Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BW8738

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19-06-2012
Datum publicatie
19-06-2012
Zaaknummer
10/04709
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BW8738
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht. De redengevende f&o in ’s Hofs bewijsoverweging kunnen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid, noch heeft het Hof in die bewijsoverweging het wettige bewijsmiddel aangegeven waaraan het die f&o heeft ontleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/900
NJB 2012/1617
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 10/04709

Mr. Knigge

Zitting: 3 april 2012

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, heeft bij arrest van 15 oktober 2010 verdachte wegens "Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 100 uren subsidiair 50 uren hechtenis. Het Hof heeft voorts de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.

3. Namens verdachte heeft mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort, twee middelen van cassatie voorgesteld. Beide middelen klagen over de motivering van de bewezenverklaring.

4. Bewezenverklaring en bewijsvoering

4.1. Het Hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte:

"op 11 december 2007 te Breukelen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in het bedrijf gelegen aan de [a-straat 1], heeft weggenomen zeven laptops (met adapters), toebehorende aan [A], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door gebruik te maken van een valse sleutel, immers heeft hij, verdachte, toen daar gebruik gemaakt van een sleutel die toebehoorde aan [betrokkene 1]."

4.2. In het bestreden arrest heeft het Hof ten aanzien van de bewezenverklaring overwogen:

"Bewijsoverwegingen

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof het volgende af:

- er is ingebroken bij het bedrijf waar de vrouw van verdachte werkzaam was. Hierbij is gebruik gemaakt van haar sleutel, waaraan een specifiek nummer verbonden is, en is met behulp van haar alarmcode het alarm uitgeschakeld;

- de vrouw van verdachte heeft verklaard dat, naast haar, verdachte de enige was die weet had van de code van het alarm;

- verdachte is eerder ter plaatse geweest en heeft een rondleiding binnen het bedrijf gehad;

- de persoon of personen die het pand zijn binnengegaan was of waren klaarblijkelijk bekend met de locatie van de buit;

- de werkgever van verdachte heeft verklaard dat verdachte om 22:00 uur is gestopt met werken;

- de vrouw van verdachte heeft verklaard dat verdachte tussen 22:30 en 22:45 uur is thuisgekomen en dat de reistijd van zijn werk naar huis ongeveer 5 minuten bedraagt;

- het pand is om 22:08 uur geopend met de sleutel van de vrouw van verdachte, welke sleutel op dat moment in het bezit van verdachte was;

- de telefoon van verdachte heeft ten tijde van de inbraak, te weten om 22:27 uur en om 22:29 uur een zendmast in Breukelen aangestraald.

Gelet op voornoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte degene is geweest die de laptops heeft weggenomen."

4.3. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 1], agent van politie Utrecht, district Rijn en Venen, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0971/07-390690, gesloten en getekend op 12 december 2007 te Breukelen, als bijlage gevoegd bij het stamproces-verbaal (p. 11 t/m p. 15), voor zover inhoudende de aangifte van [betrokkene 2], - zakelijk weergegeven -:

Ik doe namens de in deze aangifte genoemde benadeelde aangifte van diefstal door middel van valse sleutel. Het weggenomen goed behoort de het bedrijf [A] geheel in eigendom toe. Ik ben de directeur van het bedrijf en ben daardoor gemachtigd tot het doen van aangifte. Niemand had het recht of de toestemming het goed weg te nemen noch om dit te doen door middel van braak, verbreking, inklimming of valse sleutel.

Soort inbraak

Het betreft een voltooide inbraak, de dader(s) zijn binnen geweest en hebben goederen weggenomen.

Datum / tijdstip

Ik vermoed dat het feit gepleegd is tussen dinsdag 11 december 2007 omstreeks 22.08 uur en woensdag 12 december 2007 omstreeks 09.00 uur. Op dinsdag 11 december 2007, omstreeks 19.00 uur is één van mijn medewerkers naar huis gegaan en heeft het alarm ingeschakeld van het pand. Dit kon ik ook zien aan de hand van het alarmsysteem. Deze kan ik namelijk uitlezen. Ik zag ook dat het alarm op die zelfde avond omstreeks 22.08 uur weer was uitgeschakeld. Op woensdag 12 december 2007, omstreeks 09.00 uur kwam één van mijn medewerkers op de zaak en constateerde dat het alarm niet stond ingeschakeld. Het alarm is er dus tussen 22.08 uur en 09.00 uur van vandaag uitgeschakeld geweest.

Beschrijving pand:

Ik zal u nu een beschrijving van het pand geven. Je komt binnen aan de zijde van de [b-straat] te Breukelen. Daar zit een soort entree. Deze entree is gemaakt tussen het bestaande gebouw aan de [a-straat] en de nieuwe aanbouw aan de [b-straat]. Als je deze aanbouw binnen komt dan heb je rechts de nieuwe aanbouw en links het oudere gebouw. Het nieuwe gedeelte bestaat uit één grote ruimte met aan de rechterzijde een opbergruimte. In deze ruimte staan ongeveer acht bureaus. De opbergruimte is te betreden via een deur, welke is afgesloten. In deze opbergruimte worden onder andere laptops opgeborgen.

Gevolgde route naar het pand

Vermoedelijk zijn de dader(s) via de volgende route bij het pand gekomen. De dader(s) zijn binnengekomen via de centrale toegang aan de [b-straat] te Breukelen. Dit is namelijk de locatie waar het alarm is uitgeschakeld.

Wijze van binnenkomst

De dader(s) zijn binnengekomen met een sleutel en via de alarmcode. Het alarm is netjes uitgeschakeld en de deuren zijn geopend met een sleutel. Ik heb een beveiligingssysteem op de deuren zitten, waardoor je exact af kan lezen welke sleutel welke deur heeft geopend. Ik heb op het uitleessysteem gezien dat de deur op dinsdag 11 december 2007 omstreeks 22.08 uur geopend is met sleutelnummer 371.

Route in woning

De dader(s) kwamen na binnenkomst terecht in de hal, waarna ze zijn doorgelopen naar het nieuwe gedeelte. Dit vermoed ik omdat de tijd tussen het uitschakelen van het alarmsysteem en het openen van de opbergkast in het nieuwe gedeelte nog geen minuut bedraagt.

Toedracht

Het alarm is uitgeschakeld met de juiste alarmcode. De dader(s) kennen dus de alarmcode. Ook zijn de deuren geopend met de sleutel, welke gekoppeld zit aan het beveiligingssysteem. De deuren zijn geopend met sleutelnummer 371. Deze sleutel wordt gebruikt door de dames van schoonmaakbedrijf "[B]". Via hen komen drie maal in de week twee dames bij mij schoonmaken. Dit betreffen twee Marokkaanse meisjes. Ik weet verder niet hoe zij heten.

Bijzonderheden inbraak

Door de tijdstippen kan ik zien dat de dader(s) meteen zijn doorgelopen naar de opbergkast in het nieuwe gedeelte. Ze moeten dus hebben geweten dat de laptops, welke zijn weggenomen, in die kast liggen.

Weggenomen goederen

Er zijn zeven (7) laptops weggenomen uit het pand. Zes daarvan stonden in de opbergkast en één stond onder een bureau. Ook zijn alle adapters weggenomen. Zes lagen in de opbergkast bij de laptops en één lag er op het bureau. Het betreft laptops van het merk Dell en Acer. 3x Acer en 4x Dell.

2. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 2], brigadier van politie Utrecht, district Rijn en Venen, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0971/07-390690, gesloten en getekend op 13 december 2007 te Breukelen, als bijlage gevoegd bij het stamproces-verbaal (p. 31 t/m p. 33), voor zover inhoudende de verklaring van getuige [betrokkene 1], - zakelijk weergegeven -:

Ik begrijp dat u mij vragen wilt stellen over hetgeen er dinsdag 11 december is gebeurd bij het bedrijf [A] aan de [a-straat] in Breukelen. Ik werk drie dagen per week als schoonmaakster voor [B]. Ik maak schoon op het adres [a-straat 1] in Breukelen. Op 7 november 2007 heb ik van de rayonmanager [betrokkene 3] de sleutel overgedragen gekregen.

Op 7 november was ik samen met mijn aanstaande echtgenoot [verdachte] in het pand om de sleutel over te nemen. [verdachte] en ik hebben toen een rondleiding in het bedrijf gehad. Ik wist dat die sleutel een bepaalde code had en dat er een alarmcode bij hoorde. De code voor het alarm was '[...]'. Ik ben voor het laatst in het pand geweest op maandag 10 december tussen 18:45 uur en 20:30 uur. Ik heb toen ook gewoon de daarvoor bestemde sleutel en de bijhorende code gebruikt.

Op dinsdag 11 december 2007, omstreeks 17:45 uur kwam [verdachte] bij mijn ouders op [c-straat]. [Verdachte] was aan het werk en was in zijn pauze naar huis gekomen. Ik vroeg daarna aan [verdachte] of hij nog terugkwam. [Verdachte] vroeg toen aan mij: "Heb je de auto nog nodig?" Ik zei van niet, dus [verdachte] nam mijn auto mee. [Verdachte] kwam die avond omstreeks 22:30 of 22:45 uur thuis. De sleutel was in de auto blijven liggen.

U vraagt mij hoe dat zit met die sleutel. Die avond, dinsdag 11 december 2007, omstreeks 21:30 uur merkte ik opeens dat de sleutel van mijn werk kwijt was. Omstreeks 22:00 uur belde ik [verdachte] om te vragen of hij wist waar de sleutel was. Ik hoorde dat [verdachte] toen zei dat de sleutel nog in de auto lag.

3. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 3], hoofdagent van politie Utrecht, district Rijn en Venen, opgemaakt proces-verbaal met bijlagen, genummerd PL0971/07-390690, gesloten en getekend op 19 november 2008 te Maarssen, als bijlage gevoegd bij het stamproces-verbaal (p. 28 t/m p. 30), voor zover inhoudende de bevindingen van verbalisant, - zakelijk weergegeven -:

In het kader van het onderzoek naar de bedrijfsinbraak gepleegd tussen dinsdag 11 december 2007 te 22.08 uur en woensdag 12 december 2007 te 9.00 uur op de [a-straat 1] te Breukelen, heb ik contact opgenomen met het bedrijf [C].

Zij waren ten tijde van de inbraak de werkgever van verdachte [verdachte]. Desgevraagd hebben zij mij een kopie gefaxed van de registratie van de werktijden van [verdachte] uit week 50 van het jaar 2007. Hierop valt af te lezen dat de werktijden die voor verdachte [verdachte] geregistreerd zijn voor dinsdag 11 december 2007, zijn:

13:30 uur tot en met 22:00 uur.

4. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 2], brigadier van politie Utrecht, district Rijn en Venen, opgemaakt proces-verbaal met bijlagen, genummerd PL0971/07-390690, gesloten en getekend op 27 november 2008 te Breukelen, als bijlage gevoegd bij het stamproces-verbaal (p. 24 t/m p. 27), voorzover inhoudende de bevindingen van verbalisant, - zakelijk weergegeven -:

Op woensdag 12 december 2007 werd aangifte gedaan van diefstal van zeven laptops uit een bedrijf in Breukelen. Na die aangifte heeft de aangever de schoonmaakster, die in bezit was van de sleutel en bijhorende activatiecode van het alarm, geconfronteerd met de inbraak. De schoonmaakster, genaamd [betrokkene 1] ontkende iets met de diefstal te maken te hebben. Ik, verbalisant, heb op donderdag 13 december 2007 de schoonmaakster als getuige over de diefstal gehoord. In dat verhoor verklaarde ze onder andere dat haar vriend, genaamd [verdachte], de auto op dinsdagavond 11 december 2007 bij haar heeft opgehaald en daarmee in het bezit was gekomen van de sleutel van het bedrijf. In het onderzoek dat ik, verbalisant [verbalisant 2], daaropvolgend heb ingesteld is mij het volgende gebleken:

Teneinde de betrokkenheid van de schoonmaakster [betrokkene 1], dan wel haar van vriend [verdachte] te onderzoeken heb ik een onderzoek ingesteld naar de gebruikers- en verkeersgegevens van de door beiden gebruikte gsm-telefoons.

