Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:1948

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
12-12-2013
Datum publicatie
10-01-2014
Zaaknummer
12/05874
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:1317, Gevolgd
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

In deze procedure staat centraal de vraag wanneer een (bamboe)houten plaat ‘met fineer bekleed’ is. Belanghebbende heeft van medio juni 2010 tot eind september 2010 diverse aangiften voor het vrije verkeer gedaan waarbij zij bamboeplaten als ‘triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout’ heeft aangegeven onder tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN). Conform deze aangiften zijn uitnodigingen tot betaling (hierna: utb’s) aan belanghebbende uitgereikt. Belanghebbende stelt zich nader op het standpunt dat de bamboeplaten ‘andere houtwaren’ van tariefpostonderverdeling 4421 90 98 van de GN zijn en heeft bezwaar gemaakt tegen de uitgereikte utb’s.

De binnenzijde van de voor het vrije verkeer aangegeven platen van bamboe bestaat uit diverse lagen verlijmde bamboestrips die op verschillende manieren op elkaar zijn geplakt. De houtrichting van de middelste laag is loodrecht op de houtrichting van de buitenste lagen. De buitenzijde van de platen bestaat uit horizontaal verlijmde bamboestrips. De bamboeplaten worden (na be- of verwerking) gebruikt voor onder meer lambrisering, bovenbladen van kasten en bureaus, keukenbladen, tafelbladen, (kast)deuren en tuinmeubelen.

A-G Van Hilten gaat in deze conclusie eerst in op de voor deze zaak relevante tariefposten alsmede de daarbij behorende toelichtingen. Zij komt tot de slotsom dat het begrip ‘fineer’, zoals toegelicht door het Harmonized System Committee van de Werelddouaneorganisatie, niet uitsluit dat aan elkaar gelijmde houtstrips tezamen worden aangemerkt als een (buiten)laag van fineer, zodat indeling in tariefpost 4412 10 00 van de GN aan de orde is. A-G Van Hilten concludeert (i) dat voor ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ van post 4412 van de GN niet is vereist dat de buitenkant(en) zijn voorzien van een fineerblad, en (ii) dat houtwaren die aan buitenzijde(n) zijn voorzien van een dunne laag (minder dan 6 mm) hout, kunnen worden aangemerkt als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’, ook als de dunne houtlaag aan de buitenzijde (mogelijk) niet als fineerblad kan worden gezien. Zij merkt op dat voor indeling in post 4412 van de GN de hardheid, structuur of kleur van de buitenlaag haars inziens niet relevant is voor de indeling. Zulks valt niet af te leiden uit de bewoordingen van de post, noch uit de aantekeningen of toelichtingen op de post. Uit hetgeen is vastgesteld omtrent de door belanghebbende voor het vrije verkeer aangegeven bamboeplaten blijkt dat het in deze procedure gaat om bamboeplaten van twee respectievelijk drie centimeter dikte, die aan de buitenzijde zijn voorzien van verlijmde bamboestripjes (latjes), die een buitenlaag vormen van minder dan 6 mm dikte. Aan het vereiste dat de buitenlaag van ‘4412-hout’ niet dikker mag zijn dan 6 mm, is derhalve voldaan.

A-G van Hilten onderscheidt voor de beantwoording van de vraag of de buitenlaag fineer is, dan wel of sprake is van ‘op dergelijke wijze gelaagd’ hout, de latjesbenadering en de plaatbenadering. In de latjesbenadering kijkt ze naar de afzonderlijke bamboestripjes. Hoewel de feiten van deze zaak daaromtrent geen duidelijkheid bieden, lijkt het haar niet onaannemelijk dat de stripjes zijn gemaakt door het zagen, snijden of schillen van bamboe. In deze optiek zijn de strippen bamboe op zichzelf stukjes (‘plaatjes’) fineer die, na aaneengelijmd te zijn, tezamen één grote laag fineer vormen. De A-G wijst er in dit verband op dat uit de GS-toelichting op tariefpost 4408 volgt dat aan de indeling van een product als ‘fineerplaat’ niet afdoet dat afzonderlijke (kleinere) platen aan elkaar zijn gelijmd. Aan de omvang van een stuk(je) hout als ‘plaat’ zijn verder geen eisen gesteld. Het valt haar op dat naar de bewoordingen van post 4412 van de GN niet is vereist dat ‘met fineer bekleed hout’ met een plaat fineer bekleed is. Waar het om gaat is dat het daarin vermelde hout met fineer bekleed is. Uitgaande van deze ‘latjesbenadering’ valt het onderhavige product als ‘met fineer bekleed hout’ onder post 4412 van de GN.

In de plaatbenadering beschouwt A-G Van Hilten de buitenlaag vanuit het geheel als (één) plaat. In deze optiek is strikt genomen geen sprake van een fineerplaat: het gaat hier immers niet om een plaat hout die gezaagd, gesneden of geschild is op een dikte van maximaal 6 mm, maar om kleine latjes die ‘toevallig’ samengelijmd zijn en een buitenlaag vormen van minder dan 6 mm dikte. Vanuit deze optiek bezien lijkt niet onmiddellijk sprake van ‘met fineer bekleed hout’, nu we niet een laag zien, maar vele aan elkaar gelijmde latjes. Ook van triplex- of multiplexhout is in deze optiek geen sprake omdat van deze houtwaren blijkens de toelichting alle lagen (dus ook de buitenlaag) fineer zijn. Dit doet er haars inziens echter niet aan af dat ook in deze ‘plaatbenadering’ het product onder tariefpost 4412 moet worden ingedeeld. De bewoordingen van tariefpost 4412 van de GN en de GS-toelichting op deze post laten open dat de bamboeplaten bij toepassing van de ‘plaatbenadering’ als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ moeten worden ingedeeld onder tariefpost 4412 van de GN: zowel wat betreft houtrichtingen van de middelste laag ten opzichte van de buitenste lagen, als wat betreft de dikte (‘dunte’) van de buitenste laag, is haars inziens sprake van hout dat is gelaagd op een wijze als bij triplexhout (gekruiste richtingen) en/of met fineer bekleed hout (dunte van de buitenste lagen). Dit te meer nu feitelijk vast staat dat de bamboeplaten zijn bestemd om te worden gebruikt voor – kort gezegd – meubilair.

De A-G meent dat de voor de indeling relevante objectieve eigenschappen van de bamboeplaten als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ (dan wel als met fineer bekleed hout) niet verschillen naar gelang de deklaag bestaat uit aan elkaar gelijmde latjes, dan wel uit een laag die is gezaagd of gesneden uit blokken van aan elkaar gelijmde bamboelatten. In beide gevallen is sprake van een product dat voldoet aan de bewoordingen van tariefpost 4412 van de GN. A-G Van Hilten komt derhalve tot de slotsom dat de onderhavige bamboeplaten, onder post 4412 moeten worden ingedeeld, hetzij als met fineer bekleed hout (latjesbenadering), hetzij als op dergelijke wijze gelaagd hout (plaatbenadering). Het beroep in cassatie treft geen doel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-0088

Conclusie

Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden

mr. M.E. van Hilten

Advocaat-Generaal

Conclusie van 12 december 2013 inzake:

HR nr. 12/05874

[X] B.V.

Hof nrs. 12/00113 en 12/00114

Rb nrs: AWB 11/587 en 11/588

Derde Kamer A

tegen

Douanerechten

5 juli 2010 - 29 september 2010

staatssecretaris van Financiën

1 Inleiding

1.1

In deze procedure gaat het in wezen om de vraag wanneer een (bamboe)houten plaat ‘met fineer bekleed’ is. Belanghebbende heeft diverse aangiften voor het vrije verkeer gedaan waarbij zij bamboeplaten als ‘triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout’ heeft aangegeven onder tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN). Conform deze aangiften zijn uitnodigingen tot betaling (hierna: utb’s) aan belanghebbende uitgereikt.

1.2

Zich nader op het standpunt stellende dat de bamboeplaten ‘andere houtwaren’ van tariefpostonderverdeling 4421 90 98 van de GN zijn, heeft belanghebbende tegen deze utb’s bezwaar gemaakt, en – na afwijzing van haar bezwaar door de Inspecteur1 – beroep ingesteld bij rechtbank Haarlem (hierna: de Rechtbank).

1.3

De Rechtbank oordeelde dat de bamboeplaten bij de bestreden utb’s terecht in tariefpost 4412 10 00 van de GN zijn ingedeeld. In hoger beroep oordeelde hof Amsterdam (hierna: het Hof) in dezelfde zin.

1.4

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld. Zij betoogt dat de buitenste laag van de bamboeplaten, die bestaat uit aan elkaar gelijmde bamboestrips, niet kwalificeert als ‘fineerblad’, hetgeen naar zij uit de rechtspraak van het Hof van Justitie (hierna: HvJ) afleidt, vereist is voor indeling in post 4412 van de GN.

1.5

In deze conclusie komen de voor deze zaak relevante tariefposten alsmede de daarbij behorende toelichtingen aan de orde. Ik kom tot de slotsom dat het begrip ‘fineer’, zoals toegelicht door het Harmonized System Committee van de Werelddouaneorganisatie (hierna: WDO), niet uitsluit dat aan elkaar gelijmde houtstrips tezamen worden aangemerkt als een (buiten)laag van fineer, zodat indeling in tariefpost 4412 10 00 van de GN aan de orde is. Dat geldt mijns inziens ook wanneer ervan uit zou worden gegaan dat (toch) geen sprake is van een buitenlaag van fineer, omdat in dat geval de bamboeplaten ‘op een dergelijke wijze’ als triplex- en multiplex hout, of als met fineer bekleed hout zijn gelaagd, en om die reden onder tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN vallen.

1.6

Ik kom tot de slotsom dat het beroep in cassatie geen doel treft.

2 De feiten

2.1

Belanghebbende heeft van medio juni 2010 tot eind september 2010 diverse aangiften voor het vrije verkeer gedaan van goederen die in deze aangiften telkens zijn omschreven als:

“triplex- en multiplex hout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout, van bamboe”.

De voor deze producten gehanteerde goederencode is bij deze aangiften telkens 4412 10 00 van de GN.2

2.2

De hier bedoelde voor het vrije verkeer aangegeven goederen, zijn platen van bamboe. De binnenzijde van de platen bestaat uit diverse lagen verlijmde bamboestrips die op verschillende manieren op elkaar zijn geplakt. De houtrichting van de middelste laag is loodrecht op de houtrichting van de buitenste lagen. De buitenzijde van de platen bestaat uit horizontaal verlijmde bamboestrips. Er zijn daarbij drie varianten: "plain" (in de buitenste laag liggen de latjes plat), "side" (in de buitenste laag staan de latjes rechtop) en "woven" (de buitenste laag bestaat uit verdicht hout, wat het product harder maakt met het oog op bepaalde toepassingen). De bamboeplaten worden (na be- of verwerking) gebruikt voor onder meer lambrisering, bovenbladen van kasten en bureaus, keukenbladen, tafelbladen, (kast)deuren en tuinmeubelen.3

2.3

Op 21 november 2008 heeft de Centrale Administratie der douane en accijnzen te Brussel (België) twee bindende tariefinlichtingen (hierna: bti) aan belanghebbende afgegeven.4

2.3.1

De bti met nummer BE D.T.259.650 omschrijft het product waarvoor zij is afgegeven als:

“Karamelkleurige panelen samengesteld uit 3 lagen onder druk verlijmde bamboestrippen (vertikaal verlijmd) met een lengte/breedte/dikte van respectievelijk ongeveer 150 x 1,5 x 0,5 cm5. De houtrichting van de middelste laag is loodrecht op de houtrichting van de buitenste lagen."

De handelsbenaming van het product is blijkens de bti:

“[…] MASSIEF PANEEL BP-MP1490 SIDE PRESSED CARAMEL (30 mm)".

Het product is in de bti ingedeeld in goederencode 4412 10 00 van de GN. Als motivering voor deze indeling zijn in de bti vermeld de algemene indelingsregels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN, de bewoordingen van post 4412 en van GN-code 4412 10 00 en aantekeningen 4 en 6 op Hoofdstuk 44.

2.3.2

De bti met nummer BE D.T.259.652 omschrijft het daarin vermelde goed als:

“Panelen samengesteld uit 3 lagen onder druk verlijmde bamboestrippen (vertikaal verlijmd) met een lengte/breedte/dikte van ongeveer 150 x 1,5 x 0,56 cm. De houtrichting van de middelste laag is loodrecht op de houtrichting van de buitenste lagen. De panelen hebben een natuurlijke kleur.”

Als handelsbenaming van dit product vermeldt deze bti:

“[…] MASSIEF PANEEL BP-MP1410 SIDE PRESSED NATUREL (20 mm)”.

Het product is blijkens de bti met toepassing van de algemene indelingsregels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN, de bewoordingen van post 4412 en van GN-code 4412 10 00 en aantekeningen 4 en 6 op Hoofdstuk 44, ingedeeld in tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN.

2.4

Belanghebbende heeft tegen deze bti’s (in België) bezwaar gemaakt. Haar bezwaren zijn afgewezen. Het hiertegen ingestelde beroep is bij vonnis van 6 september 2011 door de rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank van Eerste Aanleg onder meer het volgende overwogen, waarbij met ‘eisende partij’ gedoeld wordt op belanghebbende:

“(…) Eisende partij kan in haar discours aangaande fineer niet worden gevolgd nu er naast Triplex en multiplex hout en tweedens, met fineer bekleed hout nog een derde categorie goederen in deze post is ondergedeeld, namelijk 'op dergelijke wijze gelaagd hout'.

(...)”.

2.5

Naar aanleiding van de onder 2.1 vermelde aangiften voor het vrije verkeer heeft de Inspecteur aan belanghebbende utb’s uitgereikt, waarbij de verschuldigde douanerechten zijn berekend op basis van indeling van de platen in tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN.7 Belanghebbende heeft tegen deze utb’s bezwaar gemaakt, welk bezwaar de Inspecteur bij twee afzonderlijke uitspraken op bezwaar heeft afgewezen.

3 Het geding in feitelijke instanties

3.1

De Rechtbank

3.1.1

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Voor de Rechtbank was in geschil of de door belanghebbende voor het vrije verkeer aangegeven goederen terecht zijn ingedeeld onder tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN, dan wel of zij moeten ingedeeld in tariefpostonderverdeling 4421 90 98 van de GN.8

3.1.2

De Rechtbank oordeelde dat de goederen onder tariefpost 4412, onderverdeling 4412 10 00 moeten worden ingedeeld. Zij overwoog daartoe, voor zover van belang:

“5.3.  De rechtbank is van oordeel dat met de woorden 'op dergelijke wijze gelaagd hout' in de GS-toelichting op post 4412 wordt verwezen naar hetgeen in die toelichting over de gelaagde opbouw van triplex- en multiplexhout is opgenomen en niet naar het materiaal waaruit de eerder in de toelichting genoemde lagen moeten bestaan. Ware dit anders en zou, (…), de buitenlaag van de categorie 'op dergelijke wijze gelaagd hout' uit fineer moeten bestaan, dan zou (…) een bamboeproduct nooit onder GN-code 4421 10009 kunnen worden ingedeeld, aangezien bamboestrippen, ook als zij aan elkaar geplakt zijn, niet zijn aan te merken als fineer. (…). Gelet op de onder 2.210 omschreven objectieve kenmerken en eigenschappen van het product, moet het worden ingedeeld onder post 4412 1000. (…)”

3.1.3

Bij (in één geschrift vervatte) uitspraken van 20 december 2011, nrs. AWB 11/587 en AWB 11/588, ECLI:NL:RBHAA:2011:BV3686, heeft de Rechtbank de beroepen ongegrond verklaard.

3.2

Het Hof

3.2.1

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ook voor het Hof hield de indeling in de GN van de bamboeplaten partijen verdeeld, meer in het bijzonder of zij goederen van tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN zijn, dan wel onder tariefpostonderverdeling 4421 90 98 van de GN moeten worden ingedeeld.

3.2.2

Het Hof kwam tot het oordeel dat de voor het vrije verkeer aangegeven bamboeplaten als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout van bamboe’ moeten worden ingedeeld onder tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN. Daartoe overwoog het Hof het volgende:

“5.1.  Het Hof stelt voorop dat uit de tekst van post 4412 van de GN en de bij deze post behorende GS-toelichting blijkt dat de onder die post vallende producten ten minste moeten zijn voorzien van een deklaag bestaande uit een fineerblad, dat wil zeggen een dunne laag hout (vgl. HvJ 28 maart 2000, zaak C-309/98, Holz Geenen GmbH, punt 31).

5.2.

Belanghebbende heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat de lagen waaruit het onderwerpelijke product is samengesteld separaat worden vervaardigd en vervolgens worden samengevoegd tot dikkere platen, bestaande uit drie of meer lagen. De ter zitting door de inspecteur getoonde en overgelegde voorbeelden, welke naar belanghebbende heeft verklaard representatief zijn voor de ingevoerde goederen, zijn aan beide zijden voorzien van een dunne laag bamboehout van circa 5 millimeter. Naar 's Hofs oordeel is daarmee sprake van een dunne laag hout ('fineerblad') in de onder 5.1 bedoelde zin. De omstandigheid dat deze dunne laag hout - naar belanghebbende onweersproken heeft gesteld - is verkregen door het aaneenlijmen van bamboe-latjes en niet door zagen, snijden of schillen van een stam of houtblok, voert niet tot een ander oordeel. Het Hof overweegt ter zake als volgt.

5.3.

Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat omwille van de rechtszekerheid en ter vergemakkelijking van de controles, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN en in de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken zijn vastgelegd. Hieruit volgt dat de productiewijze - voor zover deze niet van invloed is op de objectieve kenmerken of eigenschappen van de goederen - geen betekenis heeft voor de indeling. Het Hof acht daarbij van belang dat belanghebbende ter zitting heeft verklaard dat platen als die welke als toplaag worden gebruikt voor de in te delen goederen zowel kunnen worden vervaardigd door het verlijmen van bamboestrips tot een blok, waarvan vervolgens platen worden gezaagd, als door het verlijmen van bamboestrips tot platen. Reeds om die reden kan naar 's Hofs oordeel voor de indeling in de GN geen betekenis worden toegekend aan de productiemethode van de toplaag van het ingevoerde plaatmateriaal.

5.4.

Gelet op het vorenoverwogene dienen de ingevoerde goederen als “op dergelijke wijze gelaagd hout van bamboe” te worden ingedeeld onder GN-onderverderling11 4412 10 00.”

3.2.3

Bij uitspraak van 15 november 2012, nrs. 12/00113 en 12/00114, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3638, heeft het Hof het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.

4 Het geding in cassatie

4.1

Belanghebbende heeft tijdig en ook overigens op regelmatige wijze beroep in cassatie ingesteld. Zij stelt twee cassatiemiddelen voor tegen het oordeel van het Hof dat de bamboeplaten moeten worden ingedeeld in tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN.

4.1.1

In het eerste cassatiemiddel betoogt belanghebbende dat het Hof in overweging 5.2 van zijn uitspraak ‘ten onrechte, onbegrijpelijk dan wel ongemotiveerd’ heeft geoordeeld dat een dunne laag hout gelijk te stellen is aan een fineerblad. Naar belanghebbende meent is deze uitlegging niet in overeenstemming met de uitlegging die het HvJ heeft gegeven aan tariefpost 4412 van de GN. Daarbij merkt belanghebbende op dat de tekst van de post en de aantekeningen op de afdeling waarin de onderhavige tariefpost valt, uitsluiten dat:

“(…) enerzijds (…) sprake is van fineer (als buitenste lagen) en anderzijds dat indeling toch als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout van bamboe’ dient plaats te vinden.”

Ik begrijp het cassatiemiddel aldus, dat belanghebbende meent dat de bamboeplaten niet als ‘met fineer bekleed hout’ noch als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ kunnen worden aangemerkt, een en ander als vermeld in tariefpost 4412 10 00 van de GN.

4.1.2

In het tweede cassatiemiddel komt belanghebbende op tegen het oordeel van het Hof in punt 5.3 van diens uitspraak, dat voor de indeling van producten onder postonderverdeling 4412 10 00 van de GN geen betekenis kan worden toegekend aan de productiemethode. Belanghebbende acht (ook) dit oordeel ‘onjuist, onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd’: zij leidt namelijk uit de toelichting op post 4408 van de GN (‘fineerplaten’) af dat de productiewijze bepaalt of een dunne laag hout ‘fineer’ is. Ook ’s Hofs oordeel dat de productiemethode geen invloed heeft op de objectieve kenmerken en eigenschappen van de lagen bamboe waarmee de litigieuze platen zijn opgebouwd acht belanghebbende onjuist.

4.2

De staatssecretaris van Financiën (hierna: de Staatssecretaris) heeft een verweerschrift ingediend.

4.3

Belanghebbende heeft bij brief van 24 mei 2013 een conclusie van repliek ingediend. De Staatssecretaris heeft – daartoe uitgenodigd – ervan afgezien te dupliceren.

5 De indeling van de bamboeplaten

5.1

Met het oog op de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief als bedoeld in artikel 20, lid 3, van het Communautair douanewetboek (hierna: CDW), heeft de Raad bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, PB L 256, blz. 1 (hierna: Verordening 2658/87) een volledige goederennomenclatuur vastgesteld van de goederen die in de Unie worden in- en uitgevoerd, waarbij aan alle goederen tiencijferige12 codenummers zijn toegekend. Deze zogenoemde gecombineerde nomenclatuur of – afgekort – GN, is neergelegd in de bijlage bij Verordening 2658/87, welke bijlage in principe jaarlijks bij (wijzigings)verordening van de Commissie wordt ‘ververst’.13

5.2

De GN is gebaseerd op het wereldwijd geldende geharmoniseerd systeem (hierna: GS), waarmee de GN in overeenstemming dient te zijn.14 Om een uniforme toepassing van de GS en de GN te waarborgen, worden – zowel op GS-niveau (door het bij het GS-verdrag15 ingestelde WDO) als op Europees niveau (door de Commissie) – toelichtingen op tariefposten gegeven,16 en geschiedt indeling van goederen op grond van vaste indelingsregels, de zogenoemde algemene indelingsregels. Deze zijn opgenomen in deel I van de (jaarlijkse) bijlage bij Verordening 2658/87.

5.3

Bepalend voor de indeling van goederen zijn primair de bewoordingen van de tariefposten en die van de aantekeningen op de afdelingen of de hoofdstukken (algemene indelingsregel 1 en, wat betreft de onderverdelingen van tariefposten, algemene indelingsregel 6). De tekst van de opschriften van de afdelingen en van de hoofdstukken en onderdelen daarvan, gelden als aanwijzing, maar zijn niet wettelijk bepalend. Dat geldt ook voor de toelichtingen op het GS en de GN: deze zijn naar vaste jurisprudentie van het HvJ weliswaar belangrijke hulpmiddelen bij de interpretatie van tariefposten, maar zijn rechtens niet bindend. Ik verwijs bij wijze van voorbeeld – er zijn vele arresten met gelijkluidende overwegingen – naar punt 14 van het arrest dat later in deze conclusie nog aan de orde komt, te weten HvJ 28 maart 2000, Holz Geenen, GmbH, C-309/98 (hierna: arrest Holz Geenen), geciteerd in punt 5.4 hierna.

5.4

Voorts heeft te gelden dat voor de indeling van een goed de ‘objectieve kenmerken en eigenschappen’ zoals omschreven in de tariefpost doorslaggevend zijn. Het HvJ formuleert dit in talloze arresten, waaronder bijvoorbeeld het arrest Holz Geenen (cursivering MvH)17:

“14  Het is vaste rechtspraak, dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten zijn omschreven. De toelichtingen van de Commissie op de GN en van de Internationale Douaneraad op het geharmoniseerd systeem (hierna: de „GS-toelichtingen") zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (zie arrest van 28 april 1999, Mövenpick Deutschland, C-405/97, Jurispr. blz. I-2397, punt 18).”

5.5

De GN-posten die voor de indeling van de onderhavige bamboeplaten van belang zijn, zijn opgenomen in hoofdstuk 44 van het GS en de GN, welk hoofdstuk de indeling van ‘Hout, houtskool en houtwaren’ betreft.

5.6

Aantekening 4 bij dit hoofdstuk18 – op grond van algemene indelingsregel 1 (mede) wettelijk bepalend bij de indeling van in casu houtwaren, zie punt 5.3 van deze conclusie – luidt:

“Producten bedoeld bij post (…) 4412 mogen op dezelfde wijze zijn geprofileerd als het hout bedoeld bij post 440919; zij mogen bovendien zijn gebogen, gegolfd, van gaten voorzien, gesneden of op andere wijze in een andere dan vierkante of rechthoekige vorm gebracht, dan wel een andere bewerking hebben ondergaan, voor zover zij daardoor niet het karakter hebben verkregen van artikelen bedoeld bij andere posten.”

5.7

Aantekening 6 bij hoofdstuk 44 bepaalt (cursivering MvH):

“Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor en voor zover uit de context niet het tegendeel blijkt, is de vermelding van “hout” in een post van dit hoofdstuk eveneens van toepassing op bamboe en andere houtachtige stoffen.”

Aantekening 1, waarnaar in aantekening 6 wordt verwezen, geeft een opsomming van artikelen die niet worden ingedeeld onder hoofdstuk 44. De in deze aantekening vermelde (van indeling in post 44 uitgezonderde) artikelen zijn andere dan die welke in deze zaak centraal staan. Aantekening 1 op hoofdstuk 44 is derhalve voor deze zaak verder niet relevant, zodat ik afzie van het citeren daarvan. Uit aantekening 6 weten we dat bamboe ‘hout’ is in de zin van het hoofdstuk.

5.8

Van de tariefposten van hoofdstuk 44 speelt de tariefpost met toepassing waarvan belanghebbende is uitgenodigd tot betaling – te weten tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN – in wezen de hoofdrol. De door belanghebbende voor de indeling van de bamboeplaten verdedigde tariefpost 4421 van de GN is een ‘restpost’, waaraan pas wordt toegekomen als een (hout)product niet onder een andere post kan worden ingedeeld. Deze ‘restpost’, onderverdeling 4421 90 98 van de GN, luidt:

“4421

(…)

Andere houtwaren:

4421 90

(…)

4421 90 98

- andere:

-- andere”

Invoer van goederen die onder deze postonderverdeling worden ingedeeld was, in ieder geval in het onderhavige jaar (2010), vrij van rechten.

5.9

In de GS-toelichting is (rest)post 4421 – voor zover relevant – als volgt toegelicht (met mijn cursivering):

“Deze post omvat alle artikelen van al dan niet gedraaid hout of van inlegwerk van hout, die niet zijn genoemd en niet zijn begrepen onder de voorgaande posten van dit hoofdstuk en ook niet onder andere hoofdstukken van de nomenclatuur (zie onder meer Aantekening 1 IDR op dit hoofdstuk), ongeacht hun samenstelling. (…) De artikelen bedoeld bij deze post mogen zowel zijn vervaardigd van gewoon hout, als van spaanplaat of dergelijke platen, van vezelplaat, van gelaagd hout of van verdicht hout (zie Aantekening 3 IDR op dit hoofdstuk). (…)”

5.10

Aan indeling onder post 4421 van de GN wordt, gezien tekst en toelichting, pas toegekomen wanneer de in te delen houtwaren niet onder een andere post in te delen zijn. Het ligt derhalve in de rede eerst te onderzoeken of de bamboeplaten onder een andere post moeten worden ingedeeld. In casu komt – als gezegd – met name daarvoor in aanmerking tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN.

5.11

Naar aanleiding van de aangiften voor het vrije verkeer van de onderhavige bamboeplaten zijn utb’s uitgereikt, waarbij de bamboeplaten onder tariefpost 4412, onderverdeling 4412 10 00 van de GN zijn gebracht. Goederen van deze tariefpostonderverdeling zijn:

“4412

Triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout:

4412 10 00

(…)”

- van bamboe

Houtwaren van tariefpostonderverdeling 4412 10 00 van de GN waren in 2010 onderworpen aan een tarief van 10%.

5.12

In de GS-toelichting op tariefpost 4412 is een nadere uitlegging gegeven van hetgeen onder de in de post genoemde drie categorieën houtwaren moet worden verstaan. Ik citeer de GS-toelichting op post 4412 – voor zover hier van belang en door mij gecursiveerd:

“Deze post omvat:

1.  triplex- en multiplexhout bestaande uit drie of meer lagen fineer, die opeen zijn gelijmd en geperst, meestal op zodanige wijze dat de draad of vezelrichting van twee opeenvolgende lagen elkaar onder een bepaalde hoek kruisen, waardoor de ene fineerlaag verhindert dat de volgende in de breedte werkt (het werken wordt versperd, vandaar de Duitse benaming Sperrholz) en stevige, niet-werkende platen of panelen worden verkregen. (…);

2.  met fineer bekleed hout, dat wil zeggen planken of panelen, bestaande uit een laag fineer die onder druk is gelijmd op een drager van hout van meestal slechtere kwaliteit. Hier worden ook ingedeeld, platen en panelen van fineer gelijmd op andere stoffen dan hout (bijvoorbeeld op kunststof), op voorwaarde dat de fineerlaag het wezenlijke karakter van de plaat of het paneel bepaalt;

3.  op dergelijke wijze gelaagd hout. In deze groep onderscheidt men twee categorieën:

1. meubelplaten en dergelijke platen, die kunnen worden gebruikt zonder lijst, geraamte of versterking aan de rugzijde. De vulling of binnenlaag kan bestaan uit ruwe planken (plankenvulling), gelijmde latten (lattenvulling) en blokgelijmde staafjes (staafjesvulling). Men verkrijgt zodoende stevige panelen van enige centimeters dikte, die zware lasten kunnen dragen, zonder daarbij vervorming te ondergaan. Bepaalde platen hebben een vulling van aaneengelijmde houtafval of ander materiaal dan hout, zoals asbest, kurk, enz.;

2. samengestelde platen. Bij dit soort platen is de vulling of binnenlaag vervangen door andere materialen, zoals spaanplaat, vezelplaat, aaneengelijmd houtafval, asbest of kurk.

(...).”

5.13

Uit de bewoordingen van tariefpost 4412 (zie punt 5.11 van deze conclusie) en uit de in punt 5.12 van deze conclusie geciteerde GS-toelichting volgt, dat bij de indeling van goederen onder deze post het begrip ‘fineer’ een belangrijke rol speelt. Post 4412 van het GS, noch de toelichtingen daarop geven inzicht in de betekenis van dit begrip. Invulling van het begrip ‘fineer’ wordt wel gegeven in de toelichting op tariefpost 4408 van het GS, welke post specifiek ‘fineerplaten’ betreft. Aangezien het op zijn minst voor de hand ligt dat het begrip ‘fineer’ in alle posten van hoofdstuk 44 een eenduidige betekenis heeft – en dus in post 4412 niet een andere inhoud heeft dan in post 4408 – ga ik voor de invulling van ‘fineer’ te rade bij post 4408 van het GS. Deze post betreft:

“4408

Fineerplaten (die verkregen door het snijden van gelaagd hout daaronder begrepen), platen voor de vervaardiging van triplex- en multiplexhout of voor op dergelijke wijze gelaagd hout, alsmede ander hout, overlangs gezaagd, dan wel gesneden of geschild, ook indien geschaafd, geschuurd, met verbinding aan de randen of in de lengte verbonden, met een dikte van niet meer dan 6mm:”

5.14

In de GS-toelichting op post 4408 is, voor zover van belang, het volgende opgenomen (cursivering MvH):

“Als fineer bedoeld bij deze post wordt aangemerkt: hout dat gezaagd, gesneden of geschild is op een dikte van niet meer dan 6 mm (versterkingsmateriaal niet meegerekend) en dat is bestemd voor de vervaardiging van triplex- en multiplexhout of voor andere doeleinden (…). Fineer mag effen zijn gemaakt, gekleurd (gebeitst), voorzien van een deklaag, geïmpregneerd of aan een zijde versterkt (…).

De platen van deze post kunnen samengevoegd zijn (dat wil zeggen met de randen aaneengelijmd, waardoor men bredere platen verkrijgt (…)). Bovendien mogen zij geschaafd, geschuurd of in de lengte verbonden (…).”

5.15

Gezien het voorgaande lijkt het mij dat ‘met fineer bekleed hout’ in de zin van tariefpost 4412 van de GN, hout betreft met een dunne buitenlaag van gezaagd, gesneden of geschild hout, waarbij heeft te gelden dat die buitenlaag niet één enkele plaat hoeft te zijn, maar ook kan bestaan uit aan elkaar gelijmde platen.

5.16

Behalve triplex- en multiplex hout en met fineer bekleed (bamboe)hout moet ook ‘op dergelijke wijze gelaagd’ hout worden ingedeeld onder post 4412 10 00 van de GN.

5.17

Niet is toegelicht waarop wordt gedoeld met ‘op dergelijke wijze’ gelaagd. Uit punt 3 van de GS-toelichting als geciteerd in punt 5.12 van deze conclusie worden weliswaar categorieën van houtwaren genoemd die als zodanig moeten worden aangemerkt, maar daaruit kan niet heel veel meer worden opgemaakt dan dat ‘op dergelijke wijze gelaagd’ hout een vulling of binnenlaag moet hebben – en dus kennelijk ook (twee) buitenlagen: zonder buitenlagen immers geen vulling. Over die buitenlagen zegt de toelichting verder niets. De Engelstalige versie van de GS-toelichting20 maakt overigens wel uitdrukkelijk melding van buitenlagen (cursivering MvH):

“Similar laminated wood. This group can be divided into two categories:

- Blockboard, laminboard and battenboard, in which the core is thick and composed of blocks, laths or battens of wood glued together and surfaced with the outer plies.21 Panels of this kind are very rigid and strong and can be used without framing or backing.”

5.18

Gezien deze tekst van de toelichting en in aanmerking nemende de bewoordingen van de post zelf (in het Engels: ‘Plywood, veneered panels and similar laminated wood’, zie punt 5.11 van deze conclusie voor de Nederlandse tekst) lijkt het mij dat bij ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ een vergelijking moet worden gemaakt met de wijze waarop triplex/multiplex en ‘met fineer bekleed’ hout zijn gelaagd. Zie ik het goed, dan gaat het zowel bij triplex- en multiplexhout (dat blijkens de Nederlandse toelichting bestaat uit lagen fineer22) als bij ‘met fineer bekleed hout’ om gelaagde houtwaren met in ieder geval aan de buitenzijden een dunne laag hout.23

5.19

Ook de wijze waarop de diverse lagen hout ten opzichte van elkaar zijn gelijmd zou bij de uitlegging van ‘op dergelijke wijze gelaagd’ in aanmerking kunnen worden genomen. Uit de GS-toelichting volgt dat triplex- en multiplexhout ‘meestal’ zodanig verlijmd is dat de vezelrichtingen van de onderscheiden lagen elkaar kruisen. Omtrent de wijze waarop de vezelrichting van de lagen van ‘met fineer bekleed hout’ ten opzichte van elkaar liggen, is in de toelichting niets vermeld, zodat kennelijk de wijze waarop de houtrichtingen van het fineer en de ‘tussenlaag’ zich tot elkaar verhouden niet ter zake doet. Ik ga er hier dan ook van uit dat voor ‘op dergelijke wijze gelaagd’ hout niet doorslaggevend is hoe de lagen op elkaar liggen (qua houtrichting). Als overigens de vezelrichting van elk van de lagen voor de kwalificatie van ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ wel van belang moet worden geacht, moet worden geconstateerd dat de onderhavige bamboeplaten in zoverre vergelijkbaar zijn met triplex- en multiplexhout dat de houtrichting van de middenlaag loodrecht op die van de buitenlagen staat. In zoverre lijkt mij voldaan te zijn aan de vergelijkbaarheid van de gelaagdheid van de onderhavige bamboeplaten met die van triplex/multiplex.

5.20

Uit de bewoordingen van de tariefpost volgt zonder meer dat ‘met fineer bekleed hout’ met fineer bekleed moet zijn. De vraag is of dit ook geldt voor ‘op dergelijke wijze gelaagd’ hout. Het HvJ lijkt die vraag bevestigend te beantwoorden in zijn arrest Holz Geenen. In dit arrest, dat al eerder in deze conclusie is genoemd (zie punten 5.3 en 5.4) ging het niet om de uitlegging van tariefpost 4412, maar om die van tariefpost 4418.24 Dat weerhield het HvJ er niet van om ook iets over (de destijds gelijkluidende25) tariefpost 4412 van de GN te zeggen. Het HvJ overwoog – met mijn cursivering:

“30.  (…) moet erop worden gewezen, dat in de GN ook de term „gelaagd hout” (…) wordt gebruikt ter aanduiding van een product dat door opeenlijming van een aantal lagen hout wordt verkregen.

31.  Deze term komt onder meer voor in post 4412 GN, die handelt over „triplex- en multiplexhout en op dergelijke wijze gelaagd hout”. Blijkens aantekening 4 van hoofdstuk 44 GN, alsmede post 44.12, derde alinea, van de GS-toelichtingen, blijven de onder deze post vallende producten aldaar ingedeeld, ook wanneer zij op dezelfde wijze zijn geprofileerd als het bij post 4409 bedoelde hout (…). Niettemin blijkt uit de tekst van post 4412 GN, alsmede uit post 44.12, eerste alinea, van de GS-toelichtingen, dat het onder die post vallende product ten minste moet zijn voorzien van een deklaag bestaande uit een fineerblad, dat wil zeggen een dunne laag hout.”

5.21

Met name de hier door het HvJ ten tonele gevoerde voorwaarde dat voor indeling in post 4412 van de GN – dus kennelijk ook voor ‘op dergelijke wijze gelaagd’ hout – vereist is dat het in te delen product is voorzien van een deklaag bestaande uit een fineerblad, kan ik niet helemaal plaatsen. Ik leid dat niet af uit de (huidige) toelichting.26 Het gebruik van deze term lijkt echter geen verschrijving of vertaalvergissing te zijn. In de Engelse, Franse en (authentieke) Duitse versie van het arrest worden vergelijkbare termen gehanteerd: in de Engelse versie van het arrest wordt gesproken over een ‘sheet of veneer’, in de Franse versie over ‘une feuille de placage’ en in de Duitse versie over ‘einem Furnierblatt’.

5.22

Toch meen ik dat aan de in de door het HvJ geformuleerde voorwaarde dat een product van post 4412 van de GN aan de buitenkant altijd moet zijn voorzien van ‘een fineerblad’ niet zó moet worden gelezen dat alleen houtwaren met aan de buitenzijde een (één) blad van dun gezaagd/geschild/gesneden hout als product van post 4412 van de GN kan worden ingedeeld. Zou dit zo zijn, dan zou ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ immers een lege huls zijn.

5.23

Ik houd het er dan ook op dat de nadruk van punt 31 van het arrest Holz Geenen moet worden gezocht in de voorwaarde dat een product van tariefpost 4412 aan de buitenzijde moet zijn voorzien van een dunne laag hout. Die uitlegging past mijns inziens ook beter in de context van de zaak Holz Geenen, waarin volgens A-G Jacobs onder meer de omstandigheid dat een ter zitting overgelegd monster niet voldeed aan de dikte van de houtlagen van triplex- of multiplexhout, indeling in post 4412 van de GN belette (cursivering MvH). Ik citeer uit zijn conclusie van 8 juli 1999:

“62  (…) Indien de buitenlagen een dikte hebben welke vergelijkbaar is met die van de lagen van triplex of fineer, een feitelijke vraag die tot de bevoegdheid van de nationale rechter behoort, moeten deze producten volgens mij in post 4412 worden ingedeeld, aangezien zij in alle andere relevante opzichten vergelijkbaar zijn met de producten in de indelingstoelichting. Indien de drie lagen alle ongeveer even dik zijn, zoals in het door Holz Geenen ter terechtzitting overgelegde voorbeeld [MvH: en dus kennelijk dikker dan de voor fineer/triplexdelen maximale dikte van 6 mm], dan is postonderverdeling 4421 90 99, zoals hierboven uiteengezet, de enige mogelijke indeling.

5.24

Concluderend meen ik dan ook (i) dat voor ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ van post 4412 van de GN niet is vereist dat de buitenkant(en) zijn voorzien van een fineerblad, en (ii) dat houtwaren die aan buitenzijde(n) zijn voorzien van een dunne laag (minder dan 6 mm) hout kunnen worden aangemerkt als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’, ook als de dunne houtlaag aan de buitenzijde (mogelijk) niet als fineerblad kan worden gezien (vgl. ook punt 5.18 hiervóór).

5.25

Tot slot merk ik in dit verband op dat voor indeling in post 4412 van de GN de hardheid, structuur of kleur van de buitenlaag mijns inziens niet relevant is voor de indeling. Zulks valt niet af te leiden uit de bewoordingen van de post, noch uit de aantekeningen of toelichtingen op de post.

5.26

Uit hetgeen is vastgesteld omtrent de door belanghebbende voor het vrije verkeer aangegeven bamboeplaten (zie punt 2.2 van deze conclusie) blijkt dat het in deze procedure gaat om bamboeplaten van twee respectievelijk drie centimeter dikte, die aan de buitenzijde zijn voorzien van verlijmde bamboestripjes (latjes), die een buitenlaag vormen van minder dan 6 mm dikte. Aan het vereiste – zie ook de GS-toelichting op post 4408, geciteerd in punt 5.14 hiervóór – dat de buitenlaag van ‘4412-hout’ niet dikker mag zijn dan 6 mm, is derhalve voldaan.

5.27

De vraag die dan rest is of die buitenlaag hetzij als fineer, hetzij als daarmee vergelijkbaar kan worden aangemerkt, zodat indeling in tariefpost 4412 van de GN geboden is. Bij de beantwoording van die vraag kunnen twee benaderingen worden gehanteerd, die overigens beide leiden tot de conclusie dat de bamboeplaten moeten worden ingedeeld in post 4412 van de GN: in het ene geval omdat sprake is van met fineer bekleed hout (de ‘latjesbenadering’) en in het andere geval omdat sprake is van ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ (de ‘plaatbenadering’).

5.28

Latjesbenadering

5.28.1

In de latjesbenadering kijken we naar de afzonderlijke bamboestripjes. Hoewel de feiten van deze zaak daaromtrent geen duidelijkheid bieden, lijkt het mij niet onaannemelijk dat de stripjes zijn gemaakt door het zagen, snijden of schillen van bamboe. In deze optiek zijn de strippen bamboe op zichzelf stukjes (‘plaatjes’) fineer die, na aaneengelijmd te zijn, tezamen één grote laag fineer vormen. Ik wijs er in dit verband op dat uit de GS-toelichting op tariefpost 4408 (zie punt 5.14 hiervóór) volgt dat aan de indeling van ‘fineerplaat’ niet afdoet dat afzonderlijke (kleinere) platen aan elkaar gelijmd zijn. Aan de omvang van een stuk(je) hout als ‘plaat’ zijn verder geen eisen gesteld. Daarnaast valt op dat naar de bewoordingen van post 4412 van de GN niet is vereist dat ‘met fineer bekleed hout’ met een plaat fineer bekleed is. Waar het om gaat is dat het daarin vermelde hout met fineer bekleed is.

5.28.2

Uitgaande van deze ‘latjesbenadering’ valt het onderhavige product als ‘met fineer bekleed hout’ onder post 4412 van de GN.

5.29

Plaatbenadering

5.29.1

In de plaatbenadering bekijken we de buitenlaag vanuit het geheel als (één) plaat. In deze optiek is strikt genomen geen sprake van een fineerplaat: het gaat hier immers niet om een plaat hout die gezaagd, gesneden of geschild is op een dikte van maximaal 6 mm, maar om kleine latjes die ‘toevallig’ samengelijmd zijn en een buitenlaag vormen van minder dan 6 mm dikte.

5.29.2

Vanuit deze optiek bezien lijkt niet onmiddellijk sprake van ‘met fineer bekleed hout’, nu we niet een laag zien, maar vele aan elkaar gelijmde latjes. Ook van triplex- of multiplexhout is in deze optiek geen sprake omdat van deze houtwaren blijkens de toelichting alle lagen (dus ook de buitenlaag) fineer zijn.

5.29.3

Dit doet er mijns inziens echter niet aan af dat ook in deze ‘plaatbenadering’ het product onder tariefpost 4412 moet worden ingedeeld. De bewoordingen van tariefpost 4412 van de GN en de GS-toelichting op deze post (zie punten 5.11 en 5.12 van deze conclusie) laten open dat de bamboeplaten bij toepassing van de ‘plaatbenadering’ als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ moeten worden ingedeeld onder tariefpost 4412 van de GN: zowel wat betreft houtrichtingen van de middelste laag ten opzichte van de buitenste lagen, als wat betreft de dikte (‘dunte’) van de buitenste laag, is mijns inziens sprake van hout dat is gelaagd op een wijze als bij triplexhout (gekruiste richtingen) en/of met fineer bekleed hout (dunte van de buitenste lagen). Dit te meer nu feitelijk vast staat (zie punt 2.2 van deze conclusie) dat de bamboeplaten bestemd zijn om te worden gebruikt voor – kort gezegd – meubilair.

5.30

Ik kom derhalve tot de slotsom dat de onderhavige bamboeplaten, niettegenstaande (punt 31 van) het arrest Holz Geenen, onder post 4412 moeten worden ingedeeld, hetzij als met fineer bekleed hout (latjesbenadering), hetzij als op dergelijke wijze gelaagd hout (plaatbenadering).

5.31

Steun voor die indeling vind ik in de op 5 mei 201027 in werking getreden Verordening (EU) nr. 309/2010 van de Commissie van 9 april 2010 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (hierna ook: de indelingsverordening). In de bijlage bij deze verordening wordt een product dat gelijkenis vertoont met – maar niet hetzelfde is als – de onderhavige bamboeplaten ingedeeld onder tariefpostonderverdeling 4412 94 90. Het gaat blijkens de omschrijving in de bijlage bij de indelingsverordening om (ik heb het voor de onderhavige zaak relevante deel van de omschrijving gecursiveerd):

“Houten panelen bestaande uit drie lagen naaldhout met totale afmetingen 1 000 x 500 x 27 mm. De buitenlagen zijn 8,5 mm dik28 en bestaan uit aan elkaar vastgelijmde, parallel aan elkaar liggende houten latjes. De binnenlaag, die haaks op de nerf van de buitenlagen is geplaatst, is 10 mm dik en bestaat uit aan elkaar vastgelijmde parallel aan elkaar liggende houten stukjes (blokken/latjes). De buitenlagen en de randen zijn bekleed met hars. Zie foto (*)29.”

5.32

De indeling van deze goederen in tariefpostonderverdeling 4412 94 90 van de GN is in de bijlage bij de indelingsverordening – voor zover hier van belang – als volgt gemotiveerd:

“De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 4412, 4412 94 en 4412 94 90. (…) Gezien zijn kenmerken moet het product worden ingedeeld onder GN-code 4412 94 90 als ander multiplexhout met een vulling van plankjes, latten of staafjes (zie ook de toelichting bij het geharmoniseerde systeem op post 4412, punt 3).”

6 De cassatiemiddelen

6.1

In haar eerste middel betoogt belanghebbende dat het Hof ten onrechte, althans onbegrijpelijk, heeft geoordeeld dat de ingevoerde bamboeplaten als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout van bamboe’ moeten worden ingedeeld onder tariefpost 4412 10 00 van de GN.

6.2

Belanghebbende moet worden toegegeven dat het Hof in zijn uitspraak enigszins op twee gedachten lijkt te hinken doordat het in met name punt 5.2 van zijn uitspraak suggereert van oordeel te zijn dat de bamboeplaten als ‘met fineer bekleed hout’ onder post 4412 10 00 van de GN moeten worden ingedeeld, om vervolgens in punt 5.4 van de uitspraak te oordelen dat de bamboeplaten ‘op dergelijke wijze gelaagd hout van bamboe’ zijn. Ik begrijp de uitspraak van het Hof – gelezen punt 5.3 van die uitspraak – evenwel aldus dat het Hof heeft bedoeld aan te haken bij de benadering die ik hiervóór heb aangeduid als ‘plaatbenadering’: omdat sprake is van aan elkaar gelijmde latjes is de buitenlaag als zodanig niet (een) fineerblad, en moet het goed als ‘op dergelijke wijze gelaagd’ worden ingedeeld. Ware sprake geweest van blokken aan elkaar gelijmde bamboestrips die vervolgens tot platen waren gezaagd of gesneden, dan was in de visie van het Hof – althans zo begrijp ik de uitspraak – wel sprake geweest van met fineer(blad) bekleed bamboehout, eveneens onder post 4412 10 00 van de GN in te delen. Hoewel het Hof aldus wat in het midden laat of het van oordeel is dat sprake is van met fineer bekleed hout dan wel van op dergelijke wijze gelaagd hout, meen ik dat niet kan worden gezegd dat het Hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting (onjuiste criteria heeft gehanteerd bij de indeling), noch dat het oordeel onbegrijpelijk is of onvoldoende gemotiveerd.

6.3

Dat betekent dat het eerste middel faalt.

6.4

Het tweede middel, waarin belanghebbende betoogt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat voor indeling onder post 4412 10 00 geen betekenis kan worden toegekend aan de productiemethode, faalt mijns inziens eveneens.

6.5

Ik meen dat de objectieve eigenschappen van de bamboeplaten als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ (dan wel als met fineer bekleed hout) niet verschillen naar gelang – zoals het Hof heeft geoordeeld – de deklaag bestaat uit aan elkaar gelijmde latjes, dan wel uit een laag die is gezaagd of gesneden uit blokken van aan elkaar gelijmde bamboelatten. In beide gevallen is sprake van een product dat voldoet aan de bewoordingen van tariefpost 4412 van de GN. Of een buitenlaag van ‘geschild blok’ en een buitenlaag van aan elkaar gelijmde dunne latjes – verschillen in productiewijze derhalve – van elkaar verschillen in hardheid, dichtheid of structuur, zoals belanghebbende aanvoert, doet, wat daarvan zij, mijns inziens niet ter zake voor de indeling in post 4412 van de GN. Het gaat daarin alleen om de wijze van gelaagdheid, niet om de dichtheid, de hardheid of het uiterlijk van de bovenlagen. Die eigenschappen van een product zijn – hoe objectief ook – niet relevant voor indeling in de post.

6.6

De slotsom is dat het beroep in cassatie geen doel treft.

7 Conclusie

De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

Advocaat-Generaal

1 De inspecteur van de Belastingdienst/[P].

2 Deze tariefpost luidt ‘Triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout: van bamboe’.

3 Zie punt 2.1 van de uitspraak van de Rechtbank, welke overweging door het Hof is overgenomen in punt 2.1 van zijn uitspraak. Tot de stukken van het geding – zowel voor Rechtbank en Hof als in cassatie – behoren monsters van de in geding zijnde bamboeplaten.

4 Zie bijlage 1 bij het verweerschrift van de Inspecteur in de procedure voor de Rechtbank.

5 MvH: Tot het dossier behoort een monster van het in deze bti bedoelde product. De 0,5 cm die hier vermeld is, kan mijns inziens niet zien op de dikte van de totale plaat, die 30 mm dik is; het is de buitenste laag die (ongeveer) 0,5 cm is.

6 MvH: Het tot de stukken behorende monster van dit product heeft een dikte van 20 mm. De hier vermelde 0,5 cm zal, naar ik meen, zien op de dikte van elk van de buitenlagen.

7 In totaal zijn aan belanghebbende 25 utb’s uitgereikt. Het bezwaar tegen twee van deze utb’s (gedateerd 14 juni 2010 en 18 juni 2010) heeft de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Ter zitting van de Rechtbank heeft belanghebbende voorts haar beroep tegen drie andere utb’s (gedateerd 22 juni 2010 en 29 juni 2010) ingetrokken. Deze vijf utb’s spelen in cassatie geen rol meer. De 20 resterende utb’s – door het Hof opgesomd in punt 2.3 van zijn uitspraak – zijn in deze cassatieprocedure (nog wel) in geschil. In totaal is met deze utb’s een bedrag van € 28.129,30 gemoeid.

8 Tariefpost 4421 van het Geharmoniseerde Systeem heeft betrekking op ‘andere houtwaren’.

9 MvH: Bedoeld zal zijn “4412 1000”.

10 MvH: Vgl. punt 2.2 van deze conclusie.

11 MvH: Dit moet een verschrijving zijn.

12 De eerste zes cijfers zijn de codes die in het geharmoniseerd systeem aan goederen zijn toegekend (zie ook punt 5.2), het zevende en achtste cijfer dienen ter identificatie van de (Europese) GN-onderverdelingen. Een negende en tiende cijfer betreffen aanvullende unierechtelijke onderverdelingen (‘Taric’). Zie artikel 3 van Verordening 2658/87.

13 Jaarlijks wordt een nieuwe versie door de Commissie gepubliceerd in het Publicatieblad, uiterlijk op 31 oktober van ieder kalenderjaar (welke versie dan geldt voor het volgende kalenderjaar).

14 Zie bijvoorbeeld de derde overweging van de considerans bij Verordening 2658/87. Regels betreffende het GS zijn neergelegd in het Verdrag betreffende het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving van goederen van 14 juni 1983, PB 1987, L 198. Dit Verdrag is bij Besluit van de Raad van 7 april 1987 door de Raad namens de (toenmalige) EEG goedgekeurd.

15 Verdrag betreffende het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving van goederen van 14 juni 1983, PB 1987 L 198. Het verdrag is bij besluit van de Raad van 7 april 1987 (87/369/EEG) door de Raad namens de (toenmalige) EEG goedgekeurd.

16 De toelichtingen van de Commissie mogen die van het WDO niet doorkruisen; zij gelden als aanvullend daarop. Zie bijvoorbeeld HvJ 6 september 2012, Lowlands Design Holding B.V., C-524/1, BNB 2012/294, punt 33. De Commissie heeft ook de bevoegdheid zogenoemde ‘indelingsverordeningen’ vast te stellen, waarin specifieke goederen worden ingedeeld. Dergelijke verordeningen mogen de draagwijdte van de posten niet wijzigen.

17 Zie ook HvJ 6 september 2012, Lowlands Design Holding B.V., C-524/11, BNB 2012/294, punt 23. In nagenoeg elk ‘indelingsarrest’ vinden we bewoordingen van de hierna geciteerde strekking.

18 Geldend voor het jaar 2010. Zie Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 948/2009 van de Commissie van 30 september 2009 tot wijziging van Verordening 2658/87, PB 31 oktober 2009, blz. 305.

19 MvH: Deze post luidt: ‘Hout (…) waarvan ten minste een zijde of uiteinde over de gehele lengte is geprofileerd (…), ook indien geschaafd, geschuurd of in de lengte verbonden.’

20 Harmonized Commodity Description and Coding System, Explanatory notes, volume 3, Sections IX-XIII, Chapters 44-70, World Customs Organization.

21 MvH: ‘Ply’ kan zowel ‘laag’ als ‘vel’ betekenen.

22 Zie punt 5.12; in de Engelse versie wordt in de toelichting gesproken over ‘three or more sheets of wood’.

23 In dit verband zij opgemerkt dat er ook nog gelamineerd hout is. Daarbij gaat het om hout dat wordt verkregen door een zeker aantal houtlagen met hun draad in dezelfde richting opeen te lijmen (in tegenstelling tot triplex en multiplex dat, vide de GS-toelichting, ‘meestal’ zodanig gelijmd is dat de vezelrichting van de verschillende lagen elkaar kruisen). Indien gelamineerd hout valt onder de (post)omschrijving ‘schrijn- en timmerwerk voor bouwwerken’ valt het onder post 4418 van de GN. Omdat, naar vaststaat, de bamboeplaten zodanig zijn gemaakt dat de houtrichting van de middelste laag dwars op die van de buitenlagen staat, kan mijns inziens reeds daarom geen sprake zijn van gelamineerd hout in de zin van post 4418 – nog afgezien van het gegeven dat de bamboeplaten niet voor bouwwerken zijn bestemd. Ik laat post 4418 van de GN hier dan ook verder rusten.

24 MvH: Deze tariefpost betreft schrijn- en timmerwerk voor bouwwerken.

25 Die tariefpost luidde in het jaar dat in het arrest Holz Geenen van belang was (1996) niet anders dan in het onderhavige jaar, te weten: “Triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout”. De in de onderhavige procedure in geschil zijnde onderverdeling 4412 10 00 was er destijds nog niet.

26 De voor het jaar 1996 geldende GS-toelichting heb ik niet kunnen vinden.

27 Zie artikel 3 van de (indelings)verordening van 9 april 2010, nr. 309/2010 van de Commissie. Daarin is bepaald dat deze verordening in werking treedt op de twintigste dag volgend op die van bekendmaking van de verordening in het PB. De verordening is bekendgemaakt in het PB van 15 april 2010 (L 94).

28 MvH: Ik merk hier op dat de Commissie kennelijk ook gelaagde houtwaren met een buitenlaag, dikker dan de 6 mm die voor fineer staan, als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ in de zin van tariefpost 4412 van de GN aanmerkt. Het gaat mij echter hier om de wijze waarop de buitenlaag is samengesteld.

29 MvH: De foto heb ik niet overgenomen.