Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:2408

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
19-11-2013
Datum publicatie
21-01-2014
Zaaknummer
12/00390
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:139
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO en volstaan met de constatering dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Mr Jörg

Nr. 12/00390

Zitting 19 november 2013

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Bij arrest van 19 augustus 2011 is de verdachte door het Gerechtshof 's-Gravenhage wegens medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. Voorts is een auto (BMW) verbeurd verklaard.

2. Deze zaak hangt samen met de zaken onder de nummers 11/04145 en 12/00389, waarin ik vandaag eveneens conclusie neem.

3. Namens de verdachte heeft mr P. Scholte, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.

4. Het middel bevat de klacht dat 's Hofs verwerping van het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie niet begrijpelijk is.

5. De schriftuur citeert – inclusief de voetnoten -met juistheid1 hetgeen het Hof als verweer van de raadsman en als beslissing daarop heeft verwoord.

6. Daaraan wordt in punt 3 van de toelichting de nadere klacht verbonden dat de enkele vaststelling dat in de familie [...] wisseling in de tenaamstelling had plaats gevonden bij de in de tenlastelegging genoemde BMW en Renault, en dat in de maand december 2008 acht maal werd gezien dat de verdachte als bestuurder van de BMW optrad, in combinatie met het feit dat de verdachte een uitkering genoot onvoldoende is om te kunnen spreken van een redelijk vermoeden van schuld. Vandaar de onbegrijpelijkheid van 's Hofs beslissing.

7. Van een “enkele" vaststelling is dunkt mij geen sprake indien het om drie verschillende aanwijzingen gaat, die tezamen een redelijk vermoeden van schuld funderen. Wat overigens de merites van de redelijkheid van de verdenking ter zake van witwassen in dit geval ook mogen zijn: tot niet-ontvankelijkheid kan het verweer niet leiden aangezien het door het Hof vastgestelde optreden van de politie valt buiten het zogenoemde Zwolsmancriterium. Hooguit zou sprake kunnen zijn van bewijsuitsluiting, maar ook dan zou ik het in de juiste sleutel gezette verweer weinig kans van slagen geven. Zie Spronken in T&C Sv, aant. 5-7 op art. 27.

8. Het middel faalt.

9. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging. Een andere ambtshalve grond dan de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase waardoor Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar alleen ten aanzien van de straf, tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Waarnemend A-G

1 In de schriftuur ontbreekt voetnoot 10 van het arrest.
De door het Hof gebezigde puntkomma's in de opgesomde vaststellingen werden in de schriftuur vervangen door een punt. Dit lijkt op zichzelf wel juist, aangezien het Hof iedere volgende vaststelling deed aanvangen met een hoofdletter.