Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:2501

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
03-12-2013
Datum publicatie
11-02-2014
Zaaknummer
12/03783
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:293
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht diefstal in vereniging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 12/03783

Zitting: 3 december 2013

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 11 mei 2012 verdachte wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken, waarvan vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Hof de teruggave gelast aan St. [B] respectievelijk aan verdachte van een aantal inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander als vermeld in het bestreden arrest. Verder heeft het Hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Ten slotte heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van de eerder door de Kinderrechter te ‘s –Gravenhage voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van twintig uren, subsidiair tien dagen jeugddetentie.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.

3. Namens verdachte heeft mr. A.A.G. Balkenende, advocaat te Katwijk, een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel

4.1. Het middel klaagt dat het Hof “ten onrechte” heeft geoordeeld dat het tenlastegelegde feit bewezen is verklaard. Gelet op de daarop gegeven toelichting begrijp ik het middel aldus dat het klaagt dat het bewezenverklaarde niet uit ’s Hofs bewijsvoering kan volgen.

4.2. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat:

“hij omstreeks 24 februari 2011 tot en met 25 februari 2011 te Voorschoten tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kantoor/pand, gelegen op of aan de [a-straat 1] heeft weggenomen drie laptops en een kluis en een projector/beamer en een geldbedrag van ongeveer 1300 euro, en andere goederen toebehorende aan [A], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik te hebben gebracht door een raam van dat kantoor/pand open te breken en vervolgens via de aldus ontstane opening dat kantoor/pand binnen te gaan en een deur in dat kantoor/pand open te breken”

4.3. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:

1. De verklaring van de verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 27 april 2012 verklaard - zakelijk weergegeven -:

In de nacht van 24 op 25 februari 2011 zat ik op de achterbank van de auto, een grijze Volkswagen Fox, die werd bestuurd door medeverdachte [medeverdachte 1]. Ik ben tussen 00.30 en 00.45 uur die nacht opgehaald.

Rond 03.45 uur werd de auto aangehouden. Er is bij mij een geldbedrag van ongeveer € 1.000,- aangetroffen.

2. Een voor kopie conform origineel getekend afschrift van het proces-verbaal van aangifte van de politie Hollands Midden, nummer PL1643 2011029140-1, d.d. 25 februari 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 85 tot en met 90 van het doorgenummerde dossier) - zakelijk weergegeven -:

als de op 25 februari 2011 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:

Ik ben als jongerenwerker werkzaam bij [A], [a-straat 1] te Voorschoten, alwaar het kantoor van de Stichting [B] is gevestigd.

Op vrijdag 25 februari 2011 werd ik omstreeks 10.30 uur door de politie gebeld omdat er in het kantoor van [A] was ingebroken. Het pand is op 24 februari 2011 omstreeks 23.30 uur afgesloten. Nadat ik het pand op 25 februari 2011 omstreeks 10.35 uur voor de politie had geopend en vervolgens de deur van het kantoor van het slot had gehaald, zag ik dat het raam van het kantoor half open stond en dat het kozijn van dat raam geforceerd was. Ik zag dat ook de deur naar de kluisruimte opengebroken was. De kluis, met daarin onder meer ruim 1300 euro aan contant geld en een kasboek, bleek te zijn weggenomen, evenals drie laptops van het merk Acer en een projector/beamer. Die beamer zat in een zwarte tas, waarin ook boekjes en kabels zaten.

Dinsdag- en woensdagochtend heeft een collega opgemerkt dat de hefboompjes van een raam van het kantoor openstonden. De dagen daarvoor zijn onder meer twee stagiaires,[medeverdachte 1] en ene [medeverdachte 2], daar geweest, terwijl ze daar niet hadden moeten zijn. In principe hebben we de afspraak dat de jongeren niet in het kantoor komen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven dit feit te plegen.

3. Een voor kopie conform origineel getekend afschrift van het proces-verbaal bevindingen verwerking verkeersgegevens van de politie Haaglanden, nummer 2011029140, d.d. 18 maart 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina 162 e.v.) - zakelijke weergegeven:

als relaas van de opsporingsambtenaar:

Te 00.42 en 00.50 uur belt de blackberry van [medeverdachte 1] naar het toestel van [verdachte]. Het toestel van [verdachte] straalt een zendmast aan in de gemeente Leiden, Wassenaarseweg.

