Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:2698

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
03-12-2013
Datum publicatie
23-04-2014
Zaaknummer
11/05394
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:964
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. Inbeslagneming, art. 134 Sv. Het oordeel van het Hof dat het veiligstellen van het vaartuig door de Dienst Binnenwaterbeheer van de Gemeente Amsterdam niet kan worden beschouwd als een inbeslagneming t.b.v. de strafvordering is onbegrijpelijk in het licht van de vaststelling van het Hof dat het vaartuig “op verzoek van het Team water van de politie naar aanleiding van een aangifte van diefstal (…) door voornoemde gemeentelijke dienst naar de bewaarhaven [is] overgebracht”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 11/05394 B

Zitting: 3 december 2013

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[klager]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij beschikking van 2 november 2011 – na vernietiging in cassatie van de beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 10 december 2009 – het beklag van klager ex art. 552a Sv, dat volgens de bestreden beschikking strekt tot het geven van een last tot teruggave aan klager van het pleziervaartuig (type motorkruiser) genaamd [A], niet-ontvankelijk verklaard.

2. Tegen deze beschikking is namens klager cassatieberoep ingesteld.

3. Namens klager heeft mr. D.H. Woelinga, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel

4.1. Het middel klaagt over (de motivering van) het oordeel van het Hof dat het klaagschrift zich niet richt tegen een inbeslagneming in de zin van art. 134 Sv.

4.2. Het Hof heeft het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard en heeft daartoe, voor zover voor de bespreking van het middel van belang, het volgende overwogen:

3. Beoordeling

(…)

Allereerst zal het hof de vraag moeten beantwoorden of i.c. sprake is van inbeslagneming ten behoeve van strafvordering. Daartoe is het volgende van belang.

Het vaartuig, waarvan zowel klager en [betrokkene 1] enerzijds als [betrokkene 2] anderzijds stellen eigenaar te zijn, terwijl geen van hen die eigendom heeft aangetoond, is blijkens een brief van de Dienst Binnenwaterbeheer van de Gemeente Amsterdam van 25 april 2008 door deze dienst veilig gesteld op verzoek van het Team water van de politie naar aanleiding van een aangifte van diefstal. Het vaartuig is daartoe op 10 september 2007 door voornoemde gemeentelijke dienst naar de bewaarhaven overgebracht en door diezelfde gemeentelijke dienst op 21 februari 2008 afgegeven aan [betrokkene 2]. In een brief van diezelfde dienst van 22 mei 2008 is voorts vermeld dat in deze zaak door die dienst "geen proces-verbaal of iets dergelijks" is ontvangen en dat het vaartuig aan [betrokkene 2] is teruggegeven omdat "aangenomen werd dat hij de rechthebbende was". Uit het dossier blijkt niet dat op enig moment inbeslagneming, zoals bedoeld in artikel 134 Sv, van het betreffende vaartuig heeft plaatsgevonden. Zo is er geen sprake van een inbeslagneming door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar of (hulp)officier van justitie en blijkt niet dat er een proces-verbaal van inbeslagneming is opgemaakt en evenmin dat er enig strafrechtelijk onderzoek is verricht. Derhalve kan dit veiligstellen door de Dienst Binnenwaterbeheer van de Gemeente Amsterdam noch inhoudelijk, noch naar de uiterlijke verschijningsvorm worden beschouwd als een inbeslagneming ten behoeve van de strafvordering. Het klaagschrift richt zich derhalve niet tegen een inbeslagneming in de zin van artikel 134 Sv, zodat klager in zijn beklag als bedoeld in artikel 552a Sv niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.”

4.3. Het middel komt mij gegrond voor. Onder inbeslagneming, hetgeen is gedefinieerd in art. 134 lid 1 Sv, wordt verstaan het onder zich nemen of gaan houden van een voorwerp ten behoeve van de strafvordering. Tot de definitie behoort niet dat de formaliteiten in acht zijn genomen, noch dat er een bevoegdheid tot inbeslagneming was. Waar het op aankomt is het doel van het onder zich nemen of gaan houden (ten behoeve van de strafvordering). Daarover stelt het Hof niets vast.

4.4. Het onder zich nemen door de Dienst Binnenwaterbeheer van de Gemeente Amsterdam geschiedde op verzoek van de politie naar aanleiding van een aangifte van diefstal op 10 september 2007 door [betrokkene 2]. Het oordeel dat het veilig stellen van het vaartuig niet ten behoeve van de strafvordering was, is gelet daarop niet zonder meer begrijpelijk.

4.5. Ik merk daarbij op dat door het Hof niet is vastgesteld dat de Dienst Binnenwaterbeheer handelende op grond van een eigen, niet strafvorderlijke bevoegdheid, noch dat zij eigen (niet strafvorderlijke) doelen nastreefde met het veiligstellen van het vaartuig.1 Het lijkt er dus sterk op dat de politie als de ‘functionele dader’ moet worden aangemerkt, zodat de vraag is met welk doel zij het verzoek deed om het vaartuig veilig te stellen. Dat dit geen strafvorderlijk doel was, ligt gezien de aanleiding, de aangifte van diefstal van het vaartuig, bepaald niet voor de hand.

4.6. Het middel slaagt.

5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Als in cassatie afgegaan zou mogen worden op het proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 2], opgemaakt door [verbalisant] op 21 april 2010, dat is opgenomen in de bij de schriftuur gevoegde “aanvulling op middelen van cassatie”, werd het vaartuig op 21 februari 2008 door de Dienst Binnenwaterbeheer aan [betrokkene 2] afgegeven omdat de politie hem als eigenaar had aangemerkt. Ook dat wijst niet op de uitoefening van een eigen bevoegdheid.