing en benadeling van de rechthebbenden van de auteursrechten. Verdachte heeft uit winstbejag gehandeld, ten koste van anderen. Ten voordele van verdachte neemt het hof in aanmerking dat verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 10 juni 2010 niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Gelet op het voorgaande acht het hof de straf die de politierechter in eerste aanleg heeft opgelegd in beginsel passend. In plaats van een werkstraf, bestaande uit een taakstraf, zal het hof evenwel een hogere geldboete opleggen, omdat een werkstraf niet goed valt te executeren, nu verdachte in het buitenland woont. Het hof acht een hogere geldboete ook passend, omdat verdachte met zijn handelen op illegale wijze een forse winst heeft gemaakt.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken."

10. Het Hof heeft in bovenstaande motivering niet onbegrijpelijk en toereikend uiteengezet waarom het is gekomen tot een hogere geldboete dan de Politierechter in eerste aanleg heeft opgelegd. Tot verbazing leidt de opgelegde hogere geldboete dan ook niet.

11. Het middel faalt.

12. Het eerste middel slaagt. Het tweede middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

13. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep. Voor het overige dient het cassatieberoep te worden verworpen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG