Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2012:BU5207

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
24-01-2012
Datum publicatie
24-01-2012
Zaaknummer
09/04326 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BU5207
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Op grond van de inhoud van een brief van de griffier van de Rb moet worden aangenomen dat de originele beschikking van de Rb in het ongerede is geraakt. Dat brengt mee dat het in cassatie ervoor moet worden gehouden dat die beschikking niet meer beschikbaar zal komen, waardoor zij in cassatie niet kan worden getoetst. De bestreden beschikking kan daarom niet in stand blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/210
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/04326 B

Mr. Knigge

Zitting: 15 november 2011

Conclusie inzake:

[Klaagster]

1. Bij beschikking van 30 september 2009(1) heeft de Rechtbank Dordrecht beslist op het beklag van klaagster strekkende tot teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen, diverse papieren bescheiden en een in beslaggenomen auto.

2. Tegen deze beschikking is namens klaagster cassatieberoep ingesteld.

3. Namens klaagster heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht aanvankelijk één middel en later - bij nadere cassatieschriftuur - twee middelen(2) van cassatie voorgesteld.

4. Het eerste middel klaagt over de motivering van de bestreden beschikking.

4.1. Voordat ik aan de bespreking van dit middel toekom, zal ik eerst uiteenzetten wat er in de cassatieprocedure aan deze conclusie vooraf is gegaan. Op 26 oktober 2009 is namens klaagster beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking "d.d. 30 september 2009."(3) Bij brief van 11 februari 2011 heeft de raadsman van klaagster de Rolraadsheer verzocht om een "compleet afschrift van de beschikking van de rechtbank Dordrecht van 30 september 2009." In afwachting van die - complete - beschikking heeft de raadsman vervolgens op 17 februari 2011(4) een cassatieschriftuur ingediend. Die schriftuur bevat één middel dat klaagt over de incomplete beschikking. De uit twee bladzijden bestaande beschikking waartegen het cassatieberoep is gericht lijkt inderdaad - zoals de raadsman in zijn (eerste) schriftuur betoogt - een pagina, althans een gedeelte, te missen. Zo luidt de laatste alinea van pagina 1 van de beschikking:

"De raadkamer oordeelt dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van de personenauto en de voormelde bescheiden, vermeld op de beslaglijst. Dit nu voldoende aannemelijk is gemaakt dat voortduring van het beslag in redelijkerwijze nodig is in het kader"

Het vervolg hierop bovenaan de tweede pagina luidt als volgt:

"Daarom oordeelt de raadkamer dat ten aanzien van de Audi A4 met kenteken [AA-00-BB] het belang van strafvordering zich tegen de opheffing van het beslag verzet en verklaart het klaagschrift op dit punt ongegrond. Ten aanzien van de geldsommen gelast de raadkamer de teruggave en voorts verzoekt zij de officier van justitie fotokopieën te maken van de op de beslaglijst onder A3, A5 en A32 genoemde papieren bescheiden en deze fotokopieën aan klaagster te verstrekken."

4.2. Het gedeelte dat ontbreekt lijkt dus betrekking te hebben op de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag tegen de inbeslaggenomen auto. Het dictum van de hierboven bedoelde beschikking bevat twee beslissingen, te weten (i) een gegrondverklaring van het beklag tegen de inbeslaggenomen geldbedragen en (ii) een ongegrondverklaring van het beklag tegen de inbeslaggenomen auto.

