Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:1813

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
24-09-2013
Datum publicatie
17-12-2013
Zaaknummer
12/04100
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:2003, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Belediging, art. 266 Sr. HR herhaalt HR ECLI:NL:HR:BJ9796. Het gebruik van het woord “mierenneuker” is i.h.a. op zichzelf niet beledigend, zodat i.c. de vraag of dit belediging oplevert afhangt van de context waarin dat woord is gebezigd. Gelet op de context geeft ’s Hofs oordeel dat i.c. het woord mierenneuker de strekking heeft de personen tot wie de uitlatingen waren gericht in hun eer en goede naam aan te tasten en dat dit woord derhalve i.c. als beledigend moet worden aangemerkt niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 12/04100

Mr. Machielse

Zitting 24 september 2013

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. De enkelvoudige kamer van het gerechtshof Arnhem heeft verdachte op 26 januari 2012 wegens “eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 500, te vervangen door tien dagen hechtenis, waarvan € 250 euro voorwaardelijk met daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van twee jaren.

2. Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. D. Greven, advocaat te Almelo, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.

3.1 Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op 15 maart 2011 te Vinkeveen opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1], brigadier van regiopolitie Utrecht en [verbalisant 2], aspirant van regiopolitie Utrecht, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord “Mierenneuker!”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.”

3.2 Deze bewezenverklaring steunt op het volgende bewijsmiddel:

“Het door [verbalisant 2], aspirant, en [verbalisant 1], brigadier, van politie Utrecht, in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen, genummerd PL0971/2011058746-4 en gesloten op 15 maart 2011, (…), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 15 maart 2011 hielden wij, verbalisanten, een scootercontrole met een rollentestbank te Vinkeveen. Wij controleerden een jongeman op een bromfiets die opgaf te zijn: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1989. Ik, [verbalisant 1], hoorde [verdachte] iets zeggen. [verdachte] zei dat hij “Mierenneuker” had gezegd en ik hoorde hem nogmaals “Mierenneuker” zeggen. Ik zag dat [verdachte] daarbij in mijn richting keek. Ik, [verbalisant 2], heb gehoord dat [verdachte] tot drie keer toe “Mierenneuker” tegen ons zei. Wij, verbalisanten, voelden ons door de uitlatingen van [verdachte] in onze goede naam en eer aangetast, temeer omdat er nog een aantal jongen op de controleplaats stonden die de uitlatingen van [verdachte] gehoord konden hebben. Hierop hebben wij [verdachte] als verdachte van belediging van een ambtenaar in functie aangehouden.”

3.3 Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 8 mei 20121 klaagt het middel dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat verdachtes uitlating een strafbare belediging oplevert.

3.4 In de zaak die heeft geleid tot bovengenoemd arrest van 8 mei 2012 had de verdachte tegen een politieagent gezegd “jij bent een mierenneuker”. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen dat de betreffende politiefunctionaris daarover had opgemaakt, was dit in een winkelcentrum gebeurd terwijl er meerdere personen op straat stonden die meekregen wat de verdachte zei. De verdachte had de verbalisant mierenneuker genoemd die het blikje bier, dat verdachte naar eigen zeggen buiten in een afvalbak wilde gooien, van hem afpakte en zelf weggooide. Het hof had geoordeeld dat de door de verdachte gebruikte woorden in de geschetste context een negatief en kwetsend oordeel over de persoon van de politieagent inhielden en had de verdachte veroordeeld wegens - kort gezegd - belediging van een ambtenaar in functie. De Hoge Raad casseerde echter en overwoog hiertoe:

“3.2 De bewezenverklaring houdt in dat het gaat om een belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan. In een dergelijk geval moet een uitlating als beledigend worden beschouwd indien zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan (vgl. HR 22 december 2009, LJN BJ9796, NJ 2010/671).

3.3. Het gebruik van de volgens de bewezenverklaring door de verdachte gebezigde woorden is in het algemeen niet beledigend, zodat in deze zaak de beantwoording van de vraag of sprake is van belediging in de zin van art. 266 Sr, afhangt van de context waarin die bewoordingen zijn gebezigd. Het Hof heeft in dit verband in de nadere bewijsoverweging weliswaar verwezen naar "de geschetste context", maar onvoldoende duidelijk gemaakt wat die context in het onderhavige geval precies inhoudt en hoe die context tot het oordeel van het Hof over belediging heeft geleid. De bestreden uitspraak is in dit opzicht dus ontoereikend gemotiveerd.”

3.5 In onderhavige zaak houdt het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] in dat een aantal jongeren op de controleplaats stond die de uitlating van verdachte konden hebben gehoord. Uit dit proces-verbaal blijkt verder dat de verbalisanten scooters controleerden en dat verdachte herhaalde malen woorden als "mierenneuker" of "mierenneukerij" in de mond heeft genomen. Deze context is duidelijker dan die in HR 8 mei 2012, NJ 2012, 462. In die zaak was niet erg duidelijk op basis waarvan de politieagent het blikje bier afpakte. In de onderhavige zaak waren verbalisanten bezig met het uitoefenen van een wettelijk opgedragen taak, het uitoefenen van het in het vierde lid van artikel 160 WVW 1994 aangeduide toezicht. Door onder zulke omstandigheden verbalisanten mierenneukers te noemen, roept men het beeld op dat verbalisanten bij het uitoefenen van een wettelijk opgedragen taak de verhoudingen uit het oog hebben verloren, naar willekeur slakken zoeken om zout op te leggen en onder het mom van een verkeerscontrole scooterbestuurders pesten. Door onder deze omstandigheden een verbalisant mierenneuker te noemen roept de verdachte het beeld op van overheidsdienaren die misbruik maken van hun bevoegdheid. In zo'n context is het toevoegen van een woord als mierenneuker naar mijn oordeel wel beledigend te noemen.2

3.6 Het middel faalt.

4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 LJN: BV9188, NJ 2012, 462 m.nt. Keijzer.

2 Zie HR 3 juli 2012, LJN BW9960. Zie voor een overzicht van allerlei denigrerende uitlatingen en de resultaten van kleinschalig praktijkonderzoek over de wijze waarop functionarissen van het OM tegen zulke uitlatingen aankijken B. M. Blom, Belediging van een agent: een geval apart?, DD 2011, 28. Het woord 'mierenneuker' wordt blijkens het onderzoek door deze functionarissen doorgaans ook als beledigend gezien.