Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:1307

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
24-09-2013
Datum publicatie
19-11-2013
Zaaknummer
12/00908
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:1358, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Het Hof heeft aangenomen dat het vonnis op 4 oktober 2010 bekend is gemaakt aan verdachte. Dit blijkt niet uit de aan de HR toegezonden stukken, terwijl overigens uit die stukken niet kan worden opgemaakt dat het hoger beroep is ingesteld buiten de in art. 408.2 Sv gestelde termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 12/00908

Mr. Wortel

Zitting 24 sepember 2013

conclusie inzake

[verdachte]

1.1 Namens de verdachte is cassatieberoep ingesteld tegen een op 30 januari 2012 uitgesproken arrest van het Gerechtshof ‘s-Gravenhage, waarbij de verdachte niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de Rechtbank Dordrecht van 1 februari 2005.

1.2 Namens de verdachte heeft mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar, een middel van cassatie voorgesteld.

2.1 Het middel behelst de stelling dat de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in zijn op 23 december 2010 ingestelde hoger beroep, omdat het Hof ervan uit is gegaan dat de mededeling van het op 1 februari 2005 uitgesproken vonnis op 4 oktober 2010 aan de verdachte in persoon is uitgereikt, terwijl dat in werkelijkheid op 4 oktober 2011 is geschied.

2.2 Het is opmerkelijk. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in dat de raadsman van de verdachte aan de orde stelde

“dat er in de onderhavige zaak een probleem is met betrekking tot de ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep. De verdachte is op 23 december 2010 bij de raadsman op kantoor geweest, maar hij had geen afschrift van het vonnis bij zich. Vervolgens is diezelfde dag namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Na het ontvangen van de stukken heeft de raadsman echter gezien dat het vonnis waarvan beroep op 4 oktober 2010 reeds aan de verdachte in persoon is betekend.“

2.3 Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevinden zich een akte van uitreiking en een proces-verbaal van betekening vonnis in persoon waaruit blijkt dat een opsporingsambtenaar de verdachte op dinsdag 4 oktober 2011 te 14.30 uur heeft medegedeeld dat hij in een zaak met parketnummer 11/006023-04 is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf.

Ook opmerkelijk: dit proces-verbaal vermeldt dat het gaat om een onherroepelijk vonnis van de politierechter te Dordrecht van 18 januari 2006. Het parketnummer klopt evenwel.

2.4 Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich niets waaruit blijkt van een eerdere uitreiking van een mededeling van de uitspraak; noch op 4 oktober 2010, noch op enig ander tijdstip vóór 4 oktober 2011.

Hoe de verdachte op 22 december 2010 van het vonnis op de hoogte is gesteld, zoals in de toelichting op het middel wordt medegedeeld, kan ik dus niet nagaan, maar intussen heeft het er veel van weg dat de in hoger beroep optredende raadsman zich in het jaartal had vergist, terwijl de advocaat-generaal bij het Hof en vervolgens het Hof zelf zonder meer op diens mededeling zijn afgegaan

2.5 Voor de goede orde merk ik op dat de dagvaarding voor de op 18 januari 2005 gehouden terechtzitting van de Rechtbank niet in persoon is uitgereikt en het vonnis bij verstek is gewezen.

Nu uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken niet blijkt dat dit vonnis op 4 oktober 2010 aan de verdachte bekend is gemaakt, zoals het Hof heeft aangenomen, en ook overigens uit die stukken niet kan worden opgemaakt dat het hoger beroep is ingesteld buiten de in art. 408, tweede lid, Sv gestelde termijn, is het middel terecht voorgesteld en kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven.

3. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, en terug- of verwijzing van de zaak naar het/een Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

wnd A-G