Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:973

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
27-08-2013
Datum publicatie
16-10-2013
Zaaknummer
11/04299
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:967, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Rijden tijdens ontzegging. Slagende bewijsklacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/04299

Zitting 27 augustus 2013

Mr. Jörg

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Bij arrest van 6 september 2011 heeft het Gerechtshof Arnhem de verdachte, voor zover in cassatie van belang, wegens 1. “overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.

2. Namens de verdachte heeft mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.

3. Het middel klaagt dat het onder 1. bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, onder meer omdat niet blijkt van een juiste betekening van de uitspraak waarbij de verdachte de rijbevoegdheid is ontzegd.

4. Ten laste van verdachte is onder 1. bewezenverklaard dat hij:

“op 17 juni 2008 te Beekbergen, in de gemeente Apeldoorn, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Loenenseweg, een motorrijtuig, (tweewielige bromfiets), heeft bestuurd.”

5. Deze bewezenverklaring steunt op een tweetal bewijsmiddelen, te weten:
i) een proces-verbaal inhoudende dat de verbalisanten op 17 juni 2008 een bromfiets met kenteken [AA-00-BB]hebben zien rijden, dat verbalisant [verbalisant 2] de bestuurder van deze bromfiets ambtshalve herkende als de verdachte en dat uit onderzoek bleek dat aan deze - tevens de tenaamgestelde van de desbetreffende bromfiets – de rijbevoegdheid op dat moment volledig bleek te zijn ontzegd;
(ii) uitdraaien van een bevraging landelijke systemen met betrekking tot de rijbewijsgegevens van de verdachte, onder meer inhoudende een volledige ontzegging rijbewijs in de periode van 8 mei 2008 tot 5 september 2008.

6. In aanmerking genomen dat (de inhoud van)1 een kennisgeving ingang ontzegging rijbevoegdheid bij de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen ontbreekt, kan de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte ten tijde van het besturen van het motorrijtuig wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid daartoe was ontzegd, niet uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. De bewezenverklaring is dus in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

7. Het middel slaagt.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor wat betreft het onder 1. bewezenverklaarde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Waarnemend A-G

1 Vgl. HR 30 maart 2010, LJN BK6920. Zijdelings ook nog HR 3 april 2012, LJN BV7016, NS 2012/ 220.