Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:1954

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
29-10-2013
Datum publicatie
17-12-2013
Zaaknummer
12/00703
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:1976, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht opzetheling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 12/00703

Zitting: 29 oktober 2013

Mr. Vegter

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 14 december 2011 verdachte wegens “opzetheling” veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen als nader in het arrest omschreven.

2. Namens verdachte heeft mr. P.P.J. van der Meij, advocaat te Amsterdam beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur drie middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel komt met twee klachten op tegen de bewijsvoering van het Hof. Geklaagd wordt dat uit de bewijsvoering van het Hof niet zonder meer valt af te leiden dat de bij de verdachte aangetroffen Volkswagen Golf de als gestolen gesignaleerde Volkswagen Golf GTI betreft. Voorts wordt geklaagd dat uit de bewijsvoering van het Hof niet kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de bewuste auto wist dat dit een door misdrijf verkregen goed betrof.

4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij [op] 20 mei 2009 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, Nederland, een personenauto merk Volkswagen, type Golf GTI, kleur zwart, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.”

5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 200908846-1 van 2 april 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s 3 t/m 5). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 2 april 2009 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van aangever [betrokkene 1]:

Tussen 1 april 2009 te 09.00 uur en 2 april 2009 te 08.30 uur werd te Amsterdam diefstal gepleegd van een personenauto te weten een Volkswagen Golf, Gti 147 K, kleur zwart, kenteken [AA-00-BB] en chassisnummer [001]. Ik ben eigenaar van voornoemde auto.

2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009006733-6 van 9 juni 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s 6 en 7). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisant:

Volgens een melding d.d. 20 mei 2009 van Schadeonderzoek en Adviesbureau [A] zou op een bedrijfsterrein te Koog aan de Zaan een gestolen en omgekatte auto staan. De auto betreft een Volkswagen type Golf GTI, kleur zwart, voorzien van het kenteken [CC-00-DD]. Dit kenteken zou valselijk zijn aangebracht, het feitelijke kenteken van deze auto zou moeten zijn [AA-00-BB]. Door mij, verbalisant, werd op 20 mei 2009 waargenomen dat er inderdaad een VW, type Golf GTI, met het kenteken [CC-00-DD], op voornoemde locatie stond. Uit vervolg onderzoek bleek dat het kenteken [CC-00-DD] was afgegeven voor een VW Golf kleur zwart, niet zijnde een GTI-uitvoering.

Ter plaatse nader onderzoek gedaan aan de auto waarbij het mij, [verbalisant 2], opviel dat het voertuig identificatie nummer (V.I.N.) dat van buitenaf, in de linker onderhoek van de voorruit, zichtbaar hoort te zijn, met een stukje papier was afgedekt en de auto afgesloten was.

Tevens werden wij aldaar aangesproken door een man die, later daarnaar gevraagd, opgaf te zijn [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982. Hij gaf aan dat deze wagen van een klant was en daar voor reparatie stond. Ook zei hij dat de wagen was geschorst en hij de wagen voor de klant op zijn eigen naam had gezet. De naam van de klant kon c.q. wilde hij niet noemen.

Ik heb de man om de sleutel gevraagd. De man gaf mij hierop de sleutel. Vervolgens werd door mij, [verbalisant 2], het papiertje weggehaald dat voor het V.I.N., achter de voorruit van de auto zat. Hierna werd het, kennelijk van fabriekswegen aangebrachte, V.I.N. [001] duidelijk zichtbaar.

De sleutel paste wel op het linker portierslot, maar niet op het contactslot van de auto.

3. Een schriftelijk stuk, in de verschijningsvorm van een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009006733-8 van 25 september 2009 met bijlagen, opgemaakt doch niet ondertekend door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s 11 t/m 32). Dit schriftelijke stuk houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als relaas van [verbalisant 2] voornoemd:

Naar aanleiding van het aantreffen van de personenauto, merk Volkswagen, type Golf, gekentekend [CC-00-DD], heb ik onderzoek gedaan naar de historie van dit kenteken en de daarbij behorende auto.

Op 12 september 2008 is de auto op naam gesteld van de handelsonderneming [B] te Opheusden. [B] heeft op dezelfde dag de auto, die hij met behoorlijke schade had gekocht en waarvan het motorblok scheef in de auto hing, weer doorverkocht aan een hem onbekend persoon. Op de nota van verkoop staat als koper de naam [betrokkene 2].

Uit de gegevens van de RDW bleek dat op de datum van aankoop door [betrokkene 2], 16 september 2008, de VW Golf [CC-00-DD] om 15.19 uur op naam is gesteld van verdachte. Het kenteken werd gelijktijdig geschorst. Bij deze handelingen is het rijbewijs gebruikt van [verdachte]. Hieruit blijkt dat [verdachte] bij de aankoop van de auto aanwezig c.q. betrokken is geweest. Het kenteken heeft vanaf die datum tot aan de inbeslagname op naam gestaan van [verdachte].

Bij het aantreffen van de VW Golf op 20 mei 2009 zag ik dat het hier geen standaard VW Golf betrof maar een VW Golf in de GTI-uitvoering. Dit was voor mij te zien aan:

- speciale grill met rode bies;

- speciale bumpers aan zowel de voor als achterzijde die middels ‘side skirt’ een geheel vormen rondom de auto;

- lichtmetalen velgen die standaard op een GTI zitten;

- uitlaat met aan de achterzijde twee pijpen en aparte uitsparing daarvoor in de bumper;

- sportstuur met platte onderkant, dat standaard op een GTI zit;

- lederen sportinterieur.

Ook werd door mij waargenomen dat er op het rechter voorscherm, ter hoogte van de overgang naar de voorbumper een oude schade zat, wat voor mij een aanwijzing was dat het voorscherm en de bumper al langere tijd op de auto zat en niet was vervangen.

Het was voor mij duidelijk dat de kentekenplaten, [CC-00-DD] valselijk op de auto waren aangebracht. Temeer daar het V.I.N. door mij is gecontroleerd en mij niet is gebleken dat dit een valselijk aangebracht V.I.N. betrof.

Het aangetroffen V.I.N. behoort bij een op 2 april 2009 in Amsterdam gestolen VW Golf GTI gekentekend [AA-00-BB]. De diefstal van deze auto heeft dus plaatsgevonden nadat [verdachte] de auto gekentekend [CC-00-DD] al zes en een halve maand op naam had staan. Gelet op het feit dat de auto geschorst was en daaraan de nodige regels zijn verbonden, moet tenaamgestelde te allen tijde geweten hebben waar de auto heeft gestaan en wat er met de auto is gebeurd en dus moet kunnen verklaren waar en hoe een ‘standaard’ total loss VW Golf is veranderd in een VW Golf in GTI uitvoering met een ander V.I.N.”

6. Het bestreden arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“Bewiisoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities vrijspraak bepleit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft

daartoe primair - kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de bewijsmiddelen de mogelijkheid niet uitsluiten dat slechts een onderdeel van de eerder gestolen auto is gebruikt om de op zijn naam staande Volkswagen Golf met kenteken [CC-00-DD] te complementeren. In dat geval kan niet worden gezegd dat de verdachte een gestolen auto voorhanden had. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake is van opzet of schuld ten aanzien van het ten laste gelegde.

De advocaat-generaal heeft vrijspraak van de ten laste gelegde heling gevorderd. De advocaat-generaal heeft dit oordeel gegrond op de omstandigheid dat de getuige [verbalisant 2] ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij alleen het zogenoemde V.I.N. (Voertuig Identificatie Nummer), dat was aangebracht in het dashboard heeft gecontroleerd. [verbalisant 2] heeft niet het door de RDW ingeslagen chassisnummer aan de binnenkant van één van de voordeuren gecontroleerd. Nu slechts dit nummer volgens de advocaat-generaal uitsluitsel kan geven over de vraag of het de gestolen auto betreft, kan naar het oordeel van de advocaat-generaal niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte de gestolen Volkswagen GTI voorhanden had.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt aan de hand van de aangifte vast dat de Volkswagen Golf GTI met kenteken [AA-00-BB], kleur zwart, tussen 1 en 2 april 2009 is gestolen. Uit gegevens van de RDW blijkt dat de verdachte vanaf 16 september 2008 een Volkswagen Golf, niet zijnde een GTI-uitvoering, met kenteken [CC-00-DD] op zijn naam heeft staan. Dit kenteken is per diezelfde datum geschorst. Volgens de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] ging het om een schadeauto, welke dusdanig veel schade had opgelopen dat deze niet meer gerepareerd kon worden. Het hof heeft zich aan de hand van zich in het dossier bevindende foto’s van de betreffende auto van dit feit vergewist.

Op 20 mei 2009 is bij de verdachte een Volkswagen Golf GTI aangetroffen, kleur zwart, met kenteken [CC-00-DD]. [verbalisant 2] heeft als getuige ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd dat hij kon vaststellen dat het ging om de GTI-uitvoering van een Volkswagen Golf aan de hand van specifieke kenmerken, waaronder een speciale grill met rode bies, de in de carrosserie opgenomen bumpers, de velgen, de speciale uitlaat, het stuur en het interieur van de auto. Verbalisant [verbalisant 2] heeft ter plaatse geconstateerd dat het zich in het dashboard van de aangetroffen auto bevindende, van fabriekswege aangebrachte, V.I.N. was afgeschermd met een papiertje. Dit V.I.N. bleek bij navraag te behoren bij de gestolen Volkswagen Golf GTI met kenteken [AA-00-BB].

De getuige [verbalisant 2] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat een V.I.N. hetzelfde is als een chassisnummer, zijnde een uniek identificatienummer.

Hoewel voorgaande bevindingen in onderling verband beschouwd vragen om een verklaring van de verdachte, heeft de verdachte zich steeds op zijn zwijgrecht beroepen en heeft hij geen verklaring willen geven voor deze opmerkelijkheden. De verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep niet verschenen. De raadsman heeft zich in hoger beroep slechts beroepen op de mogelijkheid dat uitsluitend het dashboard van de gestolen auto in de bij verdachte aangetroffen auto is aangebracht en dat overigens de door verdachte gekochte Golf bovendien met onderdelen van een Golf GTI is ‘opgeleukt’, maar de verdachte heeft zich op geen enkel moment in de procedure op dit standpunt gesteld en nadere verifieerbare informatie verschaft -afgezet tegen de bevindingen van de verbalisant- waardoor zijn uitleg aannemelijk is geworden. De door de raadsman geponeerde mogelijkheid is ook overigens op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden.

Gelet op deze stand van zaken moet het ervoor worden gehouden dat de bij de verdachte aantroffen auto de als gestolen gesignaleerde Volkswagen Golf GTI betrof en dat de verdachte hier ook wetenschap van had. De door de raadsman gevoerde verweren worden derhalve verworpen.”

7. Dat het Hof op grond van diens bewijsvoering heeft geoordeeld dat de bij de verdachte aangetroffen auto de als gestolen gesignaleerde Volkswagen Golf GTI betrof, acht ik, zeker gelet op de inhoud van bewijsmiddel 3, niet onbegrijpelijk. Anders dan de steller van het middel meent, heeft het Hof uit de verklaring van de getuige [verbalisant 2] zoals hij die, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal, ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2011 heeft afgelegd inhoudende dat op de foto’s in het dossier te zien is dat die auto – bedoeld is de Volkswagen Golf met kenteken [CC-00-DD] – total loss was, kunnen afleiden dat het om een schadeauto ging, die dusdanig veel schade had opgelopen dat deze niet meer gerepareerd kon worden. Hierbij kan tevens worden opgemerkt dat de getuige [verbalisant 2] op bedoelde terechtzitting eveneens heeft verklaard dat de aangetroffen auto absoluut geen zogenaamde schadeauto betrof. De schade aan de aangetroffen auto was, aldus de getuige [verbalisant 2], van een geheel andere orde en meer zoals te verwachten is bij een auto die tegen een paaltje is aangereden. Dat de getuige [verbalisant 2], zoals door de steller van het middel wordt aangevoerd, tevens heeft verklaard dat het (over het algemeen) mogelijk is om een schadeauto op te knappen tot een rijdbare auto en dat dit met deze auto dan wel een hele klus zou zijn geweest en dat dit specialistisch werk is dat door bekwame personen moet worden gedaan, doet daaraan niet af.

8. In de toelichting op het middel wordt voorts gesteld dat, anders dan het Hof in het bestreden arrest overweegt, de getuige [verbalisant 2] in diens ter terechtzitting van 30 november 2011 afgelegde verklaring niet heeft verklaard te hebben vastgesteld dat de aangetroffen auto een Volkswagen Golf GTI was, doch aldaar enkel heeft verklaard dat de aangetroffen Volkswagen Golf de kenmerken van een GTI had. Het middel berust in zoverre op een verkeerde lezing van het bestreden arrest. Het Hof heeft in het bestreden arrest niet overwogen dat de getuige ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2011 heeft verklaard te hebben vastgesteld dat de aangetroffen Volkswagen Golf een Volkswagen Golf GTI betrof, doch dat de getuige [verbalisant 2] aldaar heeft bevestigd dat hij kon vaststellen dat het ging om de GTI-uitvoering van een Volkswagen Golf aan de hand van specifieke kenmerken. Dit valt inderdaad uit de verklaring van de getuige [verbalisant 2] zoals hij die ter terechtzitting van 30 november 2011 heeft afgelegd af te leiden. Hij verklaart daar immers dat alles wat is opgenomen in het proces-verbaal correct is. Bedoeld proces-verbaal is het door het Hof gebezigde bewijsmiddel 3, inhoudende dat de getuige [verbalisant 2] zag dat het geen standaard Golf betrof, maar een Volkswagen Golf in GTI uitvoering en dat dat voor hem te zien was aan een aantal kenmerken die hij zowel in dat proces-verbaal als ter terechtzitting in hoger beroep heeft genoemd. Voorts heeft de getuige ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2011 verklaard dat bij de Golf die hij aantrof hij alle kenmerken heeft gezien die hij heeft genoemd in zijn proces-verbaal.