4. Een voor kopie conform origineel getekend afschrift van het proces-verbaal van aanhouding van de politie Haaglanden, nummer PL1573 2011041399-4, d.d. 25 februari 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 10 tot en met 13 van het doorgenummerde dossier) - zakelijk weergegeven -:

als relaas van bevindingen en verrichtingen van deze opsporingsambtenaren dan wel één van hen:

Op 25 februari 2011 omstreeks 03.45 uur werden wij op de Noordsingel in Leidschendam ingehaald door een Volkswagen Fox met daarin drie personen. Nadat deze auto linksaf was geslagen, zijn wij er weer voor gaan rijden en hebben wij de bestuurder een volgteken gegeven. De bestuurder voldeed hieraan. Op de Vlietweg te Leidschendam ter hoogte van het informatiebord hebben wij de Volkswagen Fox laten plaatsnemen. Desgevraagd overhandigde de bestuurder een geldig Nederlands rijbewijs. Hij bleek te zijn genaamd: [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboortedatum].

Toen ik, verbalisant [verbalisant 1], met mijn zaklamp in de auto scheen, zag ik in de achterbak twee laptops van het merk Acer liggen. De man op de achterbank - naar later bleek: [verdachte] - toonde ons daarna nog een derde laptop van het merk Acer. De bijrijder bleek [medeverdachte 2] te zijn genaamd.

Omdat [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] geen aannemelijke verklaring omtrent de herkomst van de laptops konden geven, hebben wij hen aangehouden en hebben wij de Volkswagen Fox en de laptops in beslag genomen.

5. Een voor kopie conform origineel getekend afschrift van het proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming van de politie Hollands Midden, nummer PL1640 2011029140-17, d.d. 25 februari 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in zakelijk weergegeven -:

als relaas van de opsporingsambtenaar:

Inbeslagneming:

Datum: 25 februari 2011

Verdachte: [verdachte]

Geboren: [geboortedatum] 1992

Beslag onder de verdachte

Categorie omschrijving: geld

Aantal: 21 biljetten

Waarde: EUR 969,95

6. Een voor kopie conform origineel getekend afschrift van het proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden, nummer PL1573 2011041399-8, d.d. 25 februari 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 97 tot en met 99 van het doorgenummerde dossier) - zakelijk weergegeven -:

als relaas van bevindingen en verrichtingen van deze opsporingsambtenaren dan wel één van hen:

Naar aanleiding van de aanhouding van de verdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte] hebben wij een onderzoek in de Volkswagen Fox ingesteld. Ter plaatse van de aanhouding zag ik, verbalisant [verbalisant 2], op de grond voor de bestuurdersstoel briefgeld liggen en op de achterbank een opbergtas met daarin een beamer van het merk Acer alsmede een laptop van het merk Acer. Verder zag ik een sportjack liggen, waarin ik een rode plastic tas met een grote hoeveelheid muntgeld aantrof. Tenslotte trof ik in de kofferbak twee laptops van het merk Acer aan.

De Volkswagen Fox is vervolgens naar het politiebureau Leidschendam-Voorburg overgebracht, alwaar ik, verbalisant [verbalisant 1], deze auto nader heb onderzocht. Daarbij heb ik, naast de drie laptops en de opbergtas met beamer, onder meer nog het volgende aangetroffen:

- in de kofferbak: drie adapters voor laptops

- op de bodem aan bestuurderszijde: 715 euro aan papiergeld

- op de achterbank: een blauw sportjack, opschrift "Talent on playgrounds", met in de jaszak 230 euro aan papiergeld

- op de achterbank: een zwarte badstof jas met daarin 140 euro aan papiergeld

- op de achterbank: een rode plastic tas met daarin vier zakjes met 50 eurocent muntjes, een grote plastic zak met muntgeld, twee velletjes postzegels, een sleutelbos en een veiligheidscertificaat.

7. Een voor kopie conform origineel getekend afschrift van het proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden, nummer PL1573 2011041399-22, d.d. 25 februari 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina 129 van het doorgenummerde dossier) - zakelijk weergegeven -:

als relaas van bevindingen en verrichtingen van deze opsporingsambtenaar :

Na onderzoek bleek het muntgeld in de op de achterbank van de Volkswagen Fox aangetroffen plastic zak een bedrag van in totaal 70,07 euro te belopen en het muntgeld in de eveneens op de achterbank aangetroffen rode plastic tas een bedrag van in totaal 156,83 euro.

8. Een afschrift van het proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden, nummer PL1640 2011029140-30, d.d. 28 februari 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 150 en 151 van het doorgenummerde dossier) - zakelijk weergegeven -:

als relaas van bevindingen en verrichtingen van deze opsporingsambtenaar :

Op 28 februari 2011 heb ik [betrokkene 2], coördinator van [A], geconfronteerd met de in de Volkswagen Fox aangetroffen goederen. Zij herkende de drie laptops, de drie bij de laptops behorende opladers, de velletjes postzegels, de sleutelbos, de beamer met bijbehorende tas, een bonnetje van Blokker en het veiligheidscertificaat. Voorts herkende zij de blauwe jas met het opschrift "Talent on playgrounds" als zijnde een jas die aan stagiaires van [A] wordt uitgeleend voor gebruik tijdens activiteiten. [betrokkene 2] deelde mee dat ook muntgeld en zakjes met muntgeld waren weggenomen.

9. Een voor kopie conform origineel getekend afschrift van het proces-verbaal betreffende het sporenonderzoek van de politie Hollands Midden, nummer PL1609 2011029140-6, d.d. 25 februari 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 134 tot en met 137 van het doorgenummerde dossier - zakelijk weergegeven –

als relaas van bevindingen en verrichtingen van deze opsporingsambtenaar :

Op 25 februari 2011 te 11.45 uur werd door mij een forensisch onderzoek naar sporen verricht in een pand aan de [a-straat 1] te Voorschoten, alwaar het jongerencentrum [A] is gevestigd. Daarbij is door mij het volgende bevonden en waargenomen.

Gezien vanaf de toegangsdeur van het pand werd aan de linkerzijde een raam in de sluitnaad open gewrikt. Vervolgens werd een kamer betreden die i n gebruik was als kantoorruimte. Op de vloer van deze kamer werden nabij het inklimraam verschillende schoensporen aangetroffen. In de kamer was rechts achterin een ruimte met onder meer een kluis. De deur van deze ruimte werd in de sluitnaad open gewrikt ter hoogte van de slotschoot. Op de kamerzijde van de deur werd een schoenspoor aangetroffen.

In het belang van de bewijsvoering en/of het nader onderzoek zijn onder meer schoensporen veiliggesteld, waaronder de navolgende schoensporen:

sin : AACT9342NL

wijze veiligstellen : folie

plaats veiligstellen : op kamerzijde van ruimte met kluis

sin : AACT934 3NL

wijze veiligstellen: folie

plaats veiligstellen: binnen nabij inklimraam op vloer

10. Een voor kopie conform origineel getekend afschrift van het proces-verbaal van het Team Forensische Opsporing van de politie Hollands Midden, zaaknummer 2011-029140, d.d. 2 maart 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's 166 tot en met 171 van het doorgenummerde dossier – zakelijk weergegeven -:

als relaas van bevindingen en verrichtingen van deze opsporingsambtenaar :

Op 28 februari 2011 ontving ik onder andere een paar schoenen (verder te noemen [A]) van de verdachte [medeverdachte 2] en een paar schoenen (verder te noemen [B]) van de verdachte[verdachte]. Verzocht werd om onder meer te onderzoeken of de schoenzoolsporen, die op 25 februari 2011 zijn veiliggesteld naar aanleiding van een diefstal door middel van braak in een kantoor aan de [a-straat 1] t e Voorschoten, met de zolen van één van de schoenen zijn veroorzaakt.

De sporen, gewaarmerkt sin AACT9343NL en sin AACT9342NL (verder te noemen [1] en [2]) komen in aanmerking voor het vergelijkend onderzoek met respectievelijk de schoenen [A] en [B] . De overige veiliggestelde schoensporen zijn niet geschikt voor identificatiedoeleinden.

De schoenzoolsporen [1] en [2] zijn gefotografeerd en op ware grootte geprint.

