Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:892

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20-09-2013
Datum publicatie
01-11-2013
Zaaknummer
13/03486
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:1088, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Zaaknummer: 13/03486

mr. J. Wuisman

Rolzitting: 20 september 2013

CONCLUSIE inzake:

[verzoeker],

verzoeker tot cassatie,

advocaat: mr. E.J.W.F. Deen

1 Voorgeschiedenis

1.1

Verzoeker tot cassatie heeft op 8 november 2012 bij verzoekschrift aan de rechtbank Rotterdam verzocht hem toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat verzoek heeft de rechtbank bij vonnis d.d. 25 januari 2013 afgewezen op twee gronden: (1) niet aannemelijk is geworden dat de schulden uit de periode van vijf jaren voorafgaande aan het verzoek te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald zijn gelaten; (b) niet aannemelijk is geworden dat de bij verzoeker tot cassatie opgetreden alcoholverslaving al een voldoende lange termijn onder controle is.

1.2

Verzoeker tot cassatie is van het vonnis van de rechtbank in appel gekomen bij het gerechtshof Den Haag, dat echter het vonnis bij arrest d.d. 9 juli 2013 heeft bekrachtigd. Het hof deelt het oordeel van de rechtbank inzake de goede trouw van verzoeker tot cassatie ten aanzien van het ontstaan en laten voortbestaan van schulden (rov. 5 en 6), terwijl het voor toepassing van de ‘hardheidsclausule’ als bedoeld in artikel 288, lid 3 Fw onvoldoende aanleiding ziet (rov. 8). Bovendien acht het hof nog niet voldoende aannemelijk dat verzoeker tot cassatie zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen (rov. 7).

1.3

Van het arrest van het hof is verzoeker tot cassatie op 16 juli 2013 en daarmee tijdig bij verzoekschrift in cassatie gekomen.

2 Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1

De beslissing van het hof rust op twee gronden die, indien zij juist zijn, ieder de beslissing kunnen dragen. Een van die gronden is dat het hof het nog niet voldoende aannemelijk acht dat verzoeker tot cassatie zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen (rov. 7). Die grond wordt in cassatie niet bestreden. Dit betekent dat het arrest van het hof ook in stand blijft indien tegen de andere grond terecht zou zijn opgekomen. Het cassatieberoep kan derhalve klaarblijkelijk geen doel treffen, hetgeen blijkens artikel 80a RO een grond oplevert voor het niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.

3 Conclusie

De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

(A-G)