9. Gelet op het bovenstaande is, anders dan de steller van het middel betoogt, van onjuistheden in de bewijsoverweging van het Hof dan ook geen sprake. Aan de steller van het middel moet worden toegegeven dat leden van het Hof over het algemeen niet beschikken over de deskundigheid om op basis van zich in het dossier bevindende foto’s te kunnen vaststellen dat een schadeauto dusdanig veel schade heeft dat deze niet meer gerepareerd kan worden. Dit doet echter aan de toereikendheid van de bewijsmotivering van het Hof in het geheel niet af.

10. De eerste hierboven onder 3 geformuleerde klacht faalt dan ook.

11. Voor een veroordeling ter zake van opzetheling is ingevolge art. 416, eerste lid onder a, Sr echter vereist dat een verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het bewuste goed wist dat dit een door misdrijf verkregen goed betrof. In deze wetenschapseis komt het opzet tot uitdrukking. Daaronder is tevens begrepen het voorwaardelijk opzet; de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat het goed door misdrijf is verkregen. Uit de bewijsvoering van het Hof moet dan ook kunnen worden afgeleid dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen erop gericht was dat het goed van misdrijf afkomstig was.1

12. Het Hof besluit diens nadere bewijsoverweging dat gelet op de daarin gerelateerde stand van zaken het ervoor moet worden gehouden dat de bij de verdachte aangetroffen auto de als gestolen gesignaleerde Volkswagen Golf GTI betrof en dat de verdachte hier ook wetenschap van had. Waar het Hof die wetenschap uit afleidt is echter niet zonder meer begrijpelijk.

Dat de verdachte op enig moment wetenschap over de herkomst heeft verkregen valt met enige moeite nog wel uit de nadere bewijsoverweging af te leiden. Het moment waarop hij wetenschap van de herkomst heeft verkregen valt er, bij gebreke aan enige vaststelling omtrent het moment en de wijze waarop de verdachte de Volkswagen Golf GTI voorhanden heeft gekregen, evenwel geenszins uit af te leiden. Daarbij kan worden opgemerkt dat, als dit al zo is, het Hof niet heeft aangegeven welke redengevende betekenis het heeft gehecht aan het feit dat de verdachte zich steeds op zijn zwijgrecht heeft beroepen en geen verklaring heeft willen geven voor de opmerkelijkheden in deze zaak. Ook uit de gebezigde bewijsmiddelen kan de wetenschap van de verdachte over de herkomst en het moment waarop hij die wetenschap heeft verkregen niet worden afgeleid.2 Dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen erop gericht was dat de Volkswagen Golf GTI van misdrijf afkomstig was, valt dan ook niet uit de bewijsvoering van het Hof af te leiden.

13. De tweede hierboven onder 3 geformuleerde klacht slaagt.

14. Het tweede middel komt op tegen de motivering van de strafoplegging, nu het Hof daarbij mede heeft overwogen dat de verdachte eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld, terwijl, volgens de steller van het middel, uit het door het Hof aangehaalde uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 28 november 2011 blijkt dat de verdachte slechts eenmaal voor een vermogensdelict is veroordeeld.

15. Het middel is terecht voorgesteld. Uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 28 november 2011 blijkt inderdaad dat de verdachte slechts eenmaal eerder is veroordeeld ter zake van een vermogensdelict. De overweging van het Hof dat de verdachte blijkens bedoeld uittreksel eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld is dan ook niet begrijpelijk. De strafoplegging is daarmee ontoereikend gemotiveerd.

16. Het derde middel klaagt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de kentekenplaat verbeurd heeft verklaard.

17. Het bestreden arrest houdt ten aanzien van de verbeurdverklaring enkel in:

“BESLISSING

Het hof:

(…)

Verklaart verbeurd:

- De kentekenplaat [CC-00-DD]”

18.

Aldus heeft het Hof in de bestreden uitspraak niet vastgesteld dat aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring is voldaan. De verbeurdverklaring is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed.3

19.

Het derde middel slaagt.

20.

Het eerste middel slaagt ten dele, het tweede en het derde middel slagen geheel. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

21.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie de conclusie van mijn ambtgenoot Knigge voor 13 december 2005, LJN AU5804 en de aldaar genoemde jurisprudentie.

2 De in bewijsmiddel 2 opgenomen verklaring van de verdachte dat de wagen van een klant was en daar stond voor reparatie, dat de wagen was geschorst en hij de wagen voor een klant op zijn naam had gezet en hij de naam van de klant niet wilde noemen, lijkt mij daartoe onvoldoende.

3 HR 12 juli 2011, LJN BP7871 en HR 29 juni 2010, LJN BL8747.