Bij nader onderzoek is gebleken dat schoenzoolspoor [2] voor identificatie geschikte kenmerken toont, doch dat schoenzoolspoor [1] dergelijke kenmerken nauwelijks toont, terwijl in de zolen van de schoenen [A] zich door gebruik ontstane beschadigingen bevinden en in de zolen van

schoenen [B] slechts weinig van dat soort beschadigingen aanwezig zijn.

Tijdens een vergelijkend onderzoek tussen enerzijds de foto van schoenzoolspoor [2] en anderzijds de zool van rechterschoen [A] alsmede de met die zool vervaardigde proefsporen is gebleken dat het profiel overeenkomt, de afmetingen nagenoeg overeenkomen en voorts vier onregelmatigheden in het afgenomen schoenzoolspoor [2] qua plaats, onderlinge positie ten opzichte van elkaar en globaal in vorm overeenkomen met vier karakteristieke 'beschadigingen in de zool van rechterschoen [ A ].

11. Een voor kopie conform origineel gewaarmerkt afschrift van het proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Hollands Midden, nummer PL1640 2011029140-25, d.d. 27 februari 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer i n (pagina's 3 tot en met 7 van een afzonderlijk genummerd deel van het dossier) - zakelijk weergegeven -:

als de op 27 februari 2011 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [medeverdachte 1]:

Op 24 februari 2011 heb ik omstreeks 19.00 uur voor één dag een Volkswagen Fox gehuurd. Ik heb deze auto in Leiden opgehaald. Er lagen geen spullen in de auto, de auto was helemaal leeg toen ik hem kreeg.

Ik ben vervolgens naar het huis van [medeverdachte 2] in Leiden gereden. We hadden eerder die dag afgesproken dat ik hem rond 19.00 uur op zou halen. [medeverdachte 2] is ingestapt.

Om ongeveer 00.40 uur zijn we naar de woning van [verdachte] in Leiden gereden. [verdachte] is ook ingestapt.

Toen we omstreeks 04.00 uur weer op weg naar Leiden waren, werden we aangehouden.

Ik heb de vorige week de hele week stage gelopen bij buurthuis [A] in Voorschoten.

Het geschrift is slechts in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen tot het bewijs gebezigd.”

4.4. Het bestreden arrest bevat de volgende bewijsoverweging:

Bewijsoverweging en overige bewijsverweren

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat - verkort en zakelijk weergegeven - het enkele feit dat de verdachte met zijn buurjongen - de medeverdachte - in een auto zat, onvoldoende is om te concluderen dat hij betrokken was bij diefstal met braak, dan wel heling. Voor de bankbiljetten die de verdachte op zak had welke tezamen een waarde van EUR 969,95 vertegenwoordigen heeft de verdachte een verklaring gegeven die wordt ondersteund door de verklaringen van zijn vader en oom. Ook de aangetroffen schoensporen wijzen niet naar de verdachte, integendeel.

Voorts heeft de verdachte ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij op 25 februari 2011 rond 00.30, 00.45 uur thuis is opgehaald door medeverdachte [medeverdachte 1] om rondjes te rijden en dat hij stoned op de achterbank van de auto heeft gezeten zonder iets te merken en zonder te spreken.

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

Blijkens de aangifte van [betrokkene 1], p. 85 e.v., is het pand aan de [a-straat 1] te Voorschoten (hierna: '[A]') waarin Stichting [B] is gevestigd, op 24 februari 2011 omstreeks 23.30 uur afgesloten. In de nacht van 24 op 25 februari 2011 is een inbraak gepleegd in "[A]".

Te 00.42 en 00.50 uur (het hof begrijpt: op 25 februari 2011) belt de blackberry van [medeverdachte 1] naar het toestel van de verdachte. Het toestel van de verdachte straalt een zendmast aan in de gemeente Leiden (p. 162 e.v.)

