Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:730

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
04-06-2013
Datum publicatie
10-09-2013
Zaaknummer
11/02624
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:681, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De HR verklaart de verdachte n-o in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/02624

Zitting: 4 juni 2013

Mr. Hofstee

Conclusie inzake:

[verzoeker = verdachte]

1. Verzoeker is bij arrest van 24 mei 2011 door het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage wegens de in dat arrest omschreven feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 86 maanden en een geldboete van € 10.000,-, subsidiair 85 hechtenis. Tevens heeft het Hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een paspoort en de vordering tot verbeurdverklaring afgewezen.

2. Deze zaak hangt samen met de zaken met de griffienummers 11/02762 en 11/02769, in welke zaken ik heden eveneens concludeer.

3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, is namens verzoeker niet binnen de door de wet gestelde termijn een schriftuur ingediend.

4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de vorenbedoelde aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG