Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BW3694

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
08-05-2012
Datum publicatie
08-05-2012
Zaaknummer
10/05342
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BW3694
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Grondslagverlating. Schuldheling. Door geen van de concreet genoemde goederen in de tll. bewezen te verklaren (maar alleen: “goederen”), vervolgens te overwegen dat het meer of anders tenlastegelegde niet is bewezen en dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken, heeft de bewezenverklaring kennelijk betrekking op andere goederen dan waarop de tll. doelt. Derhalve heeft het Hof niet beraadslaagd en beslist op de grondslag van de tll.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2012/1229
RvdW 2012/710
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 10/05342

Mr. Knigge

Zitting: 14 februari 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 2 december 2010 verdachte wegens 1. "Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd"; 2. subsidiair "Opzetheling"; 3. "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie"; 4. sub b en e "Schuldheling, meermalen gepleegd"; 6. "Schuldheling, meermalen gepleegd"; 7. sub a en c "Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd"; en 8. "Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen", veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het Hof heeft verdachte vrijgesproken van het onder 2 primair, 4 sub a, 4 sub c, 4 sub d en 5 tenlastegelegde. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft het Hof beslist als vermeld in de bestreden uitspraak en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. Voorts heeft het Hof de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank te Breda onder parketnummer 02-800778-08 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen toegewezen.

2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.

3. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel

4.1. Het middel klaagt dat het Hof met betrekking tot het onder 6 tenlastegelegde feit niet heeft geoordeeld op de grondslag van de tenlastelegging.

4.2. Onder 6 is aan verdachte tenlastegelegd dat:

"hij,

op of omstreeks 5 augustus 2009 te Rotterdam,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) (een) goed(eren), te weten

a. een (personen)auto (merk/type Nissan Sunny, kenteken [AA-00-BB], kleur rood), en/of

b. een koffertje met paardenverzorgingspullen en/of een paardrijcap, en/of

c. een of meer cd('s) en/of een houder van een navigatieapparaat (merk Mio), en/of

d. een of meer cd('s) en/of een cd-mapje en/of een schroevendraaier en/of een oplader voor batterijen, en/of

e. een cd-mapje, en/of

f. een kaartenboek en/of een of meer cd('s), en/of

g. twee, althans een of meer, cd('s), en/of

h. een zonnebril met hoesje, en/of

i. een of meer studieboek(en) en/of een cd-mapje, en/of

j. handschoenen en/of een zaklamp met hoesje en/of een of

meer cd('s) en/of een bril en/of een autostekker en/of

een raamsteun voor de TomTom en/of een sluiting voor de koppelriem, en/of

k. een frontje van een autoradio,

heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad, (telkens) terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

en/of

(...)."(1)

In die tenlastelegging is door het Hof flink gestreept. Wat daardoor als het bewezenverklaarde overbleef, is dat:

"hij,

op of omstreeks 5 augustus 2009 te Rotterdam,

goederen heeft voorhanden gehad,

terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf, verkregen goederen betrof"

Het Hof heeft de verdachte daarbij vrijgesproken van hetgeen meer of anders is tenlastegelegd.

4.3. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het ervoor gehouden moet worden dat de bewezenverklaarde schuldheling betrekking heeft op andere goederen dan de goederen die in de tenlastelegging staan opgesomd. De vraag is of dat juist is. In dit verband het volgende.

4.4. Het Hof heeft de bewezenverklaring blijkens de aanvulling op het arrest doen steunen op de als volgt aangeduide bewijsmiddelen.

"16. De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 18 november 2010.

17. Het proces-verbaal van verhoor van de Regiopolitie Rotterdam - Rijnmond, nr. 2009270217-42, d.d. 13 augustus 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (p. 17 e.v.), inhoudende de verklaring van [betrokkene 1].

De bekennende verklaring waarop het Hof kennelijk het oog had, luidt blijkens het proces-verbaal van de genoemde terechtzitting als volgt.

"Ten aanzien van feit 6 kan ik verklaren dat ik op of omstreeks 5 augustus 2009 in Rotterdam diverse goederen voorhanden heb gehad waarvan ik het vermoeden had dat deze goederen door misdrijf waren verkregen."

De door het Hof bedoelde verklaring van [betrokkene 1], zoals die door de Rechtbank als bewijsmiddel 28 voor het bewijs is gebezigd, luidt:

"Ik woon aan de [a-straat 1] te Rotterdam. Ongeveer 3 maanden geleden leerde ik [verdachte] kennen. Ik heb [verdachte] leren kennen via mijn vriendin/kennis [betrokkene 2]. [Betrokkene 2] is de vriendin van [verdachte] geweest. [Verdachte] vroeg of hij een kast in mijn huis mocht gebruiken om daar zijn spullen in te doen. Het ging volgens [verdachte] om kleding, papieren en gereedschappen. [Verdachte] zou mij dan geld of wat te roken geven. Het was de kast in de gang. Ik gaf [verdachte] een sleutel van die kast. [Verdachte] deed de kast altijd op slot. Daarna kwam [verdachte] bijna dagelijks bij mij thuis. Ik begreep wel dat [verdachte] 's nachts dingen aan het doen was die niet klopte. Het viel mij op dat hij altijd met tassen liep te sjouwen. Wanneer hij zonder tas thuis kwam dan had hij geld. Een andere keer had hij een stevige boodschappen tas bij zich. [Verdachte] zei dan dat daar kleding van hem in zat. [Verdachte] liep dan gelijk naar de kast en deed daar de spullen in. Ongeveer 3 weken geleden kwam [verdachte] thuis met 2 houders. Ik weet niet of het houders waren voor een navigatiesyteem of mobiele telefoon. Ik liet het toe dat hij met spullen naar huis kwam. Ongeveer 4 weken geleden kwam [verdachte] met paardenverzorgingsspullen bij zich. Ik zag dat in deze box verzorgingspullen zaten voor paarden zoals een roskam, een hoevenkrabber en andere borstels. Ik kreeg deze spullen van [verdachte] voor mijn dochtertje. Ongeveer 4 dagen voordat [verdachte] werd aangehouden kwam hij thuis met een plastic boodschappentas vol met telefoonopladers. Ik zag dat [verdachte] de opladers in de kast deed. Ik heb [verdachte] verschillende keren gezien met snij wonden in zijn armen. De ene keer waren het kleine en dan weer grotere snijverwondingen. [Verdachte] zei dan dat hij was gevallen in glas of iets scherps. Een keer had [verdachte] een snijwond in zijn gezicht en in zijn pols. [Verdachte] had meestal een petje op. Ik heb hem een keer gezien met een wit petje op."

De originele verklaring waar het Hof naar verwijst houdt voorts in dat [betrokkene 1] verklaarde dat zij zag dat op de box met paardenverzorgingsspullen de naam [A] of [B] stond. Verder verklaarde zij dat zij de verdachte in een paar weken geleden in een grijze Nissan Sunny heeft gezien en dat zij met de verdachte in een rode Nissan met het kenteken [AA-00-BB] heeft gezeten.

4.5. De verklaring van de verdachte is "ten aanzien van feit 6" afgelegd. Dat die verklaring in het geheel geen betrekking heeft op de in de tenlastelegging genoemde goederen is zo gezien weinig waarschijnlijk. Ook de verklaring van [betrokkene 1] lijkt betrekking te hebben op in elk geval een deel van de goederen die in de tenlastelegging worden opgesomd. De paardenverzorgingsspullen waarvan zij spreekt, staan in de tenlastelegging vermeld. Dat lijkt ook te gelden voor de "2 houders" voor een navigatiesysteem of een mobiele telefoon. In de tenlastelegging wordt melding gemaakt van een "houder van een navigatieapparaat" en van een "oplader voor batterijen". Het gebruik van deze verklaring voor het bewijs lijkt in zoverre dan ook in strijd met de gegeven deelvrijspraken.

4.6. Iets anders is dat de ter zitting door de verdachte afgelegde verklaring van de verdachte niet als een gave bekentenis van de gehele tenlastelegging kan worden aangemerkt. Dit kan worden verduidelijkt door de volgende passage uit de bewijsoverwegingen van de Rechtbank:

"Ten aanzien van feit 6 overweegt de rechtbank het volgende. Uit de verklaring die de verdachte ter gelegenheid van zijn verhoor bij de politie heeft afgelegd en de verklaring van de toenmalige vriendin van verdachte, [betrokkene 1], kan worden opgemaakt dat hij met zijn toenmalige vriendin heeft verbleven in een woning aan de [a-straat 1] te Rotterdam. De verdachte heeft voorts verklaard dat de spullen die genoemde vriendin in dit huis ten overstaan van de politie heeft aangewezen van hem zijn. Uit het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming in genoemd huis volgt welke goederen daar in beslag zijn genomen. Deze voorwerpen behelzen onder meer de in feit 6 onder sub b tot en met k genoemde goederen. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat alleen de goederen die zich in de kast van dat huis bevonden van hem waren. De rechtbank acht dit niet aannemelijk, nu hij eerder anders heeft verklaard en zijn toenmalige vriendin ook anders heeft verklaard."

4.7. Het lijkt er sterk op dat het Hof zich de moeite van een uitgewerkte bewijsmotivering heeft willen besparen door de bewezenverklaring zo vorm te geven dat die geheel door de verklaring van de verdachte wordt gedekt. Het komt mij voor dat het Hof daarmee art. 359 lid 3 Sv heeft geschonden. Van een bekennende verklaring in de zin van dat artikellid die maakte dat het Hof met een opgave van de bewijsmiddelen kon volstaan, is namelijk geen sprake. Daarmee wil niet betoogd zijn dat van grondslagverlating geen sprake is. Het Hof was bij zijn bewijsoordeel aan de specificatie van de goederen in de tenlastelegging gebonden. Alleen door van die specificatie te abstraheren kon het Hof de verklaring van de verdachte als een algehele bekentenis aanmerken.

4.8. Wat wel betoogd wil zijn, is dat er geen reden is om de verdachte in cassatie om doelmatigheidsredenen van het sub 6 tenlastegelegde vrij te spreken. Dat zou wellicht anders zijn als ervan moet worden uitgegaan dat de bewezenverklaring betrekking heeft op andere goederen dan in de tenlastelegging staan vermeld. Het Hof zou in dat geval in feite van de gehele tenlastelegging hebben vrijgesproken.

4.9. Het middel slaagt.

5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde feit en de strafoplegging, in zoverre tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Wat na "en/of" volgt is kort gezegd de diefstal onder verzwarende omstandigheden van de genoemde goederen.