Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2013:1168

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
08-10-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
11/05484
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:1171, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 51 Sv. Zoals volgt uit HR 1 juli 1997, NJ 1997/675 kan, ingeval verdachte noch diens raadsman ttz. is verschenen, de rechter niet op de enkele grond dat de dagvaarding voor die tz. een aantekening behelst dat aan de raadsman een afschrift van die dagvaarding is verstrekt aannemen dat aan art. 51 Sv is voldaan, maar dient hij te onderzoeken of een zodanig afschrift daadwerkelijk aan de raadsman is verzonden. Nu aanwijzingen voor het tegendeel ontbreken moet het in cassatie ervoor worden gehouden dat het Hof zijn in het bestreden arrest besloten liggende oordeel dat art. 51 Sv is nageleefd, uitsluitend heeft gebaseerd op de aantekening op de dagvaarding. Niet blijkt dat het Hof het hiervoor bedoelde onderzoek heeft gedaan. Dat brengt mee dat het onderzoek ttz. in h.b. aan nietigheid lijdt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/05484

Mr Jörg

Zitting 8 oktober 2013

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Bij arrest van 11 november 2011 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam - met toepassing van artikel 416, tweede lid, Sv - niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

2. Namens de verdachte heeft mr H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.

3. Het middel bevat de klacht dat twijfel omtrent de naleving van art. 51 Sv ten onrechte niet tot nader onderzoek door het Hof heeft geleid.

4. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt dat de verdachte niet is verschenen. Aan de afwezigheid van de raadsman aan wie, volgens een aan de voet van het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep geplaatste aantekening, op 26-09-2011 afschrift van de dagvaarding is gestuurd, is blijkens dat proces-verbaal geen aandacht besteed.

5. Kennelijk heeft het Hof aan deze aantekening de conclusie verbonden dat de raadsman in kennis is gesteld van dag en uur van de behandeling van de zaak van zijn cliënt. Nu uit het proces-verbaal van de terechtzitting niet blijkt dat het Hof dit oordeel nog op iets anders heeft gebaseerd dan deze aantekening, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat dit oordeel alleen op die aantekening stoelt.

6. Het belang van het recht op verdediging is zodanig groot dat de onverklaarde afwezigheid van de raadsman, niettegenstaande de vermelde aantekening, noopt tot onderzoek of de raadsman mag worden geacht op de hoogte te zijn van dag en tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt gehouden (vgl. HR 1 juli 1997, ECLI:NL:HR:1997:BC0838; NJ 1997/675 m.nt. JdH).

7. Een goede procesorde brengt voorts mee dat wanneer reden bestaat tot twijfel omtrent het nageleefd zijn van het voorschrift van art. 51 Sv, de rechter, alvorens nadat de zaak is uitgeroepen het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, zich ervan vergewist, dat hetzij voormeld voorschrift is nageleefd, hetzij het geval zich voordoet dat de verdachte geen prijs stelt op zijn verdediging). Uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt echter niet dat het Hof een dergelijk onderzoek heeft ingesteld zodat het er in cassatie voor gehouden moet worden dat dit niet is geschied. Nu het Hof de behandeling van de zaak ook niet heeft aangehouden leidt dit verzuim tot nietigheid van het onderzoek (HR 15 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC0838).

8. Het middel slaagt.

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam ten einde op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Waarnemend A-G