Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:BY7903

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
08-01-2013
Datum publicatie
08-01-2013
Zaaknummer
11/04966
Formele relaties
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHAMS:2011:BX5860
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BY7903
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 6 EVRM. Overschrijding inzendtermijn in voldoende mate gecompenseerd door voortvarende afdoening door HR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/149
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/04966

Mr. Machielse

Zitting 27 november 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte op 26 oktober 2011 wegens "poging tot doodslag" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. Tevens heeft het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast van een aantal in beslag genomen maar nog niet teruggegeven voorwerpen en heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel, een en ander zoals nader omschreven in het arrest.

2. Mr. I.M.L. Felix, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld. Mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.

3.1 Het middel klaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase.

3.2 Het cassatieberoep is op 8 november 2011 ingesteld en de stukken van het geding zijn op 31 mei 2012 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat de door de Hoge Raad in geval van een in voorlopige hechtenis verkerende verdachte op zes maanden gestelde inzendtermijn(1) met 23 dagen is overschreden.

3.3 Nu evenwel de afhandeling in cassatie van deze zaak voortvarend ter hand is genomen en deze conclusie wordt genomen binnen dertien maanden na het instellen van het cassatieberoep, zie ik thans geen grond voor het verbinden van enigerlei consequentie aan de geconstateerde schending. Ik betrek daarbij wat de Hoge Raad in HR 11 september 2012, LJN: BX0129 heeft overwogen over de situatie waarin in cassatie enkel wordt geklaagd over schending van de redelijke termijn na het instellen van het cassatieberoep en wijs er op dat in de onderhavige zaak de schriftuur ter griffie van de Hoge Raad is ontvangen op 10 augustus 2012. Het middel lijkt mij dan ook vruchteloos te zijn voorgesteld.

4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721, m.nt. De Hullu; HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358, m.nt. Mevis.