Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BY4838

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
11-12-2012
Zaaknummer
11/01854
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BY4838
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/70

Conclusie

Nr. 11/01854

Mr. Knigge

Zitting: 23 oktober 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 7 april 2011 verdachte wegens "het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, waarvan veertig uren, subsidiair twintig dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.(1)

3. Namens verdachte heeft mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, twee middelen van cassatie voorgesteld.

4. Het eerste middel

4.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM in cassatie is overschreden.

4.2. De verdachte heeft op 18 april 2011 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 21 december 2011 bij de Hoge Raad binnengekomen. Dit betekent dat de inzendtermijn van acht maanden met enkele dagen is overschreden. Nu het onvoorwaardelijk deel van de aan verdachte opgelegde taakstraf minder dan honderd uur bedraagt, kan de Hoge Raad volstaan met de enkele constatering dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM is overschreden.(2)

5. Het tweede middel

5.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof de verklaring van H.E.T. van Loon ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd voor het bewijs heeft gebezigd, nu het Hof in het arrest niet heeft opgenomen waaruit de deskundigheid van deze getuige-deskundige is gebleken.

5.2. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bevestigd, behalve voor wat betreft de strafoplegging en met verbetering van de kwalificatie van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

5.3. De Rechtbank heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard dat:

"1. hij in de periode van 4 december 2008 tot en met 24 juni 2009 in de gemeente Weert, opzettelijk heeft geteeld (in een schuur van het pand [a-straat 1]) 88 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2. hij in de periode van 4 december 2008 tot en met 24 juni 2009 in de gemeente Weert, met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan een ander dan aan verdachte."

5.4. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op een verklaring van getuige-deskundige H.E.T. van Loon afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg.

5.5. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 24 maart 2011 heeft de verdediging aldaar niets aangevoerd omtrent de deskundigheid van H.E.T. van Loon. Het Hof was dan ook niet gehouden nader te motiveren waaruit de deskundigheid van Van Loon blijkt. Overigens heeft de gemachtigd raadsman van verdachte ook ter terechtzitting in eerste aanleg, alwaar de getuige-deskundige de bewuste verklaring aflegde, niets aangevoerd met betrekking tot de deskundigheid van voornoemde getuige-deskundige.

5.6. Het middel faalt derhalve.

6. Het eerste middel slaagt. Het tweede middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.

7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

8. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad zal constateren dat zich een overschrijding heeft voorgedaan van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM en dat hij het beroep voor het overige zal verwerpen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Deze zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen verdachte (11/01855), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer.

2 HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.6.2 onder C