In het proces-verbaal aanhouding van de verdachte p. 10 e.v., staat onder meer:

Op 25 februari 2011 omstreeks 03.45 uur hebben verbalisanten te Leidschendam ter controle in het kader van Wegenverkeerswet 1994 een Volkswagen Fox welke werd bestuurd door medeverdachte [medeverdachte 1] en waarin eveneens de verdachte (achterin) en [medeverdachte 2] (bijrijderstoel) zaten, een volgteken gegeven. De verbalisanten hebben op de Vlietweg aldaar de Volkswagen Fox laten plaatsnemen De bestuurder heeft hierop zijn rijbewijs overhandigd en meegewerkt aan een blaastest. Verbalisant [verbalisant 1] heeft met zijn zaklamp middels het raam van de kofferdeksel in de auto geschenen en zag in de kofferbak zonder hoedenplank twee laptops van het merk Acer liggen. Toen werd gevraagd naar de herkomst van de twee laptops werd er door de drie mannen verklaard dat er drie laptops in de auto aanwezig waren. De man op de achterbank toonde aan de verbalisanten nog een laptop van het merk Acer. Inzittenden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verklaarden desgevraagd dat ze de laptops van een jongen hadden gekocht in Leidschendam.

De verbalisant heeft hierna aan medeverdachte [medeverdachte 1] gevraagd om uit te auto te komen omdat de twee andere inzittenden hem telkens in de rede vielen wanneer hij iets wilde zeggen. [medeverdachte 1] verklaarde buiten de auto nogmaals dat ze de laptops hadden gekocht van een jongen in Leidschendam voor EUR 150,-. Hij verklaarde de naam van de jongen niet te weten dan wel niet te willen zeggen.

Hierop zijn de drie inzittenden aangehouden op verdenking van heling.

In '[A]' is een schoenzoolspoor aangetroffen van [medeverdachte 2] (p. 166 e.v.).

Onder de verdachte is blijkens het proces-verbaal "Kennisgeving van inbeslagneming" geld tot een bedrag van € 969,95 aangetroffen en in beslag genomen.

In de auto zijn behalve de drie laptops met bijbehorende opladers en een beamer ook aangetroffen: een blauwe jas met opdruk "Talent on playgrounds", een sleutelbos, twee postzegelvellen, een bonnetje van Blokker en een veiligheidscertificaat (p.150 e.v.).

Al deze goederen die in de auto zijn aangetroffen zijn door [betrokkene 2] herkend als goederen die toebehoren aan Stichting[B] en die in de nacht van 24 op 25 februari 2011 zijn weggenomen uit '[A]' (p.146 e.v.) Ook is in het dossier aanwezig een overzicht van coupures en muntgeld dat is weggenomen (p.97 e.v.)

De verdachte heeft voor zijn aanwezigheid in de auto, waarin zich, in de nacht van en dus kort na de inbraak, afgezien van de kluis, (nagenoeg) alle uit [A] afkomstige, gestolen, spullen, documenten en geldbedragen bevonden, geen aannemelijke verklaring gegeven. Op grond van het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de nacht van 24 op 25 februari 2011 na in Leiden te zijn opgehaald tussen omstreeks 00.45 en 03.45 uur met medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft opgetrokken en dat hij samen met hen de in de auto aangetroffen goederen uit '[A]' in Voorschoten heeft weggenomen.

Voor zover zijdens de verdediging wordt gesteld dat de inbraak mogelijk heeft plaatsgevonden voor 25 februari 00.45 uur, overweegt het hof dat deze stelling geen steun vindt in de verklaringen van de medeverdachten en het hof overigens evenmin aannemelijk voorkomt. De verklaring die de verdachte heeft gegeven voor het geldbedrag dat hij bij zich had, acht het hof niet aannemelijk. Gelet op de plaats, tijd en overige vorenstaande feiten en omstandigheden - in onderling verband en samenhang bezien - is het hof van oordeel dat het bij verdachte aangetroffen geld van de inbraak afkomstig is en niet het geldbedrag is dat bedoeld was voor het behalen van zijn rijbewijs. Ook de stelling dat de verdachte stoned was en niets heeft opgemerkt of gezegd, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk in het licht van de actieve houding van de verdachte bij de controle en aanhouding en het feit dat hij de derde laptop heeft getoond aan de verbalisanten, zoals blijkt uit het proces-verbaal van aanhouding d.d. 25 februari 2011.

De stelling van de raadsman dat aangezien het gevonden schoenspoor omschreven als spoor B op pagina 167 e.v. geen specifieke naar de schoen van zijn cliënt herleidbare beschadigingen bevat dat contra-bewijs oplevert in het voordeel van de verdachte wordt door het hof verworpen nu zich in de zolen van de schoenen van de verdachte weinig door het gebruik ontstane beschadigingen bevonden (p.169).”

