Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BV3409

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
23-03-2012
Datum publicatie
23-03-2012
Zaaknummer
11/05319
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BV3409
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Griffierecht voldaan na in art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken genoemde termijn; cassatieberoep niet-ontvankelijk, art. 282a lid 2 jo. 427b Rv. Deskundigheid advocaat; omstandigheden rechtvaardigen geen beroep op hardheidsclausule art. 127a lid 3 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/450
Prg. 2012/162
JWB 2012/151

Conclusie

11/05319

Mr. F.F. Langemeijer

3 februari 2012 (incident griffierecht)

Conclusie inzake:

[Verzoeker]

tegen

De Staat der Nederlanden

1. Bij op 1 december 2011 ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] (tijdig) beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 1 september 2011.

2. Ingevolge artikel 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken diende [verzoeker] te zorgen dat het door hem verschuldigde griffierecht binnen vier weken na de indiening van het verzoekschrift zou zijn bijgeschreven op de rekening van de Hoge Raad, dan wel ter griffie van de Hoge Raad zou zijn gestort. De termijn liep af op 29 december 2011, maar het griffierecht is eerst op 5 januari 2012 voldaan. Dat brengt mee dat [verzoeker] op grond van het bepaalde in artikel 282a lid 2 in verbinding met artikel 427b Rv niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard in zijn beroep(1).

3. Bij brief van 5 januari 2012 heeft de advocaat van [verzoeker] zich uitgelaten over de te late betaling van de griffierechten. Hij stelt dat er ten gevolge van de nieuwe regeling rond de betaling van de griffierechten iets is misgegaan in de communicatie met [verzoeker], die de griffierechten rechtstreeks zou voldoen, en verzoekt in verband met de aanloopproblemen bij de invoering van het nieuwe griffierechtenstelsel het verzuim als verschoonbaar aan te merken.

4. In de brief worden geen omstandigheden genoemd die nopen tot het buiten toepassing laten van artikel 282a lid 2 in verbinding met artikel 427b Rv op de in artikel 282a lid 4 Rv genoemde grond, hierna aangeduid als de 'hardheidsclausule'. Ook anderszins is niet gebleken van omstandigheden die meebrengen dat toepassing van voornoemde artikelen, gelet op het belang van [verzoeker] bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Voor zover de advocaat van [verzoeker] heeft beoogd een beroep te doen op de hardheidsclausule, moet dat beroep dan ook falen.

5. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

a. - g.

1 Vgl. HR 9 december 2011 (LJN: BU7291).