Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BS1715

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
09/05079
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BS1715
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

HR: 81 RO en strafvermindering i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. S 09/05079

Mr. Vegter

Zitting 30 augustus 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte op 7 december 2009 ter zake van 1 primair "met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd" en 2 "met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Daarnaast heeft het Hof de vorderingen van twee benadeelde partijen deels toegewezen en aan verdachte betalingsverplichtingen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.

3. Het eerste middel, in samenhang met de toelichting daarop gelezen, behelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde met onvoldoende redenen is omkleed, omdat uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer kan volgen dat verdachte de vagina van [slachtoffer 1] heeft gelikt. Volgens de steller van het middel houdt de omstandigheid dat verdachte volgens aangeefster "bij haar tum" zou hebben gelikt en verdachte heeft verklaard dat "het best zou kunnen dat hij haar heeft gelikt" niet zonder meer in dat verdachte de vagina van [slachtoffer 1] heeft gelikt, zoals bewezen is verklaard.

4. Ten laste van verdachte is onder 1 primair bewezenverklaard, dat:

"hij in de periode van 1 april 2006 tot en met 20 mei 2007 te Hellevoetsluis, meermalen, met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1997) handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

- aanraken en betasten van de vagina van [slachtoffer 1] en/of

- zich aftrekken in de onmiddellijke nabijheid van [slachtoffer 1], en/of

- [slachtoffer 1] zijn, verdachtes, penis laten zoenen en/of

- likken van de vagina en borsten van [slachtoffer 1] en/of

- strelen en aanraken van de borsten en billen en dijen, van [slachtoffer 1] en/of

- tongzoenen met [slachtoffer 1]"

5. Gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof aan de bewezenverklaring van feit 1 primair de volgende bewijsmiddelen ten grondslag gelegd(1):

"1. De verklaring van de verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 29 januari 2008 verklaard -zakelijk weergegeven- :

Op 18 april 2006 heb ik een hartinfarct gehad. Ik heb bij [slachtoffer 1] haar buik en borstjes gestreeld. Ik heb [slachtoffer 1] aangeraakt toen zij bij ons op de zolderkamer op een trainingsapparaat stond. Ik spreek niet tegen dat ik haar onder haar kleding heb gepakt toen zij op het trimtoestel stond. Ik heb ook haar kontje gepakt. Het is mogelijk dat zij een kusje op mijn piemel heeft gegeven terwijl ik mijn piemel vasthield. Het is begonnen rond de tijd dat ik een hartinfarct had. (...)

2. Een ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2007179544-7 (als bijlage gevoegd bij het (algemeen) proces-verbaal, nummer 20071 79544-1) opgemaakt en op 30 juli 2007 ondertekend door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende:

als de op 30 juli 2007 tegenover deze opsporingambtenaren afgelegde -zakelijk weergegeven- verklaring van [verdachte]:

Wij zijn een jaar of drie geleden in Hellevoetsluis komen wonen. We kregen kennis aan de meisjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

3. Een ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2007179544-8 (als bijlage gevoegd bij het (algemeen) proces-verbaal, nummer 2007179544-1) opgemaakt en op 30 juli 2007 ondertekend door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende:

als de op 30 juli 2007 tegenover deze opsporingambtenaren afgelegde -zakelijk weergegeven- verklaring van [verdachte]:

De eerste keer dat [slachtoffer 1] zich voor mij ontkleedde kwam ik boven en zag dat [slachtoffer 1] gedeeltelijk bloot op bed lag, met haar borsten en vagina bloot. Ik streelde van beneden naar boven. Ik streelde over haar blote dijen, vagina en borsten.

4. Een ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2007179544-14 (als bijlage gevoegd bij het (algemeen) proces-verbaal, nummer 2007179544-1) opgemaakt en op 31 juli 2007 ondertekend door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende:

als de op 31 juli 2007 tegenover deze opsporingambtenaren afgelegde -zakelijk weergegeven- verklaring van [verdachte]:

Ik wreef met mijn handen over de kont van [slachtoffer 1]; ze had een mooi kontje. Het is mogelijk dat ik met haar getongzoend heb. Ik nam het initiatief om met [slachtoffer 1] te tongzoenen. Ik denk dat dat ongeveer drie keer is gebeurd. Het zou best kunnen dat ik haar heb gelikt. Ik heb een keer of 8 tot 10 haar vagina gestreeld. Het kan zijn dat ik mijn piemel beet hield en dat ze er een kusje op gegeven heeft. Ik heb schuim uit mijn piemel gehad in haar bijzijn.

5. Een ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2007179544-6 (als bijlage gevoegd bij het (algemeen) proces-verbaal, nummer 2007179544-1) opgemaakt en op 26 juli 2007 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3], voor zover inhoudende:

als de op 14 juni 2007 tegenover deze opsporingambtenaar afgelegde -zakelijk weergegeven- verklaring van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1997):

Hij pakte mijn tum vast (de getuige wijst als tum op een tekening de vagina aan). Hij zat ook te likken bij mijn tieten en bij mijn tum. Hij deed ook een keer zo (getuige gaat met haar hand heen en weer ter hoogte van haar kruis). Er liep allemaal spul uit, wit een beetje grijzig spul. Ik zit op de fiets en dan gaat hij aan mijn kont zitten en dan draai ik me om en dan gaat hij aan mijn tum zitten. Hij zei dat ik zijn piemel moest vasthouden en er een kusje op moest geven. Dat heb ik maar gedaan. Hij probeerde zijn tong tussen mijn tanden heen te duwen. Ik voelde zijn tong bij mijn tanden en soms ook op mijn tong. De laatste keer was in mei, voordat we op vakantie gingen. Het is alleen in zijn huis gebeurd. Hij is [verdachte].

(...)

7. Een ambtsedig proces-verbaal van aangifte van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2007179544-1, opgemaakt en op 14 juni 2007 ondertekend door [verbalisant 4], hoofdagent van de politie Rotterdam-Rijnmond, waarin is opgenomen als plaats delict Hellevoetsluis en als geboortedatum van aangeefster [betrokkene 1]:

14 februari 1970, en dat onder meer inhoudt:

als de op 14 juni 2007 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde -zakelijk weergegeven- verklaring van aangeefster [betrokkene 1]:

Ik wens aangifte te doen van seksueel misbruik van mijn dochters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Ik doe deze aangifte tegen een man die ik ken als [verdachte]."

6. In de bewezenverklaring zijn ten aanzien van de handelingen onderscheiden alternatieven opengelaten. In een dergelijk geval zal elk van die alternatieven door bewijsmiddelen dienen te worden geschraagd.(2)

7. Welke betekenis kan aan de verklaring van verdachte dat hij heeft gelikt worden toegekend? Gelet op de context en gelet op de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte haar bij haar tum heeft gelikt, lijkt mij daar nog wel juist uit te kunnen worden afgeleid dat verdachte de vagina van [slachtoffer 1] heeft gelikt. Indien moet worden aangenomen dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat, zoals is bewezenverklaard, verdachte de vagina van [slachtoffer 1] heeft gelikt, geldt het volgende. Aangenomen kan worden dat dit onderdeel van de tenlastelegging als gevolg van een kennelijke misslag in de bewezenverklaring is opgenomen. De Hoge Raad kan de bewezenverklaring met herstel van deze misslag lezen. Aangezien in die lezing de aard en ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, behoeft de kennelijke vergissing van het Hof niet tot cassatie te leiden.(3)

8. Het tweede middel behelst de klacht dat de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in art. 6 EVRM is geschonden, omdat de Hoge Raad de stukken niet binnen acht maanden na het instellen van beroep in cassatie heeft ontvangen.

9. Het cassatieberoep is ingesteld op 9 december 2009. De stukken van het geding zijn op 19 augustus 2010 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt mee dat de inzendingstermijn van 8 maanden is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.

10. Het tweede middel slaagt. Het eerste middel is weliswaar terecht voorgesteld, maar behoeft niet tot cassatie te leiden. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf in de mate die de Hoge Raad goeddunkt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 In de aanvulling op het arrest zijn de bewijsmiddelen niet per feit opgegeven. Nu bewijsmiddel 6 blijkens zijn inhoud enkel betrekking heeft op feit 2, laat ik dat hier buiten beschouwing.

2 Vgl. A.J.A. van Dorst, Cassatie in strafzaken, zesde druk, p. 239, waarin wordt verwezen naar HR 22 juni 2004, LJN AO8315, NJ 2004/439.

3 Vgl. HR 25 september 2007, LJN BA7257.