Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BW3081

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
18-04-2012
Zaaknummer
10/02151
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BW3081
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

1. HR: art. 81 RO. 2. Overschrijding inzendtermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/636

Conclusie

Nr. 10/02151

Mr. Machielse

Zitting 27 maart 2012 (bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 18 mei 2010, na vernietiging van een arrest van het hof van 21 maart 2008 en terugwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 30 juni 2009 wegens 1. primair: poging tot moord, meermalen gepleegd en 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III, veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer van 34 inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen gelast.

2. Mr. M.F. Ferdinandusse, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld. Mr. B.P. de Boer, ook advocaat te Amsterdam, heeft bij schriftuur vier middelen van cassatie voorgesteld.

3.1. Alvorens de middelen te bespreken, geef ik eerst de bewezenverklaring en de gebezigde bewijsmiddelen weer.

3.2. Ten laste van verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat

"hij op 28 oktober 2006 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade de in café [A] verblijvende [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en tot nu toe onbekend gebleven personen van het leven te beroven, met dat opzet na kalm beraad en rustig overleg vanaf de straat voor het café [A] van korte afstand veertien maal met een pistool op de gesloten deur en het geblindeerde raam van het café heeft geschoten terwijl [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en tot nu toe onbekend gebleven personen zich in het café bevonden".

3.3. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:(1)

"1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2010.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Het is juist dat ik op 28 oktober 2006 vanaf de straat vóór dat café kogels heb afgevuurd op de deur en het raam van café "[A]" te Amsterdam, terwijl ik wist dat er mensen in het café aanwezig waren. Ik schoot met een Glock 19., een automatisch wapen, ik denk dat ik ook op de muur tussen de deur en het raam heb geschoten.

Ik was met [betrokkene 7] en nog een paar mensen.

U houdt mij voor dat ik volgens [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] heb geroepen: "Wacht maar, jullie zien wel", "morgen zitten jullie hier niet meer" en "wacht maar, ik laat het er niet hij zitten". Het zou best kunnen dat ik die dingen heb geroepen.

U vraagt mij waar ik naartoe ben gegaan nadat ik uit het café ben gezet. Ik ben naar de Admiralengracht gelopen, richting de stad, niet richting mijn huis. Ik heb ongeveer vijf à tien minuten rondgelopen alvorens terug te keren naar het café.

U houdt mij voor dat volgens hun verklaring [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de deur van het café op slot hebben gedraaid en het gordijn hebben gesloten om te voorkomen dat ik weer naar binnen zon komen. Dat klopt. Ik heb op de deur van het café geklopt. Ik wilde naar binnen, maar de toegang werd mij geweigerd. Ik ben toen geflipt en heb mijn vuurwapen uit mijn broeksband gehaald.

U, oudste raadsheer, vraagt mij of ik een geoefend schutter ben. Ik zat in Turkije op de politieacademie. In dat verband heb ik een schietcursus gevolgd.

2. Een proces-verbaal met nummer 2006276139-31van 2 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], hoofdagent respectievelijk brigadier van de politie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerde pagina's 73 e.v. van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verdachte:

lk heb een paar keer geschoten (het hof begrijpt: op 28 oktober 2006 vanaf de straat vóór café [A] te Amsterdam op de deur en het raam van dat café). Het wapen was een Glock 19. Er kunnen 14 kogels in het magazijn. U vraagt mij hoeveel patronen er in het wapen zaten voordat ik schoot, in het wapen zitten nooit patronen, want ik laad het nooit door. Ik draag het magazijn met de patronen altijd los van het wapen.

3. Een proces-verbaal met nummer 2006276139-1 van 28 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4], hoofdagent respectievelijk inspecteur van politie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerde pagina's 3-5 van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisanten of één van hen:

Op 28 oktober 2006, omstreeks 02.58 uur kregen wij samen met de surveillance-eenheid met het roepnummer 52-09 opdracht te rijden naar de [a-straat] te Amsterdam, gemeente Amsterdam. Aldaar zou een ongeveer 30-jarige man voor een horecagelegenheid staan. Deze man, welke wij in dit proces-verbaal nader zullen noemen als verdachte [verdachte], zou een vuurwapen in zijn handen hebben waarmee hij aan het zwaaien was.

Op 28 oktober 2006 omstreeks 03.04 uur hoorden wij via de mobilofoon van het personeel van de meldkamer dat er geschoten zou worden door de man die voor de horecagelegenheid stond.

Op 28 oktober 2006 omstreeks 03.06 uur kwamen wij op voornoemd adres ter plaatse. Wij hadden via de portofoon gehoord dat er daadwerkelijk geschoten was op de [a-straat]. En dat de horecagelegenheid gevestigd aan de [a-straat 1] als plaats delict aangemerkt kon worden.

Nadat wij op het plaats delict waren gekomen, zagen wij dat er meerdere surveillance-eenheden ter plaatse waren. Ik, [verbalisant 3], ben op verzoek van een voor mij onbekende man de horecagelegenheid ingelopen. Deze man wees mij op een propje gelijkend op een afgevuurde kogel.

Voorts zagen wij dat er voor de horecagelegenheid meerdere hulzen lagen en tevens dat er in de ramen en het kozijn van de voordeur meerdere gaten zaten die waarschijnlijk zijn ontstaan door de afgevuurde patronen. De gaten in het kozijn en de ramen zaten ongeveer 170 centimeter van de grond.

4. Een proces-verbaal met nummer 2006276139-23 van 1 november 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6], inspecteur respectievelijk buitengewoon opsporingsambtenaar van de politie Amsterdam-Amstelland, beide dienstdoende hij de Dienst Centrale Recherche, Forensisch Technisch Onderzoek (doorgenummerde pagina's 132-138 van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van de verbalisanten of één van hen:

Tussen 28 oktober 2006 te 04.30 uur en 28 oktober 2006 te 10.00 uur stelden wij een onderzoek in naar aanleiding van een schietpartij op 28 oktober 2006 te Amsterdam. Tijdens het onderzoek zijn foto's gemaakt, waarvan er 40 als bijlagen bij dit proces-verbaal zijn gevoegd en waarnaar zal worden verwezen (doorgenummerde pagina's 139-178).

Onderzoek openbare weg voor perceel

Perceel [a-straat 1] te Amsterdam was gelegen op de hoek van de [a-straat] en de [b-straat] te Amsterdam. Op de begane grond van het pand was het café gevestigd. Het café grensde aan de voor- en linkerzijde direct aan het trottoir en was onbelemmerd bereikbaar.

Op het trottoir van de [a-straat], ter hoogte van de kruising met de [b-straat], lagen drie patroonhulzen (ziefoto 1 en 2, bij nummer 1, 2 en 3). Op het trottoir links van de toegangsdeur van het café lagen 5 patroonhulzen(zie foto's 2 en 3 bij nummer 4 en 5 en 7t/m 9). Tevens lag hier een deel van de mantel van een volmantelkogel (zie foto's 2 en 3 bij nummer 10 en 17). Op het trottoir links naast de toegangsdeur van het café lag een volmantelkogel (zie foto's 2 en 3 bij 6). Op het trottoir nagenoeg voor de toegangsdeur lag een patroonhuls (zie foto's 2 en 3 bij nummer 11). In de toegangsdeur van het café en de naast gelegen ruit bevonden zich 9 zeer waarschijnlijk door kogels veroorzaakte perforaties (zie foto's 4 en 5). (Om de schotbaan inzichtelijk te maken werd in de aangetroffen perforaties een sonde geplaatst).

In de ruit van de toegangsdeur van het café bevonden zich zes zeer waarschijnlijk door kogels veroorzaakte perforaties (ziefoto's 4 t/m 6 bij nummer 51 t/m 56). In de rechterzijde van het kozijn en op gelijke hoogte in de toegangsdeur bevonden zich twee zeer waarschijnlijk door kogels veroorzaakte perforaties (zie foto's 6 en 7 bij nummer 57 en 58). In het hout van het kozijn bevond zich, in de baan van de perforatie genummerd met 58 een volmantelkogel. In de rechts naast de toegangsdeur gelegen ruit was een eveneens zeer waarschijnlijk door een kogel veroorzaakte perforatie zichtbaar (zie foto's 7en 8 bij nummer 59). In de voorgevel van het pand bevond zich rechts naast de toegangsdeur een groot raam. Tevens lagen op het trottoir ter hoogte van het raam 4 patroonhulzen (ziefoto's 10 en 11 bij nummer 13 t/m 16). Later werd ter hoogte van de voorgevel van het pand rechts naast het raam, onder bladeren nog een patroonhuls aangetroffen. In het raam waren 5 zeer waarschijnlijk door kogels veroorzaakte perforaties zichtbaar (zie foto's 12 en 13 bij nummer 60 t/m 64).

Onderzoek hal café

Achter de toegangsdeur van het café bevond zich een langwerpige hal, met direct tegenover de toegangsdeur een deur die toegang gaf tot het café. Op het glas van de ruit van deze deur waren kalkdelen en diverse kleine, zeer waarschijnlijk door glas- en/of kogeldelen veroorzaakte beschadigingen zichtbaar. In de wand rechts naast de deur van het café bevonden zich, in de baan van de perforaties in het glas van de deur genummerd met 51 t/m 59, zeer waarschijnlijk door kogels veroorzaakte perforaties. Tevens waren hier in de wand diverse, waarschijnlijk door kogel- en of glasdelen veroorzaakte beschadigingen zichtbaar (zie foto's 14 en 15). De projectielen genummerd met 51 t/m 54 waren door de wand heen geschoten. Het projectiel genummerd met 55 was in de muur blijven steken. Deze kogel (of delen hiervan) was in de holle ruimte van de muur terecht gekomen en werd niet meer aangetroffen. In de rechterwand van de hal was een zeer waarschijnlijk door het projectiel genummerd 59 veroorzaakte perforatie zichtbaar. Tevens waren hier in de wand diverse, waarschijnlijk door kogel- en of glasdelen veroorzaakte, beschadigingen zichtbaar (zie foto 17). Deze kogel (of delen hiervan) was in de holle ruimte van de muur terecht gekomen en werd niet meer aangetroffen. Op de vloer van de hal lagen vele glas- en kalkdelen. Op de vloer ter hoogte van de buitendeur lag een manteldeel van een volmantelkogel (zie foto 16 bij nummer 18). Op de vloer ter hoogte van de perforaties in de muren lagen drie manteldelen (zie foto 17 bij nummer 19 t/m 21). Op de vloer aan de rechterzijde in de hal lagen eveneens diverse delen van een volmantelkogel (zie foto 16 bij nummer 22).

Onderzoek in café

In het café bevond zich, nagenoeg tegenover de toegangsdeur een bar. Op de bar stonden onder andere diverse (gevulde) glazen. Voor de bar stonden krukken. Gezien vanaf de voordeur stond, ter hoogte van het raam, een langwerpige tafel. Voor deze tafel stonden stoelen. Op de tafel stonden borden met etensresten en vele (gevulde) glazen. Langs de wanden in het café stonden eveneens tafels en stoelen (zie foto's 18 t/m 25). In het café bevond zich voor de wand van de toegangsdeur een gordijn (zie foto 26). Dit gordijn had zich ten tijde van het schietproces voor de wand/deur bevonden. In dit gordijn werden namelijk twee perforaties aangetroffen welke zich in de baan van de perforaties genummerd 51 t/m 54 bevonden. Rondom deze perforaties bevonden zich kalkresten (zie foto 27).

Op de vloer in het café, ter hoogte van de deur lagen de loden kernen van twee volmantelkogels (zie foto's 26 t/m 29 bij nummers 23 en24). Gezien vanuit de toegangsdeur bevond zich rechts in het café een pilaar (zie foto's 28 en 30). In deze pilaar was een zeer waarschijnlijk door een kogel veroorzaakte beschadiging zichtbaar. Op een richel van deze pilaar lagen, onder de beschadiging, diverse kalkdelen en de loden kern van een volmantelkogel (zie foto's 31en 32 bij nummer 25). Op de vloer voor de krukken voor de bar lag een gedeformeerde volmantelkogel (zie foto 33 bij nummer 26). Voor het grote raam in het café hingen vitrage en gordijnen. De vitrage en gordijnen waren ten tijde van het schietproces gesloten geweest. Ter hoogte van de perforaties in de ruit waren in de gordijnen/vitrage vele, door (kogel)delen en/of glasdelen veroorzaakte beschadigingen zichthaar. De kogelbanen gemerkt met 62 en 64 hadden tevens de gordijnen geperforeerd (zie foto's 34 en 35). Op de vloer ter hoogte van het raam werden diverse delen van volmantelkogels aangetroffen (zie foto's 36 t/m 38 bij nummer 27 t/m 31). Tevens lagen hier de loden kernen van twee volmantelkogels (zie foto's 36 t/m 38 bij nummer 32 en 33). In de rand van de voor het raam staande tafel aan de zijde van de ruit, was een mogelijk door een kogel veroorzaakte beschadiging zichtbaar (zie foto 39 bij nummer 65). In de houten lambrisering van de tegenover het raam gelegen muur was een mogelijk door een kogel veroorzaakte beschadiging zichtbaar (zie foto's 23 en 40 bij nummer 66).

Ten behoeve van een nader in te stellen vergelijkend onderzoek werden de navolgende goederen gewaarmerkt en inbeslaggenomen:

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937733)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 1

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937735)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 2

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937737)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 3

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937738)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 4

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937739)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 5

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937748)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 6

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937754)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 7

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937757)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Registratienummer: FO

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937760)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 9

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937763)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: manteldeel volmantelkogel vanaf trottoir bij 10

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937767)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 11

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937811)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 13

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937814)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 14

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937815)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 15

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937817)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir bij 16

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937821)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: manteldeel volmantelkogel vanaf trottoir bij 17

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937822)

Object: munitie (huls)

Aantal / eenheid: 1

Bijzonderheden: vanaf trottoir uit nis naast 16

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937824)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: diverse manteldelen vanaf vloer hal café bij 18

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937827)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: manteldeel vanaf vloer hal café bij 19

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937834)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: Manteldeel volmantelkogel vanaf vloer hal café bij 20

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937837)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: Manteldeel volmantelkogel vanaf vloer hal café bij 21

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937839)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: diverse manteldelen vanaf vloer hal café bij 22

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937841)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: Loden kern van volmantelkogel vanaf vloer café bij 23

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937847)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: Loden kern van volmantelkogel vanaf vloer café bij 24

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937851)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: Loden kern van volmantelkogel vanaf vloer café bij 25

Inbeslaggenomen

Categorie omschrijving: wapen/munitie/springstof (2937860)

Object: Vuurwapen (kogel)

Aantal / eenheid: 1 deel

Bijzonderheden: Loden kern van volmantelkogel vanaf vloer café bij 26

Conclusie

Met een wapen dat 9 mm patronen scherp kan verschieten is meerdere malen, hoogstwaarschijnlijk 14 maal, gericht geschoten op het pand [a-straat 1] te Amsterdam.

Al de aangetroffen hulzen en de kogels ad 2937748, 2937834, 2937837, 2937860, 2937890 en 2937912 zullen naar het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag worden gezonden.

5. Een (kopie van) de bijlagen bij het hiervoor als bewijsmiddel 4 genoemde proces-verbaal, waarnaar in dat bewijsmiddel wordt verwezen, bestaande uit 40 pagina's waarop telkens één foto is afgebeeld, bovenaan de pagina genummerd 139 tot en met 178 en onder de foto's genummerd 1 tot en met 40. Deze kopieën zijn aan dit aanvullend arrest gehecht en maken daarvan deel uit als bewijsmiddel 5.

6. Een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie te Den Haag met nummer 2006276139 van 2 maart 2007, opgemaakt door H.G.M. Michels, gerechtelijk deskundige, op de door hem als vast gerechtelijk deskundige afgelegde belofte.

Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

SVO-nummeromschrijving

2937733een huls

2937735 een huls

2937737 een huls

2937738 een huls

2937739 een huls

2937748 een kogel

2937754 een huls

2937757 een huls

2937760 een huls

2937767 een huls

2937811 een huls

2937814 een huls

2937815 een huls

2937817 een huls

2937822 een huls

2937834 een manteldeel

2937837 een manteldeel

2937860 een looddeel

2937890 een manteldeel

2937912 een kogel.

N.B. omwille van de leesbaarheid worden in de rapportage alleen de laatste drie cijfers van het SVO-nummer gebruikt.

Hulzen [733, 735, 737, 738, 739, 754, 757, 760, 767, 811, 814, 815, 817 en 822]

Deze veertien hulzen zijn blijkens de bodemstempels en de afmetingen afkomstig van pistoolpatronen kaliber 9 mm Parabellum. De aanduiding LAPUA in het bodemstempel van de huls (767) duidt op het merk Lapua. De aanduiding S&B in de bodemstempel van de overige dertien hulzen duidt op het merk Sellier en Bellot. In de hulzen bevinden zich sporen die veroorzaakt zijn tijdens het verschieten uit het vuurwapen. Zo zijn sporen te zien van een slagpin, een stootbodem, een halsuitwerper, een patroontrekkerhaak, de kamer van een loop en de onderzijde van een hulzenvenster. Deze sporen, met de daarin voorkomende kraslijnen en oneffenheden komen onderling overeen. De vorm en ligging van de afvuursporen in de hulzen vertonen een sterke gelijkenis met sporen die worden veroorzaakt door een semi-automatisch of automatisch werkend pistool van het merk Glock (meerdere modellen) of een semi-automatisch werkend pistool van het merk Smith & Wesson, model Sigma.

Kogels [748 en 912]

Deze lichtgedeformeerde, messingkleurige volmantelkogels zijn, afgaande op de massa (respectievelijk 7,49 en 7,51 gram), de afmetingen en de uiterlijke kenmerken zeer waarschijnlijk van het kaliber 9 mm Parabellum. De massa, de afmetingen en de kenmerken passen bij het merk Sellier & Bellot.

Niet vastgesteld kon worden of de kogels [748 en 912] met twee van de dertien hulzen [735, 737, 738, 739, 754, 757, 760, 811, 814, 815, 817 en 822] (merk Sellier & Bellot) tot dezelfde patronen hebben behoord. In de omtrek van de kogels zijn zes, naar rechts gerichte vlakken te zien. Deze zijn veroorzaakt door een zogenaamde polygoonloop. Het inwendige van een dergelijke loop is niet voorzien van trekken en velden maar van afgevlakte zijden. Andere sporen, in de vorm van kraslijnen, bevinden zich in zeer geringe mate in en tussen de zes vlakken. Bij een vergelijkend onderzoek tussen deze sporen in de kogels [748 en 912] onderling werden geen kraslijnaansluitingen waargenomen. De sporen zijn alleen geschikt voor een vergelijkend onderzoek.

Manteldelen [834, 837 en 890]

De gedeformeerde, messingkleurige manteldelen [834 en 890] hebben, afgaande op de massa (respectievelijk 1,08 en 1,03 gram), de afmetingen en de uiterlijke kenmerken zeer waarschijnlijk behoord tot volmantelkogels van het kaliber 9 mm Parabellum. De massa, de afmetingen en kenmerken passen bij het merk Sellier & Bellot.

Niet vastgesteld kon worden of de kogels waartoe de manteldelen [834 en 890] hebben behoord met twee van de dertien hulzen [735, 737, 738, 739, 754, 757, 760, 81, 814, 815, 817 en 822] (merk Sellier & Bellot) tot dezelfde patronen hebben behoord. Bij het manteldeel [890] werd een gering looddeel ontvangen (massa 0,6 gram). In dit looddeel bevonden zich geen voor identificatie geschikte kenmerken.

Het gedeformeerde, koperkleurige manteldeel [837] heeft, afgaande op de massa (1,64 gram), de afmetingen en de uiterlijke kenmerken zeer waarschijnlijk behoord tot een volmantelkogel van het kaliber 9 mm Parabellum. De massa, de afmetingen en de kenmerken passen bij het merk Lapua. Niet vastgesteld kon worden of de kogel waartoe het manteldeel [837] heeft behoord en de huls [767] (merk Lupua) tot één en dezelfde patroon heeft behoord.

In de omtrek van de manteldelen [834, 837 en 890] zijn zes, naar rechts gerichte vlakken te zien. Deze zijn veroorzaakt door een zogenaamde polygoonloop. Andere sporen, in de vorm van kraslijnen, bevinden zich in zeer geringe mate in en tussen de zes vlakken. Bij een vergelijkend onderzoek tussen deze sporen in de manteldelen [834,837 en 890] onderling en de kogels [748 en 912] onderling werden geen kraslijnaansluitingen waargenomen. De sporen in de manteldelen [834, 837 en 890] zijn alleen geschikt voor een vergelijkend onderzoek.

Looddeel [860]

Het gedeformeerde looddeel [860] kan, afgaande op de massa (6,11gram), de afmetingen en de uiterlijke kenmerken de kern hebben gevormd van een volmantelkogel van het kaliber 9 mm Parabellum. Niet vastgesteld kon worden of het looddeel [860] met één van de manteldelen [834, 837 en 890] tot één kogel heeft behoord. In het looddeel bevinden zich geen sporen van een loop.

Gebruikt wapen

De veertien hulzen [733, 735, 737, 738, 739, 754, 757, 760, 767, 811, 814, 817 en 822] zijn vermoedelijk afkomstig uit een semi-automatisch of automatisch werkend pistool van het merk Glock (meerdere modellen) of een semi-automatisch werkend pistool van het merk Smith & Wesson, model Sigma.

De kogels [748 en912] en de kogels waartoe de manteldelen [834, 837 en 890] hebben behoord zijn afkomstig uit een polygoonloop. Pistolen van het merk Smith & Wesson, model Sigma zijn doorgaans voorzien van een loop met trekken en velden. Onder de aanname dat de hulzen en kogels afkomstig zijn uit één en hetzelfde wapen is vermoedelijk gebruik gemaakt van een semi-automatisch of automatisch werkend pistool van het merk Glock.

Conclusie

- De veertien hulzen [733, 735, 737,738, 739, 754, 757, 760, 767, 811, 814, 817 en 822] zijn afkomstig van pistoolpatronen kaliber 9 mm Parabellum die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen.

- De kogels [748 en 912] en de kogels waartoe de manteldelen [834, 837 en 890] hebben behoord zijn zeer waarschijnlijk van het kaliber 9 mm Parabellum. Ook het looddeel [860] kan tot een kogel van dit kaliber hebben behoord. De kogels [748 en 912] en de kogels waartoe de manteldelen [834, 837 en 890] hebben behoord zijn afkomstig uit een polygoonloop. Niet vastgesteld kon worden of de kogels, de manteldelen of het looddeel afkomstig zijn uit één en dezelfde loop.

- Onder de aanname dat de hulzen en kogels afkomstig zijn uit hetzelfde wapen is vermoedelijk gebruik gemaakt van een semi-automatisch of automatisch werkend pistool van het merk Glock.

7.Een proces-verbaal met nummer 2006276139-1 van 28 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7], hoofdagent van politie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerde pagina's 32-36 van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 28 oktober 2006 gedane aangifte van [betrokkene 1]:

lk ben eigenaar van café "[A]", gevestigd aan de [a-straat 1] te Amsterdam. Ik ben gisteravond (het hof begrijpt: op 27 oktober 2006) om 20.30 uur begonnen in het café. Ik nam de dienst over van mijn broer. Mijn broer is genaamd [betrokkene 2]. Omstreeks 02.30 uur bevonden zich twintig tot vijfentwintig mensen in mijn zaak. Op een gegeven moment was er wat tumult in de zaak. Een man, degene die later heeft geschoten, was dronken en probeerde wat te flirten met twee dames in de zaak. Deze man komt vaker bij mij in de zaak. De man was in gezelschap van nog twee mannen. Mijn broer en ik zagen dat hij (het hof begrijpt: de dronken man) nu wel erg opgefokt was en we hebben besloten hem naar buiten te zetten. We hebben hem naar buiten geleid. Eenmaal buiten stond deze man te schreeuwen: "Wacht maar, jullie zien wel" en meer dingen. Ik ben de zaak weer ingegaan en heb de deur op slot gedaan. Er werd op de deur van de zaak geklopt. Omdat ik vermoedde dat het de eerder genoemde man kon zijn liet ik mijn klanten, een stuk of twintig, al enigszins dekking zoeken achter pilaren in mijn zaak. Ik keek langs het gordijn van de deur van mijn zaak en zag inderdaad de man staan welke ik er eerder uit gezet had. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een pistool vasthield en daarmee langs zijn lichaam zwaaide. Ik belde direct de politie.

Ik hoorde opeens een stuk of vijf schoten. Ik had dekking gezocht bij de pilaar waar meer mensen achter stonden. Ik zag de kogels op ongeveer twee meter van mij en de andere mensen inslaan. Achter de gesloten toegangsdeur zit een tweede deur. Naast deze deur zit een gipswandje. De kogels kwamen dwars door het gipswandje heen. Ik zag dat de schutter zich verplaatste en voor het raam verscheen van mijn zaak. Ik zag dat hij weer begon te schieten. Ik zag en hoorde dat de kogels dwars door het raam heen kwamen. Het waren minimaal zes schoten.

8.Een proces-verbaal met nummer 2006276139-18 van 30 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9], beiden hoofdagent van politie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerde pagina's 38-40 van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 oktober 2006 afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:

Ik heb al eerder een verklaring afgelegd.

[Verdachte] en [betrokkene 7] zijn afgelopen vrijdag (het hof begrijpt: op 27 oktober 2006) door mijn broer en mij buiten gezet (het hof begrijpt: uit mijn café "[A]", gevestigd aan de [a-straat 1] te Amsterdam gezet).

Nadat [verdachte] en [betrokkene 7] het koffiehuis (het hof begrijpt: café [A]) waren uitgezet heb ik de toegangsdeur van het koffiehuis afgesloten. Buiten op straat hoorde ik dat ze nog dingen riepen als 'wacht maar, wacht maar'. Ik had gezien dat ze beiden kwaad waren toen ze het koffiehuis waren uitgezet. Ik heb de deur van het koffiehuis afgesloten omdat ik wist dat ze terug zouden komen. Ook heb ik de gordijnen van het koffiehuis gesloten. Na ongeveer tien minuten hoorde ik gebons op de toegangsdeur van het koffiehuis. Ik heb een stukje van het gordijn open gemaakt. Ik zag dat [verdachte] voor de deur van het koffiehuis stond. Ik zag dat [verdachte] een pistool in zijn hand had en hiermee rond zwaaide. Ik heb heel even naar buiten gekeken en ik heb meteen het gordijn weer dichtgedaan. Ik ben daarna dekking gaan zoeken. Ik heb meteen de politie gebeld toen ik zag dat [verdachte] voor de deur van het koffiehuis met het wapen stond. Ongeveer vijf à zes minuten later hoorde ik de schoten. Mijn vriend, [betrokkene 3], heeft [verdachte] gebeld en geprobeerd om het rustig te krijgen. Echter [verdachte] bleef schelden. Na de eerste paar schoten op de toegangsdeur van het koffiehuis heb ik meteen weer de politie gebeld. Daarna hoorde ik dat er geschoten werd op het raam van het koffiehuis. Ik zag toen dat de gordijnen van dit raam heen en weer gingen.

9.Een proces-verbaal met nummer 2006276139-17 van 30 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9], beiden hoofdagent van politie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerde pagina's 41-45 van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 oktober 2006 afgelegde verklaring van [betrokkene 2]:

lk werk bij het koffiehuis (het hof begrijpt: café) [A] dat gevestigd is aan de [a-straat 1] te Amsterdam. Mijn broer [betrokkene 1] is de eigenaar van het koffiehuis. Afgelopen vrijdag (het hof begrijpt: in de nacht van 27 op 28 oktober 2006) om ongeveer 24.00 uur waren er ongeveer 50 personen in het koffiehuis. Vanaf 01.00 uur begonnen mensen weer naar huis te gaan. De band stopte tussen 01.00 en 02.00 uur. Nadat de band weg was gegaan waren er nog ongeveer 20 a 30 personen in het koffiehuis. Nadat ik sigaretten had gehaald, hoorde ik [verdachte] agressief doen. [Verdachte] is een klant van ons. Ik heb [verdachte] aangesproken dat hij dit niet moest doen. Ik zag dat [verdachte] nog steeds agressief bleef doen. Ik heb hem toen bij zijn middel gepakt en opgetild en hem buiten het koffiehuis gezet. Buiten zag ik dat ook mijn broer en de anderen naar buiten waren gekomen. Zij waren samen met [betrokkene 7] naar buiten gekomen. Ik heb niet gezien hoe zij [betrokkene 7] naar buiten brachten. Nadat we [verdachte] en [betrokkene 7] buiten hadden gezet zag ik dat ze wegliepen. Ik hoorde dat ze, terwijl ze wegliepen, nog schreeuwden en scholden. Nadat we binnen waren heeft mijn broer de deur van het koffiehuis op slot gedaan. Mijn broer heeft ook het gordijn van het koffiehuis gesloten. Het koffiehuis heeft aan de voorzijde een groot raam, hier hangt een gordijn voor. Dit gordijn heeft mijn broer gesloten. Voor de toegangsdeur van het koffiehuis hangt ook een gordijn, dit gordijn heeft mijn broer ook gesloten. Na ongeveer vijf minuten hoorde ik de telefoon van (naar het hof begrijpt: de eveneens in het café aanwezige) [betrokkene 3] afgaan. Tijdens het gesprek wat [betrokkene 3] voerde vertelde [betrokkene 3] dat hij [verdachte] aan de telefoon had. Ik hoorde dat [betrokkene 3] aan het sussen was. Na ongeveer vijf minuten hoorde ik gebons tegen de toegangsdeur van het koffiehuis. Ik zag dat mijn broer het gordijn een stukje opzij schoof en naar buiten keek. Ik hoorde dat mijn broer riep dat [verdachte] voor de deur stond met een vuurwapen in zijn hand. Mijn broer riep toen dat iedereen aan de kant moest gaan en dekking moest gaan zoeken. Ik hoorde dat mijn broer de politie belde. Kort nadat iedereen dekking had gezocht hoorde ik drie knallen. Ik wist meteen dat het om schoten ging. Hierna hoorde ik weer schoten. Ik hoorde zeker nog tien schoten. Op het moment dat [verdachte] aan het schieten was waren er zeker dertig mensen binnen. [Verdachte] en [betrokkene 7] hadden ons bedreigd nadat ze het koffiehuis uit waren gezet en wegliepen. Ze hebben dingen gezegd als: "Morgen zitten jullie hier niet meer". We hadden een vermoeden dat [verdachte] en [betrokkene 7] terug zouden komen, daarom hebben we de deur van het koffiehuis gesloten en de gordijnen dichtgedaan.

10. Een proces-verbaal met nummer 2006276139-4 van 28 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7], hoofdagent van politie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerde pagina's 46-48 van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 28 oktober 2006 om 06.17 uur afgelegde verklaring van [betrokkene 3] dan wel de waarneming van de verbalisant:

lk was vanmorgen (het hof begrijpt: de vroege ochtend van 28 oktober 2006) in café "[A]" in de [a-straat 1] te Amsterdam. Dit is een café dat eigendom is van een vriend van mij, genaamd [betrokkene 1].

Ik schat dat er (naar het hof begrijpt: op dat tijdstip) dertig tot vijfendertig mensen in de zaak waren. Ik weet niet wat er precies was maar ik zag dat [betrokkene 1] twee mannen: [betrokkene 7] (het hof begrijpt hier en verder waar gesproken wordt van [betrokkene 7] en [verdachte] de zaak uitzette. Ik liep ook naar buiten en stond samen met [betrokkene 1] en deze mannen. Ik zei hen dat ze normaal moesten doen en de sfeer niet moesten verpesten. [Verdachte] en [betrokkene 7] liepen weg. Ik hoorde hen roepen: "Wacht maar, ik laat het hier niet bij". ledereen ging de zaak weer in. Omstreeks 02.50 uur waren [verdachte] en [betrokkene 7] vertrokken. Omstreeks 03.00 uur hoorde ik iemand aan de deur kloppen. Ik zei tegen [betrokkene 1] dat er iemand klopte. [betrokkene 1] keek langs het gordijn hij de voordeur. [Betrokkene 1] zei: "Die gek staat voor de deur". [Betrokkene 1] belde direct de politie en ik hoorde dat hij zei dat er een gek voor de deur stond met een pistool.

Ik belde direct [verdachte] op via mijn gsm. Ik toon u hier het tijdstip op mijn gsm. Ziet u het is 03.03 uur geweest. (Noot verbalisant: ik zie de navolgende gegevens in de display: [verdachte] 06 [003] 28/10/2006 03: 03).

lk zei tegen [verdachte] dat ik niet wist wat er aan de hand was en vroeg hem de boel niet te verpesten. Ik zei hem ook dat de politie gebeld was en dat hij weg moest gaan. Ik hoorde dat [verdachte] schold. Ik hoorde ook dat hij het niet pikte en dat we een voor een naar buiten moesten komen. Hij zei ook: "ik ga jullie kapot schieten". Ik hoorde aan zijn stem dat hij echt helemaal "weg" was. Ik hoorde via mijn telefoon schoten. Ik hoorde dus niet de schoten buiten maar echt via mijn telefoon, ik hoorde dat [verdachte] de verbinding verbrak. Ik hoorde toen nog meer schoten maar nu vanaf de straat. Ik zag dat iedereen dekking zocht. Ik zag dat er kogels binnenkwamen via de grote ruit in het midden van de zaak. De tweede reeks schoten kwam vanaf de toegangsdeur. Er hangen gordijnen voor het raam en deze waren gesloten. Je kon dus niet zien wat er op straat gebeurde maar je kon ook vanaf de straat niet zien wat er binnen gebeurde. Er staat een lange tafel voor het raam waar iedereen aan kan zitten. Het is dus een geluk dat iedereen weggedoken was. Toen [verdachte] heeft opgehangen heb ik [betrokkene 7] gebeld.

(Noot verbalisant: getuige toont mij wederom zijn telefoon. In het display is te lezen: [betrokkene 7] 06[001], 28/10/2006 03 03).

Vanaf het moment dat [verdachte] en [betrokkene 7] zijn weggestuurd waren tot het schieten ongeveer tien minuten verstreken.

11. Een proces-verbaal met nummer 2006276139-2 van 28 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9], hoofdagent van politie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerde pagina's 49-51 van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [betrokkene 4]:

Vandaag, zaterdag 27 oktober 2006, ben ik getuige geweest van een schietpartij. Ik ben gisteren, 26 oktober 2006, omstreeks 23:00 uur met mijn zusje [betrokkene 5] (het hof begrijpt: [betrokkene 5]) naar een Turks café geweest, dat is gevestigd om de hoek van de [c-straat] in Amsterdam (het hof begrijpt: café [A] in de [a-straat]). Er speelde een band en het was vrij druk. De eigenaar is genaamd [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1]). Op een gegeven moment kwam een Turkse man naar ons toe. Hij stelde zich voor als [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte, [verdachte]). Toen ik uit het toilet kwam zag en voelde ik dat [verdachte] zijn arm om me heen sloeg. Ik trok toen zijn arm van mij af. Toen ik op mijn plek ging zitten zag ik dat hij door een aantal mannen naar buiten werd weggetrokken. Ik zag dat hij erg tekeer ging. Toen [verdachte] buiten was hoorde ik kort hierop schoten. Ik zag dat er op de voordeur werd geschoten en daarna door de ramen. Ik hoorde dat er geschreeuwd werd dat wij op de grond moesten gaan liggen. Wij lagen op de grond toen ik zag en hoorde dat er in de richting waar wij zaten geschoten werd. Op een gegeven moment waren wij zo bang dat er kogels door de muur zouden gaan dat wij naar de WC zijn gegaan om ons daar schuil te houden. Ik weet niet of [verdachte] het op ons gemunt had maar hij heeft in de richting waar [betrokkene 5] en ik zaten geschoten.

12. Een proces-verbaal met nummer 2006276139-3 van 28 oktober 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 10], brigadier van politie Amsterdam-Amstelland (doorgenummerde pagina's 52-53 van het proces-verbaal van politie).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [betrokkene 5]:

Op 27 oktober 2006 ben ik samen met mijn zuster genaamd [betrokkene 4] (het hof begrijpt: [betrokkene 4]) naar het café op de hoek van de [a-straat] met [d-straat] gegaan. Dit is een Turks café (het hof begrijpt: café [A]). In het café zat een Turkse man die de hele tijd oogcontact zocht met mij en mijn zuster. Ik kende de man niet. Ik hoorde dat hij zich [verdachte] of iets dergelijks noemde (het hof begrijpt hier en verder: de verdachte, [verdachte]). Op een gegeven moment, het zal ongeveer 02.40 uur zijn geweest, vroeg hij mij nog een keer om mijn telefoonnummer. Ik schudde mijn hoofd ten teken dat ik mijn telefoonnummer echt niet aan hem gaf. Hij werd hierop vermoedelijk kwaad en maakte met zijn vinger een gebaar langs zijn keel. Hij bedoelde hiermee dat hij mij dood wilde maken. Vrij kort hierop is hij door een paar mensen uit het café gezet. De aanleiding was dat hij met iedereen ruzie aan het zoeken was. Op een gegeven moment, ik denk omstreeks 02.55 uur, hoorde ik heel hard bonzen op het raam. Toen ik naar buiten keek, zag ik dat hij, [verdachte], was teruggekomen. Ik zei tegen [betrokkene 1] (het hof begrijpt hier en verder: [betrokkene 1]), dat is de eigenaar van het café, dat hij weer terug was gekomen. [Betrokkene 1] vertelde meteen dat dit geen goed nieuws was. [Betrokkene 1] zei tegen mij dat ik verderop moest gaan zitten. Ik moest namelijk weg bij het raam. Vrijwel meteen hierna hoorde ik schoten. Ik zag en hoorde dat er ongeveer 3 keer op de deur werd geschoten. Vervolgens werd er circa 7 keer op het raam geschoten. Het is dat [betrokkene 1] ons, mijn zuster, de vader van [betrokkene 1] en mij, bij het raam had weggestuurd, want anders was de kans groot dat een van ons geraakt zou zijn.

13.Een proces-verbaal van verhoor van getuige, opgemaakt op 12 februari 2010 door de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het gerechtshof Amsterdam, onder meer bevattend als verklaring, afgelegd ten overstaan van de raadsheer-commissaris, van [betrokkene 6] - voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven -:

Op 28 oktober 2006 was ik, met veel klanten, in café [A] in de [a-straat] in Amsterdam. Er was feest. Het schijnt dat er op een gegeven moment een conflict is ontstaan. Een man werd het café uitgezet door [betrokkene 1] en zijn broer (het hof begrijpt: [betrokkene 1] en [betrokkene 2]). Daarna ging het feest door. Op een gegeven moment werd er geschoten. Er ontstond grote paniek, iedereen ging dekking zoeken. Hoeveel keer er precies geschoten is, weet ik niet. Het kwam in twee salvo's. Toen er werd geschoten zat ik aan een tafel waar zo'n man of tien zaten en stonden. De schoten kwamen van mij uit gezien van links en omdat er al veel mensen achter de pilaar stonden, ben ik doorgerend naar rechts, waar een muurtje is. Achter dat muurtje ben ik gaan zitten."

4.1. Het eerste middel klaagt dat het onder 1 bewezenverklaarde opzet ontoereikend is gemotiveerd.

4.2. Ter terechtzitting van het hof op 4 mei 2010 heeft verdachte onder meer verklaard:

"U, oudste raadsheer, vraagt mij of ik een geoefend schutter ben. Ik zat in Turkije op de politieacademie. In dat verband heb ik een schietcursus gevolgd. U houdt mij voor dat ik 14 kogels op hoofdhoogte heb afgevuurd. Ik dacht dat ik in de richting van het plafond, althans naar boven, had geschoten. Toen ik de foto's zag, schrok ik heel erg. Ik wist wel dat er nog mensen in het café aanwezig waren, maar ik heb niet gericht op hen geschoten. Het was nimmer mijn bedoeling om iemand van het leven te beroven, ik wilde slechts mensen bang maken."

De raadsvrouw heeft aldaar het woord tot verdediging gevoerd, aan de hand van een overgelegde pleitnota. Zij heeft aangevoerd dat verdachte

"(...) op het moment van schieten ervan op de hoogte moet zijn geweest dat iedereen in het café dekking had gezocht. Gezien het gesprek met [betrokkene 3] en de situatie op dat moment in het café, waar mensen dus al enkele minuten in dekking lagen, kan het haast niet anders dan dat [betrokkene 3] daarover heeft gesproken.

52. In ieder geval kan níet worden vastgesteld dat [verdachte] níet heeft geweten dat iedereen in het café dekking had gezocht. Dat [betrokkene 3] hierover om 06.17 bij de politie niet verklaart, en zich later het gesprek in het geheel niet meer kan herinneren, doet daar verder niets aan af, net zo min als dat [verdachte] zich van dat gesprek en van de overige omstandigheden maar zeer weinig kan herinneren.

53. Ten slotte moet hier worden opgemerkt, dat ondanks dat door [verdachte] is toegegeven dat hij boos en opgefokt was en verhaal wilde halen, noch in de omstandigheden, noch in de persoon van [verdachte] voldoende aanknopingspunten zijn om te veronderstellen dat hij, op grond van zoiets basaals als een caféruzie en een bloedneus, bewust het risico zou nemen dat hij meerdere personen dodelijk zou verwonden, zoals de Rechtbank wel bewezen heeft verklaard.

54. Ook op grond daarvan gaat de verdediging ervan uit dat hij wetenschap had van de situatie binnen in het café, op het moment dat hij schoot."

4.3. Het hof heeft bewezen geacht dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van de aanwezige personen in het café heeft gehad. Dit blijkt uit de nadere bewijsoverweging die aan het opzet is gewijd:

"Het hof leidt uit het proces-verbaal van bevindingen (dossier doorgenummerd blz. 132 e.v.) en de daarbij behorende foto's (blz. 130-178) in het dossier af dat zich aan de voorzijde van het café de (glazen) toegangsdeur en rechts daarvan een groot raam bevindt. Via die toegangsdeur komt men in een langwerpige hal terecht, met direct tegenover die toegangsdeur een tweede (grotendeels glazen) deur (hierna te noemen: tweede deur) die toegang geeft tot het café. Het café zelf is een open en overzichtelijke ruimte, die door de verdachte tevoren meermalen is bezocht. Vrijwel recht tegenover de tweede deur bevindt zich een bar en voor het grote raam (rechts naast de toegangsdeur) staat een langwerpige tafel. Op die tafel stonden - na de schietpartij - nog borden met etensresten en (gevulde) glazen. Voor die tweede deur en voor het grote raam hingen ten tijde van de schietpartij gesloten gordijnen.

De verdachte wist, zo heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep herhaald, dat ten tijde van zijn schieten personen in het café aanwezig waren. Niettemin heeft hij, terwijl hem door die gesloten gordijnen ieder zicht op hetgeen zich op dat moment in het café afspeelde was ontnomen en hij zonder zich ervan te vergewissen of die personen zich in veiligheid hadden gebracht danwel hij anderszins wetenschap had van de positie van elk van die personen in die ruimte, van dichtbij op die glazen voordeur en op dat grote raam in twee salvo's in lotaal 14 kogels afgevuurd. Die kogels zijn het café binnengedrongen op een hoogte van ongeveer 1.70 meter (blz. 3 e.v.).

Het voorgaande, gevoegd hij het feit dat afgevuurde kogels hij uitstek geschikt zijn om dodelijk letsel te veroorzaken, voert tot de slotsom dat de verdachte door aldus te handelen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die kogels één of meer van de in het café aanwezige personen dodelijk zouden treffen."

4.4. De toelichting op het middel bevat drie klachten over 's hofs motivering van de bewezenverklaring van het opzet. Ten eerste getuigt de motivering van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip voorwaardelijk opzet, nu het hof heeft geoordeeld dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat hij één of meer mensen in het café dodelijk zou treffen, maar het hof niet heeft vastgesteld dat verdachte het aanvaarden van die kans willens en wetens of bewust heeft gedaan.

Ten tweede is de motivering niet zonder meer begrijpelijk, omdat het hof de bewezenverklaring van het voorwaardelijk opzet mede heeft gebaseerd op de omstandigheid dat verdachte zich niet ervan heeft vergewist of de mensen in het café zich in veiligheid hadden gebracht of anderszins weet heeft gehad van de positie van elk van die personen in het café, alvorens hij het vuur heeft geopend.(2)

Tot slot heeft het hof de lezing van verdachte dat hij dacht dat hij richting het plafond, althans naar boven, heeft geschoten, niet weerlegd, terwijl die lezing, indien zij voor juist wordt gehouden, in de weg zou (kunnen) staan aan het aannemen van voorwaardelijk opzet. Immers, als de kogels op 1.70 meter hoog het pand zijn binnengedrongen en in de richting van het plafond zijn afgevuurd, dan is niet vanzelfsprekend dat de aanmerkelijk kans heeft bestaan dat zij aanwezigen in het café zouden raken.

4.5. Ik stel voorop dat voor voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is vereist dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. In een bewijsoverweging betreffende het voorwaardelijk opzet behoren deze verschillende, maar met elkaar samenhangende elementen terug te komen.(3) Met de vaststelling dat de verdachte door zijn handelen een aanmerkelijk risico heeft geschapen is nog niet bewezen dat hij dit risico bewust heeft aanvaard. Dit volgt evenmin zonder meer uit de enkele omstandigheid dat de wetenschap van de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg bij de verdachte aanwezig is geweest of bij hem moet worden verondersteld. Of in een concreet geval voorwaardelijk opzet moet worden aangenomen zal, indien de verklaringen van de verdachte of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het, behoudens contra-indicaties, niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard.(4)

4.6. In casu is uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen het volgende af te leiden. Verdachte is vanwege ongewenst gedrag uit een café gezet. Hij heeft daarbij bedreigingen geuit tegen [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en is weggelopen. [Betrokkene 1] heeft de deur van het café afgesloten en de gordijnen voor de ruit in de deur en voor het raam dicht gedaan. Na ongeveer 10 minuten is verdachte teruggekomen. Verdachte, die nu niet meer het café in kon kijken, heeft op de deur gebonsd en heeft een automatisch vuurwapen uit zijn broeksband gehaald. Ook heeft hij op de stoep voor het café een kort telefoongesprek gevoerd met [betrokkene 3], die nog in het café was. In dat gesprek heeft [betrokkene 3] tegen verdachte gezegd dat de politie was gebeld en dat verdachte beter kon weggaan. Verdachte heeft onder andere gezegd dat hij mensen ging "kapot schieten". Vervolgens heeft hij de verbinding verbroken en 14 kogels afgevuurd op de deur en het raam van het café, waarin zich tientallen personen bevonden. Verdachte wist op dat moment dat zich meerdere mensen in het café bevonden. Niet is gebleken dat hij ook wist waar in de ruimte (achter het raam) die mensen zich precies bevonden. De kogels zijn het café binnengedrongen op een hoogte van ongeveer 1.70 meter. Tenminste een aantal cafégasten moest nog dekking zoeken op het moment dat er al werd geschoten.(5) Uit de bewijsconstructie blijkt ook dat het hof geen geloof heeft gehecht aan de verklaring die verdachte ter zitting heeft afgelegd, voor zover inhoudende dat hij richting het plafond, althans naar boven, heeft geschoten.

In de hiervoor onder 4.3 weergegeven overwegingen ligt als oordeel van het hof besloten dat verdachte door aldus te handelen bewust de aanmerkelijke kans in het leven heeft geroepen dat de kogels in het café aanwezige personen dodelijk zouden treffen. Gezien de uiterlijke verschijningsvorm van verdachtes gedragingen en de omstandigheden waaronder die zijn verricht, zoals het hof die heeft vastgesteld, geeft dit oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk.(6)

Derhalve faalt het middel.

5.1. Het tweede middel klaagt dat het hof ten aanzien van feit 1 de bewezenverklaarde voorbedachte raad ontoereikend heeft gemotiveerd.

5.2. Ter terechtzitting van het hof op 4 mei 2010 heeft de raadsvrouw, overeenkomstig de overgelegde pleitnota, betoogd dat de voorbedachte raad niet kan worden bewezenverklaard, omdat uit het aanwezige bewijsmateriaal niet kan worden afgeleid dat er sprake is geweest van een tijdspanne, waarin verdachte zich heeft kunnen beraden op zijn besluit om café [A] te beschieten. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte heeft besloten te schieten eerst nadat hij, teruggekomen bij het café, niet opnieuw werd binnengelaten en men weigerde hem te woord te staan, althans dat niet (afdoende) kan worden vastgesteld wanneer verdachte dat besluit heeft genomen en derhalve evenmin kan worden vastgesteld of er sprake is geweest van de bedoelde tijdspanne.

5.3. Het hof heeft dit verweer als volgt samengevat en gemotiveerd verworpen:

"De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte niet naar het café is teruggekeerd om te schieten. Het besluit om te schieten nam de verdachte pas op het moment dat men weigerde om met hem te praten. Het schieten door de verdachte is onmiddellijk gevolgd op dat besluit, zodat geen sprake was van enige tijd om zich te beraden.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Voor bewezenverklaring van het bestanddeel voorbedachte raad is vereist dat komt vast te staan dat het handelen van de verdachte het gevolg is geweest van een tevoren door hem genomen besluit en dat de verdachte tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering ervan gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven (Hoge Raad 5 februari 2008, LJN: BB4959).

Op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof - voor zover hier van belang - de volgende gang van zaken vast. Op zeker moment is de verdachte uit het café verwijderd, waarna hij dreigende woorden heeft gebezigd als: "wacht maar, jullie zien wel",

"morgen zitten jullie hier niet meer" en "wacht maar, ik laat het er niet bij zitten", hetgeen volgt uit de verklaringen van [betrokkene 1] (blz. 33), [betrokkene 2] (blz. 44) en [betrokkene 3] (blz. 47). Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij niet uitsluit deze woorden te hebben gebezigd.

De verdachte is vervolgens bij het café weggegaan en - volgens zijn eigen verklaring na ongeveer 5 à 10 minuten te hebben rondgelopen - naar het café teruggegaan.

Hij heeft op de deur geklopt en toen die deur voor hem gesloten bleef, heeft hij zijn wapen uit zijn broekband gepakt en (uiteindelijk) op het café geschoten.

Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte in ieder geval de gelegenheid gehad om na te denken over wat hij zou doen vanaf het moment dat hij bij het café was weggelopen. Ook als de verdachte toen niet kalm en rustig was, maar daarentegen woedend, staat dat er niet aan in de weg dat de gelegenheid heeft bestaan om zich gedurende die tijd te bezinnen. Hieruit leidt het hof de voorbedachte raad af.

Het hof overweegt voorts en ten overvloede dat ook indien wordt uitgegaan van de juistheid van de door de raadsvrouw gegeven lezing, erop neerkomend dat de verdachte pas besloot om te schieten toen - bij de deur van het café - bleek dat men weigerde om met hem te praten, het bewijsverweer faalt. Vaststaat immers dat de verdachte bij terugkomst op de deur van het café heeft geklopt en dat hij toen die deur voor hem gesloten bleef het wapen uit zijn broekband heeft gehaald. Toen de verdachte met het wapen in de hand voor het café stond, heeft [betrokkene 3] met de verdachte gebeld en hem verteld dat hij de boel niet moest verpesten, dat de politie was gebeld en dat hij moest weggaan (blz. 47). De verdachte heeft daarop geantwoord dat hij het niet pikte en dat iedereen één voor één naar buiten moest komen. Ook zei hij: "Ik ga jullie kapot schieten", waarna hij daadwerkelijk op het café heeft geschoten.

Daarbij komt nog dat de verdachte volgens zijn verklaring (blz. 74) het wapen en de magazijnhouder altijd van elkaar gescheiden bij zich draagt. Het hof leidt uit die verklaring af dat de verdachte op enig moment, maar in ieder geval vóórdat hij daadwerkelijk in twee salvo's op het café heeft geschoten, de magazijnhouder in het wapen heeft gestopt. Ook in deze situatie heeft de verdachte aldus de gelegenheid gehad om zich te bezinnen en moet worden aangenomen dat hij heeft gehandeld met voorbedachten rade.

De raadsvrouw heeft nog betoogd dat de verdachte in verregaande staat van dronkenschap verkeerde hetgeen in de visie van de verdediging dient te worden meegewogen bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad. Het hof wil aannemen dat gebruik van alcoholhoudende drank invloed heeft uitgeoefend op verdachtes (geestes)gesteldheid, doch naar 's hofs oordeel is niet aannemelijk geworden dat verdachte toen en daar door dat gebruik in een zodanige toestand heeft verkeerd dat op grond daarvan in redelijkheid niet mag worden aangenomen dat voor de verdachte de mogelijkheid tot de eerder bedoelde bezinning heeft open gestaan."

5.4. Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad is voldoende dat komt vast te staan dat de verdachte tijd heeft gehad zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekeningschap te geven.(7) In de door het hof gebezigde omschrijving, ontleend aan HR 5 februari 2008, LJN BB4959, komt niet tot uitdrukking dat de voorbedachte raad ook kan bestaan als er gelegenheid is geweest om zich te beraden over een nog te nemen besluit.

5.5. Bij de verwerping van het ten aanzien van de voorbedachte raad gevoerde verweer is het hof, blijkens de door het hof gebezigde omschrijving van de voorbedachte raad, enerzijds ervan uitgegaan dat de voorbedachte raad hierin bestaat dat de verdachte na een door hem genomen besluit gelegenheid heeft gehad om zich rekenschap te geven van de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad, terwijl het hof anderzijds heeft geoordeeld dat in casu verdachte vanaf het moment dat hij bij het café is weggelopen gelegenheid heeft gehad na te denken over wat hij zou doen. Op dat moment was er dus naar het oordeel van het nog geen sprake van een door verdachte genomen besluit. Derhalve staan deze overwegingen op gespannen voet met elkaar.

Het hof heeft echter voorts overwogen dat verdachte, toen hij wederom voor het café stond en men niet met hem wilde praten, gelegenheid heeft gehad om zich te beraden op zijn toen genomen besluit om het café te beschieten. Tussen het moment waarop verdachte voor de dichte deur het wapen uit zijn broekband heeft gehaald en het moment waarop hij heeft geschoten, heeft hij immers tijd gehad om zich te bezinnen. Het hof baseert dit oordeel mede op de vaststelling dat verdachte in die tijdspanne een telefoongesprek met [betrokkene 3] heeft gevoerd, waarin die [betrokkene 3] heeft geprobeerd op verdachte in te praten, terwijl verdachte tegen hem heeft gezegd "ik schiet jullie kapot". Ook de omstandigheid dat verdachte op enig moment de magazijnhouder in het wapen heeft gestopt impliceert dat hij een gelegenheid heeft gehad om zich te bezinnen. De situatie die zich heeft ontwikkeld na de terugkomst van verdachte bij het café, zoals vastgesteld door het hof, brengt mee dat verdachte niet in een opwelling heeft gehandeld maar ter uitvoering van een - wellicht slechts kort tevoren - genomen besluit. (8) Nu hetgeen het hof daaromtrent (ten overvloede) heeft overwogen de verwerping van het verweer zelfstandig kan dragen, is het middel tevergeefs voorgesteld.

6.1. Het derde middel klaagt dat het onder 2 bewezenverklaarde, voor zover inhoudende dat verdachte een vuurwapen van categorie III voorhanden heeft gehad, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.

6.2. Onder 2 is aan verdachte tenlastegelegd dat

"hij op of omstreeks 28 oktober 2006 te Amsterdam een wapen van categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool (merk Glock), en/of munitie van categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie, te weten veertien patronen, voorhanden heeft gehad."

6.3. Het hof heeft het onder 2 tenlastegelegde bewezenverklaard, met dien verstande dat verdachte

"(...) op 28 oktober 2006 te Amsterdam een wapen van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool (merk Glock) en munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 14 patronen, voorhanden heeft gehad."(9)

6.4. De - ook ten aanzien van dit feit gebezigde - bewijsmiddelen houden in dat verdachte in de vroege morgen van 28 oktober 2006 met een Glock 19. meermalen op café [A] heeft geschoten (bewijsmiddelen 1 en 2). In en voor het café zijn 13 patroonhulzen en evenzoveel (delen van) kogels aangetroffen.(10) De hulzen zijn afkomstig van pistoolpatronen kaliber 9 mm Parabellum. Ook de volmantelkogels en de manteldelen zijn zeer waarschijnlijk van dit kaliber. Aannemende dat de hulzen en de kogels afkomstig zijn uit één wapen is volgens het NFI vermoedelijk gebruik gemaakt van een semi-automatisch of automatisch werkend pistool van het merk Glock (bewijsmiddelen 4 t/m 6).

6.5. Art. 2 Wet wapens en munitie (Wwm) luidt, voor zover hier relevant:

"1. Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.

(...)

Categorie II

1º vuurwapens die niet onder een van de andere categorieën vallen;

2º vuurwapens, geschikt om automatisch af te vuren;

3º vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is dan wel dat de aanvalskracht wordt verhoogd;

4º vuurwapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen;

5º voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische hulpmiddelen'

6º voorwerpen, bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van medische hulpmiddelen en van vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen, bestemd voor het afschieten van munitie met weerloosmakende of traanverwekkende stof;

7º voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, met uitzondering van explosieven voor civiel gebruik indien met betrekking tot deze explosieven erkenning is verleend overeenkomstig de Wet explosieven voor civiel gebruik.

Categorie III

1º vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen voor zover zij niet vallen onder categorie II sub 2º, 3º of 6º;

2º toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten;

3º werpmessen;

4º alarm en -startpistolen en -revolvers, met uitzondering van alarm- en startpistolen die:

a. geen loop of een kennelijk verkorte, geheel gevulde loop hebben;

b. zodanig zijn ingericht dat zij uitsluitend knalpatronen van een kaliber van niet groter dan 6 mm kunnen bevatten; en

c. waarvan de ligplaats van de patronen en de gasuitlaat loodrecht staan op de loop of op de lengterichting van het wapen.

(...)

2. Munitie in de zin van deze wet is, onderverdeeld in de volgende categorieën:

(...)

Categorie II

1º munitie die uitsluitend geschikt voor vuurwapens van categorie II is;

2º munitie die een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof verspreidt, met uitzondering van munitie met weerloosmakende of traanverwekkende stof, bestemd voor vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen;

3º munitie voorzien van een projectiel waarmee een pantserplaat kan worden doorboord, munitie voorzien van een projectiel met brandsas of met explosieve lading, alsmede de voor deze munitie bestemde projectielen;

4º munitie voor geweren, revolvers en pistolen voorzien van expanderende projectielen, alsmede de voor deze munitie bestemde projectielen, behalve wanneer het voor de jacht of de schietsport bestemde munitie of projectielen betreft.

Categorie III

Alle overige munitie.

(...)"

6.6. Ingevolge art. 26 Wwm lid 1 is zowel het voorhanden hebben van een wapen of munitie van categorie II als het voorhanden hebben van een wapen of munitie van categorie III verboden. Handelen in strijd met deze bepaling wordt bedreigd met een gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of een geldboete van de vierde categorie (art. 55 lid 1 Wwm). Wanneer het handelen in strijd met art. 26 lid 1 Wwm is begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, of een vuurwapen van categorie III geldt een maximumstraf van vier jaar of een geldboete van de vijfde categorie (art. 55 lid 3 aanhef en onder a Wwm). Voor het strafmaximum maakt het dus geen verschil of het vuurwapen dat verdachte voorhanden heeft gehad in de tweede of in de derde categorie valt.

6.7. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte een pistool van het merk Glock, type 19, met een kaliber van 9 mm voorhanden gehad. Hierover kan geen misverstand hebben verstaan, ook niet bij verdachte. Het is een feit van algemene bekendheid dat handvuurwapens doorgaans semi-automatisch zijn. Dit geldt ook voor de Glock 19.(11) Het hof heeft dus met juistheid bewezenverklaard dat het hier een vuurwapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie III onder 1º Wwm betreft.(12) Nu het pistool in de bewijsmiddelen nauwkeurig is aangeduid, brengt het feit dat in de bewijsconstructie niet eveneens is opgenomen dat het pistool in categorie III valt niet mee dat de bewezenverklaring van feit 2 ontoereikend is gemotiveerd.

Derhalve faalt ook dit middel.

7.1. Het vierde middel klaagt terecht over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase omdat het hof de stukken van het geding te laat heeft ingezonden.

Het cassatieberoep is ingesteld op 19 mei 2010. Verdachte bevond zich op die datum - alsook ten tijde van de aanzegging in cassatie - uit hoofde van de onderhavige zaak in detentie. De stukken zijn eerst op 26 mei 2011 ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit betekent dat de maximale inzendtermijn van zes maanden is overschreden met ruim zes maanden, welke overschrijding niet meer door een voortvarende behandeling van het cassatieberoep kan worden gecompenseerd.(13) De redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is dus geschonden, hetgeen moet leiden tot een vermindering van de opgelegde straf.

8. De middelen één tot en met drie falen. Het vierde middel slaagt. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoort te geven.

9. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de opgelegde straf zal verminderen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Ik citeer uit de 'Aanvulling verkort arrest', met weglating van de in bewijsmiddel 5 genoemde foto's en van de nadere overweging, dat de bewijsmiddelen die zijn aan te merken als geschrift als bedoeld in art. 344 lid 1 aanhef en onder 5 Sv slechts zijn gebezigd in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

2 In dit verband verwijst de steller van het middel naar HR 15 april 2008, LJN BC9412.

3 Onvolkomen overwegingen worden soms verbeterd gelezen, zie bijv. HR 20 april 1999, NJ 1999, 512 en HR 18 november 2008, NJ 2009, 118 m.nt. Reijntjes.

4 Vgl. HR 25 maart 2003, NJ 2003, 552 m.nt. Buruma; HR 5 december 2006, LJN AZ1668, HR 17 januari 2012, LJN BU5260. Zie ook De Hullu, J. (2009). Materieel Strafrecht. Deventer: Kluwer, pp. 228-231.

5 Hierin schuilt een relevant verschil met de casus die voorlag in HR 6 september 2005, LJN AT2760.

6 Vgl. HR 24 februari 2004, NJ 2004, 375 m.nt. Mevis, HR 4 december 2007, LJN BB7117 en HR 17 januari 2012, LJN BU5260.

7 Zie bijv. HR 8 september 2009, LJN BI4080, HR 20 december 2011, BU3597 en HR 28 februari 2012, LJN BR2342.

8 Vgl. (de conclusie vóór) HR 26 april 2011, LJN BP1286.

9 In eerste aanleg werd o.m. bewezenverklaard, dat verdachte op 28 oktober 2006 te Amsterdam een wapen van categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool merk Glock, en munitie van categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie, te weten veertien patronen, voorhanden heeft gehad. Ter zitting van het hof op 4 mei 2010 heeft verdachte verklaard zich neer te leggen bij de veroordeling voor dit feit.

10 Een veertiende kogel(deel) is in de holle ruimte van een muur terechtgekomen en werd niet meer aangetroffen.

11 De Glock 19 is een variant van de Glock 17, beide semi-automatisch pistolen. Dit is eenvoudig te achterhalen, zie bijv. www.defensie.nl/landmacht/materieel/bewapening_en_geleide_wapens/(hand-)vuurwapens/glock_17 en www.glockfaq.com/. Zie ook de conclusie van mijn ambtgenoot Vellinga vóór HR 30 augustus 2005, LJN AT7024, nr. 03387/04 (niet gepubliceerd) en Hof Amsterdam 28 december 2011, LJN BU9608.

12 Hierin verschilt de onderhavige zaak van HR 16 december 2008, LJN BF3290.

13 HR 17 juni 2008, LJN BD2578.