4.3. In reactie op de door de Hoge Raad bij de Rechtbank opgevraagde - complete - beschikking is bij de Hoge Raad op 14 maart 2011 een schriftelijke verklaring van mr. A.J. den Besten, juridisch medewerker van de Rechtbank Dordrecht,(5) binnengekomen. Uit die verklaring blijkt dat de in eerste instantie naar de Hoge Raad verzonden - en bij klaagster bekende - beschikking niet een "correct exemplaar" is. De tweede pagina van die (incorrecte) beschikking zou nog een concept-versie betreffen. Mr. Den Besten heeft de beschikking "zoals de Rechtbank die bedoeld had" aan zijn verklaring gehecht. De tweede pagina van de "door de rechtbank bedoelde versie" sluit wel aan bij de eerste pagina. Daardoor is de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag tegen de inbeslaggenomen auto aangepast. Ook het dictum verschilt. In de aangepaste versie van de beschikking bevat het dictum vier beslissingen (in plaats van twee). Een ander verschil is dat de beschikking is gedateerd op 23 september 2009(6) en niet is ondertekend. Het wekt geen verbazing dat deze gang van zaken aanleiding heeft gegeven tot de nodige verwarring aan de zijde van klaagster. Dat wordt overigens ook door Mr. den Besten onderkend. Aan het slot van zijn brief schrijft hij:

"Het is voor ons, ondanks naspeuringen, op dit moment onduidelijk welk dictum is uitgesproken. Wel is duidelijk, als hiervoor vermeld, welke (gemixte) versie verstrekt is. In de bijlage vindt u de beschikking zoals de rechtbank deze bedoeld heeft en zoals die aan de procespartijen toe had moeten komen. Nu er een niet correct exemplaar is afgegeven en niet duidelijk is of het derde bedoelde gedachtestreepje(7) ook is uitgesproken, is het voor ons onmogelijk om het origineel u te doen toekomen met een kopie-conformstempel. Complicerende factor is dat het origineel, getekende, exemplaar onvindbaar is. Ik betreur het dat het zo gelopen is, maar zie helaas geen oplossing."

4.4. Ik keer terug naar het eerste middel. Dat klaagt in de eerst ingediende schriftuur over de motivering van de aan klaagster toegezonden (concept)versie van de beschikking. Het eerste middel vervat in de nadere cassatieschriftuur richt zich tevens tegen de beschikking "zoals de Rechtbank die bedoeld had". Die versie van de beschikking is, zoals hierboven al aan de orde kwam, in het geheel niet ondertekend. Reeds daarom zal aan die beschikking in cassatie moeten worden voorbijgegaan.

4.5. Het aanvankelijk aan de Hoge Raad toegezonden exemplaar van de beschikking wekte het vermoeden dat een onjuiste of incomplete beschikking was ingezonden. De door de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen bevestigen dat vermoeden. Op grond van die inlichtingen moet worden aangenomen dat de originele beschikking in het ongerede is geraakt, waardoor toetsing in cassatie niet wel mogelijk is. Voor zover het middel daarover klaagt, is het gegrond.

5. Het middel slaagt dus. Om die reden behoeft het tweede middel geen bespreking meer.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing tot terug- of verwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Zo dadelijk zal blijken dat er ook een variant van de bestreden beschikking bestaat die dateert van 23 september 2009, maar het cassatieberoep is volgens de akte van cassatie ingesteld tegen een beschikking die op 30 september 2009 is gedateerd.

2 Hierna, onder 4, licht ik toe hoe de procedure in cassatie tot nu toe is verlopen en waarom mr. Nan in de gelegenheid is gesteld om een nadere schriftuur in te dienen.

3 Ten overvloede merk ik op dat de bestreden beschikking op 16 oktober 2009 aan klaagster is betekend; het cassatieberoep is dus tijdig ingesteld.

4 Onderaan de schriftuur staat abusievelijk 11 februari 2010 vermeld.

5 Mr. den Besten was blijkens de slotalinea van de bestreden beschikking de bij de onderhavige beklagzaak betrokken griffier.

6 Terwijl de behandeling van het klaagschrift in de raadkamer op 23 september 2009 heeft plaatsgevonden en het proces-verbaal van die behandeling vermeldt dat binnen twee weken een beslissing op het beklag zal worden genomen.

7 Dit betreft de beslissing dat het openbaar ministerie aan klaagster de afschriften moest verstrekken van, kort gezegd, de inbeslaggenomen bescheiden.