Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BU3666

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
10/04929
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BU3666
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Aanwezigheidsrecht. Ter terechtzitting van het Hof is de verdachte niet verschenen. Het Hof heeft verstek verleend tegen de verdachte. Op grond van de inhoud van het zich bij de stukken bevindende faxbericht van de Officier van Justitie, moet worden aangenomen dat de verdachte -nadat hij in de onderhavige zaak hoger beroep had ingesteld- op grond van een Europees aanhoudingsbevel voorlopig ter beschikking is gesteld van de Italiaanse autoriteiten, maar dat hem door miscommunicatie binnen het OM vervolgens niet de in art. 36 Overleveringswet gewaarborgde mogelijkheid is geboden om de behandeling van het hoger beroep bij te wonen. In aanmerking genomen het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, brengt dit mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2011, 380
NJB 2011/2159
RvdW 2011/1413

Conclusie

Nr. 10/04929

Mr. Machielse

Zitting 13 september 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij verstek op 23 augustus 2010 het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de Rechtbank Amsterdam van 8 juli 2009, met toepassing van het tweede lid van artikel 416 Sv Sv niet-ontvankelijk verklaard.

2. Mr. M. van Delft, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld. Mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt dat het recht van verdachte om in hoger beroep aanwezig te zijn bij zijn berechting is geschonden. De dagvaarding van hoger beroep is weliswaar op correcte wijze uitgereikt, maar aan het hof was niet bekend dat verdachte op 3 februari 2010 voorlopig ter beschikking was gesteld van de Italiaanse autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel. Aan de schriftuur is een schrijven gehecht, gericht aan verdachte en afkomstig van het Internationaal Rechtshulp Centrum Amsterdam waarin is te lezen dat verdachte door een miscommunicatie binnen het OM niet in staat is geweest om de zitting in hoger beroep bij te wonen, omdat verdachte op 3 februari 2010 ter beschikking is gesteld van de Italiaanse autoriteiten.

3.2. Aan de betrouwbaarheid en herkomst van dit schrijven kan in redelijkheid niet worden getwijfeld, temeer niet nu inmiddels aan de administratie van de Hoge Raad door het IRC Amsterdam een fax is verzonden op 8 augustus 2011 waarin dezelfde informatie is opgenomen.

Achteraf blijkt aldus dat - in tegenstelling van wat op het eerste gezicht aannemelijk is - feitelijk aan het recht van verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht is tekort gedaan.(1)

In aanmerking genomen het grote belang van verdachte om bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep aanwezig te zijn met het oog op de mogelijkheid mondeling zijn bezwaren op te geven tegen het bestreden vonnis van eerste aanleg dient verdachte in de gelegenheid te worden gesteld om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.

4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak opdat deze op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 HR 17 januari 2006, NJ 2006, 662 m.nt. Schalken; HR 28 februari 2006, LJN AU8094; HR 19 december 2006, LJN AZ11660; HR 21 december 2010, LJN BO2974.