Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:889

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10-09-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
11/03894
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:887, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende klacht strafmotivering. ‘s Hofs vaststelling “dat verdachte reeds vier maal eerder is veroordeeld ter zake soortgelijke feiten”, waarmee tot uitdrukking is gebracht dat die veroordelingen t.t.v. het tlglde onherroepelijk waren, is niet zonder meer begrijpelijk aangezien het Uittreksel Justitiële Documentatie daarvoor geen steun biedt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/03894

Zitting: 10 september 2013

Mr. Vellinga

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens “als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 28 uren, subsidiair 14 dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Voorts heeft het Hof de teruggave van een in beslag genomen personenauto gelast.

2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel houdt in dat het Hof bij het bepalen van de strafmaat ten onrechte heeft overwogen dat uit een uittreksel Justitiële Documentatie is gebleken dat verdachte reeds viermaal eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten, terwijl uit het uittreksel blijkt dat de betreffende veroordelingen pas onherroepelijk zijn geworden nadat verdachte zich aan het bewezen verklaarde feit schuldig heeft gemaakt.

4. Het Hof heeft ten aanzien van de strafoplegging, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende overwogen:

“Anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd, acht het hof het opleggen van een geldboete niet passend. Het hof overweegt dat uit een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie is gebleken dat verdachte reeds vier maal eerder is veroordeeld ter zake soortgelijke feiten. De bij die veroordelingen opgelegde straffen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw te rijden in een personenauto, zonder dat hij daarvoor een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen had gesloten en in stand gehouden. Het hof zal aan de verdachte een taakstraf, bestaande uit het verrichten van een werkstraf, voor het hieronder te vermelden aantal uren opleggen.”

5. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat hij – kort gezegd – op 26 juni 2009 op de openbare weg heeft gereden met een motorrijtuig, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden.

6. Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevindt zich een uittreksel Justitiële Documentatie van 17 maart 2011. Daarop zijn onder ‘gegevens betreffende afgedane kantonzaken’ naast deze zaak vier veroordelingen wegens overtreding van art. 30 lid 2 Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen opgenomen, te weten:

- een overtreding gepleegd op 10 oktober 2007. Hiervoor is de verdachte op 2 oktober 2008 door de Kantonrechter te Roermond veroordeeld. Deze beslissing is op 17 maart 2009 onherroepelijk geworden;

- een overtreding gepleegd op 20 juni 2007. Hiervoor is de verdachte op 6 november 2008 door de Kantonrechter te Roermond veroordeeld. Deze beslissing is op 14 juli 2009 onherroepelijk geworden;

- een overtreding gepleegd op 21 mei 2008. Hiervoor is de verdachte op 4 juni 2009 door de Kantonrechter te Roermond veroordeeld. Deze beslissing is op 25 november 2009 onherroepelijk geworden;

- een overtreding gepleegd op 10 september 2008. Hiervoor is de verdachte op 24 juni 2010 door de Kantonrechter te Roermond veroordeeld. Deze beslissing is op 9 juli 2010 onherroepelijk geworden.

7. De vaststelling van het Hof dat verdachte reeds vier maal eerder ter zake soortgelijke feiten was veroordeeld en dat de wegens die veroordelingen opgelegde straffen de verdachte ten tijde van het plegen van het delict er kennelijk niet van hebben weerhouden het strafbare feit opnieuw te plegen is niet zonder meer begrijpelijk, omdat uit het uittreksel Justitiële Documentatie blijkt dat verdachte ten tijde van het plegen van het delict slechts een maal onherroepelijk ter zake van soortgelijke feiten was veroordeeld.

8. Het middel slaagt.

9. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 11 augustus 2011 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat sedertdien meer dan twee jaren zijn verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het bestreden arrest om andere redenen niet in stand kan blijven en de zaak dient te worden teruggewezen of verwezen.

10. Andere gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG