Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BX5004

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25-09-2012
Datum publicatie
25-09-2012
Zaaknummer
11/01069
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BX5004
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Afwijzing getuigenverzoek is gelet op hetgeen ter terechtzitting door de verdediging is aangevoerd niet toereikend gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1201
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/01069

Mr. Machielse

Zitting 19 juni 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. Het Gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, zittinghoudende te Arnhem, heeft verdachte op 15 februari 2011 voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand.

2. Mr. K. Karakaya, advocaat te Almere, heeft cassatie ingesteld. Mr. V.C. van der Velde, ook advocaat te Almere, heeft een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.

3.1. Het eerste middel klaagt dat niet blijkt of het hof heeft onderzocht of verdachte wel correct is opgeroepen voor de zitting van 1 februari 2011.

3.2. Op 1 februari 2011 is de verdachte niet ter terechtzitting verschenen. Wel was aanwezig mr. K. Karakaya, advocaat te Almere, die als gemachtigd advocaat het woord ter verdediging heeft gevoerd. Het middel faalt gelet op HR 29 april 2008, NJ 2008, 482 m.nt. Klip.

4.1. Het tweede middel klaagt over de afwijzing door het hof van een voorwaardelijk verzoek om getuigen te horen. Die afwijzing is ontoereikend gemotiveerd nu het hof geen inzicht heeft gegeven in de gronden die tot die afwijzing hebben geleid.

4.2. Het hof heeft bewezen verklaard dat

"hij op 09 september 2009 in de gemeente Almere [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes, zwaaiende bewegingen gemaakt in de richting van voornoemde [betrokkene 1 en 2], die zich op korte afstand van hem, verdachte bevonden en is hij met dat mes in zijn hand achter [betrokkene 1 en 2] aangerend en heeft hij deze dreigend te worden toegevoegd: "Rot op, rot op, ik maak jullie dood".

4.3. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 februari 2011 houdt in dat de gemachtigd advocaat van verdachte het woord heeft gevoerd en daartoe het volgende heeft aangevoerd:

"Mijn cliënt is stellig. Hij heeft de aangevers niet met een mes bedreigd en ook geen bedreigingen geuit. Hij voelde zichzelf juist bedreigd omdat hij werd gepest door de jongens. Uit de verklaring van aangevers kan opgemaakt worden dat ze hem hebben opgezocht. Ze hebben hem uitgedaagd en geprovoceerd. Ze zochten hem met bepaalde bedoelingen op. Hij rende met handgebaren achter hen aan om te zorgen dat ze weggingen.

De opzet op de bedreiging ontbreekt. Verder is er onvoldoende bewijs voor het gebruik van het mes. Zijn verklaring waarom hij het mes in zijn hand had is aannemelijk. Ik vraag u mijn cliënt vrij te spreken.

Indien u niet tot vrijspraak komt wil ik de aangevers opnieuw horen.

Aangevers zijn niet meer geconfronteerd met de verklaring van verdachte. Mijn cliënt is het pispaaltje van Almere. Hij is eerder ernstig bedreigd.

(...)"

4.4. Het arrest van het hof houdt het volgende in:

"Verzoek tot horen aangevers

De raadsman heeft ter terechtzitting verzocht om aangevers [betrokkene 1 en 2] nader te horen indien het hof niet zou concluderen tot een vrijspraak van het tenlastegelegde. Het hof acht het horen van de aangevers niet noodzakelijk en wijst dat verzoek af."

4.5. Het hof heeft de bewezenverklaring doen steunen op drie bewijsmiddelen. Bewijsmiddel 1 en 2 bevatten verklaringen van [betrokkene 1 en 2]. Beiden verklaren dat zij vermoedden dat er bij het toiletgebouw op het strand brand was. Zij zijn gaan kijken en zagen verdachte bij een vuurtje. Verdachte pakte een mes, en riep dat hij hen dood zou maken. Beiden voelden zich bedreigd en zijn weggerend. Bewijsmiddel 3 is de verklaring van verdachte die erop neerkomt dat hij uien aan het snijden was en twee jongens die aankwamen heeft weggejaagd. Hij is ongeveer drie of vier meter achter de jongens aangerend en heeft op dreigende toon gezegd dat ze weg moesten gaan.

4.6. Als ik het goed begrijp is het de advocaat er om te doen geweest om de getuigen te horen over de bedreiging met het mes en over de bedreigende uitlatingen. Verdachte heeft beide ontkend. In dat licht bezien is de afwijzing van het verzoek om aangevers als getuige te horen ontoereikend gemotiveerd. Het middel klaagt daarover terecht.(2)

5. Het eerste middel kan naar mijn oordeel met de aan artikel 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Het tweede middel slaagt. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met 11/01070 en 11/01071, dezelfde verdachte betreffend, waarin ik ook vandaag concludeer.

2 HR 3 november 1998, NJB 1998,146, p. 2031; HR 12 oktober 2010, LJN BM6891; HR 14 februari 2012, LJN BU7313.