Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BR1654

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
09-09-2011
Datum publicatie
09-09-2011
Zaaknummer
11/01900
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BR1654
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Onderbewindstelling; art.1:431 e.v. BW. Procesrecht; hoor en wederhoor. Sluiten gebruikersovereenkomst software applicatie namens rechthebbende een “gewone beheersdaad” als bedoeld in art. 1:441 lid 2, aanhef en onder a, BW? Beslissing hof steunt op feitelijke gegevens die niet in procesdossier voorkwamen, maar die het uit eigen beweging op internet heeft gevonden. Handelen hof in strijd met beginsel hoor en wederhoor (vgl. HR 15 april 2011, LJN BP5612, NJ 2011/180). Voortbouwend oordeel mede gebaseerd op door hof uit eigen beweging op internet gevonden gegevens, van de juistheid waarvan niet zonder meer kan worden uitgegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2011/1667
NJ 2011/409
RvdW 2011/1068
JWB 2011/412
Verrijkte uitspraak

Conclusie

11/01900

Mr. L. Timmerman

Parket: 1 juli 2011

Conclusie inzake:

[Verzoeker] handelend onder de naam Budgetbeheer Limburg B.V. (tegenwoordig geheten Cirkel

Bewindvoeringen B.V.) in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1])

verzoeker tot cassatie

(hierna: de bewindvoerder)

1 Bij beschikking van 19 juli 2010 heeft de rechtbank Maastricht, sector kanton, aan de bewindvoerder op zijn verzoek als loon toegekend over 2008 € 801,93 en over 2009 € 1.071,-, beide bedragen inclusief btw en kosten. Daarnaast heeft de rechter goedkeuring aan de rekening en verantwoording over 2008 en 2009 verleend onder de voorwaarde dat aan de rechthebbende bedragen van resp. € 427,67 en € 178,50 door de bewindvoerder zullen worden terugbetaald voor 1 oktober 2010. Bij brief van 31 augustus 2010 is de kantonrechter, op grond van nader overgelegde facturen, op de beslissing voor wat betreft 2008 in zoverre teruggekomen, dat een bedrag van € 389,60 niet hoeft te worden terugbetaald.

2 De bewindvoerder is van deze beschikking in hoger beroep gekomen. De rechthebbende is niet gehoord en de bewindvoerder heeft afgezien van mondelinge behandeling. Op 20 januari 2011 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.

3 Tegen die beschikking heeft de bewindvoerder tijdig(1) beroep in cassatie ingesteld.

4 Het verzoekschrift bevat één cassatiemiddel. Het middel richt zich tegen de beslissing van het hof dat de bewindvoerder over 2009 € 70,- dient terug te betalen voor het administratiesysteem FMS (zie rov. 3.2.2 van de bestreden beschikking). Middel 1 is gericht tegen rov. 3.2.5.1 tot en met 3.2.5.4. De onderdelen 3.2 tot en met 3.5 voeren aan dat het hof zelfstandig heeft kennis genomen van de website van Smart FMS en deze informatie aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd. Volgens de bewindvoerder is er sprake is van een verrassingsbeslissing nu de bewindvoerder niet de mogelijkheid heeft gehad op vragen en opmerkingen van het hof over het Smart FMS systeem te reageren. Het hof heeft dan ook gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor nu de bewindvoerder niet in de gelegenheid is gesteld te reageren op de door het hof vergaarde feiten.

5 De bewindvoerder heeft geen belang bij deze klacht. Het hof heeft in rov. 3.2.5.2 overwogen dat de bewindvoerder niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe het bedrag van € 10,- per maand is berekend. Om die reden wijst het hof deze kosten af. Vervolgens overweegt het hof in rov. 3.2.5.3 ten overvloede dat uit de op internet gegeven informatie blijkt dat het systeem in de eerste plaats een systeem ten behoeve van de administratie van de budgetbeheerder is en dat een neveneffect voor de cliënten is dat het de financiële mutaties inzichtelijk maakt. Het systeem behoort volgens het hof tot de bedrijfsadministratie van de bewindvoerder.

6 Daarnaast klagen de onderdelen 3.6 tot en met 3.8 dat het hof heeft miskend dat (i) op basis van de LOK- en BPBI-richtlijnen voor tussentijdse rekening en verantwoording een bedrag van € 185,- mag worden doorbelast, dat bespaard wordt door slechts een bedrag van € 10,- per maand in rekening te brengen (onderdeel 3.6); (ii) de applicatie geheel los staat van de eigen bedrijfsadministratie van de bewindvoerder (onderdeel 3.7) en (iii) de kosten wel voor rekening van de betrokkene blijven nu de bewindvoerder gerechtigd is de gebruikersovereenkomst namens de onder bewind gestelde aan te gaan, aangezien het dagelijks beheer betreft (onderdeel 3.8).

7 De onderdelen falen. Het hof heeft in rov. 3.2.5.3 en 3.2.5.4 overwogen dat het gebruik maken van geavanceerde systemen niet tot een extra vergoeding aanleiding geeft. Nu het systeem van belang is voor alle cliënten van de bewindvoerder, dienen de kosten volgens het hof voor rekening van de bewindvoerder te blijven (laatste zin van rov. 3.2.5.4). Daarnaast is volgens het hof niet gebleken dat het systeem tegemoet komt aan de wens van de onderhavige cliënt. Ook staat het de bewindvoerder niet vrij om een contract te sluiten zonder voorafgaand overleg met de kantonrechter en zonder dat goedkeuring is verkregen. De bewindvoerder heeft ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de cliënt heeft ingestemd. Het enkele feit dat de cliënten worden geïnformeerd over het systeem is volgens het hof niet voldoende.

8 Onderdeel 3.9 klaagt dat het hof niet voorafgaande aan zijn beslissing de bewindvoerder om opheldering heeft verzocht over de pijn- of vraagpunten van het hof.

9 Het is aan de bewindvoerder om de kosten die in rekening worden gebracht voldoende te onderbouwen, zodat het hof de kosten kan toewijzen. Uit de overwegingen van het hof blijkt dat de informatie die de bewindvoerder heeft overgelegd volgens het hof niet toereikend is om de kosten voor het Smart FMS-systeem toe te kunnen wijzen. De redenering die het hof volgt is niet onbegrijpelijk, zodat het onderdeel faalt.

10 Onderdeel 3.10 voert ten slotte nog aan dat de kantonrechter te Roermond en Breda het Smart FMS-systeem zonder meer als kostenpost in het kader van een onderbewindstelling ten laste van de onder bewind gestelde hebben aanvaard en goedgekeurd. Hierdoor ontstaat verschil in behandeling. Door hiermee geen rekening te houden, geeft het hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting althans toepassing.

11 Het onderdeel faalt. Zoals het hof in rov. 3.2.5.4 terecht opmerkt is de enkele omstandigheid dat de kantonrechter in Venlo wel goedkeuring geeft, geen omstandigheid die het hof aanleiding moet geven om anders te oordelen dan het heeft gedaan.

12 Ik concludeer tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing art. 81 Ro.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Het verzoekschrift is per fax ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 20 april 2011. Het originele exemplaar is op 21 april 2011 ontvangen.