4.5. Het Hof heeft blijkens zijn bewijsvoering vastgesteld dat in de nacht van 24 op 25 februari 2011, na 00.45 u, in het pand aan de [a-straat 1] te Voorschoten (ook wel “[A]” genoemd) is ingebroken. Voorts heeft het Hof vastgesteld dat de medeverdachte [medeverdachte 1] op 24 februari 2011 om 19.00 medeverdachte [medeverdachte 2] in een door [medeverdachte 1] gehuurde Volkswagen Fox ophaalt bij zijn woning in Leiden, dat zij de verdachte op 25 februari 2011 om ongeveer 00.45 uur ophalen bij zijn woning in Leiden, dat diezelfde nacht om 03.45 uur de Volkswagen Fox met daarin de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de Noordsingel in Leidschendam wordt gesignaleerd en op de Vlietweg in Leidschendam wordt staande gehouden1, dat verbalisanten twee laptops in de auto zien liggen, dat de verdachte daarna een derde laptop toont aan de verbalisanten, dat de medeverdachten verklaren dat ze de laptops voor € 150,- hebben gekocht van een jongen in Leidschendam van wie ze de naam niet weten dan wel niet willen zeggen en dat de verdachten vervolgens worden aangehouden op verdenking van heling. Het Hof heeft voorts vastgesteld dat de laptops zijn ontvreemd bij de bewezenverklaarde diefstal, dat in de auto goederen zijn aangetroffen die eveneens blijken te zijn ontvreemd bij de diefstal2, dat er papiergeld en (zakjes met) muntgeld in de auto zijn aangetroffen, dat bij de diefstal muntgeld en zakjes met muntgeld zijn weggenomen en dat bij de verdachte een geldbedrag van € 969,95 is aangetroffen. Ten slotte heeft het Hof vastgesteld dat van de medeverdachte [medeverdachte 2] een paar schoenen in beslag is genomen waarvan het ‘proefspoor’ dat van de zool gemaakt is qua profiel, afmetingen en karakteristieke onregelmatigheden overeenkomt met het op de plaats delict veiliggestelde schoenzoolspoor.

4.6. Het middel bevat onder meer de klacht dat het oordeel van het Hof dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid in de auto van “alle uit [A] afkomstige gestolen spullen, documenten en geldbedragen” onbegrijpelijk is, nu niet is komen vast te staan dat de verdachte wist van de aanwezigheid van die zaken in de auto. Een dergelijk oordeel lees ik niet terug in het bestreden arrest. Het middel mist in zoverre dan ook feitelijke grondslag.

4.7. Het middel bevat tevens de klacht dat het oordeel van het Hof dat de verdachte voor zijn aanwezigheid in de auto geen aannemelijke verklaring heeft gegeven, zonder nadere toelichting onbegrijpelijk is. De verdachte heeft verklaard dat hij thuis rond 00.30, 00.45 uur is opgehaald door medeverdachte [medeverdachte 1] “om rondjes te rijden”. ’s Hofs oordeel dat deze verklaring niet aannemelijk is, vind ik, gelet op de uit de bewijsvoering volgende omstandigheid dat de verdachte minstens drie uur lang ‘rondjes gereden’ zou moeten hebben, terwijl ‘rondjes rijden’ niet direct een bezigheid is waarvoor jongvolwassenen uit hun bed plegen te komen, niet onbegrijpelijk. Dat oordeel is niet vatbaar voor verdere toetsing in cassatie. Iets anders is of dat oordeel in dit geval tot de conclusie kan leiden dat de verdachte als medepleger bij de inbraak betrokken was. Ook daarover klaagt het middel.

