Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BY4308

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
11-12-2012
Zaaknummer
11/00911
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BY4308
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Falende bewijsklacht nu de verdachte als bestuurder van een onverzekerde auto (art. 30.4 WAM) is vervolgd en veroordeeld en niet als kentekenhouder (art. 30.2 WAM). Verweer terecht verworpen. Conclusie AG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/67

Conclusie

Nr. 11/00911

Mr. Vellinga

Zitting: 23 oktober 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" veroordeeld tot hechtenis voor de duur van twee weken. Voorts heeft het Hof verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden ontzegd.

2. Namens verdachte heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt over de onjuistheid van het voor het bewijs gebezigde bewijsmiddel 2 en de uit deze onjuist voortvloeiende onbegrijpelijkheid van de bijzondere bewijsoverweging.

4. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard:

"hij op 26 maart 2008 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [AA-00-BB], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Zuidhof, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden"

5. Bewijsmiddel 2 luidt:

"2. Verklaring van [betrokkene 1], ambtenaar werkzaam bij het ressortsparket 's-Hertogenbosch, d.d. 30 juli 2010, voor zover hier van belang inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ondergetekende, [betrokkene 1], als ambtenaar werkzaam bij het ressortsparket 's-Hertogenbosch, verklaart dat zij op 30 juli 2010 het geautomatiseerd systeem RDW-online heeft geraadpleegd met betrekking tot de verdachte [verdachte], geboren [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats].

Volgens dit systeem -waarin de gegevens van alle Nederlanders zijn opgenomen- heeft hij op de aangegeven peildatum (het hof begrijpt blijkens de aan deze verklaring gehechte uitdraai uit dat geautomatiseerde systeem: 26 maart 2008) het kenteken genoemd in de bijgevoegde uitdraai uit dat geautomatiseerd systeem (het begrijpt uit de aan deze verklaring gehechte uitdraai het kenteken [AA-00-BB]) op zij naam gehad en is er op die peildatum geen verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen afgesloten en in stand gehouden voor het motorrijtuig waarvoor dat kenteken was opgegeven."

6. De aan de verklaring van [betrokkene 1] gehechte uitdraai is niet opgenomen in de aanvulling bewijsmiddelen. Die uitdraai, die zich bevindt bij de op de voet van art. 434 lid 1 Sv aan de griffier van de Hoge Raad toegezonden stukken, houdt, voor zover hier van belang, in:

"Kenteken :[AA-00-BB] Peildatum: 26/03/2008 (...)

Soort eig :NATUURLIJK PERSOON Geboortedatum:00/00/1948

Naam : [Betrokkene 2]

(...)

(423-24) GEEN VERZEKERINGSGEGEVENS OP PEILDATUM"

7. Het Hof heeft onder het kopje "Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs" het volgende opgenomen:

"Uit die bevraging van verbalisant [verbalisant 1] en het ambtsbericht van 30/7/10 van [betrokkene 1] leidt het hof af dat ten aanzien van het in de tenlastelegging genoemde voertuig op 26/3/08 geen verzekering was gesloten. Dit wordt niet weerlegd door de door de raadsman overgelegde bescheiden, te weten een premieberekening over de periode van 29/10/07 tot 1/12/07 en een polisblad met als ingangsdatum d.d. 29 oktober 2007 met betrekking tot die auto. Hierbij heeft het hof mede in aanmerking genomen het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van verdachte d.d. 9/11/10 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het niet verzekerd rijden en de uit evengenoemd polisblad met betrekking tot de via internet gesloten verzekering blijkende mededelingsplicht van veroordelingen voor onverzekerd rijden waarbij een (voorwaardelijke) rijontzegging is opgelegd van hem jegens de verzekeraar.

Het verweer wordt verworpen."

8. Het Hof heeft als bewijsmiddel 2 gebezigd de verklaring van [betrokkene 1] onder meer inhoudende dat het kenteken genoemd in de bijgevoegde uitdraai uit dat geautomatiseerd systeem (het begrijpt uit de aan deze verklaring gehechte uitdraai het kenteken [AA-00-BB]) op verdachtes naam staat. In het licht van de inhoud van de door het Hof bedoelde uitdraai zoals hiervoor weergeven onder 6 is deze vaststelling onbegrijpelijk. Deze uitdraai vermeldt immers niet verdachtes naam ([verdachte]) en geboortedatum ( [geboortedatum] 1986) maar die van [betrokkene 2], geboren 00-00-1948.

9. Verdachte heeft ontkend dat het door hem bestuurde motorrijtuig op 26 maart 2008 niet tegen wettelijke aansprakelijkheid was verzekerd. Door verdachtes raadsman is in hoger beroep aangevoerd dat de door verdachte bestuurde auto wel tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd was. Ter staving van dit verweer heeft hij een polis betreffende verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid met betrekking tot het door verdachte bestuurder motorrijtuig overgelegd met als ingangsdatum 29 oktober 2007 en einddatum 1 oktober 2008 en als verzekeringnemer [betrokkene 2].

10. Hetgeen het Hof ter verwerping van dit verweer heeft overwogen moet kennelijk aldus worden begrepen dat niet aannemelijk is dat een rechtsgeldige verzekeringsovereenkomst met betrekking tot het door verdachte bestuurde motorrijtuig tot stand is gekomen omdat - naar de ervaring leert - een verzekeringsmaatschappij niet bereid zou zijn een dergelijke verzekering te sluiten met iemand die meermalen is veroordeeld wegens onverzekerd rijden en op verdachte ter zake een mededelingsplicht rust.

11. In de toelichting op het middel wordt met juistheid gesteld dat het Hof er dusdoende aan voorbij is gegaan dat de onderhavige polis op naam stond van [betrokkene 2] als verzekeringnemer en niet op naam van verdachte. Derhalve is de verwerping van het verweer onbegrijpelijk.

12. Het middel slaagt.

13. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG