Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:BY5710

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15-01-2013
Datum publicatie
16-01-2013
Zaaknummer
11/05590
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BY5710
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 359.2 Sv; uos strekkende tot vrijspraak. De betrokkenheid van verdachte bij de overval kan uit de bewijsvoering worden afgeleid. De uitspraak bevat dus voldoende gegevens waarin de nadere motivering voor het niet aanvaarden van het uos besloten ligt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/191
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/05590

Mr. Machielse

Zitting 13 november 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 14 december 2011 van de feiten 1 en 2 van parketnummer 12-715460-10 vrijgesproken en hem voor feit 3 van parketnummer 12-715460-10: "Diefstal, vergezeld gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen", en parketnummer 12-705082-11: "Witwassen", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij ter zake van feit 3 van parketnummer 12-715460-10 gedeeltelijk toegewezen en in zoverre een schadevergoedingsmaatregel opgelegd zoals in het arrest omschreven.

2. Mr. H.M. van Dunsbergen, advocaat te Goes, heeft cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt dat het hof onvoldoende is ingegaan op de onderbouwde standpunten betreffende het bewijs. Daartoe wijst het op allerlei bezwaren die zijn ingebracht tegen de tenlastelegging van feit 3 van parketnummer 12-715460-10.

3.2. Lezing van de bewijsconstructie in het arrest van het hof, inclusief de in de toelichting op het middel aangehaalde delen daarvan, doen mij ernstig twijfelen aan de draagkracht van die constructie. Het hof heeft eerst weergegeven wat aangeefster [betrokkene 3] over de overval heeft verklaard. Vervolgens overweegt het hof dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven en heeft bekend. Uit het vervolg blijkt dat het hof hier met verdachte niet [verdachte] kan hebben bedoeld. Vervolgens geeft het hof een telefoongesprek van 10 september 2010 weer dat gevoerd wordt tussen [medeverdachte] en [betrokkene 1]. Het gaat over een hond en de band van die hond. Daarna overweegt het hof dat [medeverdachte] en verdachte hebben verklaard dat zij echt spraken over een hond en zijn bandje. De door de steller van het middel aangehaalde overwegingen van het hof over met name het medeplegen lijken wel betrekking te hebben op verdachte.

3.3. Klaarblijkelijk heeft het hof onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de verklaringen van de verschillende betrokkenen. Het gevolg is dat de bewijsconstructie verwarring zaait en dat daaruit niet kan blijken wie wat heeft verklaard. Dat de bewijsconstructie van feit 3 van parketnummer 12-715460-10 tekort schiet gelet op hetgeen de verdediging heeft aangevoerd kan ik daarom onderschrijven.

Het middel lijkt mij gegrond te zijn.

4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde onder parketnummer 12-715460-10, de strafoplegging en de beslissingen ten aanzien van de benadeelde partij en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, teneinde de zaak in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te berechten en af te doen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met nr. 11/05640 ([medeverdachte]) waarin ik ook vandaag concludeer.