Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BV9068

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
17-04-2012
Zaaknummer
10/02428
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BV9068
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: art. 81RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/638

Conclusie

Nr. 10/02428(1)

Mr. Silvis

Zitting 7 februari 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is bij arrest van 6 mei 2010 door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens 1. "Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen" veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, met verbeurdverklaring van de in beslag genomen auto. Het hof heeft voorts de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen en een daarmee corresponderende schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

2. Namens de verdachte heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, drie middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt dat het bewezenverklaarde voorwaardelijk opzet niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dan wel dat deze bewijsmiddelen daartoe niet voldoende redengevend zijn. De motivering van het bewijs van een aanmerkelijke kans op de gevolgen als ook de bewijsvoering van de aanvaarding van een aanmerkelijke kans op de gevolgen worden aangevochten. Uit de tot het bewijs gebezigde verklaring van verdachte inhoudende "Ik heb echter geen rekening gehouden met de gevolgen, die heb ik op de koop toe genomen" volgt volgens de steller van het middel niet dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op schade en derhalve kan daaruit evenmin volgen dat hij bewust deze aanmerkelijke kans heeft aanvaard.

4. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij omstreeks 29 juli 2006 in Nederland,met anderen, op of aan openbare wegen, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

-een personenauto Mercedes Benz ([AA-00-BB])en

-een personenauto Hyundai Atos ([CC-00-DD]) en

-een personenauto Suzuki Swift ([EE-00-FF]) en

-een personenauto Nissan Almera ([GG-00-HH]) en

-een personenauto Suzuki Wagon R en

-een personenauto Fiat Cinquecento ([II-00-JJ]) en

-een personenauto Nissan ([KK-00-LL]) en

-een personenauto Deawoo Lanos ([MM-00-NN]) en

-een personenauto Seat Gordoba ([OO-00-PP]) en

-een personenauto Nissan Almera ([QQ-00-RR]) en

-een personenauto Ford Ka ([SS-00-TT]) en

-een woning ([a-straat 1]) en

-een persoon, te weten [betrokkene 1],

welk geweld bestond uit het gooien en stuiteren van een of meer golfballen, in de richting van en/of naar en/of nabij die personenauto('s) en die woning en [betrokkene 1];"

5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1.

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-204777 (pagina's 28 tot en met 30 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar), inhoudende - zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 2], aangever:

lk doe aangifte van vernieling. De verdachte heeft een goed wat mij geheel in eigendom toebehoort zonder enig recht of toestemming vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt, dan wel weggemaakt. Ik ben eigenaar van de personenauto van het merk Mercedes-Benz, voorzien van het kenteken [AA-00-BB]. Op zaterdag 29 juli 2006 omstreeks 01.30 uur reed ik met mijn auto over de Breestraat te Sint-Antbonis. Net voorbij de kruising van de Breestraat met de Kolonel-Silvertoplaan kwamen mij twee auto's tegemoet rijden. Op het moment dat de eerste auto mij voorbij reed zag ik twee witte stippen voor mijn auto en direct hierop hoorde ik een knal. Ik zag dat het linkerknipperlicht aan de voorzijde van mijn auto vernield was. Verder zag ik een deuk in de motorkap zitten. Verder zag ik een golfbal in de goot van de weg en een golfbal in de struiken liggen. Ik wist direct dat deze golfballen uit de eerste auto gegooid moeten zijn en de schade aan mijn auto veroorzaakt moeten hebben.

Vanaf de stoplichten ben ik achter ze aan gereden in de richting van Boxmeer. Toen ze me voorbijreden zag ik vier personen in de auto zitten. Ik zag dat het een zwarte auto betrof. Volgens mij was het een VW Golf. Het kenteken heb ik kunnen noteren. Het betreft het kenteken [UU-00-VV].

Opmerking verbalisant: lk, verbalisant [verbalisant 1], zag dat het glas van het linkerknipperlicht gescheurd was. Verder zag ik een lichte deuk in de motorkap van de aangever zitten, ongeveer 50 centimeter vanaf de voorzijde van de auto en 40 centimeter van de rechterzijkant van de auto.

2.

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-204899 (pagina's31 tot en met 32 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-01600l), in wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 2] (agent), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 3], aangever:

lk doe aangifte van vernieling. De verdachte heeft een goed wat mij geheel in eigendom toebehoort zonder enig recht of toestemming vernield.

De personenauto, merk Hyundai, type Atos, voorzien van het kenteken [CC-00-DD], is geheel mijn eigendom.

Op 27 juli 2006, omstreeks 18.00 uur, parkeerde mijn zoon die auto op de Molenstraat te Beugen. Op zaterdag 29 juli 2006 ben ik naar mijn auto gaan kijken en zag ik dat de voorruit van mijn auto vernield was. Ik zag dat er een barst in de voorruit zat. De ruit is vermoedelijk vernield door een golfbal. Ik vond die golfbal op een afstand van ongeveer 10 meter van die auto.

Schade-omschrijving: Barst in de voorruit van de personenauto, merk Hyundai, type Atos, Kleur grijs, voorzien van het kenteken [WW-00-XX].

Opmerking verbalisant: Ter plaatse werd door mij een onderzoek ingesteld. In de buurt van de auto werden golfballetjes aangetroffen.

3.

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-204922 (pagina's33 tot en met 34 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 30 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 2] (agent), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 3], aangever:

Ik doe aangifte van vernieling. De verdachte heeft een goed wat geheel in eigendom toebehoort aan mijn vriendin zonder enig recht of toestemming vernield. De personenauto, merk Suzuki, type Swift, voorzien van het kenteken [EE-00-FF], is eigendom van mijn vriendin [betrokkene 4].

Op 27 juli 2006 parkeerde [betrokkene 4] die auto op de Molenstraat te Beugen. Op zaterdag 29 juli 2006 zag ik dat een ruit van voornoemde auto vernield was. Ik zag dat de achterruit geheel versplinterd was. Rechts in het midden van de ruit waren de splinters weg. Daar bevond zich dus een gat in de ruit. In de straat werden veel golfballetjes gevonden.

Schade-omschrijving: Achterruit van de personenauto, merk Suzuki, type Swift, kleur wit en voorzien van het kenteken [EE-00-FF], geheel vernield. Ruit was volledig versplinterd.

Opmerking verbalisant: Ter plaatse werd door mij een onderzoek ingesteld. In de straat waar de personenauto geparkeerd stond werden vele golfballen aangetroffen.

4.

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Politie regio Limburg-Noord, District Ve/Horst, mutatienummer PL2350/06-097952 (pagina's35 tot en met 36 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op31 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 3] (hoofdagent), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 5], aangever:

lk doe aangifte van vernieling van een ruit van mijn woning. Mijn woning is gelegen aan de [a-straat 1] te Gennep.

Op zaterdag 29 juli 2006 hoorde ik een personenauto hard voor mijn woning langs rijden. Op het moment van langsrijden hoorde ik een harde klap gevolgd door glasgerinkel. Ik zag dat de ruit aan de voorzijde van mijn woning was vernield. Ik zag dat er een golfballetje op de grond onder de vernielde ruit lag. De vernielde ruit is mijn eigendom. Ik gaf aan niemand toestemming tot het plegen van dit feit.

Schade-omschrijving: lk, verbalisant, zag dat de ruit naast de voordeur was vernield. Ik zag dat er in de ruit een nagenoeg rond gat van ongeveer 40 centimeter doorsnede zat. Ik zag dat er binnen in de woonkamer onder de vernielde ruit allemaal glassplinters lagen, alsmede een wit golfballetje.

5.

Het ambtsedig process-verbaal van aangifte van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-206468 (pagina's 40 tot en met 41 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 2 augustus 2006, ondertekend door [verbalisant 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar), inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 6], aangeefster:

lk doe aangifte van vernieling. De verdachte heeft een goed wat mij geheel toebehoort zonder enig recht of toestemming vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt, dan wel weggemaakt.

Ik ben eigenaar van een personenauto, merk Nissan, type Almera, voorzien van het kenteken [GG-00-HH]. Op zaterdag 29 juli 2006 heeft mijn man de auto de auto thuis op de oprit van onze woning neergezet aan de [b-straat 1] te Beugen. Hem is toen niets aan de auto opgevallen. Op maandag31 juli 2006 zag mijn man dat er aan de rechterzijde in het plaatwerk tussen vijfde deur en achterportier een deuk zat. In de beplanting vlak bij de parkeerplaats waar de auto geparkeerd stond, vond ik een wit golfballetje.

Opmerking verbalisant: Ik, verbalisant, zag dat er een deuk tussen vijfde deur en rechterachterportier van de auto zat. Ik mat dat deze deuk op een hoogte zat van ongeveer 118 tot 120 centimeter. Ik zag dat deze deuk ter grootte was van een klein balletje, mogelijk een golfballetje.

6.

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-210146 (pagina's 42 tot en met 43 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 10 augustus 2006, ondertekend door [verbalisant 5] (burgerpersoneel), inboudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 7], wonende aan [adres], aangever:

Ik doe aangifte van vernieling. De verdachte heeft een goed wat mij geheel in eigendom toebehoort zonder enig recht of toestemming vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt, dan wel weggemaakt.

Op maandag 17 juli 2006 heb ik mijn groene Suzuki Wagon R, onbeschadigd geparkeerd op de oprit van voornoemde woning (het hof begrijpt de woning gelegen aan [adres]). Toen wij op 31juli 2006 terug kwamen van vakantie constateerde ik dat er 3 deukjes in de auto zaten. Ik heb van de buren vernomen dat ze 3 golfballetjes hebben gevonden, 2 van deze balletjes lagen onder mijn auto, en 1 balletje op de oprit van de buren.

7.

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Politie regio Limburg-Noord, District Ve/Gennep, mutatienummer PL2350/06-104384 (pagina's 43a tot en met 43b van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 11 augustus 2006, ondertekend door [verbalisant 7] (brigadier), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 8], wonende aan [adres], aangever:

Tussen zaterdag 29 juli 2006 en zondag 30 juli 2006 stond mijn auto, een Fiat Cinquecento, voorzien van het kenteken [II-00-JJ], voor mijn woning. Op het laatst genoemde tijdstip zag ik dat de auto vernield was. Ik zag namelijk dat de achterruit van de auto vernield was. Toen ik de auto nader bekeek zag ik in de auto een golfbal liggen.

8.

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Politie regio Limburg-Noord, District Ve/Gennep, mutatienummer PL2350/06-098237,in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 augustus 2006, ondertekend door [verbalisant 8] (brigadier), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 9], aangever:

Ik ben garagehouder en eigenaar van [...] gevestigd aan de [c-straat 1] te Gennep. Op 29 juli 2006 werd ik door mijn vader gewezen op enkele golfballetjes welke op de parkeerplaats voor het bedrijf lagen. Op de parkeerplaats staan verschillende auto's die tot de verkoopvoorraad van het bedrijf horen. Bij nadere controle zag ik dat een vijftal auto's lichte deukjes hadden voornamelijk aan de zijkanten van die auto's die gericht waren naar de straat.

De auto's die schade hebben zijn:

- Nissan Almera, [KK-00-LL]; portier rechts achter 3 deukjes.

- Deawoo Lanos, [MM-00-NN]: scherm links achter l deukje.

- Seat Cordoba Vario, [OO-00-PP]; beide portieren aan de linkerzijde in totaal 5 deukjes.

- Nissan Almera, [QQ-00-RR]: deukje in het linker achter portier.

- Ford KA, [SS-00-TT]; deukje in portier rechterzijde.

Ik gaf niemand toestemming/recht tot het plegen van dit feit.

Opmerking verbalisant: Door mij verbalisant is ter plaatse een onderzoek verricht. De personenauto's met schade werden mij getoond. De schade betroffen kleine deukjes vermoedelijk veroorzaakt door golfballetjes.

9.

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van Politie regio Limburg-Noord, District Ve/Gennep, mutatienummer PL2350/06-099097, in wettelijke vorm opgemaakt en op 3l juli 2006, ondertekend door [verbalisant 9] (surveillant), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 1], aangever:

Ik fietste op 28 juli 2006 omstreeks 23.55 uur over de Bleijenbeek in Afferden naar mijn woning aan [adres]. Ter hoogte en in de nabijheid van de kasteel(ruïne) 'Bleijenbeek' zag ik een tweetal auto's naderen. Deze personenauto's reden mij tegemoet en reden in de richting van Afferden. Ik heb gezien dat er in beide auto's meerdere personen zaten. Toen beide auto's mij op circa 5 meter waren genaderd, zag ik dat door de inzittenden, meerdere balletjes opzettelijk in mijn richting werden gegooid. Deze balletjes werden door de deels geopende portierramen van de beide personenauto's gegooid. In totaal werden circa 10 ballen opzettelijk in mijn richting gegooid. Een van de ballen raakte mijn hoofd en kwam tegen mijn linker oog. Ik voelde dat dit pijn deed. Een andere bal raakte mijn borstkas. Ook voelde ik pijn nabij mijn linkeroog en neus. Mijn linkeroog was helemaal opgezwollen. Het montuur van mijn bril is verbogen.

10.

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger heroep op 22 april 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 28 juli 2006 hen ik met [betrokkene 10, 11 en 12] in mijn personenauto Volkswagen Golf naar Afferden gereden. In Siebengewald zijn wij bij golfbaan gestopt en zijn er golfballen in mijn auto gekomen. Terwijl ik achter het stuur zat, hebben [betrokkene 10 en 11] golfballen uit de auto gegooid en laten stuiteren. Ik wist wel dat het gooien vanuit mijn personenauto gebeurde maar ik heb niet gezegd dat ze moesten stoppen met gooien. Het was niet mijn bedoeling om de in de ten laste legging genoemde persoon, woning en auto's te beschadigen. Ik heb echter geen rekening gehouden met de gevolgen, die heb ik op de koop toegenomen.

11.

Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-204777 (pagina's 54 tot en met 56 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 10] (hoofdagent) en [verbalisant 11] (brigadier), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van verdachte:

De route die ik reed (het hof begrijpt op 28 juli 2006) was vanaf de golfbaan naar Gennep. In Gennep de brug over via Oeffelt naar Boxmeer. Van Boxmeer naar Sint Anthonis. Onder het rijden hebben [betrokkene 10 en 11] met de golfballetjes op de weg gestuiterd. Plotseling kwam in de bebouwde kom van Sint Anthonis een Mercedes uit een zijstraat rechts de weg opgedraaid. Deze auto werd door een stuiterend balletje geraakt. Ik heb een doffe tik gehoord. Het zou best kunnen dat er op een andere plaats ook nog schade is ontstaan. Die balletjes zijn knoeperhard en stuiteren overal heen. Ik vond het wel geinig.

12.

Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-204777 (pagina's 57 tot en met 58 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 11] (brigadier), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van verdachte:

U zegt dat er een golfballetje dwars door een ruit van een woning is gegaan. Dat moeten wij geweest zijn. [Betrokkene 10 of 11] moet dat balletje gegooid hebben. Ik heb wel gezien dat die balletjes vreselijk stuiteren. De ballen gaan echt alle kanten op, echt niet normaal.

13.

Het ambtsedig proces-verhaal van verhoor van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-204777 (pagina's 67 tot en met 69 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 10] (hoofdagent), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 10]:

Op 28 juli 2006 omstreeks 21.15uur kwam [verdachte] mij met zijn personenauto Volkswagen, type Golf ophalen. Ik zat achterin de auto met [betrokkene 11]. Heijke zat rechts voorin en [verdachte] reed. We zijn naar de kermis in Afferden gereden. Omstreeks 00.00 uur op 29 juli 2006 reden we weg naar Gennep en kwamen we langs een golfbaan. Wij stapten uit en raapten golfballen op. Ik legde de golfballen op de achterbank van de auto van [verdachte]. Hierna reden we naar Gennep vanaf de golfbaan. We kwamen Gennep binnen via Heijen. Onderweg gooiden we golfballetjes uit de auto. Ik liet de golfballetjes uit mijn hand vallen terwijl we reden. De balletjes stuiterden hoog als je ze liet vallen. [betrokkene 11] gooide golfballen. Via Boxmeer gingen we naar Sint Anthonis. Onderweg bleven we balletjes gooien. Toen we in Sint Anthonis reden kwam er een auto ons tegemoet rijden. Een van de balletjes is vermoedelijk tegen die auto gekomen. We reden verder naar Gennep via Boxmeer. Onderweg werden er nog steeds balletjes naar buiten gegooid. Soms werden de balletjes hard naar buiten gegooid. Onderweg werden er diverse golfballetjes naar buiten gegooid. Ik snap dat er door die golfballetjes diverse vernielingen zijn aangericht. Ik hoorde af en toe een knal als een balletje iets raakte. Ik denk dat er golfballetjes zijn geweest die tegen auto's aan zijn gekomen. Ik denk dat er balletjes tegen woningen zijn aangekomen. De balletjes stuiterden alle kanten op als je ze op de weg gooit.

14.

Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-204777 (pagina 70 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 10] (hoofdagent), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 10]:

Het kan kloppen dat er een ruit kapot is gegaan aan de Maasstraat in Gennep toen we daar voorbij reden. Ik heb in Gennep wel golfballetjes uit de auto gegooid.

15.

Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van Regiopolitie Brabant-Noord, District Land van Cuijk, mutatienummer PL2152/06-204777 (pagina's 78 tot en met 80 van het dossier met dossiernummer PL2150/06-016001), in wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juli 2006, ondertekend door [verbalisant 11] (brigadier), inhoudende -zakelijk weergegeven- als verklaring van [betrokkene 11]:

Op 28 juli 2006 werd ik opgehaald door [verdachte]. [verdachte] haalde mij op in zijn auto een Volkswagen Golf. [betrokkene 10] zijn we thuis gaan ophalen. We zijn naar Afferden gereden. Hierbij kwamen we langs een golfbaan. We zijn daar gestopt. We zijn uitgestapt en zijn het terrein opgelopen. Aan de rand van de weg en het golfterrein zagen wij golfballetjes liggen. Die balletjes hebben wij gepakt. Hierna ben ik weer achterin de auto gaan zitten.

Ik zat steeds op de achterbank. Ik weet dat [verdachte] steeds de auto bestuurd heeft. Onder het rijden heb ik die balletjes naar buiten gegooid. Ik zag dat het balletje, nadat het uit de auto was gegooid, met bijna dezelfde snelheid als de auto stuiterde. Ik vond het wel grappig dat zo'n balletje zo hard kon stuiteren. Vanaf de golfbaan in Afferden zijn we via Heijen in Gennep gekomen. Ik ben vanaf het moment dat we wegreden al meteen met het gooien begonnen. Ook zijn we richting Boxmeer gereden. Ik kan mij herinneren dat we hierbij door Beugen zijn gereden."

