Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BX6713

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
07-09-2012
Zaaknummer
12/02800
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BX6713
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Cassatie; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1075
JWB 2012/401
Verrijkte uitspraak

Conclusie

12/02800

Mr. F.F. Langemeijer

29 juni 2012

Conclusie inzake:

[Verzoekster]

tegen

Stichting Bureau Jeugdzorg Drenthe

en tegen

Raad voor de Kinderbescherming

1. Bij beschikking van 11 januari 2012 (nr. 90624/FA RK 11-3516) heeft (de kinderrechter in) de rechtbank te Assen de beschikking van de kinderrechter van 29 december 2011 bekrachtigd, waarin voor het tijdvak tot 24 januari 2012 machtiging werd verleend tot spoeduithuisplaatsing van de minderjarige kinderen [kind 1], [kind 2] en [kind 3] en tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van het minderjarig kind [kind 4].

2. In een tweede beschikking van 11 januari 2012 (nr. 90218/FA RK 11-3279) heeft (de kinderrechter in) de rechtbank te Assen de minderjarige kinderen [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5] onder toezicht gesteld. Tevens is met ingang van 11 januari 2012 machtiging verleend tot uithuisplaatsing van deze kinderen, telkens tot de datum die in de beschikking is genoemd. Ten aanzien van [kind 4] is machtiging verleend tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

3. Op het hoger beroep van de moeder van de genoemde kinderen, [verzoekster], tegen deze beschikkingen heeft het gerechtshof te Leeuwarden bij beschikking, in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2012, de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot het vervangen van de Stichting Bureau Jeugdzorg Drenthe (BJZ) als gezinsvoogdij-instelling. Het hof heeft de beschikking onder nr. 3516 bekrachtigd. Het hof heeft de beschikking onder nr. 3279 vernietigd wat betreft de machtiging tot plaatsing van [kind 4] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg in de periode vanaf 6 maart 2012 en het inleidend verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming in zoverre afgewezen. Voor het overige heeft het hof die beschikking bekrachtigd.

4. Bij verzoekschrift, ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 6 juni 2012, is namens de moeder cassatie verzocht van de beschikking van 6 maart 2012. Dit verzoekschrift was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals art. 426a lid 1 Rv voorschrijft. Nadat verzoekster bij brief van 7 juni 2012 door de griffier van de Hoge Raad op dit vormverzuim was gewezen en in de gelegenheid was gesteld dit uiterlijk 20 juni 2012 te doen herstellen(1), is op 20 juni 2012 opnieuw een verzoekschrift ter griffie ingekomen. Dit droeg weliswaar het briefhoofd van een in het arrondissement 's-Gravenhage kantoorhoudende advocaat, maar is niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.

5. Nu het vormverzuim niet tijdig is hersteld en de termijn van twee weken voor herstel als een uiterste termijn heeft te gelden, behoort verzoekster niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar cassatieverzoek. Daartoe strekt deze conclusie.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

a. - g.

1 Vgl. HR 10 juli 2009 (LJN: BI0773), NJ 2010/212 m.nt. H.J. Snijders; HR 14 oktober 2011 (LJN: BT7586), NJ 2011/479.