Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BW1441

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
10-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
10/03701
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BW1441
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

1. HR: art. 81 RO. 2. De klacht dat het Hof heeft verzuimd art. 36f Sr te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust, mist feitelijke grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 10/03701

Mr. Hofstee

Zitting: 6 maart 2012

Conclusie inzake:

[verzoeker = verdachte]

1. Verzoeker is bij arrest van 11 juni 2010 door het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, wegens 1. subsidiair "poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" en 2. "poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen", veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.260,50 en aan verzoeker een schadevergoedingsmaatregel, subsidiair vervangende hechtenis, opgelegd, en bevat het arrest enige bijkomende beslissingen met betrekking tot het beslag, een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Namens verzoeker heeft mr. M. Plas, advocaat te Utrecht, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel, in samenhang met de toelichting daarop gelezen, klaagt dat de bewezenverklaring van feit 1 subsidiair niet uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt, althans dat deze bewezenverklaring zonder nadere motivering die ontbreekt onbegrijpelijk is, nu uit de inhoud van de bewijsmiddelen niet de directe betrokkenheid van verzoeker blijkt.

4. Ten laste van verzoeker is onder 1 subsidiair bewezen verklaard dat:

"hij op 16 september 2008 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijfspand (gelegen aan [a-straat(1) 1]) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan [A] en/of [betrokkene 1], en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen door middel van braak op een cilinderslot van een deur van dat bedrijfspand, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid."

5. De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:(2)

"- de aangifte door [betrokkene 1], inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Op 15 september 2008 sloot ik mijn winkel, [A], aan de [a-straat 1] te Leersum af. Op 16 juli 2008 (lees: l6 september 2008), omstreeks 2.00 uur, hoorde ik dat er in mijn winkel zou zijn ingebroken. Ik zag dat de pinnen van de schuifdeuren van mijn winkel waren verwijderd. Ik zag in het deurkozijn afdrukken zitten. Ik zag dat het systeemplafond op twee gedeelten was verwijderd. Ik zag dat de cilinder welke in de achterdeur van de winkel had gezeten, was verwijderd, ik zag dat delen van de cilinder op de grond voor de deur lagen. Ik zag dat het schild welke voor het slot van de deur had gezeten was verbogen.

- het is een feit van algemene bekendheid dat Leersum gelegen is in de gemeente Utrechtse Heuvelrug.

- het proces-verbaal van aanhouding, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

[verdachte] werd op 16 september 2008, om 1.20 uur aangehouden in [B] te [a-straat] te Leersum.

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Op 16 september 2008 heb ik, samen met [medeverdachte], ingebroken in [B] in Leersum.

- het proces-verbaal van bevindingen door [verbalisant 2], inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Nadat verdachte [verdachte] was aangehouden, heb ik bij de verdachte een veiligheidsfouillering toegepast. Bij deze fouillering trof ik bij de verdachte in zijn rechter jaszak enkele stukken gereedschap. Ik zag dat dit twee baco's waren en een multitool met voornamelijk inbussleutels erin. Deze stukken gereedschap heb ik uit de jaszak van verdachte gehaald en inbeslaggenomen voor eventueel sporenonderzoek.

- het proces-verbaal van onderzoek regionale technische recherche inhoudende -zakelijk weergegeven-:

De verstelbare schroefsleutels, merk Irega en Gedore, werden door mij, [verbalisant 2], veiliggesteld en voor nader onderzoek overgedragen aan de werktuigsporendeskundige van de politie Utrecht.

- het proces-verbaal van onderzoek regionale technische recherche inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Het deurschild aan de kantoorzijde van de deur werd verbogen en de cilinder werd van het slot afgebroken. De afgebroken cilinder werd door ons aangetroffen en voor nader onderzoek veiliggesteld. Het hof verstaat dat het hier het hieronder bedoelde slot betreft.

- verkort proces-verbaal, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

op 29 september 2008 ontving de divisie recherche, afdeling werktuigsporen van de forensische opsporing, politie Utrecht:

[1] een afgebroken slotcilinderdeel met werktuigsporen, gewaarmerkt [a-straat 1] te Leersum, 16-09-2008, PL0950/08-279549, cilinder achterdeur, SIN AAAW6954NL;

[2] een verstelbare schroefsleutel, merk IREGA, type 77-6, gewaarmerkt SIN AAAW6953NL.

De werktuigsporen in cilinderdeel [1] zijn veroorzaakt met verstelbare schroefsleutel [2]."

6. Uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt het volgende. In de nacht van 15 op 16 september 2008 is ingebroken in een bakkerij aan de [a-straat 1] te Leersum. Diezelfde nacht is verzoeker in de naastgelegen slagerij aangehouden ([a-straat 2]), alwaar hij samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft ingebroken. Bij fouillering wordt er in de rechterjaszak van verzoeker gereedschap aangetroffen: twee baco's en een multitool met inbussleutels erin. Het gereedschap - de verstelbare schroefsleutels zijn van het merk Irega en Gedore - wordt in beslag genomen en, evenals het verbroken cilinderslot van het pand aan de [a-straat 1], veiliggesteld voor nader sporenonderzoek. Uit het technisch onderzoek blijkt dat de werktuigsporen in het cilinderdeel van het slot van de bakkerij zijn veroorzaakt door een verstelbare schroefsleutel van het merk Irega type 77-6. Uit de bewijsmiddelen in onderling verband bezien kan naar mijn mening worden aangenomen dat deze verstelbare schroefsleutel dezelfde schroefsleutel is die bij verzoeker is aangetroffen. Het oordeel van het Hof dat verzoeker het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit tezamen met een ander heeft begaan, is dan ook niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

7. Het eerste middel faalt.

8. Het tweede middel klaagt dat art. 358, vierde lid, Sv is geschonden, nu het Hof aan verzoeker de verplichting heeft opgelegd om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij een bedrag van € 1.260,50 te betalen, terwijl het Hof niet het wettelijk voorschrift heeft genoemd waarop deze maatregel is gegrond.

9. Artikel 358, vierde lid, Sv luidt:

"Het vonnis vermeldt verder, in geval van oplegging van straf of maatregel, de wettelijke voorschriften waarop deze is gegrond."

10. Voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, is in het arrest van het Hof opgenomen:

"Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde."

11. De verplichting tot betaling van een geldsom aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer (de schadevergoedingsmaatregel) is geregeld in art. 36f Sr. Zoals de steller van het middel terecht opmerkt, ontbreekt dit wetsartikel in 's Hofs opsomming van de toepasselijke wettelijke voorschriften. In zoverre is er sprake van een verzuim. Dit verzuim hoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, nu de Hoge Raad, gelet op het bepaalde in art. 441 Sv, deze misslag zelf kan verbeteren door te doen wat het Hof had behoren te doen.(3)

12. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

13. Het eerste middel kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

14. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

15. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover het Hof heeft verzuimd art. 36f Sr te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de oplegging van de maatregel berust, tot het alsnog vermelden van voornoemd artikel als wettelijk voorschrift waarop de opgelegde maatregel is gegrond en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Ik begrijp: [a-straat].

2 Omwille van de leesbaarheid laat ik hier achterwege de voetnoten van het Hof, waarin de vindplaats van de gebezigde bewijsmiddelen is vermeld.

3 Vgl. HR 25 september 2001, LJN AB3293 (niet gepubliceerd).