Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BV9774

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
13-04-2012
Datum publicatie
13-04-2012
Zaaknummer
11/05511
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BV9774
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Art. 81 RO. WSNP. Afwijzing verzoek om toelating tot schuldsaneringsregeling; art. 288 lid 1, onder b en c, en lid 3 F.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/609
JWB 2012/205

Conclusie

11/05511

Mr. L. Timmerman

Parket: 22 februari 2012

Conclusie inzake:

[Verzoeker]

verzoeker tot cassatie

1. Op 19 juli 2011 heeft [verzoeker] bij de rechtbank 's-Gravenhage een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. Blijkens de verklaring ex art. 285 Fw bedraagt de totale schuldenlast € 10.569,13. De schulden komen voort uit ruim dertig boetes in verband met overlast als gevolg van drankmisbruik alsmede uit het niet betalen van ziektekostenpremies. De schulden zijn ontstaan toen [verzoeker] nog - tot circa april 2010 - in [plaats] woonde. Naar eigen zeggen verricht [verzoeker] thans met behoud van uitkering werk voor het Leger des Heils, drinkt hij niet meer dan vijf à zes biertjes per dag (wat heel veel minder is dan vroeger) en zijn er de laatste anderhalf jaar geen nieuwe schulden meer bijgekomen. Volgens zijn begeleidster, de aan het Leger des Heils verbonden [betrokkene 1], zit [verzoeker] in een traject bij het Leger des Heils dat ertoe moet leiden dat hij niet meer in de maatschappelijke opvang, doch zelfstandig (extra muraal) kan gaan wonen en dronk hij enige tijd in het geheel geen alcohol meer, maar is hij na het overlijden van familie recentelijk toch weer enige biertjes per dag gaan drinken.

2. Het verzoek van [verzoeker] is in twee instanties afgewezen. De afwijzing is met name ingegeven - in de woorden van het hof bij arrest van 6 december 2011 - door de omstandigheid dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [verzoeker] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden onder controle heeft gekregen en dat thans onvoldoende aannemelijk is dat [verzoeker] over een langere periode in staat en bereid is om te voldoen aan de strenge eisen die de schuldsaneringsregeling meebrengt. Voorts overweegt (in elk geval) het hof dat de aard van de schulden impliceert dat zij niet te goeder trouw zijn ontstaan en dat onvoldoende aannemelijk is geworden hetzij dat [verzoeker] zich inspant om een betaalde baan te verkrijgen, hetzij dat geen arbeidsinspanning van hem kan worden gevergd. Zowel rechtbank als hof voegt hieraan toe dat de deur naar de schuldsaneringsregeling niet definitief dicht is. Het hof complimenteert [verzoeker] met het feit dat hij met behulp van professionele hulpverleners zijn leven op orde probeert te krijgen en dat hij al enige tijd geen nieuwe schulden meer lijkt te maken. Volgens het hof zou een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op termijn meer kans van slagen kunnen hebben, namelijk als de positieve ontwikkelingen doorzetten en middels verklaringen van hulpverleners kan worden aangetoond dat de verslavingsprobleem voldoende onder controle zijn en hij laat zien dat hij zich inspant om betaalde arbeid te verkrijgen.

3. Van 's hofs arrest is [verzoeker] tijdig, met twee middelen in cassatie gekomen.(1) Middel I klaagt dat de Nederlandse faillissementsprocedure niet voldoet aan de eisen van art. 6 EVRM. Voor zover deze klacht niet specifiek is gericht tegen het voorliggende arrest en/of de in casu gevolgde procedure, mist de klacht zowel feitelijke grondslag als belang. Als ik het goed zie, poneert het middel met betrekking tot de onderhavige kwestie (alleen) de klacht dat het hof ten onrechte geen acht heeft geslagen op informatie van de ter zitting aanwezige hulpverlener van [verzoeker], [betrokkene 1], en dat daarom geen sprake is geweest van een eerlijk proces. De pijlen worden in het bijzonder gericht, zo begrijp ik de klacht, tegen 's hofs overwegingen dat "hiermee de problemen - en in het bijzonder het alcoholprobleem - voldoende onder controle zijn, is niet aannemelijk geworden. Er zijn geen verklaringen van hulpverleners, dan wel hulpverlenende instanties, waaruit blijkt dat reeds langere tijd sprake is van een stabiele situatie in positieve zin." Het onderdeel gaat m.i. uit van een onjuiste lezing van het arrest. Het hof heeft niet geoordeeld dat er geen verklaringen van helpverleners waren, maar oordeelt dat uit de afgelegde verklaringen niet blijkt dat de problemen onder controle zijn en reeds langere tijd sprake is van een stabiele situatie in positieve zin. Het hof heeft derhalve acht geslagen op de door de hulpverlener verstrekte informatie; die informatie heeft het hof er alleen niet van kunnen overtuigen dat [verzoeker] klaar is voor de schuldsaneringsregeling. De klacht faalt dan ook.

