Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BV7505

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
10-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
11/01827 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BV7505
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. Hetgeen in de aanvrage is aangevoerd kan niet een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457.1.2° Sv. Afwijzing aanvrage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 11/01827 H

Mr. Machielse

Zitting 24 januari 2011

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. Bij onherroepelijk geworden arrest van 29 april 2005 heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch aanvrager van herziening wegens "Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen" veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden en gelast dat hij ter beschikking zal worden gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege.(1)

2. Namens aanvrager heeft mr. J. Serrarens, advocaat te Maastricht, een aanvraag tot herziening ingediend.

3. Aanvrager is veroordeeld voor het betasten van de billen en de schaamstreek van de destijds zesjarige [slachtoffer], toen zij in het weekend van 23 tot en met 25 juli 2004 bij haar vader logeerde in het woonhotel waar aanvrager werkzaam en woonachtig was.

4. Het hof heeft voor het bewijs gebruik gemaakt van verklaringen van de beide ouders van [slachtoffer], een door [slachtoffer] zelf tijdens een studioverhoor afgelegde verklaring en de verklaring van verdachte, inhoudende dat de kinderen bij hem film keken en dat [slachtoffer] één keer, met haar broertje, bij hem op de kamer heeft geslapen toen hun vader langer in de kroeg bleef.

5. Het genoemde studioverhoor vond plaats op 11 augustus 2004. Het is afgenomen in een speciaal daarvoor bestemde ruimte door een zedenrechercheur die gecertificeerd was voor het horen van jonge getuigen. Van het verhoor zijn audiovisuele opnamen gemaakt. Het proces-verbaal dat de verhorend brigadier van politie heeft opgemaakt bevat daarom slechts een samenvatting. Daaruit heeft het hof het volgende voor het bewijs gebezigd:

"Op 11 augustus 2004 hoorde ik, verbalisant, in de interviewruimte in het bureau van politie te Eindhoven [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1998. Hieronder wordt volstaan met het weergeven van een samenvatting van het verhoor.

Ik heb aan [slachtoffer] gevraagd wat je met de billen kunt doen. [Slachtoffer] antwoordde poepen en piesen. Ik wees bij de anatomische tekening van een meisje naar het kruis van het meisje. Ik heb aan [slachtoffer] gevraagd hoe dat heet. [Slachtoffer] zei: dat heet een plassertje. Met een plassertje kun je piezelen en poepen.

Ik heb aan [slachtoffer] gevraagd of iemand haar wel eens aan haar lijf had aangeraakt. [Slachtoffer] antwoordde: "Mama wel, mocht wel van mij. Alleen maar [aanvrager](2) niet". Ik heb aan [slachtoffer] gevraagd of [aanvrager] dat wel eens gedaan heeft. Ik zag dat [slachtoffer] ja knikte met haar hoofd. Ik heb aan [slachtoffer] gevraagd waar hij haar dan aangeraakt had. [Slachtoffer] wees hierna op de tekening naar het kruis van het meisje en zei: "daar en aan mijn kont". Ik heb aan [slachtoffer] gevraagd wie haar daar had aangeraakt. [Slachtoffer] antwoordde: "[aanvrager]".(3)

6. Ten aanzien van het bewijs heeft het hof overwogen dat het studioverhoor soms moeizaam lijkt te zijn gegaan en dat soms sturende vragen lijken te zijn gesteld, reden om het in het kader van de bewijslevering met grote omzichtigheid te bezigen. Het hof heeft bijzonder gewicht toegekend aan de verklaring van [slachtoffer]'s moeder, dat [slachtoffer] spontaan, in reactie op de vraag of de kinderen het leuk hadden gehad bij hun vader en hoe het weekend was geweest, zei "Nee, ik heb bij [aanvrager] geslapen". De verklaring van [slachtoffer] tijdens het verhoor sluit daar in voldoende mate bij aan. Daarbij komt dat verdachte in dat weekend gelegenheid heeft gehad om ontuchtige handelingen met [slachtoffer] te plegen. Ten overstaan van de rechtbank heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer] en haar broertje op een dekbed in zijn kamer hebben geslapen. Dit sluit aan bij hetgeen [slachtoffer] tegen haar moeder heeft gezegd en wel dat zij wakker werd doordat verdachte met zijn hand in haar onderbroek ging, aldus - voor zover hier van belang - de nadere bewijsoverweging van het hof.