VORDERING GEBRUIKERSGEGEVENS 06-[001]

Het telefoonnummer dat [betrokkene 1] tijdens het verhoor opgaf te bezigen betrof 06- [001]. Na de vordering ex art. 126na/126ua van het Wetboek van Strafvordering bleek mij dat dat telefoonnummer van de provider T-mobile was en tenaamgesteld was aan [betrokkene 1], woonachtig op de [c-straat 1] te Maarssen.

VERKEERSGEGEVENS 06-[001]

Uit de door de provider verstrekte verkeersgegevens aangaande bovengenoemde telefoonnummers bleek het volgende: Het telefoonnummer van [betrokkene 1] 06-[001]:

- 11.12.2007 22:13:16 werd uitgaand gebeld naar het nummer 06[002]

-11.12.2007 22:14:58 werd uitgaand gebeld naar het nummer 06[002]

-11.12.2007 22:21:18 werd uitgaand gebeld naar het nummer 06[002]

- 11.12.2007 22:29:05 werd uitgaand gebeld naar het nummer 06[002]

-11.12.2007 22:30:22 werd uitgaand gebeld naar het nummer 06[002]

BEZOEK VERDACHTE [verdachte] AAN POLITIEBUREAU

Op 11 januari 2008, verscheen [verdachte] aan het bureau van politie te Breukelen, omdat hij wist, dan wel vermoedde dat hij verdacht werd van betrokkenheid bij de laptopdiefstal. Omdat hij teruggebeld wenste te worden liet hij zijn telefoonnummer aan dienstdoende servicemedewerkster achter. Dit betrof het telefoonnummer 06-[002]. Dit telefoonnummer bleek overeen te komen met het nummer dat [betrokkene 1] gebeld had op dinsdagavond 11 december 2007 tussen 22:13 en 22:30. (zie verkeersgegevens hierboven).

VERKEERSGEGEVENS 06-[002]

Uit de door de provider verstrekte verkeersgegevens aangaande het telefoonnummer 06- [002] bleek het volgende:

-11.12.2007 22:13:16 werd inkomend gebeld door het nummer 06-[001] ([betrokkene 1]). Gesprek doorgeschakeld. Geen paallokatie.

-11.12.2007 22:14:58 werd inkomend gebeld door het nummer 06-[001] ([betrokkene 1]). Gesprek doorgeschakeld. Geen paallokatie.

-11.12.2007 22:21:18 werd inkomend gebeld door het nummer 06-[001] ([betrokkene 1]). Gesprek doorgeschakeld. Geen paallokatie.

-11.12.2007 22:23:44 sms ontvangen van beller 19426 (voicemail). Paallokatie gebelde: onbekend

- 11.12.2007 22:23:48 sms ontvangen van beller 06[001] ([betrokkene 1]). Paallokatie gebelde: onbekend

- 11.12.2007 22:27:01 inkomend gebeld door 06-[003]. Paallokatie gebelde: [d-straat 1], Breukelen.

- 11.12.2007 22:29:05 inkomend gebeld door 06-[001] ([betrokkene 1]). Paallokatie gebelde: [d-straat 1], Breukelen.

- 11.12.2007 22:30:22 inkomend gebeld door 06-[001]. Paallokatie gebelde: onbekend.

- 11.12.2007 22:37:11 inkomend gebeld door 06-[003] Paallokatie gebelde: [e-straat 1], Utrecht.

