Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:27

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
31-05-2013
Datum publicatie
04-10-2013
Zaaknummer
12/03751
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:846, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Onteigeningsrecht. Onteigening mede ten behoeve van winning bodembestanddelen (Titel IIC Ow). Art. 40c Ow. Eliminatieregel. Waardebepaling volgens vergelijkingsmethode en residuele methode. HR 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ6968, NJ 2005/151, en HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5349. Kan bij residuele methode worden aangesloten bij exploitatiebegroting van andere, met het werk vergelijkbare projecten?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2013/481
Verrijkte uitspraak

Conclusie

12/03751

mr. J.C. van Oven

Zitting 31 mei 2013

CONCLUSIE inzake:

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Infrastructuur en Milieu)

eiser in cassatie

(mrs. M.W. Scheltema en R.T. Wiegerink)

tegen

Rooms Katholieke Kerk van den Heiligen Vitus of de Kerkfabriek Bergen Well

gedaagde in cassatie

niet verschenen

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis waarin na vervroegde onteigening van grond in de gemeente Bergen (Limburg) de schadeloosstelling is vastgesteld. In geschil is nog de “werkelijke waarde” van het onteigende. De zaak verschilt voor zover in cassatie relevant niet met de bij Uw Raad aanhangige zaken met nrs 12/03746 (Staat/[A], waarin mr. Duijsens verweer voert) en 12/03754 (Staat/[…] c.s., waarin mr. Sluysmans verweer voert). Een enigszins samenhangende zaak is voorts de bij Uw Raad aanhangige zaak 12/03796 ([A]/Staat, gericht tegen hetzelfde vonnis als het cassatieberoep van de Staat nr 12/03746). Het gaat steeds om onteigeningsprocedures ten behoeve van hetzelfde project. In alle zaken heeft de rechtbank Roermond de waarde van de onteigende grond vastgesteld op de agrarische waarde met een toeslag van € 5,50 per m2 wegens bij het werk waarvoor onteigend wordt winbare bodembestanddelen (zand en grind). De Staat meent dat de rechtbank bij de vaststelling van de toeslag de residuele methode ten onrechte, althans verkeerd, heeft toegepast. De Staat voert voorts klachten aan met betrekking tot de toegepaste indexatie met behulp van het algemeen prijspeil en het passeren van stellingen van de Staat met betrekking tot verschillen tussen het onderhavige project en een volgens de deskundigen vergelijkbaar project.

1 Pocesverloop

1.1

Bij vonnis van 28 april 2010 heeft de rechtbank Roermond ten name van de Staat en ten algemenen nutte de vervroegde onteigening uitgesproken van:

- een gedeelte ter grootte van 00.12.40 ha van het perceel kadastraal bekend gemeente Bergen (L), sectie S nummer [001], groot 00.67.70 ha;

- het perceel kadastraal bekend gemeente Bergen (L), sectie S nummer [002], groot 01.54.25ha.

De onteigening vond plaats op de voet van art. 72a en 72c Ow en is geschied ten behoeve van de aanleg van de Hoogwatergeul Well-Aijen op de rechteroever van de Maas tussen de kernen van Well en Aijen, vanaf het punt ongeveer 500 meter ten zuiden van de invaart naar de plas ’t Leuken (Maaskilometer 134.575) tot de Aijense Beek (Maaskilometer 138.180), met bijkomende werken, in de gemeente Bergen (L), ten algemenen nutte en ten name van de Staat (Ministerie van Verkeer en Waterstaat).

1.2

Het vonnis van vervroegde onteigening is op 4 juni 2010 ingeschreven in de openbare registers.

1.3

De onteigening heeft plaatsgevonden op basis van zowel titel IIa (onteigening ten behoeve van – onder andere – verbetering of verruiming van rivieren) als titel IIc (onteigening in het belang van de winning van oppervlaktedelfstoffen) van de Onteigeningswet. Het werk, Hoogwatergeul Well-Aijen, bestaat naast aanleg van een hoogwatergeul uit de winning van vrijkomende delfstoffen (zand en grind). De onteigende gronden waren op de peildatum onbebouwd en in gebruik als landbouwgrond (grasland en landbouwgrond).

1.4

Het advies van de reeds eerder door de rechtbank bij beschikkingen van 6 en 20 januari 2010 op de voet van art. 54a Ow benoemde deskundigen is op 8 september 2011 bij de rechtbank binnengekomen. In hun advies taxeren de deskundigen de voor vergoeding in aanmerking komende werkelijke waarde van de onteigende gronden op € 166.650.

1.5

Bij vonnis als bedoeld in art. 54t Ow van 23 mei 2012 heeft de rechtbank de door de Staat aan de Kerk verschuldigde schadeloosstelling, conform het advies van de deskundigen, vastgesteld op € 166.650,00.

1.6

Bij akte van 1 juni 2012 heeft de Staat (tijdig)1 cassatieberoep ingesteld tegen het vonnis van 23 mei 2012. De akte waaruit blijkt dat hij cassatieberoep heeft ingesteld heeft de Staat bij exploot van 13 juli 2012 (tijdig)2 aan de Kerk laten betekenen met dagvaarding in cassatie. Tegen de Kerk is verstek verleend. De Staat heeft de zaak schriftelijk toegelicht.

2 Bespreking van de cassatieklachten.

De onderdelen 1-4 van het middel betreffen klachten met betrekking tot de door de rechtbank in het voetspoor van de deskundigen aan het onteigende toegekende werkelijke waarde van € 10 per m2. De Staat heeft identieke klachten aangevoerd in de onderdelen 1-4 van het middel dat hij heeft voorgesteld in de bij Uw Raad aanhangige zaak met nr 12/03754 (Staat/[…] c.s.), waarin het eveneens gaat om een schadeloosstelling wegens onteigening van landbouwgrond ten behoeve van de aanleg van de Hoogwatergeul Well-Aijen, en waarin de rechtbank te Roermond aan die andere landbouwgronden (voor zover in onverpachte staat) eveneens een werkelijke waarde van € 10 per m2 heeft toegekend. In de conclusie die ik vandaag in de laatstgenoemde zaak neem, heb ik uiteengezet waarom die klachten naar mijn mening niet tot cassatie kunnen leiden. Temeer waar in de onderhavige zaak de onteigende partij in cassatie niet is verschenen, meen ik dat ik mijn conclusie tot verwerping van het beroep in de onderhavige zaak kan motiveren door te verwijzen naar de nrs 3.1-3.3 en 4.1-4.35 van mijn conclusie in de zaak Staat/[…] c.s. Met uitzondering van noot 19 bij die conclusie geldt al hetgeen daar is gezegd, mutatis mutandis, ook voor de onderhavige zaak.

3 Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

Waarnemend Advocaat-Generaal

1 Immers binnen de termijn van twee weken van art. 52 lid 2 jo. art. 54t lid 1 Ow, die afliep op 6 juni 2012.

2 Immers binnen de termijn van twee plus zes weken van art. 53 lid 1 jo. art. 54t lid 1 Ow, die afliep op 18 juli 2012.