6. Het hof heeft in zijn arrest ten aanzien van het voorwaardelijk opzet nog het volgende overwogen en beslist:

"Uit de verklaringen van verdachten en zijn mededaders bij de politie blijkt dat zij vanuit een rijdende auto een groot aantal harde golfballen met kracht naar buiten hebben gegooid en hebben laten stuiteren, waarbij deze ballen alle kanten op vlogen en de werpers zich niet bekreunden om de vraag of daardoor auto's, woningen en personen die zij passeerden zouden kunnen worden geraakt. Door aldus te handelen hebben verdachte en zijn mededaders willens en wetens minst genomen het aanmerkelijke risico op de koop toegenomen dat geparkeerde auto's, woningen en personen op hun route zouden worden geraakt en beschadigd, dan wel pijn zouden ondervinden of gewond zouden kunnen raken en hebben zij minst genomen voorwaardelijk opzettelijk in vereniging openlijk geweld tegen auto's, die woning en een persoon gepleegd."

7. In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats aangevoerd dat nu uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen hoeveel golfballetjes in de auto aanwezig waren en evenmin hoeveel van die balletjes per keer/per rechtsgoed uit de auto zijn gegooid, er geen statistische kansberekening met betrekking tot de raakkans is te geven, en dat derhalve het bewijs van de aanmerkelijke (raak)kans in casu ontoereikend is.

8. Ik stel voorop dat de beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond de inhoud van het begrip "aanmerkelijke kans" afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten.(2)

9. Uit de tot het bewijs gebezigde verklaringen van de medeverdachten [betrokkene 10] en [betrokkene 11] volgt dat zij, vanaf het moment van wegrijden bij de golfbaan met de golfballetjes op de achterbank, balletjes uit het raam zijn gaan gooien en dat ze dit onderweg bleven doen. Uit de als bewijsmiddelen 1 tot en met 9 opgenomen negen aangiftes volgt dat in ieder geval in zes van de incidenten meerdere golfballetjes zijn gegooid. Hieruit heeft het hof heeft kunnen afleiden dat er tijdens het afleggen van de route balletjes uit het raam gegooid zijn, waarbij ook meerdere balletjes tegelijk werden geworpen. Het gaat dus niet slechts om een voorval op een geconcentreerd moment tijdens het afleggen van de route. Uit de aangiftes volgt voorts dat er balletjes gegooid werden toen de verdachten langs woningen en auto's reden waarbij zij zich niet om eventuele voorbijgangers bekommerden. Verdachte heeft zelf verklaard dat ook binnen de bebouwde kom balletjes gegooid zijn. Het komt mij voor dat het gedurende het afleggen van een route, die ook een paar keer door de bebouwde kom voert, uit een autoraam gooien van stuiterende, harde golfballetjes, naar algemene ervaringsregelen de aanmerkelijke kans met zich brengt dat iets beschadigd zal worden of iemand gewond zal raken. Het ontbreken van gedetailleerde statistische gegevens ten behoeve van een kansberekening staat er niet aan in de weg dat de feitenrechter de kans op een gevolg naar algemene ervaringsregelen als aanmerkelijk kan waarderen. Het hof heeft met inachtneming van deze algemene ervaringsregelen uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat er sprake was van een aanmerkelijke kans dat de balletjes voorwerpen en personen langs de route zouden treffen, waardoor die beschadigd of gewond zouden kunnen raken. 's Hofs oordeel, dat er minst genomen een aanmerkelijk risico was dat auto's, woningen en personen op de route zouden worden geraakt en beschadigd, dan wel pijn zouden ondervinden of gewond zouden raken, is niet onbegrijpelijk en getuigt evenmin van een onjuiste rechtsopvatting.

10. De tweede grief in de toelichting betreft het bewijs van de aanvaarding van een aanmerkelijke kans door de verdachte. Betwist wordt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen wetenschap kan blijken van het aantal balletjes dat per keer uit de auto werd gegooid en of de balletjes iets of iemand raakten. 's Hofs oordeel dat verdachte willens en wetens minst genomen het aanmerkelijke risico op de koop toe heeft genomen dat geparkeerde auto's, woningen en personen op hun route zouden worden geraakt en beschadigd, dan wel pijn zouden ondervinden of gewond zouden kunnen raken is daarom onbegrijpelijk, aldus de grief.

11. De steller van het middel voert in de eerste plaats aan dat de verklaring van verdachte, opgenomen als bewijsmiddel, niet redengevend is voor het voorwaardelijk opzet voor zover hij heeft verklaard: "Het was niet mijn bedoeling om de in de tenlastelegging genoemde persoon, woning en auto's te beschadigen. Ik heb echter geen rekening gehouden met de gevolgen, die heb ik op de koop toe genomen", nu uit deze verklaring niet volgt dat verdachte zich bewust was van een aanmerkelijke kans en hij dan ook niet bewust een aanmerkelijke kans heeft aanvaard.

12. De uitdrukking dat gevolgen op de koop toe worden genomen drukt in essentie de aanvaarding uit van het risico dat die gevolgen zich zullen voordoen. Wanneer het daarbij gaat om naar algemene ervaringsregelen te voorziene gevolgen van een gedraging hoeft geen bijzondere wetenschap bij de handelende persoon te worden aangetoond om die gevolgen binnen de reikwijdte van zijn aanvaarding te plaatsen, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel.

13. Het middel faalt derhalve in alle onderdelen.

14. Het tweede middel klaagt dat het hof de verbeurdverklaring van de auto van verdachte heeft gemotiveerd op gronden die deze verbeurdverklaring niet kunnen dragen, nu het hof het verweer van de raadsman dat de gevorderde verbeurdverklaring buitenproportioneel is heeft verworpen op gronden die deze niet, althans niet zonder meer kunnen dragen.

15. Het hof heeft ten aanzien van de verbeurdverklaring het volgende overwogen en beslist:

"Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het onder 1. ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de gevorderde verbeurdverklaring van de personenauto van verdachte buitenproportioneel is. Het hof is anders dan de raadsman van oordeel dat, gelet op de betrekkelijk geringe waarde van de personenauto, de verbeurdverklaring van de auto passend is."

16. In het middel wordt aangevoerd dat het Hof heeft gelet op de betrekkelijk geringe waarde van de personenauto zonder dat het hof heeft vermeld welke waarde het betreft en op grond waarvan het hof tot die waardebepaling is gekomen.

17. Ter terechtzitting van het hof van 22 april 2010 heeft verdachte verklaard dat bedoelde personenauto een Volkswagen Golf met kenteken [UU-00-VV] betrof. Uit dat kenteken blijkt dat het om een oudere auto gaat, om precies te zijn een auto uit 1993(3). In dat licht is 's Hofs overweging dat het een personenauto met een betrekkelijk geringe waarde betreft niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het Hof niet gehouden, in aanmerking genomen dat blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 22 april 2010 het door de raadsman aangevoerde niet meer inhoudt dan dat hij de door de advocaat-generaal gevorderde verbeurdverklaring van de personenauto van verdachte buitenproportioneel vindt, zonder dat de raadsman aangeeft waarom hij dat vindt en van welke waarde van de auto hij dan wel uitgaat.

18. Het middel faalt derhalve.

19. Het derde middel klaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.

20. Het middel is terecht voorgesteld. Op 11 mei 2010 is beroep in cassatie ingesteld en de stukken zijn eerst op 14 februari 2001, ruim negen maanden later, bij de Hoge Raad ingekomen. De redelijke termijn is derhalve overschreden. Gelet echter op de opgelegde straf en de mate van overschrijding meen ik dat de Hoge Raad kan volstaan met de constatering van die overschrijding.(4)

21. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

22. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Deze zaak hangt samen met de zaken 10/02427 en 10/02429 tegen verdachte, waarin ik heden eveneens concludeer.

2 Vgl. HR 25 maart 2003, LJN: AE9049, NJ 2003/552; HR 13-12-2011, LJN: BT7123.

3 Voertuiggegevens bij een kenteken zijn te vinden op www.rdw.nl.

4 Vgl. HR 17 juni 2008, LJN: BD 2578, NJ 2008/358 m.nt P.A.M. Mevis; HR 17 januari 2012, LJN: BU4232.