Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BW6668

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29-05-2012
Datum publicatie
29-05-2012
Zaaknummer
10/05155 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BW6668
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag, art. 94 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BL2823 m.b.t. summiere karakter van het onderzoek in raadkamer n.a.v. klaagschrift ex art. 552a Sv en de in deze aan te leggen maatstaf. Het oordeel van de Rb dat het inbeslaggenomen geldbedrag middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is en het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, dit geldbedrag zal verbeurd verklaren, is gelet op het summiere karakter van het onderzoek in raadkamer niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Wat betreft de overige inbeslaggenomen goederen waarvan de teruggave is verzocht, is het oordeel van de Rb dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, die goederen zal verbeurd verklaren, mede gelet op hetgeen door de raadsman en de ovj in raadkamer is aangevoerd, zonder nadere motivering niet begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/816
NJB 2012/1429
JOW 2012/88
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 10/05155 B

Mr. Vellinga

Zitting: 13 maart 2012

Conclusie inzake:

[Klaagster]

1. Bij beschikking van 20 juli 2010 heeft de rechtbank te Amsterdam het klaagschrift van klaagster tegen de inbeslagneming van diverse goederen waaronder een geldbedrag en een ring ongegrond verklaard.

2. Namens klaagster heeft mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel houdt in dat de Rechtbank haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd.

4. De Rechtbank heeft de ongegrondverklaring van het klaagschrift als volgt gemotiveerd:

"Uit de stukken en de behandeling in raadkamer blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen goederen zal verbeurd verklaren. De officier van justitie heeft in raadkamer verklaard dat klaagster wordt verdacht van witwassen en wapen- en cocaïne bezit en hier ook voor wordt vervolgd. Gelet op de aangetroffen verdovende middelen, bestaat het vermoeden dat het geldbedrag middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is. Dit vermoeden wordt daarnaast gestaafd door de verklaring van klaagster dat zij werd onderhouden door haar verloofde. Klaagster heeft hiermee geen valide verklaringen gegeven voor de herkomst van het geld. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich tegen opheffing van het beslag verzet. Het beslag dient dan ook ongegrond te worden verklaard."

5. In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats geklaagd dat de Rechtbank haar oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het onder klaagster inbeslaggenomen geld verbeurd zal verklaren, onvoldoende heeft gemotiveerd. Daartoe wordt erop gewezen dat het aantreffen van verdovende middelen in een woning, zoals in casu, niet zonder meer de conclusie wettigt dat het in die woning aangetroffen geld van misdrijf afkomstig is. Voorts, aldus de toelichting op et middel, vormt de verklaring van klaagster dat zij werd onderhouden door haar verloofde juist wel een valide verklaring voor de herkomst van het geld.

6. Dusdoende wordt er echter aan voorbijgegaan dat klaagster, zoals de Rechtbank aan haar oordeel ten grondslag legt, wordt verdacht van witwassen en wapen- en cocaïnebezit en hier ook voor wordt vervolgd. Gelet op die verdenking heet de Rechtbank immers kunnen oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat het onder klaagster aangetroffen geld, ook al zou klaagster door haar verloofde worden onderhouden, middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is en als zodanig vatbaar is voor verbeurdverklaring (art. 33a lid 1, onder a en b Sr).

7. Voorts wordt in de toelichting op het middel geklaagd dat de Rechtbank er in haar motivering van de ongegrondverklaring van het klaagschrift geheel aan is voorbijgegaan dat het klaagschrift is gericht tegen de inbeslagneming van alle op een aan het klaagschrift gehechte lijst vermelde, onder klaagster inbeslaggenomen voorwerpen en niet alleen tegen de inbeslagneming van het bij klaagster aangetroffen geld.

8. De Rechtbank volstaat ten aanzien van andere onder klaagster inbeslaggenomen voorwerpen dan het geld met de overweging dat het, gelet op de tegen klaagster gerezen verdenking, niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen goederen zal verbeurdverklaren. In aanmerking genomen dat zich onder de inbeslaggenomen voorwerpen zaken bevinden waarvan niet zonder meer duidelijk is op welke grond deze zouden kunnen worden verbeurdverklaard, zoals foto's, een autosleutel van Volvo, een plastic lader, een elftal telefoons van het merk Nokia en Samsung, een laptop en een horloge, heeft de Rechtbank haar oordeel te dier zake onvoldoende gemotiveerd.

9. Het middel slaagt.

10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG