Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BT6457

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29-11-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
10/04335
Formele relaties
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHSHE:2009:BK4080
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BT6457
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Gegronde bewijsklacht witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2011/2280
RvdW 2011/1525

Conclusie

Nr. 10/04335

Mr. Vegter

Zitting 27 september 2011 (bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij arrest van 18 november 2009 wegens "Witwassen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden. Voorts bevat het arrest enige bijkomende beslissingen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander als in het arrest vermeld.

2. Mr. A.M.J.C. Janssen, advocaat te Eindhoven, heeft cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. A.G. van den Biezenbos, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

3.1. Het middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, althans dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd.

3.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 juni 2007, in Nederland, van voorwerpen, te weten van twee auto's, heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen waren, terwijl hij wist dat die voorwerpen -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf."

3.3. Ten aanzien van de bewezenverklaring heeft het Hof het volgende overwogen(2):

"De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat de verdachte van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe - kort gezegd en voor zover na de hiervoor overwogen partiƫle vrijspraak nog van belang - aangevoerd dat niet is bewezen dat de in beslag genomen auto's middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf. Het bewijs gaat niet verder dan de vermogensvergelijking van de Belastingdienst terwijl deze uitgaat van onjuiste bedragen, nu de verdachte bijvoorbeeld een uitkering van een stichting heeft gehad en zijn uitkering van de gemeentelijke sociale dienst heeft moeten terugbetalen, aldus de raadsman.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof het volgende vast.

Op 28 juni 2007 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van de woning van de verdachte, aan de [c-straat 1] te [plaats]. Voor deze woning werd onder meer een Mercedes Benz, type E 270 CDI en voorzien van kenteken [EE-00-FF], aangetroffen. In de kofferruimte van deze Mercedes werden zes verhuisdozen met daarin henneptoppen aangetroffen. Het totaalgewicht bedroeg 33,1 kilogram.

Op een groenstrook behorende bij het woonwagenkamp gelegen aan de [a-straat] te [plaats] werd verder nog een Mercedes Benz, type SLK 230 kompressor Roadster en voorzien van kenteken [GG-00-HH] aangetroffen.

Ten aanzien van de Mercedes Benz met kenteken [EE-00-FF]

De Mercedes was op naam gesteld van [betrokkene 3], zijnde de moeder van de verdachte. Zij verklaarde dat deze Mercedes een familieauto was en dat haar zoon, de verdachte, de auto had gekocht en bovendien alles met betrekking tot die auto regelde en betaalde. Ook heeft zij verklaard dat verdachte de auto vaak gebruikte. Hij zette de auto 's avonds altijd weer op de plaats.

Bij navraag in het Nationaal Schengen informatiesysteem bleek dat de aansprakelijkheid voor de Mercedes in de periode, voordat deze op naam stond van [betrokkene 3], lag bij [betrokkene 4]. Zijn aansprakelijkheid liep van 15 augustus 2006 tot en met 30 januari 2007.

[Betrokkene 4] verklaarde dat hij de Mercedes had verkocht aan ene [verdachte], die hij omschreef als de zoon van zijn zus, die [betrokkene 5] heet, (het hof begrijpt: de verdachte). De verdachte ruilde daartoe een auto in en betaalde hem daarboven een bedrag van EUR 7.000.--.

De verdachte verklaarde tegenover de politie dat hij in het bezit was van een Mercedes 270, die hij van [betrokkene 4] had gekocht. Naar eigen zeggen stond die auto op naam van zijn moeder, maar was hij de enige bestuurder en had alleen hij de beschikking over de autosleutels. Zijn moeder reed slechts af en toe in zijn auto.

Ten aanzien van de Mercedes Benz met kenteken [GG-00-HH]

Op 29 juni 2007, de dag na voormelde doorzoeking, werd het onderzoeksteam van de politie gebeld door [betrokkene 6]. Zij deelde mede dat zij de eigenaresse was van de in beslag genomen Mercedes Benz met kenteken [GG-00-HH] en dat zij deze graag terug wilde hebben. Op 3 juli 2007 nam zij wederom telefonisch contact op en kwam zij op die verklaring terug. Ze verklaarde dat de vader van [betrokkene 3], genaamd [verdachte], aan haar had gevraagd deze Mercedes op haar naam te zetten, dat ze dat zonder goed na te denken had gedaan, dat de verzekering en belasting steeds keurig door [verdachte] werd betaald en dat iemand haar na de politieactie (het hof begrijpt: de doorzoeking op 28 juni 2007) had gezegd dat ze de politie moest bellen omdat het dan geloofwaardig zou overkomen dat de auto van haar was.

Bij navraag in het Nationaal Schengen Informatiesysteem bleek dat de aansprakelijkheid voor deze Mercedes in de periode voordat deze op naam stond van [betrokkene 6], lag bij [betrokkene 7]. Haar aansprakelijkheid liep van 16 december 2005 tot en met 7 augustus 2006.

[Betrokkene 7] verklaarde aanvankelijk dat zij de Mercedes voor een bedrag van EUR 19.000,-- had gekocht van ene [verdachte]. Nadat zij er mee geconfronteerd werd dat deze verklaring niet overeenkomt met de verklaring van de huidige kentekenhoudster, verklaarde zij dat [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) haar had verteld dat hij de Mercedes niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering en dat hij haar daarom had gevraagd of zij de auto op haar naam wilde zetten. Zij verklaarde voorts dat zij daarmee belangeloos had ingestemd, dat de verdachte de belasting cash aan haar terugbetaalde en dat hij ook de verzekering had geregeld. Op het moment dat zij ging scheiden van haar man moest ze van de auto af, waarna de verdachte een andere vrouw (het begrijpt gelet op het voorgaande: [betrokkene 6]) heeft gevonden die de auto op haar naam wilde laten zetten.

Het hof leidt uit het voorgaande af dat de verdachte met zijn handelswijze heeft verborgen en/of verhuld dat hij de rechthebbende was op beide auto's.

In aanmerking genomen de omstandigheden dat in de kofferbak van de Mercedes voorzien van kenteken [EE-00-FF] een hoeveelheid van 33,1 kilogram hennep werd aangetroffen, dat de verdachte bij het beroepen vonnis ook onherroepelijk is veroordeeld voor het verhandelen van hennep en dat hij tegen [betrokkene 7] heeft gezegd dat hij de auto's niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering, is het hof bovendien van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat die auto's middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit de hennephandel dan wel uit enig ander misdrijf.

Dat de vermogensvergelijking van de Belastingdienst niet voldoende zorgvuldig is gemaakt kan aan de raadsman van verdachte worden toegegeven, doch maakt het vorenoverwogene niet anders.

Nu de door de raadsman bepleite vrijspraak wordt weersproken door de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, wordt het verweer verworpen."

3.4. Voor het bewijs van het bestanddeel 'afkomstig waren uit enig misdrijf' heeft het Hof blijkens de hiervoor onder 3.3 weergegeven bewijsmotivering de volgende feiten en omstandigheden redengevend geacht:

- in de kofferbak van de Mercedes met kenteken [EE-00-FF] is een hoeveelheid van 33,1 kilogram hennep aangetroffen;

- de verdachte is bij het beroepen vonnis onherroepelijk veroordeeld wegens het verhandelen van hennep;

- de verdachte heeft tegen de getuige [betrokkene 7] gezegd dat hij de auto niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering.

3.5. Met de steller van het middel ben ik van mening dat hieruit inderdaad niet kan worden afgeleid dat de auto's middellijk of onmiddellijk uit misdrijf afkomstig zijn. De verdachte zal met de hennephandel ongetwijfeld geld hebben verdiend en de 33,1 kilogram zal ook het nodige hebben kunnen opbrengen, maar de bewijsmotivering laat ruimte voor de mogelijkheid dat de verdachte ook over legale middelen heeft beschikt waarmee hij de auto's heeft kunnen aanschaffen. De omstandigheid dat de verdachte tegen de getuige [betrokkene 7] heeft gezegd dat hij een van de auto's niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering doet daar zonder nadere motivering niet zonder meer iets aan af. De ruimte die de bewijsmotivering biedt lijkt te kunnen worden weggenomen door de onder meer in het requisitoir genoemde resultaten van een vermogensvergelijking, maar die resultaten zijn door het Hof niet voor het bewijs gebezigd.

3.6. Het middel slaagt.

4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de zaken [medeverdachte 1] (09/04891) en [medeverdachte 3] (10/00594), waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.

2 Omwille van de leesbaarheid zijn de voetnoten niet opgenomen.