Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BR6602

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
09/03491 P
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BR6602
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. HR verklaart de betrokkene n-o nu de schriftuur is gericht op vernietiging van de bestreden uitspraak voor het geval het cassatiemiddel in de hoofdzaak gegrond zou worden bevonden (vgl. HR LJN BM8030).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1333
NBSTRAF 2011/354
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 09/03491 P

Mr. Vellinga

Zitting: 30 augustus 2011

Conclusie inzake:

[Veroordeelde = betrokkene]

1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft het door de veroordeelde uit 1. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" verkregen voordeel vastgesteld op € 63.703,76 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 63.703,76.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/03491P, 09/03490 en 09/03107. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens veroordeelde heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel strekt ten betoge dat het arrest van het Hof in de ontnemingszaak moet worden vernietigd wanneer het arrest in de strafzaak dat aan de ontnemingszaak ten grondslag ligt wordt vernietigd.

5. Art. 511i Sv luidt:

"Een uitspraak op de vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht vervalt van rechtswege, doordat de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte, als bedoeld in artikel 36e, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat."

6. Dit betekent dat enig belang van de veroordeelde bij het cassatieberoep ontbreekt en de veroordeelde dus niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.(1)

7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie HR 14 april 1998, NJ 1999, 75 (HR ziet in vernietiging arrest in strafzaak geen grond ambtshalve de uitspraak in de ontnemingszaak te vernietigen) en HR 17 februari 2004, LJN AO1401(cassatieberoep in ontnemingszaak niet-ontvankelijk in een geval waarin het arrest van het Hof in de strafzaak eindigde in niet-ontvankelijkheid).