Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2011:BQ8897

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
07-11-2011
Zaaknummer
10/01948
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BQ8897
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. De conclusie van de A-G strekt tot vernietiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2011/2116

Conclusie

Nr. 10/01948

Mr. Aben

Zitting 7 juni 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 10 mei 2010 de verdachte ter zake van "Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening", veroordeeld tot een geldboete van € 250,- subsidiair 5 dagen hechtenis.

2. Namens de verdachte heeft mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie.

3.1. Het middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.

3.2. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"hij omstreeks 25 januari 2009 te Schiedam opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], brigadier van politie Rotterdam-Rijnmond, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in het openbaar mondeling en in diens tegenwoordigheid mondeling (in het Papiamento) heeft toegevoegd het woord "Conjo" (in het Nederlands o.a. betekenend "kut"), althans een woord van gelijke beledigende aard of strekking."

3.3. Het hof heeft daartoe de volgende bewijsmiddelen gebezigd:

"1. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2009029073-4, d.d. 25 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2]. Dit proces verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -:

als de op 25 januari 2009 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [verdachte]:

Afgelopen nacht ben ik in het centrum van Schiedam gaan stappen. Ik stond op de Hoogstraat te Schiedam en voerde een telefonisch gesprek met mijn vriend [betrokkene 1]. Op dat moment reed een herkenbare politieauto heel langzaam aan mij voorbij. Ik zei: "He conjo waar blijf je nou." Het klopt dat ik naar de politie keek.

2. Het proces-verbaal van aanhouding van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2009029073-2, d.d. 25 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1], en een andere bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -:

als relaas van deze opsporingsambtenaren:

Op 24 januari 2009 omstreeks 23:05 uur reden wij in ons opvallende dienstvoertuig stapvoets door de Hoogstraat te Schiedam. Wij waren in uniform gekleed en belast met horeca toezicht in het centrum van Schiedam. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag een voor mij ambtshalve bekende manspersoon: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats]. Ik, verbalisant [verbalisant 1], bestuurde het voertuig en passeerde met het raam open stapvoets deze [verdachte]. Ik zei goedenavond tegen hem. Ik zag dat [verdachte] mij recht in de ogen aankeek en ik hoorde hem vervolgens luidkeels in mijn richting "conjo" schreeuwen, waardoor ik mij in mijn goede naam en eer voelde aangetast. De verdachte schreeuwde de belediging ten overstaan van het aanwezige uitgaanspubliek. Wij zijn vervolgens uit het voertuig gestapt en hebben de verdachte aangehouden ter zake van belediging.

3. Het procesverbaal van bevindingen van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, nr. 20090290735, d.d. 25 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3]. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -:

als relaas van deze opsporingsambtenaar:

Op het internet heb ik de betekenis van het woord "conjo" opgezocht. Volgens het woordenboek straattaal is de betekenis van het woord "conjo", "kut."

De betekenis van het woord werd door mij gevonden op de website: http://forum.fok.nl/topic/708449. Ik heb een selectie van woorden gekopieerd en verwerkt in een Word document, welke ik als bijlage bij dit proces-verbaal van bevindingen heb gevoegd."

3.4. Een uitlating die jegens iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is gedaan, moet als beledigend worden beschouwd in de zin van art. 266 Sr in verbinding met art. 267 Sr, indien zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam.(1) Daarvan is in het algemeen sprake indien de uitlating woorden bevat die op zichzelf genomen een beledigend karakter hebben. In het bezigen van termen die naar algemeen taalgebruik als scheldwoorden te kwalificeren zijn ligt reeds - behoudens contra-indicaties - de strekking om te beledigen besloten.(2) Bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, hangt dit af van de context waarin de uitlating is gedaan.(3)

