Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:12

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
04-06-2013
Datum publicatie
02-07-2013
Zaaknummer
11/00354
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht m.b.t. oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/00354

Mr. Machielse

Zitting 4 juni 2013

Conclusie inzake: [verdachte]

1. Het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft verdachte op 4 januari 2011 wegens “diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel, een en ander zoals nader omschreven in het arrest.

2. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.

3.1 Het middel klaagt dat de bewezenverklaring, mede in het licht van een gevoerd verweer, onvoldoende met redenen is omkleed.

3.2 Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 21 december 2010 heeft verdachte aldaar onder meer het volgende verklaard:

“U houdt mij voor dat ik na het gedonder in de club een kasopname heb gedaan terwijl ik formeel geen penningmeester meer was. In overleg met het interim-bestuur zou ik tot 31 januari [2005] alle financiële zaken voor de club nog regelen en daarna zou de interim-penningmeester de boekhouding overnemen.”

3.3 Blijkens een op die terechtzitting overgelegde pleitnota heeft de raadsman van verdachte, voor zover hier relevant, aldaar het volgende aangevoerd:

“Op 16 januari 2007 heeft [A] aangifte gedaan tegen [verdachte].

De aangever vermeldt in de aangifte dat het interim-bestuur onjuistheden in de kas van de club had geconstateerd. Uit het onderzoek dat een externe accountant in opdracht van het interim-bestuur heeft gedaan (…) is het volgende gebleken:

  1. op de laptop van de club die aan de penningmeester ter beschikking was gesteld waren de bestanden van de boekhouding gewist;

  2. er was geen kasadministratie bijgehouden, ondanks de grote stromen kasgeld;

  3. er waren aanzienlijke bedragen overgemaakt naar de privérekening van [verdachte]. Hiervoor was geen verklaring gegeven;

  4. er was niet op adequate wijze een boekhouding gevoerd;

  5. door middel van de financiële verslagen was onduidelijke voorlichting aan het overige bestuur gegeven;

  6. over de jaren 2004 en 2005 was er een totaalbedrag van € 11.345,89 aan kasopnames en transacties niet verantwoord.

(…) De door [verdachte] gestelde uitgaven zijn aantoonbaar gedaan of mogelijk gedaan en wijken niet opvallend af van de ter zake gedane uitgaven van volgende jaren. De vereniging constateert dat veel uitgaven niet worden onderbouwd door middel van bonnen etc.

Al met al komt het erop neer dat [A] [verdachte] verwijt dat zij niet adequaat de administratie heeft gevoerd, dat wil zeggen dat zij een aantal malen heeft verzuimd bonnen, facturen en bijvoorbeeld kwitanties in de administratie op te nemen. Ook wordt haar kennelijk verweten dat zij niet een adequate kasadministratie heeft gevoerd.

Daarmee kom ik toe aan de vraag of het op niet adequate wijze voeren van een (kas)administratie ook betekent dat er sprake is van diefstal, dan wel verduistering. Naar mijn mening is dat niet het geval. Wellicht kan gesteld worden dat [verdachte], althans volgens aangever, haar taken als penningmeester niet juist heeft vervuld door een gebrekkige (kas)administratie te voeren, maar dat betekent naar mijn mening dat zij en de andere bestuursleden wellicht (als bestuurder civiel) aansprakelijk zijn, echter niet in strafrechtelijke zin. (…)

Tot de afgesproken overdracht op uiterlijk 31 januari 2005 zou [verdachte] op verzoek van de Motorclub haar taken blijven vervullen, omdat vlak voor het einde van 2004 het bestuur aftrad. Het was wel zo praktisch als [verdachte] het jaar zou afsluiten. En dat heeft zij in overleg gedaan. Dat is ook de reden waarom zij op 13 januari 2005 een kasopname ten behoeve van de Motorclub heeft gedaan. Zij was, in overleg, nog steeds bevoegd, tot de overdracht, om te handelen. Het geld is ten goede van de Motorclub gekomen, hoewel [verdachte] nu niet meer kan zeggen wat er precies met het geld is gebeurd. [verdachte] heeft het geld derhalve niet wederrechtelijk toegeëigend, zodat zij moet worden vrijgesproken.”

3.4 Desondanks is ten laste van verdachte bewezen verklaard dat:

“zij op 13 januari 2005 in de gemeente Kampen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan [A], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen geld onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.”

