Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BR3000

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
01-11-2011
Zaaknummer
10/03280
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BR3000
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht medeplegen. Uit de bewijsvoering kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte “tezamen en in vereniging” met een ander of anderen de diefstal heeft gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1368

Conclusie

Nr. 10/03280

Mr. Vellinga

Zitting: 5 juli 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens:

- "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" (feit 1);

- "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" (feit 2);

- "diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" (feit 3);

- "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" (feit 4) en

- "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" (feit 5)

veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/03278 en 10/03280. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte heeft mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, twee middelen van cassatie voorgesteld.

4. Het eerste middel klaagt over de verwerping van een verweer betreffende het veiligstellen van sporen.

5. Het middel heeft het oog op het volgende, door verdachtes raadsman ter terechtzitting gevoerde verweer:

"Ten aanzien van de op de diverse locaties aangetroffen (bloed)sporen wil ik in zijn algemeenheid opmerken dat uit het dossier niet blijkt op welke wijze deze sporen zijn veiliggesteld, met als gevolg dat de sporen niet zouden mee mogen werken aan het bewijs."(1)

6. Het Hof heeft dat verweer als volgt verworpen:

"Uit het aanvullend proces-verbaal van bevindingen aangaande het DNA onderzoek aan de sporen gekoppeld in cluster 90 d.d. 8 mei 2007 blijkt, dat de diverse DNA sporen telkens op de bij wet voorgeschreven wijze zijn veiliggesteld. Het sporenmateriaal is vervolgens op de voorgeschreven wijze voor verdere verwerking aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut. Hieruit kan naar het oordeel van het hof in voldoende mate worden afgeleid, dat de desbetreffende sporen conform de zogenaamde Forensische Technische normen zijn veilig gesteld."

7. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof aan zijn oordeel ten grondslag gelegd dat forensisch technisch medewerkers(2) van de politie als daartoe speciaal opgeleide personen sporen plegen veilig te stellen met inachtneming van de daarvoor geldende normen. Voorts in aanmerking genomen dat verdachtes raadsman geen enkel aanknopingspunt heeft gegeven voor een vermoeden van onjuiste veiligstelling van (bloed)sporen heeft het Hof zijn oordeel toereikend gemotiveerd.

8. Het middel faalt.

9. Het tweede middel klaagt terecht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte de onder 3 bewezenverklaarde diefstal tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd. Van enig medeplegen blijkt immers uit de gebezigde bewijsmiddelen niet, slechts van het horen van stemmen door de buurvrouw van het bedrijf waarin werd ingebroken.

10. Het middel slaagt.

11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft het onder 3 tenlastegelegde en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Proces-verbaal van de terechtzitting van 23 oktober 2009, p. 3.

2 Zij hebben blijkens het voor het bewijs gebezigde proces-verbaal PL2036/01-579293 de (bloed)sporen verzameld.