Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BW8295

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
10-08-2012
Datum publicatie
10-08-2012
Zaaknummer
12/01783
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BW8295
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Griffierecht niet binnen vier weken voldaan; hardheidsclausule; niet-ontvankelijkheid, art. 427b Rv., art. 282a lid 2 Rv., art. 282a lid 4 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1048
NJ 2012/487
JWB 2012/387

Conclusie

12/01783

Mr. F.F. Langemeijer

8 juni 2012 (incident griffierecht)

Conclusie inzake:

[Verzoeker]

tegen

[Verweerster]

1. Bij een op 2 april 2012 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie beroep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 januari 2012 met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

2. Ingevolge art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) behoorde verzoeker ervoor zorg te dragen dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift was bijgeschreven op de rekening van de griffier van de Hoge Raad dan wel ter griffie van de Hoge Raad was gestort. De wettelijke betalingstermijn liep af op 1 mei 2012.(1)

3. De griffie heeft geconstateerd dat het verschuldigde griffierecht (€ 302,-) niet tijdig is voldaan. Aan verzoeker is op 10 mei 2012 een aanmaning verstuurd. Hem is bij brief van 11 mei 2012 de gelegenheid geboden zich ter rolzitting van 25 mei 2011 over de te late betaling uit te laten. Het verschuldigde griffierecht is op 14 mei 2012 ontvangen. Bij akte van 25 mei 2012 heeft de advocaat van verzoeker zich over de te late betaling uitgelaten.

4. Verzoeker heeft het griffierecht niet tijdig voldaan. Toepassing van het bepaalde in art. 427b Rv in verbinding met art. 282a lid 2 Rv brengt mee dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. De advocaat door wie partijen in cassatie in alle gevallen worden vertegenwoordigd, moet op grond van zijn deskundigheid en kennis ten aanzien van de procedure in cassatie zonder meer geacht worden op de hoogte te zijn van de termijn voor betaling en van de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan de overschrijding daarvan(2).

5. Op grond van art. 282a lid 4 Rv kan de rechter het bepaalde in het tweede lid buiten toepassing laten indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepaling, gelet op het belang van een procespartij bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (de zgn. 'hardheidsclausule'). Bij akte heeft de advocaat zich over de termijnoverschrijding uitgelaten. Daarover heeft hij niet méér gesteld dan dat het griffierecht was voldaan vóórdat de aanmaning was ontvangen en dat de termijn van betaling is overschreden ten gevolge van het feit dat een eerdere betalingsopdracht door de bank niet was uitgevoerd. Voor zover in deze stelling al een beroep op de hardheidsclausule kan worden gelezen, faalt dat beroep. De gestelde omstandigheid dat een betalingsopdracht niet door de (eigen) bank is uitgevoerd komt voor rekening en risico van de betalingsplichtige(3).

Conclusie

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

a. - g.

1 Maandag 30 april 2012 was een erkende feestdag in de zin van artikel 3 lid 1 Algemene termijnenwet (Atw). Ingevolge artikel 1 lid 1 Atw wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Amtshalve merk ik op dat de op 20 april 2012 verzonden nota griffierecht (m.i. ten onrechte) 3 mei 2012 als uiterste betaaldatum aanmerkt. Nu verzoeker hierop geen beroep doet en overigens de betaling eerst na 3 mei 2012 is verricht, behoeft dit geen gevolg te hebben.

2 Vgl. HR 4 november 2011 (LJN: BU3348), NJ 2012/170 m.nt. H.B. Krans, JBPr 2012/19 m.nt. M.A.J.G. Janssen en HR 4 november 2011 (LJN: BQ7045), NJ 2012/171 m.nt. H.B. Krans, rov. 3.2; HR 23 maart 2012 (LJN: BV3409).

3 De memorie van toelichting noemt weliswaar "fouten bij de administratieve verwerking van de betaling of een computerstoring" als mogelijke aanleiding tot toepassing van de hardheidsclausule, maar heeft het oog op fouten of een storing "bij de gerechtelijke instantie of de bankinstelling waar de gerechtelijke instantie een rekening houdt" (MvT, 2008/09, 31 758 nr. 3, blz. 18).