Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BU6482

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
02-12-2011
Datum publicatie
02-12-2011
Zaaknummer
09/04089
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BU6482
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Cassatie. Intrekking cassatieverzoek. Dit heeft enkel tot gevolg dat aangevoerde middelen niet meer kunnen worden onderzocht (HR 15 mei 1981, LJN AG4191, NJ 1982/185). Derhalve volgt verwerping van het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1496
NJ 2011/573
JWB 2011/586
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Zaaknr. 09/04089

mr. E.M. Wesseling-van Gent

Parket, 16 september 2011

Conclusie inzake:

Hotel Y Boulevard Monumenten B.V.

tegen

ING Bank N.V.

en

als belanghebbenden:

1. Hotel Y Boulevard v.o.f.

2. Kesefa 816 Monumenten B.V.

3. Nationale Nederlanden Financiële Diensten B.V.

In deze zaak is het cassatieverzoek door verzoekster in cassatie, hierna: Hotel Y Boulevard Monumenten, ingetrokken nadat verweerster in cassatie, ING, en één van de belanghebbenden een verweerschrift hadden ingediend.

1. Procesverloop in cassatie

1.1 Hotel Y Boulevard Monumenten is bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de Hoge Raad op 8 oktober 2009, in cassatie gekomen van de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 29 september 2009.

1.2 ING heeft een verweerschrift ingediend, alsmede belanghebbende onder 2, Kesefa 816 Monumenten. Belanghebbenden onder 1 en 3 hebben geen verweer gevoerd.

1.3 Nadat de secretaresse van de cassatieadvocaat van Hotel Y Boulevard Monumenten de griffie van de Hoge Raad in augustus 2010 telefonisch heeft meegedeeld dat het cassatieverzoek wordt ingetrokken, heeft de intrekking plaatsgevonden bij brief van 18 april 2011 aan de civiele griffie van de Hoge Raad.

1.4 Bij brief van 10 mei 2011 heeft de cassatieadvocaat van ING de Hoge Raad verzocht om Hotel Y Boulevard Monumenten niet-ontvankelijk te verklaren in haar cassatieberoep, althans het cassatieberoep te verwerpen, en haar te veroordelen in de proceskosten.

2. Beoordeling

2.1 Zolang de Hoge Raad zijn beschikking nog niet heeft gegeven, kan de verzoeker tot cassatie zijn verzoek intrekken zonder daartoe de toestemming van de verweerder in cassatie nodig te hebben. De intrekking heeft enkel tot gevolg dat de door verzoeker tot cassatie aangevoerde cassatiemiddelen niet meer kunnen worden onderzocht(1).

2.2 De intrekking van het verzoek is materieel te vergelijken met vermindering van het verzoek tot nihil(2). In de beschikking kunnen de proceskosten op de gebruikelijke wijze van art. 289 Rv. worden meegenomen.

2.3 M.i. dient het cassatieberoep te worden verworpen met een beslissing over de kosten die Uw Raad vermeent te behoren.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep als onder 2.3 vermeld.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 HR 15 mei 1981, LJN AG4191 (NJ 1982, 185 m.nt. Heemskerk) en de conclusie van A-G Ten Kate vóór dit arrest; vgl. HR 18 februari 1994, LJN ZC1278 (NJ 1994, 604 m.nt. Ras). Zie voorts artikel 15.2 van het Reglement rekestzaken van de civiele kamer van de Hoge Raad der Nederlanden, Stcrt. 31 december 2010, nr. 21522.

2 J.E. Bosch-Boesjes, Voortijdige beëindiging van civiele procedures, Gouda Quint, 1998, p. 31; vgl. HR 18 februari 1994, LJN ZC1278 (NJ 1994, 604 m.nt. Ras).