4.8. Uit ’s Hofs bewijsvoering kan worden afgeleid dat de verdachte voordat de bewezenverklaarde diefstal is gepleegd door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in Leiden is opgehaald, dat hij – op zijn hoogst enkele uren - nadat de bewezenverklaarde diefstal is gepleegd in de auto zat waarin bij die diefstal gestolen goederen zijn aangetroffen, dat de verdachte aan de verbalisant die de auto heeft staande gehouden op eigen initiatief een bij de diefstal gestolen laptop heeft laten zien, dat het schoenspoor van medeverdachten [medeverdachte 2] op de plaats delict is aangetroffen en dat een ander schoenspoor niet, of althans niet met enige zekerheid, tot de verdachte kon worden herleid. Dat lijkt mij voor een bewezenverklaring van medeplegen onvoldoende.3 Daaruit kan namelijk niet worden afgeleid dat de verdachte enige uitvoeringshandeling heeft verricht of op andere wijze nauw bij de uitvoering van de diefstal was betrokken. ’s Hofs bewijsvoering laat derhalve de mogelijkheid open dat de verdachte tijdens de inbraak in de auto is blijven zitten zonder aan die inbraak een bijdrage te leveren. 4 Dat zou misschien anders geweest zijn als uit de bewijsmiddelen bleek dat het ‘onbekende’ voetspoor in elk geval niet van de andere medeverdachte ([medeverdachte 1]) geweest kan zijn of als uit de bewijsmiddelen bleek dat sporen van drie verschillende personen zijn aangetroffen. Uit die bewijsvoering kan evenmin volgen dat de verdachte in de planningsfase een belangrijke (initiërende) rol heeft gespeeld, zodat ook niet op grond daarvan kan worden geoordeeld dat hij ter uitvoering van een gezamenlijk plan zo nauw en volledig met anderen heeft samengewerkt dat hij het ten laste gelegde tezamen en in vereniging met die anderen heeft begaan. De kans dat de inbraak is georganiseerd door de beide medeverdachten (die als stagiaire in het desbetreffende kantoor hadden gewerkt), lijkt mij eerlijk gezegd groter. Omdat die medeverdachten het kantoor van binnen kenden, lijkt het mij ook het meest waarschijnlijk dat zij het waren die naar binnen zijn gegaan. De bewezenverklaring is kortom niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

4.9. Dat onder de verdachte een bedrag van € 969,95 in beslag is genomen, maakt dit niet anders. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat dit niet het enige geld is dat is aangetroffen. Daarnaast werd in de auto een bedrag van in totaal € 1085, - aan papiergeld gevonden en een bedrag van in totaal € 226,90 aan muntgeld, terwijl volgens de aangifte uit de kluis een bedrag van € 1300, - werd weggenomen. Maar ook als desondanks de conclusie van het Hof dat het bedrag dat de verdachte bij zich had afkomstig was van de inbraak, niet onbegrijpelijk genoemd kan worden, geldt dat daaruit niet kan worden afgeleid dat de verdachte de inbraak heeft medegepleegd. Heling is immers ook mogelijk.

4.10. Het middel is terecht voorgesteld.

5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zou voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Naar aanleiding van een algemene controlebevoegdheid “in het kader van de WVW 1994”.

2 Het betreft een beamer, een blauwe jas met opdruk “Talent on playgrounds”, een sleutelbos, twee postzegelvelen, een bonnetje van Blokker en een veiligheidscertificaat.

3 Vgl. HR 19 oktober 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9461 en HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6505.

4 Zie voor een geval waarin er wel voldoende bewijs was het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR0450, waarin het Hof kennelijk had geoordeeld dat verdachte medepleger was van de inbraak in een Volvo ook als moest worden aangenomen dat hij tijdens de inbraak in de Fiat was achtergebleven. Dat oordeel achtte de Hoge Raad niet onbegrijpelijk, nu het Hof in die zaak heeft vastgesteld dat de inbraak door twee personen werd gepleegd terwijl twee andere personen in een Fiat met draaiende motor en lichten aan stonden te wachten, dat de verdachte vanaf 5 minuten voor de inbraak steeds bij de medeverdachte (tevens bestuurder) is geweest totdat zij werden aangehouden en dat bij onderzoek in de Fiat, 15 minuten na de inbraak, is geconstateerd dat onder de stoel van de verdachte (zijnde de bijrijder) twee donkere handschoenen lagen met daarop minuscule glasschilfers, dat ook stukjes glas zijn aangetroffen op zijn stoel alsmede een mobiele telefoon die aan de aangever toebehoorde. Dergelijke bijzondere omstandigheden heeft het Hof in de onderhavige zaak niet vastgesteld.