Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:84

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
11-06-2013
Datum publicatie
19-07-2013
Zaaknummer
12/01384
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:127, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk o.g.v. art. 80a RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 12/01384

Mr. Aben

Zitting 11 juni 2013

Standpunt c.q. conclusie inzake:

[verdachte]

Bestreden arrest:

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 29 december 2011, waarbij het vonnis van de rechtbank te Maastricht van 8 juli 2011 is bevestigd.

Het tweede en het derde middel klagen over de bewezenverklaring van de feiten:

  1. subsidiair, voor zover bewezenverklaard en gekwalificeerd als medeplegen van poging tot doodslag (aangever: [slachtoffer 1])

  2. subsidiair, voor zover bewezenverklaard en gekwalificeerd als medeplegen van poging tot doodslag (aangever: [slachtoffer 2])

  3. primair, medeplegen van poging tot zware mishandeling (aangever:[slachtoffer 3])

  4. subsidiair, voor zover bewezenverklaard en gekwalificeerd als medeplegen van poging tot doodslag (aangever: [slachtoffer 1]; zelfde aangever als onder 1, doch een eerder voorval).

Het betreft telkens gevallen van toepassing van geweld tegen mannen van wie de dadergroep waarin de verdachte opereerde een homoseksuele geaardheid vermoedde. Het geweld is door henzelf omschreven als “flikkertikken”. De klachten houden telkens uitsluitend in dat niet is komen vast te staan dat de verdachte in persoon tegen het hoofd van de betrokkenen heeft geschopt (toen zij op de grond lagen), althans dat telkens niet kan worden bewezen dat de verdachte zelf het geweld dat deze zware kwalificaties rechtvaardigt heeft toegepast.

’s Hofs kennelijke oordeel dat niet exact hoeft te kunnen worden vastgesteld welk geweld de verdachte specifiek heeft uitgeoefend vanwege de bewezenverklaring van het medeplegen en met het oog op het vastgestelde voorwaardelijke opzet geeft vrij evident geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is geenszins onbegrijpelijk (gemotiveerd). De door het hof bevestigde promis-overwegingen van de rechtbank zijn ook overigens alleszins begrijpelijk.

Het eerste middel klaagt tevergeefs over een overschrijding van de redelijke termijn in de fase van cassatie.

De klachten kunnen worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,