4. Middel II klaagt dat het hof geen, althans onvoldoende belangenafweging heeft gemaakt en ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule van art. 288 lid 3 Fw, althans dat het beroep daarop onvoldoende gemotiveerd is weerlegd. Aangevoerd wordt dat het hof onvoldoende acht heeft geslagen op de drastisch veranderde persoonlijke situatie van [verzoeker] (de verhuizing naar [plaats], het feit dat het inkomen wordt beheerd door een professionele instantie zijnde de Sociale Dienst, schulden maandelijks worden afgelost en de intensieve intramurale begeleiding door het Leger des Heils) en dat het hof dat deze omstandigheden, die volgens het middel nopen tot toepassing van de hardheidsclausule, onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. Ook zou het hof onvoldoende acht hebben geslagen op het feit dat de schuldsaneringsregeling in oorsprong is bedoeld "voor de zwakkeren in de samenleving".

5. De in art. 288 lid 3 BW neergelegde hardheidsclausule is, zo blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis, in het bijzonder in het leven geroepen met oog op personen met psychosociale of verslavingsproblemen.(2) De hardheidsclausule wil de deur tot de schuldsaneringsregeling openen voor schuldenaren die weliswaar niet te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden, maar de problemen die ten grondslag lagen aan die schulden inmiddels onder controle hebben gekregen.(3) De schuldenaar moet dat laatste aannemelijk maken:(4)

"Dat voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar die omstandigheden onder controle heeft gekregen, zal moeten blijken uit de door de schuldenaar getroffen maatregelen. De stabiele leefsituatie die noodzakelijk is voor het welslagen van de schuldsaneringsregeling, dient door die maatregelen gegarandeerd te zijn. Een drugs-, alcohol- of gokverslaving dient al enige tijd onder controle te zijn. Het moet gaan om objectiveerbare maatregelen: de schuldenaar dient zich onder deskundige begeleiding van bijvoorbeeld verslavingszorg of budgetbegeleiding gesteld te hebben, die ook tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling gehandhaafd zal blijven, zo lang dat nodig is."

6. Het hof heeft in het voorliggende geval onderzocht of [verzoeker] zijn problemen onder controle heeft gekregen en is tot de slotsom gekomen dat dat nog niet het geval is. Dat leidt het hof met name af uit het feit dat [verzoeker] zelf verklaart vijf à zes biertjes per dag te drinken en dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een stabiele situatie in positieve zin. Tegen deze achtergrond is 's hofs oordeel noch onbegrijpelijk, noch onjuist. De door [verzoeker] aangevoerde omstandigheden nopen in elk geval niet tot een ander oordeel.

7. Ten overvloede wil ik nog benadrukken dat het hof, als gezegd, overweegt - in navolging van de rechtbank - dat hiermee de deur tot de schuldsaneringsregeling voor [verzoeker] geenszins voorgoed dicht is. Het hof overweegt:

"Als deze wendingen ten goede doorzetten, [verzoeker] middels verklaringen van hulpverleners kan aantonen dat zijn verslavingsprobleem voldoende onder controle is en hij laat zien dat hij zich inspant betaalde arbeid te verkrijgen, zal een nieuw verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op termijn meer kans van slagen hebben."

8. In gevallen als de onderhavige kan de rechter in verband met het bepaalde in art. 288 lid 2 onder d Fw er soms juist met oog op de belangen van de schuldenaar beter aan doen de schuldenaar de toegang tot de schuldsaneringsregeling vooralsnog te ontzeggen. Blijkens de zojuist geciteerde wetsgeschiedenis dient voor toepassing van de hardheidsclausule de stabiele leefsituatie die noodzakelijk is voor het welslagen van de schuldsaneringsregeling "gegarandeerd" te zijn. Immers, als de kans niet gering is dat de schuldenaar niet zal kunnen voldoen aan de stringente verplichtingen die zijn verbonden aan de schuldsaneringsregeling, loopt de schuldenaar het risico dat de regeling tussentijds wordt beëindigd dan wel dat hem aan het einde van de rit de schone lei wordt onthouden, waarna op grond van art. 288 lid 2 onder d Fw de toegang tot de wettelijke schuldsanering gedurende maar liefst tien jaar is geblokkeerd.

9. Ik concludeer tot verwerping.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Het verzoekschrift is per fax ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 14 december 2011, derhalve binnen de in art. 351 lid 5 Fw genoemde cassatietermijn van acht dagen.

2 Kamerstukken II 2006-2007, 29942, nr. 13.

3 Kamerstukken II 2006-2007, 29942, nr. 23, blz. 1-2.

4 Kamerstukken II 2006-2007, 29942, nr. 24, blz. 3.