Uit de verkeersgegevens behorende bij het telefoonnummer 06-[002] kan worden afgeleid dat de telefoon de gsm-paallokatie op de [d-straat] in Breukelen heeft aangestraald. Daaruit kan worden afgeleid dat de telefoon met het nummer 06-[002] in Breukelen is geweest.

5. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden hoofdagent van politie Utrecht, district Rijn en Venen, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0971/07-390690, gesloten en getekend op 18 november 2008 te Houten, als bijlage gevoegd bij het stamproces-verbaal (p. 41 t/m p. 45), voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, - zakelijk weergegeven -:

O = Opmerking V = Vraag A = Antwoord

A: Ik ben na mijn werk naar mijn vriendin gegaan. Zij woonde toen op [de c-straat]. Ik ben toen via de MacDonalds naar [de c-straat] gereden. Ik ben ongeveer 5 of 10 minuten later aangekomen.

O: Jouw vriendin heeft jou toen nog gebeld. Zij belde jou over de sleutels van het werk.

A: Dat kan, die waren in de auto. Dat waren werksleutels van haar, van het pand of van het huis. Ze vroeg of die sleutels in de auto lagen. Daar lagen ze ook, die lagen in het bakje bij die versnellingspook.

V: Op welke nummer belde zij jou?

A: Op dat nummer wat ik net heb gegeven van T-Mobile.

O: We willen het nog even hebben over het werk van je vriendin. Je vertelde dat ze een paar avonden in de week in Breukelen werkt als schoonmaakster.

V: Hoe is zij aan die baan gekomen?

A: Via mij, via een vriend van mij. Ik heb haar aan die baan geholpen.

V: Wanneer ben je daar geweest?

A: De eerste dag, toen mijn vrouw begon. Dat was ongeveer 3 à 4 weken voor die inbraak gebeurde.

V: Waarom was je daar toen?

A: We hadden een afspraak gemaakt en de gegevens doorgegeven. We zijn toen samen daar naartoe gegaan om de sleutel te regelen.

V: Hoe is die introductie toen verlopen?

A: Ze hebben laten zien waar ze moest schoonmaken en waar de spullen lagen.

V: Dus je moest een sleutel regelen zei je?

A: Ja die had mijn vrouw van die vrouw gekregen. Met die sleutel kan ze het pand openen en sluiten.

6. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden hoofdagent van politie Utrecht, district Rijn en Venen, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0971/07-390690, gesloten en getekend op 18 november 2008 te Houten, als bijlage gevoegd bij het stamproces-verbaal (p. 46 t/m p. 48), voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, - zakelijk weergegeven -:

V: Dus jij wist de alarmcode die jouw vrouw gebruikte?

A: Ja"

5. Het eerste en het tweede middel

5.1. Het eerste middel klaagt dat het Hof het verweer, kort samengevat inhoudende dat niet vaststaat dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen, waardoor het arrest van het Hof niet voldoende met redenen is omkleed. Het tweede middel klaagt dat de bewezenverklaring niet voldoende met redenen is omkleed omdat de bewijsoverwegingen van het Hof feiten en omstandigheden bevatten die niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid. Beide middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

5.2. Het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer waarop het eerste middel doelt, houdt blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep in:

"Het is niet aan cliënt om hier zijn onschuld te bewijzen. Het ligt ook niet op de weg van de verdediging om dit nu, bijna twee jaar na dato, te doen. Overwerken was een gewone gang van zaken waardoor het niet veel zin heeft om collega's over die ene dag te horen.

Is onomstotelijk vast komen te staan dat cliënt liegt? Wat zit er in het dossier. De alarmcode, waar ook [betrokkene 5] van op de hoogte was. In ieder geval drie personen waren hiervan op de hoogte.