3.5. In het onderhavige geval gaat het om de term "conjo", een Antilliaans scheldwoord dat letterlijk "kut" betekent en door Antillianen gebezigd wordt op de wijze waarop Nederlanders het woord "klootzak" gebruiken. "Conjo" kan ook vriendschappelijk worden gebruikt: afhankelijk van de sociale relatie die men heeft met degene die de term bezigt kan deze term worden afgedaan als een grap.(4) Het komt aldus aan op de context waarin de verdachte het woord heeft gebezigd. Bewijsmiddel 2 houdt als verklaring van de verbalisant in dat de verdachte hem recht aankeek en luidkeels in zijn richting "conjo" schreeuwde, hetgeen de verbalisant heeft beschouwd als een jegens hem geuite belediging. Bewijsmiddel 1 bevat een verklaring van de verdachte inhoudende dat hij telefoneerde met zijn vriend [betrokkene 1] op het moment dat hij keek naar een langsrijdende politieauto, en heeft gezegd "He conjo waar blijf je nou". Hieruit volgt weliswaar dat de verdachte het woord "conjo" heeft gebezigd en naar de politie heeft gekeken, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat de verdachte daarmee de bedoeling had de verbalisant in zijn eer en goede naam aan te tasten. Integendeel, de door het hof tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte sluit beter aan bij de lezing dat de verdachte het woord 'conjo' jegens zijn gesprekspartner heeft gebruikt met (neem ik aan) amicale intenties dan dat hij zich daarmee heeft gewend tot de verbalisanten en heeft beoogd hen in het openbaar te beledigen, zoals wellicht valt te ontlenen aan het bewijsmiddel onder 2.(5) Hierdoor ontwaar ik een tegenstrijdigheid in de door het hof opgetuigde bewijsconstructie. Bovendien sluit de inhoud van het bewijsmiddel onder 2 onvoldoende uit dat hetgeen ik afleid uit het bewijsmiddel onder 1 de werkelijke toedracht behelst en dat het gewraakte woord 'conjo' een passage is uit het door de verdachte gevoerde telefoongesprek.(6) De bewezenverklaring is derhalve ontoereikend gemotiveerd.

4. Het middel is terecht voorgesteld. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Vgl. HR 19 december 2000, LJN AA9745, NJ 2001/101.

2 Vgl. HR 22 september 2009, LJN BI5623, NJ 2009/466.

3 Vgl. HR 6 januari 2004, LJN AN8498, NJ 2004/201.

4 Vgl. in dat kader M. van San, 'Steken, dat doe je gewoon'. Legitimeringen van geweld door Curaçaose jongens en hun moeder, in: F. Koenraadt, Een spiegel van (straf)recht en psychiatrie, p. 325 en M. van San, Stelen en steken: delinquent gedrag van Curaçaose jongens in Nederland, p. 190.

5 Een blik achter de papieren muur leert dat de verdachte bij de politie heeft verklaard dat zijn opmerking tegen zijn vriend [betrokkene 1] - die hij op dat moment aan de telefoon had - was gericht (proces-verbaal van verhoor). In dat kader is relevant dat uit zijn mobiele telefoongegevens blijkt dat hij om 23:07 telefonisch contact had met een persoon die als "[...]" in zijn telefoontoestel stond opgenomen en hij om 23:10 is aangehouden.

6 Dat is anders voor het vervolg op het in de bewijsmiddelen omschreven voorval. De verbalisanten relateren in het proces-verbaal van aanhouding dat de verdachte, nadat hij was aangehouden, in het papiaments schreeuwde en luidkeels "Conjo" riep en bleef roepen. Hiermee geconfronteerd verklaart de verdachte in het proces-verbaal van verhoor: "Ik was gewoon kwaad en aan het schelden. Misschien heb ik dat woord wel gezegd maar ik was gewoon boos en aan het schelden omdat ik vond dat ik niet terecht werd aangehouden". Op dit deel van de gebeurtenissen ziet de bewezenverklaring evenwel niet, gelet op de door het hof gebezigde bewijsmiddelen.