Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:1305

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
15-10-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
12/02744
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:1355
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht medeplegen. Uit de bewijsmiddelen kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte "tezamen en in vereniging met een ander" heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 12/02744

Zitting: 15 oktober 2013

Mr. Knigge

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 10 mei 2012 verdachte wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf voor de duur van 150 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen hechtenis.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.1

3. Namens verdachte heeft mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel

4.1. Het middel klaagt over de bewezenverklaring van medeplegen.

4.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 2008 tot en met 25 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in een pand aan [a-straat 1] een hoeveelheid van moederhennepplanten en hennepstekken, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst ll.”

4.3. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL0624/08-342363 (pagina's 52 en 53), in de wettelijke vorm opgemaakt op 25 augustus 2008 door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene]: 

Ik ben samen met mijn zus eigenaar van recyclingbedrijf [A], welke aan [a-straat 1] gevestigd is. Op ons bedrijfsterrein staat een grote groene loods. Op vrijdag 22 augustus hoorde ik een zoemend geluid vanuit de loods. De loods is verdeeld in drie ruimten. Ik heb die vrijdag de stroom eens van het middelste gedeelte van de loods afgehaald door de stoppen te verwijderen en ik hoorde toen dat het zoemen ophield. Op 24 augustus 2008 ben ik er even geweest om iets te halen en toen heb ik een witte bedrijfsbus naast de loods zien staan. De bus stond bij de schuifdeur die [medeverdachte] gebruikt om binnen te komen. [medeverdachte] huurt sinds 1 januari 2008 het middelste gedeelte van de loods. Hij heeft een schoonmaakbedrijf '[B]'. 

Ik heb vandaag, maandag 25 augustus 2008, met de boor een klein gaatje geboord in de spaanplaten tussenwand van de loods om te kijken of ik iets kon zien. Ik boorde vanuit mijn gedeelte en ik zag door het kleine gaatje dat er licht brandde in het middelste deel van de loods. Ik dacht toen direct aan een wietkwekerij. Ik heb toen de politie gebeld. 

Ik heb dat gedeelte van de loods waar u nu die hennepkwekerij heeft aangetroffen verhuurd aan [medeverdachte]. Volgens mij verhuurt [medeverdachte] een gedeelte van de loods onder aan [verdachte]. [medeverdachte] en [verdachte] kwamen altijd in de avonduren en het weekend. Zij hebben beiden een sleutel van het toegangshek van het terrein. 

2. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, nummer PL08-342363 (pagina's 20 tot en met 26), in de wettelijke vorm opgemaakt op 10 september 2008 door [verbalisant 1], voornoemd, en [verbalisant 2], aspirant van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van voornoemde verbalisanten: 

Aanleiding onderzoek 

Naar aanleiding van een melding van de eigenaar van de loods, [betrokkene], die meldde dat hij een afzuiger of ventilator hoorde zoemen in de loods en die constant licht zag branden, terwijl de gebruiker van de loods afwezig was, ben ik, verbalisant [verbalisant 1], ter plaatse gegaan op 25 augustus 2008. 

Naar aanleiding van genoemde melding hebben wij, verbalisanten, terzake verdenking van een overtreding van de Opiumwet een onderzoek ingesteld betreffende het adres [a-straat 1] te Apeldoorn. Op dit afgesloten bedrijfsterrein staat een loods die in drie delen is verdeeld. Het bleek dat op genoemd adres een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was. In kweekruimte 1 stonden 64 hennepplanten en 3780 hennepstekken, in kweekruimte 2 stonden 1128 hennepstekken en in kweekruimte 3 stonden 160 hennepplanten en 1134 hennepstekken. Er was restafval aanwezig, namelijk oude aarde en lege potten. Tevens zijn er notities aangetroffen, waarbij met zwarte stift op lege gebruikte piepschuimbakken geschreven is de data 14-7 en 18-7. 