Ik haal niet uit het dossier dat de sleutel zo uniek is. In de aangifte op pagina twaalf staat dat het sleutelnummer wordt gebruikt door de dames van de schoonmaak. Kennelijk maakten meerdere personen hier gebruik van. Uit het dossier blijkt niet van een fysieke sleutel, het kan zijn dat het een keycard betreft. Dan is er slechts simpele apparatuur benodigd om te kunnen kopiëren. Op de uniciteit van de sleutel en de alarmcode valt nog wel iets af te dingen.

Voor wat betreft de werktijden zijn in het dossier alleen de roostertijden terug te vinden. Deze moeten wel met een korreltje zout genomen worden. Dat zij langer moesten werken wordt hiermee niet ontkracht. Er wordt gesteld dat hij om tien uur is weggegaan. Gelet op de afstand en de tijd die hij daarvoor had, betwijfel ik of dit haalbaar is.

Ten aanzien van de telefoongegevens het volgende. De afstanden liggen erg dicht bij elkaar. Van de werklocatie naar de [d-straat] is 7,89 kilometer, van de [d-straat] naar [de c-straat] 4,89 kilometer. De [e-straat], het adres van zijn vorige werk, ligt op nog iets minder dan eerder genoemde afstand [d-straat] - [c-straat]. Ook op dat punt kan niet worden gezegd dat cliënt liegt.

Opmerking griffier: de raadsman overhandigt een overzicht vanuit 'Google maps'.

Een rondleiding an sich is niet voldoende en daarbij heeft men tijdens de rondleiding niet laten zien 'hier in deze kast liggen de laptops'. Tezamen genomen is er onvoldoende basis om te stellen dat cliënt liegt. Het dossier bevat, gelet op de bewijskracht van genoemde bewijsmiddelen, onvoldoende om tot wettig en overtuigend bewijs te komen"

5.3. Ik begin met de bespreking van het tweede middel. Bij de beoordeling van dat middel dient het volgende te worden vooropgesteld. De motivering van de bewezenverklaring dient op zijn minst te bestaan uit de weergave van die onderdelen van de bewijsmiddelen die de rechter redengevend acht voor de bewezenverklaring. Indien de rechter zich in een bewijsoverweging beroept op feiten of omstandigheden die redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, maar die niet in de gebezigde bewijsmiddelen worden vermeld, dient de rechter, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (a) die feiten of omstandigheden aan te duiden, en (b) het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend. De ratio van het duidelijk onderbouwen van dergelijke bewijsoverwegingen is dat inzichtelijk moet zijn waaraan de rechter genoemde feiten en omstandigheden ontleent en dat controleerbaar moet zijn of de bron een wettig bewijsmiddel is.

5.4. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen niet heeft kunnen afleiden dat "de vrouw van de verdachte heeft verklaard dat, naast haar, de verdachte de enige was die weet had van de code van het alarm". Een dergelijke verklaring komt in de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen inderdaad niet voor. De bewijsmiddelen bevatten weliswaar een als bewijsmiddel 2 gebezigde verklaring van [betrokkene 1], de partner van de verdachte, afgelegd bij de politie op 13 december 2007, maar die verklaring behelst geen opmerking die erop neerkomt of waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte de enige was die weet had van de code van het alarm.

5.5. Ik heb mij afgevraagd of het Hof het bedoelde gegeven heeft ontleend aan de integrale verklaring van [betrokkene 1] zoals zij die op 13 december 2007 bij de politie heeft afgelegd. Een blik achter de papieren muur leert dat dit niet het geval is. In het dossier bevindt zich wel een proces-verbaal waarin wordt gerelateerd dat aangever [betrokkene 2] telefonisch aan de verbalisant heeft medegedeeld dat hij de schoonmaakster ([betrokkene 1]) had betrapt en had uitgehoord en dat hij zijn bevindingen door zijn secretaresse in een memo heeft laten opnemen en dat hij die memo per email aan de verbalisant heeft toegezonden. De inhoud van de memo is opgenomen in het proces-verbaal. Deze memo houdt onder meer in dat uit een gesprek tussen [betrokkene 2] en de schoonmaakster ([betrokkene 1]) naar voren is gekomen dat haar vriend buiten haar om de enige is die de beveiligingscode weet. Naar aanleiding van het telefoongesprek en de memo heeft de verbalisant telefonisch contact opgenomen met [betrokkene 1] en haar verzocht om op het politiebureau een verklaring af te leggen. Dit heeft geresulteerd in het proces-verbaal van verhoor van 13 december 2007 waarin zij in grote lijnen overeenkomstig de inhoud van het memo verklaart, maar deze verklaring houdt als gezegd niet in dat haar vriend buiten haar om de enige is die de beveiligingscode weet.