7. In de aanvraag wordt aangevoerd dat [slachtoffer] en haar broertje op 24 november 2004 bij de politie verklaringen hebben afgelegd die ontlastend zijn voor aanvrager. [Slachtoffer] zou op die datum hebben verklaard dat haar vader haar vagina, borsten en billen had betast en dat hij naaktfoto's van haar had gemaakt. Op de vraag of ook anderen dan haar vader ooit zoiets met haar hebben gedaan zou [slachtoffer] duidelijk ontkennend hebben geantwoord. Haar broertje zou ook hebben gesproken over seksuele handelingen door hun vader met of bij [slachtoffer] en hij zou hebben verklaard dat "alleen papa" hierbij aanwezig was geweest.

Bij de aanvraag is een DVD gevoegd, waarop het studioverhoor van [slachtoffer] op 24 november 2004 is te zien en te horen. Het OM heeft deze DVD aan de advocaat van aanvrager verstrekt.

8. De opname van het voor het bewijs gebezigde verhoor van 11 augustus 2004 noch de opnamen van de op 24 november 2004 afgenomen verhoren met [slachtoffer] en met haar broertje bevinden zich bij de door het hof aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding. Van de laatstgenoemde verhoren heb ik evenmin transcripties of processen-verbaal aangetroffen. Uit de stukken blijkt op generlei wijze dat het hof kennis heeft gehad van de op 24 november 2004 afgenomen verhoren.

9. Ik heb de bij de aanvraag gevoegde DVD bekeken. Het studioverhoor van [slachtoffer] op 24 november 2004 was erop gericht haar te laten verklaren over haar vader.(4) In het vraag-en-antwoordgesprek met de rechercheur vertelt het meisje dat haar vader haar vagina, haar billen en haar borst heeft betast. Meer specifiek verklaart ze dat ze een keer met haar broertje bij hun vader in bed heeft geslapen en dat zij toen wakker werd doordat hij met twee vingers in haar vagina ("potje") ging. Ook zou haar vader een keer naaktfoto's van haar hebben genomen. [Slachtoffer] verklaart ook dat haar vader een geheimpje heeft met een vriend, haar oom [betrokkene 1]. Gedurende dit verhoor noemt zij verder alleen haar moeder en haar broertje. Aan het eind van het verhoor gaat het over het nemen van foto's en stelt de rechercheur de vraag, of iemand anders wel eens zoiets als waar ze het net over hebben gehad bij [slachtoffer] heeft gedaan. Het antwoord op deze vraag is "nee".

10. Bij een aanvraag tot herziening, die is gegrond op een verklaring van een getuige die afwijkt van eerder in de strafzaak door die getuige afgelegde verklaringen, moet de aanvrager aannemelijk maken dat en waarom die getuige van een de aanvrager belastende verklaring terugkomt.(5)

In casu is dat niet gebeurd. Ik ben evenwel van mening dat, gelet op de aard van het feit waarvoor aanvrager is veroordeeld in combinatie met de jeugdige leeftijd van de getuige en de wijze waarop de verklaringen tot stand zijn gekomen, het niet van aanvrager kan worden verlangd dat hij aannemelijk maakt waarom [slachtoffer] op 24 november 2004 zou terugkomen van de verklaring die zij op 11 augustus 2004 aflegde.

11. [Slachtoffer]'s latere verklaring is echter van onvoldoende gewicht om een novum te kunnen aannemen, tegenover de door het hof gebezigde bewijsconstructie.(6) Die stoelt onder meer op specifieke verklaringen die [slachtoffer] relatief kort na de bewezenverklaarde periode en deels spontaan heeft afgelegd. De bij de aanvraag gevoegde verklaring dateert niet alleen van enkele maanden later, zij gaat ook over een specifieker onderwerp dan het plegen van ontucht, te weten over het nemen van foto's.(7) Vanaf 11:20:35 wordt er hoofdzakelijk gesproken over de vraag of de vader van het kind wel eens foto's van haar heeft genomen. De interviewster vraagt tenslotte of iemand anders wel eens zoiets bij [slachtoffer] heeft gedaan, waarop zij "nee" antwoordt (11:23:07). Het accent lag op het maken van foto's terwijl het meisje naakt was, niet meer op het ontuchtig betasten. Op een zeker moment (11:21:47) is er nog even terloops sprake van het ontuchtig betasten van het kind. De vraag die dan wordt gesteld, of iemand anders ook zoiets heeft gedaan, wordt door het meisje niet beantwoord en zou ook heel gemakkelijk als een vraag over het maken van de foto's kunnen worden begrepen. Het ontkennend antwoord waarmee het interview sluit lijkt mij duidelijk bedoeld als een reactie op de vraag die [slachtoffer] kennelijk aldus heeft begrepen of nog iemand anders dan haar vader zulke foto's van haar heeft gemaakt. Ik ben dus anders dan de steller van de aanvraag van mening dat het ontkennend antwoord van [slachtoffer] op een vraag van de interviewster in redelijkheid niet dient te worden begrepen in die zin, dat alleen haar vader seksuele handelingen met haar heeft verricht, maar aldus, dat haar vader de enige is geweest die foto's van haar heeft gemaakt.

Daargelaten hoe de betrouwbaarheid van het op 24 november 2004 afgenomen studioverhoor moet worden beoordeeld, is [slachtoffer]'s verklaring van die datum mijns inziens niet van dien aard dat zij het ernstige vermoeden wekt dat het hof, indien het daarmee bekend was geweest, aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is.

12. Deze conclusie strekt tot afwijzing van de aanvraag tot herziening.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Het cassatieberoep dat namens aanvrager als verdachte tegen dit arrest is ingesteld heeft de Hoge Raad verworpen bij arrest van 13 juni 2006, LJN AX3750, nr. 01787/05 (niet gepubliceerd).

2 AM: [aanvrager] is de voornaam van verdachte.

3 Het hof heeft in de bewijsconstructie weggelaten dat [slachtoffer] in dit verband ook haar vader noemde. De desbetreffende alinea uit het proces-verbaal luidt: "Ik, verbalisant, heb aan [slachtoffer] gevraagd of iemand anders haar wel eens aan haar lijf had aangeraakt. [Slachtoffer] antwoordde "niemand". Ik, verbalisant, heb aan [slachtoffer] gevraagd of haar mama haar niet had aangeraakt. [Slachtoffer] antwoordde "Wel, mocht wel van mij. Alleen papa en [aanvrager] niet." Ik, verbalisant, heb aan [slachtoffer] gevraagd of zij dat wel eens gedaan hadden. Ik, verbalisant, zag dat [slachtoffer] "ja" knikte met haar hoofd. [Slachtoffer] zei "Toen was ik allebei boos op [aanvrager] en papa. Ik, verbalisant, heb aan [slachtoffer] gevraagd waar zij haar dan aangeraakt hadden. [Slachtoffer] wees hierna op de tekening naar het kruis van het meisje en zei "daar en aan mijn kont". Ik, verbalisant, heb aan [slachtoffer] gevraagd wie haar daar had aangeraakt. [Slachtoffer] antwoordde "papa en [aanvrager]"."

4 Aan het begin van het verhoor wordt aan [slachtoffer] gevraagd waarover ze komt praten. Zij antwoordt "papa".

5 HR 10 juni 2003, LJN AF9724.

6 Vgl. HR 20 december 2011, LJN BU8751, nr. 11/01156/H (niet gepubliceerd).

7 Na het bekijken van de DVD merk ik nog op dat het tevens het antwoord betreft op een vraag die is gesteld op een moment dat [slachtoffer] duidelijk genoeg had van het verhoor.