3. Het proces-verbaal NARCO-TEST (Hennep), nummer 08-342363 (pagina 2e, als losse bijlage opgenomen voor het stamproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt op 1 september 2008 door [verbalisant 1], voornoemd, inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van voornoemde verbalisant: 

Op maandag 1 september 2008 om 10.15 uur werden door mij, bevoegd tot het testen van verdovende middelen, de in perceel [a-straat 1] te Apeldoorn aangetroffen stoffen op voorgeschreven wijze middels de NARCO-test getest. De stekken en moederplanten werden afzonderlijk getest. Uit de testen van de planten en de stekken bleek dat de planten kennelijk THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat het bij de aangetroffen planten om hennep ging. Hennep staat vermeld op lijst II onderdeel B, behorende bij de Opiumwet.

4. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL0624/08-342363 (pagina's 58 en 59), in de wettelijke vorm opgemaakt op 25 augustus 2008 door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden voornoemd, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [medeverdachte]: 

U vraagt mij naar de loods op het terrein van [A] op [a-straat 1] te Apeldoorn. Ik huur het middelste gedeelte van deze loods sinds 1 januari 2008 van [betrokkene]. Ik verhuur weer een gedeelte onder aan [verdachte]. Behalve [verdachte] en ik heeft verder niemand een sleutel van dit slot. 

5. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL0624/08-342363 (pagina's 64 en 66), in de wettelijke vorm opgemaakt op 26 augustus 2008 door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden voornoemd, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [medeverdachte]: 

Ongeveer twee maanden geleden ben ik begonnen met het bouwen van de hennepkwekerij. Tijdens het bouwen ben ik begonnen met het stekken van de planten. Ik heb de planten water gegeven, voeding gegeven en de stekken geknipt. 

U vraagt mij of [verdachte] kennis had van de kwekerij. 

Ja, [verdachte] weet dat er een hennepkwekerij zit, hij is er ook wel eens binnen geweest.” 

4.4. Het middel klaagt dat het Hof niet inzichtelijk heeft gemaakt waaruit hij de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking heeft afgeleid. De uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen af te leiden omstandigheden dat verdachte kennis had van de hennepkwekerij en dat hij wel eens in het gehuurde pand aanwezig was, zijn volgens het middel onvoldoende om van medeplegen te kunnen spreken.

4.5. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat medeverdachte [medeverdachte] de hennepkwekerij heeft gebouwd en de hennepplanten heeft verzorgd. Voorts kan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet meer worden afgeleid dan dat een gedeelte van de loods door medeverdachte [medeverdachte] aan verdachte werd verhuurd, dat verdachte wist dat zich in de loods een hennepkwekerij bevond, dat hij ook wel eens binnen is geweest en dat hij in het bezit was van een sleutel van het toegangshek van het terrein.2 De enkele wetenschap dat zich in de loods een hennepkwekerij bevindt, is voor een bewezenverklaring van medeplegen van het telen van hennep, dat een bewuste en nauwe samenwerking met een ander gericht op het telen van hennep vergt, evenwel niet voldoende.3 Nu komt daar in dit geval nog bij dat verdachte een gedeelte van de loods onderhuurde van medeverdachte [medeverdachte]. Wie als huurder niet ingrijpt als in de door hem gehuurde ruimte hennep wordt gekweekt, levert door dit nalaten een bijdrage aan het strafbare feit. Dat betekent echter niet zonder meer dat sprake is van medeplegen. Er kan ook sprake zijn van medeplichtigheid. Daar komt dan nog bij dat de bewijsmiddelen niet duidelijk maken of het gedeelte van de loods dat aan verdachte was onderverhuurd, het gedeelte was waarin de door medeverdachte [medeverdachte] gebouwde hennepkwekerij zich bevond. Nu derhalve uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet blijkt van enige vorm van samenwerking gericht op het telen van hennep en het Hof ook niet heeft gemotiveerd hoe het die samenwerking uit de gebezigde bewijsmiddelen heeft afgeleid, is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

4.6. Het middel slaagt.

5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (12/02718), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.

2 In de zaak van medeverdachte [medeverdachte], waarmee de Hoge Raad ambtshalve bekend is, is een bekennende verklaring van de verdachte voor het bewijs gebezigd. Dat die verklaring niet in de zaak van de verdachte zelf is gebezigd, is geen vergissing. Blijkens de bestreden uitspraak heeft het Hof een met betrekking tot die verklaring gevoerd Salduz-verweer gehonoreerd.

3 Zie bijvoorbeeld HR 15 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0068 en HR 11 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR2892.