5.6. Ik denk dat na kennisneming van de gedingstukken wel gezegd kan worden dat het Hof de bedoelde verklaring kennelijk aan het memo heeft ontleend, maar dat dit niet betekent dat dit bewijsmiddel door het Hof in zijn bewijsoverweging met de vereiste mate van nauwkeurigheid is aangeduid. Of dit een motiveringsgebrek is dat zodanig afbreuk doet aan de aan de bewijsmotivering te stellen eisen is een vraag die ik vooreerst laat rusten.

5.7. In de toelichting op het middel wordt voorts gesteld dat het Hof uit de bewijsmiddelen niet heeft kunnen afleiden dat "de werkgever van verdachte heeft verklaard dat verdachte om 22:00 is gestopt met werken". Ook hier heeft de steller van het middel een punt. Als bewijsmiddel 3 is gebezigd een proces-verbaal van bevindingen van 19 november 2008, inhoudende dat door de verbalisant contact is opgenomen met het bedrijf waar de verdachte werkzaam was ten tijde van de inbraak en dat desgevraagd een kopie is gefaxt van de registratie van de werktijden van de verdachte van week 50 van het jaar 2007 en dat op die kopie voor verdachte als werktijden voor dinsdag 11 december 2007 zijn geregistreerd: 13:30 uur tot en met 22.00 uur. Andere verklaringen van de werkgever zijn onder de bewijsmiddelen niet opgenomen.

5.8. Door de verdediging is als verweer gevoerd (zie hiervoor onder 5.2) dat in het dossier alleen de roostertijden zijn terug te vinden en dat die roostertijden met een korreltje zout moeten worden genomen. Verdachtes bewering dat hij moest overwerken, zou door die roostertijden niet worden ontkracht. In het licht van dit verweer zou het zonder nadere motivering niet begrijpelijk zijn als het Hof bewijsmiddel 3 zo had verstaan dat daaruit blijkt dat de verdachte de bewuste avond om precies 22.00 uur is gestopt met werken. Dat zou rieken naar denaturering.

5.9. Dat roept de vraag op of het Hof mogelijk het oog heeft gehad op een ander als verklaring van de werkgever te duiden bewijsmiddel. In het dossier vond ik een proces-verbaal van bevindingen van 10 januari 2008 (p. 23), waarin de verbalisant heeft gerelateerd telefonisch te hebben gesproken met [betrokkene 4], planner van het bedrijf waar verdachte werkzaam is. Blijkens het proces-verbaal heeft [betrokkene 4] verbalisant medegedeeld dat er "handmatige schriftelijke registratie plaatsvindt van de werktijden", dat verdachte op 11 en 12 december 2007 een "dienstverband had van 13:30 tot 22:00 uur" en dat "deze uren op de handmatige schriftelijke wijze zijn verantwoord". Welke betekenis aan deze handmatige werktijdenregistratie moet worden toegekend, is mij niet duidelijk. Gaat het om een op de minuut nauwkeurige vastlegging van het begin en het einde van de werkzaamheden of slechts om een globale "verantwoording" van de uren die volgens "het dienstverband" moesten worden gewerkt? Het laatste komt mij het meest waarschijnlijk voor.(1) Dat maakt dat niet gezegd kan worden dat het Hof het bedoelde gegeven kennelijk heeft ontleend aan de verklaring van [betrokkene 4].

