Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BW9304

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
26-06-2012
Zaaknummer
11/02870
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BW9304
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/944
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 11/02870

Mr. Machielse

Zitting 8 mei 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 11 februari 2010 voor "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod" (vóór 17 maart 2003) en voor "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod" (op en na 17 maart 2003) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en drie maanden.

2. Namens verdachte heeft mr. W.J. Morra, advocaat te Amsterdam, heeft beroep in cassatie ingesteld.

Mr. J.M.J.H. Coumans, eveneens advocaat te Amsterdam, heeft zich als verdachtes raadsman in cassatie gesteld.

3. De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 27 juli 2011 niet in persoon doch op geldige wijze betekend. Mr. Coumans is bij schrijven van 27 juli 2011 en derhalve tijdig over die aanzegging en de aanvang van de termijn bericht. Binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden is in de zaak van verdachte geen schriftuur ontvangen. Het cassatieberoep is derhalve niet-ontvankelijk.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met nr. 10/00958 ([medeverdachte]), in welke zaak ik vandaag ook concludeer.