3.5 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van aangifte - gevoegd bij dossiernr: PL04NO/07-506242 (dossier-paragraaf 9) - gesloten op 16 januari 2007, mutatienummer PL1810/07-006749, door [verbalisant 1], agent van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [betrokkene 1]:

Ik ben secretaris bij "[A]". Namens de motorclub ben ik bevoegd tot het doen van aangifte.

[verdachte] is penningmeester bij [A] geweest van 17 maart 2002 tot 19 december 2004.

Het interim-bestuur van de club kwam er in de periode van december 2004 tot eind januari 2005 achter dat er onjuistheden waren in de kas van de club. Het interim-bestuur heeft toen een extern accountant gevraagd om onderzoek te doen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat er niet op adequate wijze de boekhouding was gevoerd en dat kasopnames en transacties niet waren verantwoord.

2. een rekeningafschrift ten name van [A] - als bijlage gevoegd bij dossiernr: PL04NO/07-506242 (dossierparagraaf 9, bijlage 20) - door het hof te bezigen als een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344 van het Wetboek van Strafvordering, houdende - zakelijk weergegeven -:

Omschrijving Rentedatum Betaald

Kasopname bij ons kantoor 13.01 2.200

Kampen

3. een Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Centraal Gelderland van 15 mei 2004 - als bijlage gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal nr. PL04NO/07-042089 (rubriek 2, bijlage 2B) - door het hof te bezigen als een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344 van het Wetboek van Strafvordering, houdende - zakelijk weergegeven -:

Rechtspersoon:

Rechtsvorm : Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Statutaire naam : [A]

Naam : [verdachte]

Geboortedatum : [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats]

Infunctietreding : 17 maart 2002

Titel : penningmeester

Aanvang : 17 maart 2002

4. de Handelsregistratiehistorie, betreffende functionarisgegevens uitgetreden functionarissen rechtspersonen van [A], afgegeven door de Kamer van Koophandel - als bijlage gevoegd bij het aanvullend proces-verbaal nr. PL04NO/07-042089 (rubriek 2, bijlage 2A) - door het hof te bezigen als een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344 van het Wetboek van Strafvordering, houdende - zakelijk weergegeven -:

Naam : [verdachte]

Geboortedatum : [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats]

Titel : penningmeester

Uit functie : 19 december 2004

5. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - gevoegd bij dossiernr: PL04NO/07-506242 (dossier-paragraaf 10) - gesloten op 26 september 2007, mutatienummer PL04NO/07-042089, door [verbalisant 2], brigadier van politie, en [verbalisant 3], inspecteur van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van verdachte:

(Vraag): Welke bankrekeningen gebruikte de motorclub?

(Antwoord): Eén spaarrekening bij de ING-bank, een betaalrekening bij de ING-bank en een betaalrekening bij de Postbank.

(Vraag): Wie waren er gemachtigd om handelingen te verrichten aangaande de bankrekeningen van de motorclub en wie hadden er pasjes?

(Antwoord): De landelijke voorzitter was ook gemachtigd voor de bankrekeningen. Ik weet niet of hij ook bankpasjes had. Ik had van de betaalrekeningen een bankpas.

(Vraag): Heeft u wel eens gezien dat de landelijke voorzitter gebruik maakte van de bankrekeningen van de motorclub?

(Antwoord): Nee, daar maakte hij geen gebruik van.

(Vraag): Waarom bent u op 19 december 2004 gestopt als penningmeester?

(Antwoord): Het volledige bestuur is op deze extra ledenvergadering opgestapt. Ook ik ben toen opgestapt.

(Vraag): Hoe is de overdracht aan de interim-penningmeester in zijn werk gegaan?

(Antwoord): Er is afgesproken dat ik het boekjaar nog zou afmaken en dat daarna de overdracht zou plaatsvinden aan de interim-penningmeester.

6. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - gevoegd bij dossiernr: PL04NO/07-506242 (dossier-paragraaf 11) - gesloten op 26 september 2007, mutatienummer PL04NO/07-042089, door [verbalisant 2], brigadier van politie, en [verbalisant 3], inspecteur van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van verdachte:

(Vraag): Op 13 januari 2005 wordt er bij de ING-bank een kasopname gedaan van 2.200 euro, waarvoor deed u deze kasopname?

(Antwoord): Dat weet ik niet

7. de door de verdachte ter terechtzitting van de politierechter op 25 februari 2009 afgelegde verklaring -zakelijk weergegeven- inhoudende:

Op 13 januari 2005 heb ik het bedrag van € 2.200,-- opgenomen van de rekening van de motorclub, maar ik weet niet meer waaraan ik dat heb opgemaakt.

8. de door de verdachte ter terechtzitting van het hof op 21 december 2010 afgelegde verklaring -zakelijk weergegeven- inhoudende:

U vraagt mij waarvoor de opname van € 2.200,-- in 2005 was. Ik weet niet meer waar dat bedrag voor bestemd was.”

3.6 Het hof heeft ten aanzien van het bewijs in zijn arrest nog het volgende overwogen:

“Verdachte mocht, nadat het bestuur van de motorclub per 19 december 2004 was afgetreden en zij daardoor geen penningmeester meer was, in onderling overleg de administratie van de motorclub tot het eind van dat jaar afwikkelen. In die rol had verdachte niet het recht, zij was immers geen penningmeester meer, om op 13 januari 2005 nog geld op te nemen van de rekening van de motorclub, wat zij wel heeft gedaan en zonder te onderbouwen waarom of waarvoor zij op die datum nog geld heeft moeten pinnen.”

3.7 De steller van het middel betoogt dat uit de bewijsvoering van het hof niet volgt dat verdachte het geldbedrag heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat de door haar gevoerde boekhouding wellicht een aantal lacunes vertoonde, maar zij heeft consequent aangevoerd dat alle uitgaven, ook die van 13 januari 2005, zijn gedaan ten behoeve van de motorclub, welke stelling niet wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen.

3.8 Uit de bewijsvoering van het hof kan worden afgeleid dat verdachte volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 17 maart 2002 tot officieel 19 december 2004 penningmeester is geweest van [A] maar dat is afgesproken dat zij het boekjaar 2004 nog zou afmaken alvorens zij de boekhouding zou overdragen, dat zij op 13 januari 2005 een bedrag van € 2.200 heeft opgenomen van de rekening van de motorclub en dat zij niet meer weet waarvoor dat bedrag was bestemd of waaraan zij dat heeft besteed.

3.9 Het middel klaagt terecht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer kan volgen dat verdachte het geldbedrag heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Door het hof is weliswaar overwogen dat verdachte slechts tot het eind van het jaar de administratie zou afwikkelen en dat zij daardoor op 13 januari 2005 niet meer gerechtigd was geld op te nemen van de rekening van de motorclub, maar gezien het verweer van de verdediging dat in overleg met het interim-bestuur is afgesproken dat verdachte al haar financiële taken zou blijven vervullen tot uiterlijk 31 januari 2005, welk verweer het hof niet expliciet gemotiveerd heeft weerlegd, is mij niet duidelijk waarop het hof dit oordeel baseert. Indien de overdracht van de financiële verantwoordelijkheden inderdaad pas uiterlijk eind januari 2005 zou plaatsvinden, zoals verdachte bij de politie, in eerste aanleg en in hoger beroep consequent heeft verklaard, is van belang hetgeen het hof heeft overwogen in het kader van de vrijspraak van de onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde diefstallen dan wel verduisteringen van geldbedragen in de periode voorafgaand aan 19 december 2004, namelijk dat hoewel verdachte niet steeds heeft kunnen aangeven waarvoor dat geld werd gebruikt, niet blijkt dat dat geld niet is aangewend ten behoeve van de motorclub.

Aldus is een met de bewezenverklaring onverenigbare, maar door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen niet voldoende weerlegde mogelijkheid blijven bestaan dat verdachte in overleg met het interim bestuur nog tot 31 januari 2005 de financiële zaken voor de club zou afwikkelen, hetgeen klaarblijkelijk in de visie van de verdediging meebracht dat verdachte nog gebruik kon maken van de haar ter beschikking gestelde bankpas en betalingen kon doen ten behoeve van de club. Dat deze betalingen door verdachte niet zijn verantwoord, neemt niet weg dat niet is uitgesloten dat deze opname wel ten goede van de club is gekomen. In die opvatting is er geen sprake geweest van het gebruikmaken van een valse sleutel of van het wegnemen van het geld met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.1

3.10 De bewezenverklaring is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed, waardoor het middel slaagt.

4. Ambtshalve merk ik op thans reeds meer dan 2 jaren zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is derhalve overschreden. Als de Hoge Raad de strekking van deze conclusie volgt, zal hij daaraan evenwel niet zelf consequenties behoeven te verbinden maar kan hij dat eventueel overlaten aan de rechter naar wie de zaak wordt verwezen.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Vgl. HR 15 januari 2013, LJN BY5710.