5.10. Juist omdat zich in het dossier geen verklaring van de werkgever bevindt die klip en klaar inhoudt dat de verdachte die avond daadwerkelijk om precies 22.00 uur is gestopt met werken, rijst de vraag of het Hof dat wel heeft bedoeld. Het zou kunnen zijn dat het Hof zich in zijn bewijsoverweging wat ongelukkig heeft uitgedrukt en slechts bedoelde vast te stellen dat de verdachte volgens het dienstrooster tot 22.00 uur diende te werken en dus vanaf dat tijdstip vrij was. Die vaststelling sluit dan niet uit dat de verdachte de bewuste avond langer heeft doorgewerkt en evenmin - voeg ik daaraan toe, indachtig de bewering dat de roostertijden met een korreltje zout moeten worden genomen - dat de verdachte die avond wat eerder is gestopt met werken.

5.11. Ik zou met een dergelijke welwillende lezing van de bewijsoverweging weinig moeite hebben gehad als het hier om een ondergeschikt punt in de bewijsvoering ging. Dat echter is niet het geval. Het onder 5.2 weergegeven verweer houdt onder meer in dat de raadsman, uitgaande van een vertrek om 22.00 uur, betwijfelt of "dit" haalbaar is gelet op de afstand en de tijd die verdachte daarvoor had. Kennelijk doelde de raadsman op het feit dat de inbraak om precies 22.08 uur is begonnen met het openen van de deur van het pand. Nu de raadsman zijn reden tot twijfel niet nader heeft onderbouwd, kan moeilijk van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt worden gesproken. Daar staat tegenover dat het hier niet om de betrouwbaarheid van het gebezigde bewijsmateriaal gaat, maar om de conclusies die daaruit kunnen worden getrokken. Gesteld kan worden dat het een rechter daarbij ambtshalve dient te betrekken wat van algemene bekendheid moet worden geacht. Raadpleging van de routeplanner van de ANWB leerde mij dat er 15 minuten nodig zijn om de afstand van verdachtes werk tot de plaats van de inbraak met een auto via de snelste route te overbruggen. Gelet daarop komt het mij niet verantwoord voor om 's Hofs overweging welwillend te lezen in de hiervoor onder 5.10 aangegeven zin. Die lezing roept namelijk onmiddellijk de vraag op wat de gedachtegang van het Hof is geweest. Heeft het Hof de mogelijkheid dat de verdachte langer heeft doorgewerkt als hoogst onwaarschijnlijk terzijde geschoven en heeft het daarbij voor mogelijk gehouden dat de afstand tussen werk en pleegplaats in 8 minuten kan worden afgelegd? Of heeft het Hof - in weerwil van zijn overweging dat de verdachte om 22.00 uur is gestopt met werken - aangenomen dat de verdachte eerder is weggegaan?

5.12. Het voorgaande maakt dat de door het eerste middel aangesneden vraag, namelijk of het Hof gelet op het door de verdediging gevoerde verweer het bewezenverklaarde uit de bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden, zich moeilijk laat beantwoorden. Onduidelijk is immers hoe het Hof heeft geredeneerd. Daarom zie ik onvoldoende reden om de door het tweede middel gesignaleerde onvolkomenheden in de motivering met de mantel der liefde te bedekken. Het eerste middel kan daarom (verder) buiten bespreking blijven.(2)

5.13. Het tweede middel slaagt. Het eerste middel behoeft daarom geen afzonderlijke bespreking.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Bij de stukken bevindt zich niet een handmatige registratie van werktijden. De in bewijsmiddel 3 bedoelde kopie van de geregistreerde werktijden bevat geen handmatige registratie.

2 Ik merk slechts op dat het op grond van de bewijsmiddelen weinig waarschijnlijk lijkt dat de verdachte niet op enigerlei wijze bij de inbraak is betrokken. Maar de vraag of de verdachte de inbraak wel, zoals bewezen is verklaard, in zijn eentje heeft gepleegd, is een andere.