Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:952

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
04-10-2013
Datum publicatie
29-11-2013
Zaaknummer
13/02848
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:1470, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Huur woonruimte. Ontbinding huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming wegens structurele, ernstige en voortdurende overlast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2013/557
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Rolnr. 13/02848

Mr M.H. Wissink

Zitting: 4 oktober 2013

conclusie (art. 80a RO in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

eiseres in cassatie,

tegen

Stichting Rondom Wonen,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster in cassatie,

(hierna: de Stichting)

1.

Het bij dagvaarding van 10 juni 2013 tijdig ingestelde cassatieberoep richt zich tegen het tussen partijen gewezen arrest van het hof Den Haag van 12 maart 2013. Daarin heeft het hof, kort gezegd, de tussen partijen gesloten huurovereenkomst ontbonden wegens wanprestatie van [verzoekster] en [verzoekster] veroordeeld om de woning die zij van de Stichting huurde te ontruimen. De klachten van het middel rechtvaardigen geen behandeling in cassatie omdat deze klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

2.

Het middel, dat uit één onderdeel bestaat, richt zich tegen rov. 6 en verwijt het hof ten onrechte geen voorrang te hebben gegeven aan de grondrechten van [verzoekster] ten opzichte van het contractuele belang van de Stichting. Nog daargelaten dat deze klacht niet voldoet aan de bepaaldheidseisen van art. 407 lid 2 Rv – geenszins wordt onderbouwd waarom art. 2, 8 en 6 EVRM en art. 47 EU Handvest door de beslissing van het hof zijn geschonden1 – vraagt deze klacht om een herbeoordeling van de feiten die in cassatie niet kan worden gegeven. Het middel klaagt immers – terecht – niet dat het hof de belangen en rechten van [verzoekster] niet heeft meegewogen, maar slechts dat het hof hieraan geen voorrang heeft gegeven. Het middel merkt in dit verband op dat sprake is van een onduidelijke situatie met twee elkaar bestrijdende kampen in de straat, maar die opmerking gaat geheel voorbij aan wat het hof in rov. 5 heeft overwogen.

De klacht dat het hof het bewijsaanbod van [verzoekster] ongemotiveerd heeft afgewezen, mist feitelijke grondslag. [verzoekster] heeft in appel geen bewijsaanbod gedaan. Het middel geeft ook niet aan, onder vermelding van de vindplaatsen in de stukken van het geding, dat wel een adequaat bewijsaanbod is gedaan en voldoet in zoverre niet aan de daaraan te stellen eisen. Verder hoeft het hof niet te motiveren waarom het geen ambtshalve bewijslevering beveelt.

In cassatie wordt niet opgekomen tegen de vaststellingen van het hof in rov. 5. Die vaststellingen kunnen het oordeel van het hof dragen. Op basis daarvan betitelt het hof in rov. 6 de situatie als een van dusdanig structurele, ernstige en nog steeds voortdurende overlast dat ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. Hierop stuit af de klacht dat het hof recht heeft gedaan op feiten uit een ver verleden. Deze mist feitelijke grondslag en is overigens onvoldoende bepaald in de zin van art. 407 lid 2 Rv.

3.

Het cassatieberoep kan met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk worden verklaard.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Zie o.m. HR 5 november 2010 ECLI:NL:HR:2010:BN6196, JBPr 2011/6 m.nt. R.P.J.L. Tjittes; HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2639, NJ 2013/125.