Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:1298

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
24-09-2013
Datum publicatie
19-11-2013
Zaaknummer
11/05393
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:1346, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaarde geen strafbaar feit. Het bewezenverklaarde is gekwalificeerd als overtreding van art. 2.3 aanhef en onder a Aanvullend luchthavenreglement. Met ingang van 1 november 2009 is hoofdstuk VIIa, waarin art. 2 strafbaar was gesteld, komen te vervallen, terwijl overtreding van art. 2.3 ook niet elders strafbaar is gesteld. Nu t.t.v. het plegen van het feit hetgeen verdachte wordt verweten niet strafbaar was gesteld, kan het bewezenverklaarde geen strafbaar feit opleveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/05393

Mr. Wortel

Zitting 24 september 2013

conclusie inzake

[verdachte]

1.1 Namens de verdachte is cassatieberoep ingesteld tegen een op 29 november 2011 uitgesproken arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de verdachte wegens ‘overtreding van het bepaalde bij artikel 2, derde lid aanhef en onder a van het Aanvullend Luchthavenreglement Luchthaven Schiphol’ is veroordeeld tot een één week hechtenis.

1.2 Namens de verdachte heeft mr. R. Pothast, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.

1.3 Deze zaak vertoont samenhang met de zaak die bij de Hoge Raad aanhangig is onder griffienummer 11/05395, waarin ik heden eveneens concludeer.

2.1 De strekking van het middel is dat het Hof de verdachte van alle rechtsvervolging had moeten ontslaan zoals het Hof in andere zaken heeft gedaan na bewezenverklaring van dezelfde overtreding, begaan op andere tijdstippen.

Bij de schriftuur zijn gevoegd kopieën van twee tenlasteleggingen en twee (aantekeningen van mondelinge) arresten, waaruit volgt dat het Amsterdamse Hof de verdachte op 14 maart 2012 ter zake van de gedraging die hem ook in de onderhavige zaak wordt verweten maar met andere pleegdata (2 september 2009 en 15 maart 2010) van alle rechtsvervolging heeft ontslagen op de grond dat “[h]et bewezen verklaarde […] thans niet meer strafbaar [is] gesteld”.

2.2 De strafbaarstelling van overtreding van enkele bepalingen uit het Aanvullend Luchthavenreglement luchthaven Schiphol was te vinden in hoofdstuk VIIa van dat Reglement. Bij art. 38, onder D, van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (Stcrt. 2009,nr. 16336) is dit hoofdstuk VIIa van het Aanvullend Luchthavenreglement luchthaven Schiphol met ingang van 1 november 2009 vervallen.

De toelichting bij voornoemde regeling houdt in, voor zover hier van belang:

“In de artikelen 38 tot en met 46 zijn de bestaande luchthavenreglementen ‘omgehangen’ naar de wet luchtvaart. Dit betekent dat deze luchthavenreglementen ná de inwerkingtreding van de onderhavige regeling berusten op artikel 8a.1 van de Wet luchtvaart. In de Wet luchtvaart is overtreding van een voorschrift uit een luchthavenreglement niet langer strafbaar gesteld. Om die reden zijn de strafbaarstellingen uit de bestaande luchthavenreglementen verwijderd.”

2.3 Art. 8a.1 Wet Luchtvaart, luidende:

“Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld omtrent de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het gebruik van luchthavens met het oog op de orde en de veiligheid op die luchthavens. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.”

zou als een toereikende wettelijke grondslag voor een verbodsnorm als voorzien in art. 2, derde lid onder a of b, Aanvullend luchthavenreglement luchthaven Schiphol beschouwd kunnen worden, maar in een strafbaarstelling voorziet die wet dus niet.

2.4 Het bevreemdt me dat medio 2010 – de bewezenverklaring in deze zaak noemt als pleegdatum 25 mei 2010 – nog processen-verbaal zijn opgemaakt ter zake van een overtreding die sinds november 2009 (althans in deze vorm) niet meer strafbaar is gesteld. Een verbazing die overigens ook wordt gevoed door mijn ervaring dat de Koninklijke Marechaussee, dat in deze zaken het opsporingsonderzoek heeft verricht, over het algemeen degelijk werk levert. Daarom heb ik geprobeerd te achterhalen of de strafbaarstelling van handelen in strijd met het in de tenlastelegging bedoelde verbod na 1 november 2009 in een andere wettelijke regeling is opgenomen. Dat was een zoektocht zonder resultaat.

Weliswaar vond ik in deze zaak een proces-verbaal van de KMar met de feitaanduiding “10 lid 1 APV […] / 95A APV […]”, maar dat lijkt me geen basis voor instandhouding van de in deze zaak uitgesproken veroordeling te kunnen zijn. Art. 95A van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Haarlemmermeer, zoals deze Verordening gold ten tijde van de bewezen verklaarde overtreding, bevat inderdaad een overeenkomstige verbodsnorm, met in art. 107 van de Verordening een (algemeen geformuleerde) strafbaarstelling, maar de in deze zaak uitgebrachte tenlastelegging sluit niet aan bij dat art. 95A van de toenmalige APV. Daarin gaat het namelijk (onder andere) om aanbieden van diensten “zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders”. Als bestanddeel van de delictsomschrijving verschilt dat te zeer van het in deze zaak tenlastegelegde “zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de exploitant, N.V. Luchthaven Schiphol en/of Schiphol Groep” (en art. 10 van die destijds geldende APV, betreffende gedragingen waardoor de openbare orde wordt verstoord, is al helemaal niet te beschouwen als een voortzetting van dezelfde verbodsnorm (met een andere wettelijke basis voor de strafbaarstelling)).

2.5 Het middel is derhalve terecht voorgesteld. De bestreden uitspraak kan niet in stand blijven. Het komt mij voor dat een nieuwe feitelijke behandeling niet tot een andere einduitspraak zou kunnen leiden dan hierna vermeld, zodat ik de Hoge Raad in overweging geef de zaak op de voet van art. 440, tweede lid, eerste volzin Sv zelf af te doen.

3. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, zal vaststellen dat het bewezen verklaarde feit geen strafbaar feit oplevert, en de verdachte op die grond zal ontslaan van alle rechtsvervolging.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

wnd A-G