Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BX4099

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
04-09-2012
Datum publicatie
10-09-2012
Zaaknummer
10/05293 A
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BX4099
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Het Hof heeft verzuimd in het vonnis zelf de inhoud van de bewijsmiddelen op te nemen. Ingevolge art. 402.7 SvNA leidt dit tot nietigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 10/05293 A

Mr. Aben

Zitting: 29 mei 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het gemeenschappelijk hof van justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba(1) heeft bij vonnis van 10 juni 2010 verdachte (in de zaak met parketnummer 400.00215/09) wegens 1 meest subsidiair "medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld bij artikel 298 in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen" en 2. "medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening 1930, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen" en (in de zaak met parketnummer 400.00264/09) subsidiair "poging tot doodslag, strafbaar gesteld bij artikel 300 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek als bedoeld in art. 31 SrNA.

2. De verdachte zelf heeft beroep in cassatie ingesteld en namens hem heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur zes middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het zesde middel behelst de klacht dat het bestreden vonnis in strijd met art. 402, eerste lid, SvNA niet de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen bevat.

4. Het vonnis van het hof houdt onder het hoofd "bewijsmiddelen" het volgende in:

"Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in geval van beroep in cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen."

5. Bij de stukken van het geding bevindt zich een bijlage bevattende bewijsmiddelen en behorende bij het vonnis van het hof van 10 juni 2010. Deze bijlage is op 26 november 2010 - bij ontstentenis van de voorzitter - door de oudste rechter van het hof ondertekend.

6. Art. 402 SvNA luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

"1. Het vonnis bevat het tenlastegelegde alsmede de inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot bewijs daarvan geldt.

(...)

7. Alles op straffe van nietigheid."

7. Het hof heeft in strijd met art. 402, eerste lid, SvNA verzuimd in het bestreden vonnis zelf de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen op te nemen. Ingevolge art. 402, zevende lid, Sv leidt dit verzuim tot nietigheid.(2)

8. Het middel slaagt.

9. Nu als gevolg van het slagen van het zesde middel, het (gehele) vonnis van het hof dient te worden vernietigd en de zaak moet worden verwezen naar het gemeenschappelijk hof van justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan, zie ik geen aanleiding om de overige middelen te bespreken. Indien de Hoge Raad hier anders over mocht oordelen, ben ik uiteraard bereid om deze middelen in een aanvullende conclusie alsnog te bespreken.

10. Ambtshalve merk ik nog het volgende op. De verdachte, die zich ten tijde van de betekening van de aanzegging in cassatie in voorlopige hechtenis bevond, heeft op 16 juni 2010 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. In het onderhavige geval behoeft de Hoge Raad evenwel niet ambtshalve te onderzoeken of de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden. Het tijdsverloop kan immers bij de nieuwe behandeling van de zaak door het hof aan de orde worden gesteld.(3)

11. Het zesde middel slaagt, terwijl de overige middelen buiten bespreking kunnen blijven. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het gemeenschappelijk hof van justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Aangezien de uitspraak vóór 10 oktober 2010 is gewezen, is hier de oude benaming van het hof gebruikt.

2 Vgl. HR 25 oktober 2011, LJN BS1741, HR 13 september 2011, LJN BQ9108, HR 12 juli 2011, LJN BR0529, HR 8 februari 2011, LJN BO9974, HR 2 november 2010, LJN BN9359, rov. 3, HR 2 november 2010, LJN BN9358, rov. 3 en HR 13 juli 2010, LJN BJ8669, NJ 2010/572, m.nt. Sch, rov. 3.

3 Vgl. HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008/358, m.nt. PMe, rov. 3.5.3.